Struinpad  

   

Luchtfoto's  

   

Boek:Oorlogsherinneringen  

   

Schoolfoto's  

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 34 Een lange barre tocht

Index

Hoofdstuk 34 - Boek "Oorlogsherinneringen"

Een lange barre tocht

Door : Henk Peters

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 1 Manus Laracker zet het mes er waarschijnlijk onder toezienOp 19 oktober 1944 was het zover. We hadden alleen maar handbagage en de kinderwagen waar mijn jongste zusje van negen maanden in lag. Omdat enkele dagen voor het vertrek de SS geprobeerd had ons varken te vorderen ging moeder naar de Duitse commandant die nog steeds de commando-post in de slaapkamer van vader en moeder hadden. Er werd geschreeuwd tegen elkaar maar het varken bleef in de stal. Nog diezelfde avond kwam buurman Herman, die huisslachter was, het varken slachten. Omdat we thuis een heel grote schouw hadden, werden de hammen en zijden spek daar in gehangen en gingen de blikken platen er weer voor. Zo op het eerste oog kon niemand zien dat daar een deel van het geslachte varken hing.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huisslachter Manus Laracker met links zijn broer Hen

Daags voor het vertrek was er grote activiteit bij de familie Peters. Iedereen liep iedereen in de weg. Ik ben toen naar het kippenhok gegaan en in mijn eentje heb ik daar op de knieën zitten huilen. Komen wij hier ooit nog terug? cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 2 Driekus Peters van Nolleke en zijn vrouwToen we op de bewuste negentiende oktober moesten vertrekken hadden vader en moeder de holle bodem van de kinderwagen vol geladen met ham en spek. Dit was ons gezamenlijk vervoermiddel. 19 oktober 1944 was het startsein voor een lange maar ook barre tocht. Een groot gedeelte van Milsbeek moest weg uit de frontlinie. Rond 10 uur in de morgen gingen we met zijn allen op weg via de Oudedijk naar de Onderkant en daarna naar de brug bij grootmoeder Franken (grutmoet). Dat straatje heette toen Jasperjannebrugstraat en de brug over de Kroonbeek heet nu nog de Jasperjannebrug. Toen wij bij Driekus Peters (van Nölleke) uit de Zandberg aankwamen zag ik allerlei dingen tegelijk. Nel, de vrouw van Driekus, had een geit bij zich en die hadden ze aan de kruiwagen vastgemaakt. Ondanks alle ellende kon deze volslanke vrouw nog heerlijk lachen.

Driekus van Nölleke en zijn vrouw Nel

Misschien lachte ze wel van de zenuwen! Wij hadden een kinderwagen, zij een kruiwagen. Daar zat wel iets meer op dan in een kinderwagen. De familie De Ruyter van de Berkenhoeve had twee paarden ingespannen. Een voor de sjees, waar de oude moeder De Ruyter in zat en een paard voor de kar, goed volgeladen. Het paard en de sjees werden door de bezetters in beslag genomen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 3 Henk Peters Toon Mooser Theo Mooser Graadje Mooser WillieOok zag ik daar de vader en moeder van mijn klasgenoot en schoolvriend Theo Mooser. Vader Mooser had ook een kruiwagen, maar daar zat geen geit aan vastgebonden. Aan de kruiwagen zat wel een heel erg mopperende man. Ja, zo was hij nou eenmaal. Misschien was de kruiwagen ook wel een tikkeltje te vol geladen en de vader van Theo was een zwaar astmapatiënt. Omdat ik heel lang met Theo bevriend ben geweest wist ik dat de vader van Theo na de oorlog geen last meer had van astma totdat hij weer flink aankwam in gewicht.

De vrienden Henk Peters en Wiel Kusters flankeren de familie Mooser; v.l.n.r. vader Toon, Theo, Graadje

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 4 Evacuatieroute langs de Kroef Kroef Panoven

 Omgeving Hondsiepsebaan. Bij de pijl de boerderij van ‘d’n Kroefsen Hen’, linksonder de bocht bij de Driekronenstraat.

 

 

 

 

 

 

 

 

Langzaam zette de stoet, die inmiddels veel groter geworden was, zich richting Aaldonk in beweging. We werden begeleid door een Duitse militair op een fries paard. Dat paard zal wel de Nederlandse nationaliteit hebben gehad. Overigens was de soldaat op het paard altijd heel vriendelijk tegen ons, net zoals de Duitse soldaten die bij ons in het achterste gedeelte van het huis gelegerd waren; hele gewone mannen die moesten! Vanaf Milsbeek gingen we via Kroefsen Hen naar Aaldonk en daarna via Ven-Zelderheide naar de grensovergang bij de Hekkens.

 
Vlak voor de grens liepen heel veel koeien en ander vee bijeengedreven in een wei. Onze koeien, ons vee, ik zag het, maar wist niet hoe ik er verder over moest gaan denken. Kort nadat we de Nederlands-Duitse grens overgestoken waren, begon het flink te regenen en te onweren. We waren in de kortste keren zeiknat. Iemand van ons duwde de kinderwagen met mijn zusje Ida. Moeder en ik liepen gearmd, of beter gezegd elkaar vasthoudend, te janken in dat rotweer. Langzaam naderden we met zijn allen Goch. Verschillende bewoners van Milsbeek zagen over de grens ook weer familieleden. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 5 Onderdak in Niedermormter0020Het was een droef weerzien. In Goch werden we naar een school geleid en daar konden we de eerste nacht van onze evacuatie doorbrengen. Het was er in ieder geval warm en zo konden we onze kleding drogen. Alles moet daar redelijk goed geregeld zijn geweest anders had ik het misschien wel opgemerkt. Hoe we daar geslapen hebben weet ik niet meer. We hebben in ieder geval de kleren niet uit gedaan. Van verstrekte dekens of iets van dien aard kan ik me ook niets herinneren. We hadden toen van Milsbeek naar Goch al ongeveer 20 kilometer afgelegd. De tweede dag gingen we van Goch naar Kalkar, enkele kilometers voor de Rijn. Enkele wat grotere jongelui gingen het prikkeldraad over met een pannetje in de hand achter de koeien aan. Ze probeerden wat melk te vangen want er waren ook hele kleine kinderen bij ons. Ondanks alle ellende konden we toch, zij het met moeite een lachje opbrengen. Toen we in Kalkar aankwamen werden we naar een heel groot gebouw gebracht. Het was een soort gemeenschapshuis.

Overnachten tijdens de barre tocht

Voor was een heel groot podium en achter, tegen een blinde muur een piepklein balkonnetje met een heel steile wenteltrap naar boven. Groot genoeg voor 4 personen om te kunnen liggen. Ons buurmeisje Miem Kusters had samen met haar vrijer, zoals we dat toen noemden, snel bezit cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 6 SjangMansgenomen van die hoge plek met nog twee andere personen van ongeveer gelijke leeftijd. Volgens mij en mijn leeftijdgenootjes gingen die daar scharrelen. Wat we de tweede dag gegeten hebben weet ik niet meer. Wel weet ik dat heel veel van ons diaree hadden. Met een rotvaart schoten we dan naar buiten naar een moestuin achter dat grote gebouw. Aan de tomaten die nog aan de stengels hingen konden we zien dat we niet de eersten waren. Toen we met zijn allen eenmaal lagen, gekleed en wel, begon vooraan in de zaal vlak tegen het podium aan een herrie tussen Marie van Sjang Mans de schoenmaker, oftewel Marie Fen, en de familie Gietemans die zich boven op het podium letterlijk en figuurlijk hadden genesteld.

Marie als toeschouwster van Sjang in de schoenmakerij

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 7 Friette Grad draagt voorMarie, moeder van een stuk of acht kinderen, had de boterhammen voor de volgende dag gesmeerd, maar nog niet ingepakt. De familie Gieteman had ook opa bij zich. Als kinderen wisten wij toen al dat Gradje Gieteman aan het ‘verkindsen’ was. Gradje had hoge nood en had zijn plasser in de aanslag, richting de boterhammen. Marie krijste steeds harder en toen kwam Friette Grad, de eierhandelaar uit Milsbeek zich met de zaak bemoeien. Eigenlijk heette hij Gerrit Peeters. Omdat hij lid van de Partij was, mocht hij van de Duitsers zich een beetje als leider van de armzalige troep opwerpen. Hij riep Bernard Gieteman, vader van een gezin van naar ik meen vier kinderen, tot de orde. Hij schreeuwde toen: “Bernard, als jij niet voor die-en ouwe kunt zorgen dan zal ik het wel eens doen”.

 

 

Friette Grad

 

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 8 Ben Gietemanscultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 9 Betsie GietemanBen en Betsie Gieteman


Moeder Gieteman was een stadse juffrouw uit Den Haag. Die zat er bij en keek er naar. Zij kon toch niet tegen die dorpelingen op. Bernard lette verder beter op opa Gradje en de rust was terug. De afstand van Goch naar Kalkar, die wij de tweede dag af hadden gelegd, was 13 km. De derde dag gingen we weer op pad, nadat iedereen, ook de boeren die paard en wagen bij zich hadden, zich verzameld had. Dat gedoe met paard en wagen, het verzorgen van de dieren en zo, daar weet ik niets van. Het voetvolk werd het eerst opgehokt, ook het eerste naar buiten en daarna wachten totdat de mensen met paard en wagen zich bij ons aansloten. Tot aan de Rijn was het maar enkele kilometers. De dag begon voor sommigen goed. Toen de stoet langs een mooi burgermoestuintje kwam, stapten een paar van de opgeschoten jongelui over de draad en kwamen met worteltjes terug. Of wij nou wel of geen wortel kregen, het was voor allemaal een opsteker. De eigenaar van het tuintje ging tekeer maar als antwoord kreeg hij te horen dat wij alles kwijt waren.

Kort daarna kwamen vliegtuigen de karavaan vluchtelingen aanvallen. Zij doken vlak voor de Rijn, waar we stonden te wachten voor de oversteek, op ons neer. Een meisje van Jacobs van de Panoven, vlak bij ons, werd door een kogel in de rug getroffen. Zij was toen 18 jaar en werd voor haar verdere leven tot een rolstoel veroordeeld. De beschieting was maar heel kort en vanaf dat moment moesten alle boerenkarren een witte vlag of kussensloop aan een stok op de kar hijsen. We hebben geen last meer van beschietingen gehad. Nadat we heel, heel langzaam de Rijn overgezet werden, ging het richting Rees. Daar konden we al zien dat de vliegtuigen hun werk gedaan hadden. Van Rees gingen we richting Emmerich vlak aan de Nederlands-Duitse grens. We moesten om Emmerich heen, want de stad zelf moest zwaar getroffen zijn. Vanuit de verte konden we wel wat hoge gebouwen zien, die beschadigd waren door bombardementen. De weg waarover wij moesten gaan was door en door slecht, met heel diepe karrensporen en modderig door de regenval van de laatste dagen. Ja, en nu komt mevrouw Gieteman door de bocht. Hun kar schudde en wiebelde verschrikkelijk, net als alle andere karren natuurlijk. Maar zij had kennelijk thuis haar servies op de kar geladen! Want ze schreeuwde tegen haar man Bernard over dat servies, dat niet mocht verongelukken.

Deze dagtocht was een heel lange en zeer vermoeiende tocht. Als dertienjarige jongen kun je heel wat hebben, maar dit was wel erg veel. Om maar niet te spreken over wat de veel jongere tochtgenoten te verduren hadden. Als het echt niet meer ging, werd er gewisseld met diegenen die op een kar zaten en wij mochten dan ook een tijdje meerijden. Ik denk de meesten van ons niet wisten waar we heen gingen. Oh, wat waren we blij dat we de grens overgingen en in ’s-Heerenberg IN NEDERLAND aankwamen. Weer een beetje thuis, omdat we met zijn allen dachten dat we afgevoerd zouden worden. In ’s-Heerenberg werden we ingekwartierd in een kasteel. We zijn daar, meen ik, twee dagen blijven overnachten. Als ik me niet vergis, mochten er een paar van onze familieleden bij particulieren gaan eten. Zeker weet ik, dat een laantje bij het kasteel Nachtegaallaantje heette. De afstand van Kalkar naar ’s-Heerenberg die we die dag afgelegd hadden was 31 km.

De vierde dagtocht ging van ’s-Heerenberg naar Doesburg. Voor de eerste keer werd de stoet opgesplitst in voetgangers en mensen met paard en wagen. De voetgangers werden in goederenwagons gepakt. Niks stoelen maar ook niet door de modder lopen. Opeens kwam de trein met een schok tot stilstand. Een wagon was ontspoord. Geschreeuw van schrik en angst. Ja, er waren gewonden. Gelukkig geen doden. Een ernstig gewonde was Huub Rutten, een zoon van Toon Rutten, die naast de R.K. kerk woonde. Toon werd in Milsbeek met de bijnaam Toon Karroeng genoemd. Helaas moest Huub een been tot boven zijn knie missen. Na lang wachten in Doesburg kwamen de karren weer bij ons. Vandaar ging het richting Velp, om te overnachten. Maar voordat we daar waren zagen we langs de weg allerlei kapot oorlogsmateriaal liggen en ook nog kadavers van drie paarden. We kwamen in Arnhem langs een buitenwijk, waar mijn vader van deur naar deur ging, om voor een beetje melk met suiker te bedelen voor zijn jongste dochter van negen maanden. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 10 Gerrie FrankenDie was er zo slecht aan toe, dat alles wat ze binnen kreeg er vrij vlug weer uitkwam. In Velp aangekomen werden we ondergebracht in een of ander gek gebouw. We kregen daar kapucijners te eten. Die hadden ze waarschijnlijk op het fornuis gezet toen ze ons aan zagen komen. De dagen in Velp waren steeds goed gevuld. Na het eten meteen naar bed. In dat gekke gebouw lagen we waarschijnlijk in een soort magazijn. Zelf heb ik daar in een rek geslapen. Het gekke is dat ik steeds weer niet weet hoe mijn zussen, mijn broers en mijn ouders de nacht doorgebracht hebben. De afstand van ’s-Heerenberg naar Velp is 41 km. Vanuit Velp zijn we weer gezamenlijk op weg gegaan. Voetgangers, karren en paarden, alles was weer bijeen. Ik weet dat we in Ede zijn geweest en daar overnacht hebben. Dat is alles. Verder heb ik daar geen enkele herinnering meer aan. De afstand van Velp naar Ede is 27 km. Vanaf Ede zijn we weer gezamenlijk verder gegaan, richting Woudenberg. Het leek een dag te worden waarop niks bijzonders gebeurde. Mijn zus van zes jaar zat op de kar van Jan Spikmans. Op die kar zat ook Door van Hen Franken, die hoogzwanger was. Dat kon ik als dertienjarige ook zien.

 

Gerrie Franken (rechts), die geboren werd in Werkhoven, op de foto in zijn 2e levensjaar met zijn broertje Chris


Samen met mijn buurjongen Wiel Kusters en nog een paar andere leeftijdgenootjes waren we appelen aan het rapen, ja rapen en niet plukken. Dat was in Scherpenzeel. Opeens een lawaai van kraken en remmen en gillen. Ja hoor, raak! De kar van Jan Spikmans werd aangereden door een Duitse legerwagen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 11 Jan SpikmansDoor Franken lag op de weg te kreunen, maar ook mijn zus Martha van zes jaar lag op de grond. Zij was naar beneden gekwakt en lag met haar hals precies voor het karwiel. Wim van Schaijk die langs de kar liep, greep, naar ik even later hoorde, mijn zus bij haar benen en trok haar voor het karwiel weg. Gelukkig voor ons allemaal had Jan Spikmans, zij het met veel moeite, zijn paard stevig bij de teugel. Er bleek een burry gebroken te zijn.

 



Jan Spikmans met het paard dat de evacuatie meemaakte


Na dit ongeval moest de stoet toch verder. Jan Spikmans met zijn gehavende kar en mijn moeder vanwege mijn zus die niet meer kon lopen, bleven achter. Haar enkel was zwaar gekneusd en haar boventanden waren ontzet. Zelf bleef ik ook bij hen en vader ging met de rest verder. Na een hele tijd oponthoud kwamen twee dames van het Rode Kruis ons op weg helpen. Zij kwamen met twee fietsen. De een had een karretje achter haar fiets. In dat karretje ging mijn moeder, met Martha op haar schoot, zitten. Ik zat bij de andere vrijwilligster achter op de fiets. Langzaam gingen we richting Woudenberg. We kwamen bij een heel grote boerderij aan waar de anderen zich al in het stro genesteld hadden. De koeien liepen nog in de wei en daarom mochten wij op hun plaatsen in de stal liggen. Al met al werd het er niet beter op. Zorg om de jongste van negen maanden en zorg om de op een na jongste na de aanrijding in Scherpenzeel. Zij moest steeds gedragen worden. We kregen wel eten en drinken en vooral lekker warm eten daar op de boerderij in Woudenberg. De afstand die we die dag afgelegd hadden is 22 km. De zevende dagtocht was die van Woudenberg naar Zeist. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 12 Wim en Mina van ScaijckAlles ging gewoon door. We waren niet anders meer gewend. De een duwde de kinderwagen, de ander droeg mijn zus, maar niet lang. Gelukkig kon ze op een kar meeliften. Wel waren we blij dat we in Zeist aankwamen. We zaten in een lekkere warme school en daar bleven we een paar dagen. In Zeist gingen we al gauw op verkenning uit. Er stond daar een oude fiets en om beurten verkenden we de omgeving. De pret was van korte duur. De moffen kwamen de school binnenvallen en alle mannen moesten mee. Ook mijn vader, die toen 44 jaar was. Ze gingen tot 65 jaar. Heel veel bekenden van ons moesten mee. Ze werden met zijn allen bijeengejaagd in Het Kamp van Zeist. Daar vonden Wiel Kusters en ik hen achter een afrastering. Wij terug naar de school en de anderen verteld waar we de mannen gevonden hadden. Mijn vader was daar samen met Wim van Schaijk, Albert Derks, Piet Kusters, Piet Vervoort, Herman Thissen (de Pètjes), Willy Peters, Hubert Franken en nog veel meer van onze mensen. We stonden daar met een heel stel van onze vluchtelingen-karavaan. Mina van Schaijk-Franken was daar ook bij. Haar man Wim was er, maar ook een of twee van haar broers. Tegen het gaas aan gedrukt vroeg zij aan een dorpsgenoot die bij de SS was, om afscheid van haar man te mogen nemen. Het antwoord was: “Aan het Oostfront sterven er zoveel zonder afscheid te nemen.’’



Mina met haar man Wim van Schaijk


Na twee dagen werden we verder gebracht vanuit Zeist naar allerlei bestemmingen. Er gingen groepen naar Werkhoven, Vleuten, Maarssen en mijn familie ging naar Westbroek. Hoe we daar gekomen zijn weet ik niet meer. Te voet, met een wagen, ik weet het niet. Wat ik wel weet was dat we in Westbroek achter de kerk in een soort gemeenschapshuis lekker warm onthaald werden. Daar was de burgemeester en die moest ons een plaats bezorgen bij zijn dorpsgenoten. Vader was er niet meer bij en moeder met haar kroost, vier redelijk mobiel en twee kneusjes, een in de kinderwagen en de ander gedragen, kwam vlak bij de kerk bij een zekere familie Brauwer terecht. Het regende dat het goot en het was venijnig koud. Bij aankomst werd ons verzocht de klompen buiten te laten. Wij kwamen in de voorkamer, een soort pronkkamer, terecht en daar werd een pak stro door de eigenaar in een hoek van de kamer gegooid. We konden daar gaan liggen. Veel erger nog was dat de boer met hamer en spijkers de deur naar het achtergedeelte van het huis heel demonstratief dichtspijkerde. We stonden en zaten er versteend naar te kijken. Moeder zei tegen ons dat we bij elkaar moesten blijven en dat zij even terugging naar de burgemeester. In de kortste keren waren we weer terug in de lekkere warme ruimte achter de kerk. De klompen hadden bij Brauwer in de drup gestaan. Dus natte voeten moesten we maar op de koop toe nemen. Vandaar werden we in Achttienhoven in een wasserij ondergebracht. Lekker warm daar en we kregen echte erwtensoep. Hoe we van Westbroek naar de wasserij in Achttienhoven gekomen zijn weet ik niet meer. Maar, en nu komt het, daar was een jonge vrouw die kennelijk had gehoord van al onze ellende: een moeder alleen met zes sukkels. Opeens hoorde ik haar zeggen dat ze eens met haar pa zou gaan praten en niet lang daarna kwam ze terug. Haar naam was Grietje Lam. ‘’Het is goed’,’ had pa gezegd en na een paar honderd meter lopen, die konden er ook nog wel bij, kwamen we aan bij de familie Lam.

Juffrouw, zoals moeder steeds door de familie Lam aangesproken werd, kon met haar zes kinderen neerstrijken op wat noodbedden, maar zonder vader. Onze ellende en het verdriet van de afgelopen lange tocht, maar ook de bange tijd gedurende vier weken onder spervuur, meestal in de schuilkelder, is nauwelijks te meten of weer te geven. Vader werd, nadat het adres via het Rode Kruis was achterhaald, samen met Wim van Schaijk en Herman Thissen kort voor Kerstmis vrijgelaten. Ze hadden moeten beloven dat ze na de feestdagen weer terug zouden komen om verder te gaan met het graven van loopgraven. Maar die belofte werd niet nagekomen.cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 34 13 KAART evacuatietocht

   
Excursie stichting cultuurbehoudmilsbeek 6 en 13 o...04 nov 2018

58 personen hadden zich aangemeld voor de jaarlijkse excursie voor vrienden, vriendinnen, vrijwilligers en hun partner/introducé. Omdat we niet allen tegelijk [ ... ]

Lees meer...
Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 44 Het Engel...24 okt 2018

 Index
Hoofdstuk 44 - Boek "Oorlogsherinneringen" Het Engelse kerkhof(War Cemetery) in Milsbeek Door : Gerrie Franken De Britse begraafplaats in [ ... ]

Lees meer...
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Andere artikelen
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl