Milsbeekse gebouwen beter beschermd ?

Onder deze kop, werd onlangs in de Gelderlander bericht over de voortgang van het monumentenbeleid in de gemeente Gennep. Zoals in ons nieuwsbulletin te lezen is,  hebben wij inmiddels hierover in een brief onze onvrede kenbaar gemaakt aan het college van burgemeester en wethouders. Het lijkt wellicht haaks te staan op de kop van het artikel. Om deze reden zien wij ons genoodzaakt om wat tekst en uitleg te geven. Beknopt lichten wij daarom de gang van zaken toe.

Kort na de oprichting in 2005 is onze stichting zich gaan in zetten voor behoud van historisch en bouwkundig belangrijke bouwwerken in ons dorp. Op verzoek van Geert Jacobs lieten wij door het MAB (monumentenadviesbureau ) Nijmegen een onderzoek verrichten naar de waarde van het pand ’De Jacobsladder’. Dit  heeft geresulteerd in de opname van het pand op de gemeentelijke monumentenlijst en vervolgens, mede via de inbreng van een nieuwe stichting, tot de restauratie met gemeentelijke, provinciale en zelfs Europese subsidies.

Het MAB constateerde dat de monumentenverordening  met bijbehorende lijst sterk  verouderd was  en een aanpassing en actualisering van het monumentenbeleid in de gemeente Gennep noodzakelijk maakte. Wij constateerden b.v. dat met uitzondering van het voormalige boerderijtje Bloemenstraat 84 geen enkel bouwwerk in Milsbeek bescherming genoot. De stichting heeft vervolgens met behulp van bouwkundige Toon Peters een inventarisatie gemaakt van historisch en bouwkundig gezien  waardevolle bouwwerken in ons dorp.

Het Monumentenadviesbureau Nijmegen is daarna in 2007 gevraagd op onze kosten middels  een quickscan te adviseren,  welke gebouwen in Milsbeek vanwege de monumentale waarde bescherming zouden verdienen. Het rapport  is vervolgens aangeboden aan het College van burgemeester en wethouders van Gennep met het verzoek om het sterk verouderde monumentenbeleid aan te passen. Het uitgangspunt zou moeten zijn een realistisch beleid, waarbij zonder torenhoge overheidssubsidies in overleg met de eigenaren naar nieuwe adequate bestemmingen zou worden gezocht.  Toegezegd werd, dat het monumentenbeleid zou worden aangepast en dat, vooruitlopend op een aanpassing van de verordening en de gemeentelijke monumentenlijst, er al rekening met onze inventarisatie zou worden gehouden .

Een tijdje later werd door de gemeente een nieuw welstandsbeleid vast gesteld, waarbij het overgrote deel van de bouwplannen voortaan niet meer aan de welstandcommissie behoefde te worden voor gelegd. Een uitzondering werd gemaakt voor de dorpskernen, alleen het dorp Milsbeek werd uitgezonderd. Ons daarop volgende verzoek om voor Milsbeek  in de plaats hiervan een uitzondering te maken voor de panden, die in het MAB-advies waren opgenomen, werd niet gehonoreerd.

Uiteindelijk heeft alles er in geresulteerd dat in 2010 door de raad een nieuw integraal monumentenbeleid is vastgesteld. Op uitdrukkelijke aandrang van de raad werden wij samen met Monarch op het allerlaatste moment hierover geconsulteerd. Het  MAB Nijmegen werd na vaststelling van het beleid vervolgens  door de gemeente gevraagd om op kosten van de gemeente  ook een rapport  voor de andere dorpen in de gemeente Gennep uit te brengen.

De rapporten van het MAB werden vervolgens door burgemeester en wethouders ter advisering voor gelegd aan de Monumentencommissie. De bijeenkomsten van de commissie hadden een strikt vertrouwelijk karakter. Ons verzoek om inspraak bij de behandeling  van het door ons betaalde rapport van het MAB m.b.t. de panden in Milsbeek werd afgewezen.

Omdat inmiddels het bestemmingsplan Buitengebied door de gemeente Gennep in procedure werd gebracht , hebben wij ons in overleg met de eigenaren ingezet om vooruitlopend op de aanpassing van de lijst met gemeentelijke monumenten een vijftal in verval rakende voormalige boerderijtjes een zodanige bestemming te geven dat ze met behoud en restauratie van het uiterlijk  tot woonboerderij verbouwd zouden mogen worden. In het kader van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied’ en vervolgens ook het bestemmingsplan ‘Milsbeek’, is dit verzoek door de gemeente ingewilligd.

Vorig jaar werd ons gevraagd met spoed onze mening te geven over een ontwerpvoorstel  aan het college van burgemeester en wethouders tot uitwerking van het integrale monumentenbeleid en de concrete vaststelling aanwijzing van panden. Ons werd verder uitdrukkelijk gevraagd in onze reactie te beperken tot de hoofdzaken. Er werd aanvankelijk geen inzage gegeven in de panden, die werden voorgedragen. Met de algehele lijn van het advies, een onderverdeling in gemeentelijke monumenten en karakteristieke gebouwen,  hebben wij onze steun betuigd.  Samen met Monarch hebben wij daarbij wel gevraagd om alsnog inzage in de  aanwijzing van de panden zelf en de redengevende beschrijvingen te verkrijgen, omdat wij van mening zijn, dat wij juist op dit punt een waardevolle inbreng zouden kunnen hebben.

Uiteindelijk werd dit toe gestaan onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat de panden die het betrof  vertrouwelijk moesten blijven. Dit hebben we gerespecteerd en wij hebben vervolgens zonder ruggenspraak met de eigenaren onze reactie voor wat betreft de waardering van de panden en de beschrijvingen kenbaar gemaakt. Ten aanzien van enkele panden hebben wij  daarbij beargumenteerd aangegeven, waarom die als gemeentelijk monument en niet als karakteristiek gebouw gekwalificeerd zouden moeten worden. Ten aanzien van een aantal panden in Milsbeek is verder gevraagd om deze ook als karakteristiek aan te merken. Ook  is gevraagd om een sloopbescherming van de karakteristieke panden en zijn een aantal correcties geadviseerd ten aanzien van de inhoud van de redengevende beschrijvingen.

Via het hierboven aangehaalde krantenbericht moesten wij vernemen, dat de lijst blijkbaar was vastgesteld. Uit de nadere informatie, die op ons verzoek werd verstrekt, bleek vervolgens dat aan onze inspraakreactie op geen enkele wijze door het college aandacht was besteed bij de besluitvorming. Desgevraagd werd mede gedeeld, dat dit in een later stadium middels een aanpassing van de nu vastgestelde monumentenlijst zou gebeuren. Gelet op de hele gang van zaken zoals hiervoor geschetst hebben wij hier weinig vertrouwen in.

Het vorenstaande is voor ons aanleiding geweest voor de brief, die aan het college is gezonden. Omdat dit uitdrukkelijk is gevraagd gaan wij ook nu niet in op de concrete aanwijzing van de panden, ook omdat wij van oordeel zijn, dat dit een taak van het gemeentebestuur is. Wel willen wij uitdrukkelijk kenbaar maken, dat wij het volstrekt oneens zijn met het standpunt, dat er geen aanwijzing tot gemeentelijk moment plaats vindt als de eigenaar hier tegen is. Wij zijn van oordeel, dat de gemeente hiermee haar eigen verantwoordelijkheid op het gebied van de monumentenzorg ontloopt. Uiteraard moeten zij een zienswijze van de eigenaar serieus beoordelen, maar moet de gemeente de verantwoordelijkheid nemen om een standpunt te bepalen.

In de brief hebben wij verder voor de zoveelste keer ons ongenoegen kenbaar gemaakt over de weinig actieve houding van de gemeente inzake het monumentenbeleid over een aantal concrete zaken zoals medewerking aan het verzoek van de eigenaar van de oude graanmolen aan de Rijksweg en ons verzoek om te zoeken naar een adequate bestemming voor enkele gebouwen op het  terrein van de voormalige steenfabriek aan de Bloemenstraat.

 

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - http://www.cultuurbehoudmilsbeek.nl