Kruimelpad

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 24 Whirling War Waves (De maalstroom van de oorlog)

Index

Hoofdstuk 24 - Boek "Oorlogsherinneringen"

Whirling War Waves (De maalstroom van de oorlog)

Door : Uittreksel uit de biografie van Josie van Oosterhout-Kersjes

De Milsbeek, waar ik gestrand was, is niet ver van de steden Nijmegen en Arnhem en de rivieren de Maas en de Waal. Dag en nacht vlogen er vliegtuigen over. Duitse tanks en zware artillerie denderden door de straten. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 01 Josie van Oosterhout 0008De mensen waren bang om naar buiten te gaan. Overal werd zwaar gevochten. De Ondergrondse werd actief. We hoorden dat de geallieerde legers Duitsland binnengevallen waren. Van Aken tot Luxemburg hadden eenheden van het vijfde U.S. Corps de zuidwestelijke grenzen van het Rijk bereikt. Op 15 september hoorden we dat –behalve een strook land bij de Duitse grens– België, Luxemburg en het zuiden van Limburg helemaal bevrijd waren. Dit betekende dat mijn familie en Gerard vrij waren en dat ik hier vast zat. Ik had naar hem moeten luisteren, dacht ik. Hoe mooi zou het zijn geweest als ik thuisgebleven was. Tante zag dat ik terneergeslagen was en probeerde me op alle mogelijke manieren op te vrolijken. “Maak je je zorgen, kind?” vroeg ze toen ze me mijn tranen zag wegpinken. “Ja,” antwoordde ik, “en ik heb ook heimwee. Ik mis vader en moeder, de familie, maar vooral Gerard”. “Wie is Gerard?”, vroeg oom verbaasd. “Mijn vriend. Nee, hij is meer dan een vriend, in het geheim zijn we verloofd. Ik heb hem laatst ontmoet tijdens een concert in het park. Ik speelde mandoline en hij bleef maar naar mij staren. Sinds die keer hebben we elkaar een paar keer gezien. Hij houdt heel erg van mij”.

 

 

 

 

 

De in Milsbeek gestrande Josie Kersjes met haar mandoline toen ze 19 jaar oud was

 

 

 

 

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 02 Annie Janssen Felling en Fien KersjesJosie met haar Milsbeekse vriendin Annie Janssen-Felling

 

Hij had me gewaarschuwd dat het te gevaarlijk was om deze reis te maken, maar niemand dacht dat de invasie zo snel zou komen”. Ik stopte even en met tranen in mijn ogen ging ik verder. “Hij zou vader en moeder afgelopen zondag ontmoeten. Het moet heel zwaar voor hem geweest zijn om te merken dat ik er niet was. Ik was zo blij met uw cakes”, zei ik tegen tante. “Ik ben er zeker van dat hij elke kruimel lekker had gevonden”. Ik liet me in een stoel zakken, terwijl de tranen vrijelijk over mijn wangen stroomden. Oom ging de kamer uit. Ik hoorde hem vloeken. “Ik kon er niet tegen. Ik wist niet wat ik moest zeggen toen ik jou zo vol verdriet en vol tranen zag”, legde hij me later uit. Tante legde haar armen om me heen. “Zo, zo,” zei ze, “nou jij een vriend hebt en jullie van elkaar houden hebben we iets te vieren. Ga oom halen”. Ze rommelde wat in de provisiekast. “Ik weet zeker dat ik iets had bewaard”, zei ze glimlachend en daar liet ze de echte koffiebonen zien. “Die heb ik bewaard voor een speciale gelegenheid”, lachte ze. “En trouwens nog wat. Als het zuiden bevrijd is, zullen wij de volgende zijn. Laten we daar op drinken”. 

 

 

 

Er was eens

Vakantie vieren op mijn ooms boerderij
Ik herinner me zijn silhouet van bekoring
De boerderij van mijn oom was mijn tweede thuis
Met groene weiden en een beekje om rond te dwalen

Paarden, kippen en koeien kenden me goed,
Katten en honden waren mijn vrienden, die waren prachtig.
Dreven de kudde aan het einde van de dag
Naar de wei, het pad vol melk.

Als tiener, kan de boerderij niet vergeten
De hoeve, nog steeds mijn bekoorlijke plaatje.
Tijdens de oorlogsjaren was het een feest
Op de boerderij altijd genoeg te eten.

Getrouwd, nam mijn kinderen mee naar de boerderij
Zonder gevaar speelden ze waar ik gespeeld had.
Ze zwommen in het beekje, dwaalden door de weiden,
Waren niet blij als we weer naar huis gingen.

Nu een oma, in een ver land,
Gelukkig, maar soms verschijnt er een hand.
Hij is van mijn oom, zwaait vanaf de boerderij,
Mijn tweede thuis, silhouet van bekoring.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 03 Oude boerderij Kersjes DriekronenstraatDe oude boerderij, nu bij Wiellie Kösters in gebruik als stal

Op een doordeweekse dag kregen we bezoek van de pastoor. Hij nodigde alle parochianen uit om zondag naar de mis te komen omdat dit de laatste zou zijn in de kerk. “Je kunt het geen kerk meer noemen,” zei hij somber, “deze week is de helft weggeblazen.” “We zullen er zijn,” zei tante terwijl ze water opzette, “tenminste zolang het veilig is om te gaan. ”Dankjewel, dit maakt me wat minder somber,” zei de priester later, toen tante hem een kop koffie gaf. “Dit ruikt heerlijk. Is het echte koffie? Het moet haast wel.” “Ja,’’ lachte tante, “en de rest bewaar ik in het pak tot de geallieerden komen. Ik heb het al jaren bewaard.” Op die zondag, 17 september 1944, schreven het noorden van de provincie Limburg en delen van de provincies Gelderland en Brabant geschiedenis. Het was een vredige zonnige morgen en een lichte wind bracht een frisse bries vanaf de rivier vlakbij, de Maas. “Wel, meisje,” zei oom na het ontbijt, “maak je klaar, we gaan naar de kerk. Op de Rijksweg is het druk met troepen en vrachtwagens maar op de zandweg is het niet zo slecht. Haal een fiets uit de schuur,” zei hij tegen mij (oom had fietsen voor zijn arbeiders tijdens de oogst) “we vertrekken om 8.45.” Terwijl we doorfietsten voegden steeds meer mensen zich bij ons. Het leek of de hele gemeente naar de kerk ging. Het was een ontroerende dienst en iedereen liet zijn tranen de vrije loop. Zelfs de priester was geëmotioneerd. “Na de oorlog herstellen we de kerk,” zei hij, “laten we bidden dat we vlug kunnen beginnen. ”Het denderen van de tanks en vrachtwagens overstemde de priester, maar de mensen baden steeds luider. Toen de priester zijn laatste zegen gaf, bad hij “Moge God u behoeden voor het kwade, en u allen zegenen. Ga in vrede naar huis.”

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 04 Pastoor HoefnagelsPastoor Hoefnagels

Buiten stonden de Duitsers te wachten om de hulpeloze mensen weer aan te vallen. Meestal staan de mensen na de mis nog even te praten maar nu was het anders omdat de Duitsers langs het kerkhof opgesteld stonden. Ze lieten de ouderen en de kinderen passeren, maar diegenen die een schop vast konden houden werden eruit gepikt. De meesten waren vrouwen. Ze namen ons persoonsbewijs en bevalen ons om over een half uur bij het kerkhof te verzamelen. “Trek geschikte kleding aan en breng wat te eten mee” schreeuwden ze terwijl ze hun geweren op ons richtten.“Ik ben niet van hier”, zei ik tot een Duitser die mijn persoonsbewijs pakte. “Ik woon hier niet, ik heb mijn kaart nodig.” “Wat doe je hier dan,” schreeuwde hij. Ik legde uit dat ik door de treinstaking gestrand was, maar dat interesseerde hem niet. “Dat heeft hier niets mee te maken, je bent nu hier en je wordt net als de anderen behandeld.” Oom en tante mochten gaan, omdat zij naar de boerderij moesten. Om 10.30 was iedereen er. Niemand van de lokale bevolking durfde weg te blijven. We wisten wat de straf voor onszelf en de anderen zou zijn als we niet gehoorzaamden. Eerst gaven de Duitsers ons onze persoonsbewijzen terug en toen moesten we naar de oever van de rivier marcheren om loopgraven te graven. We werden als slaven behandeld en de Duitsers lieten ons hard werken. Mijn arme handen (niet gewend aan werken met een schop) gingen na een tijdje zeer doen en ik stopte om even uit te rusten. Terwijl ik op de grond zat schreeuwde een van de soldaten, “Sta op, jij luie Nederlandse meid, ga door met graven.” “Ze verwachten iets,” fluisterde een vrouw, terwijl ze vlakbij aan het graven was. “Ze weten niet wat ze moeten doen, ze zijn zenuwachtig en bang en ze reageren het af op weerloze vrouwen.” Vermoeid ging ik nog eens tien minuten door met graven, tot ik merkte dat mijn handen bloedden. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 05 Meisjes graven aan de WestwallIk gooide de schop op de grond en zocht naar mijn zakdoek. “Ga door met graven,” schreeuwde dezelfde stem. “Loop naar de hel,” zei ik, “doe het zelf.” Ik voelde me door haat van mijn stuk gebracht toen hij op me af kwam rennen. “In hemelsnaam, hou je zelf in bedwang,” zei iemand, maar de andere vrouwen kwamen te hulp. Zij lieten hun schoppen vallen en zeiden tegen de razende Duitser “We moeten even rusten, dit werk is veel te zwaar voor ons. ”Zijn gezicht spande zich. “Ik bepaal wanneer het tijd is om te pauzeren,” schreeuwde hij, “ga door met graven.” Hij duwde de schop terug in mijn handen, pakte mijn bloes onder bij de kraag en tierde waanzinnig.

 

Meisjes in oorlogstijd bezig met graafwerkzaamheden

 

“Ik accepteer geen onzin meer van jou, jij onruststoker. Ga weer aan het werk”. Ik moest me beheersen om hem niet met de schop op zijn hoofd te slaan, maar ik vermande me en schoof mijn trots en mijn haat en pijn terzijde. Een ander meisje gaf me een krant. “Hier”, zei ze, “doe die rond de steel, hij beschermt je handen”. Om 1 uur gaven de Duitsers een teken dat we mochten eten. Omdat het een warme herfstdag was zocht ik een schaduwrijk plekje om te eten. Tante had wat restjes ingepakt, koude aardappels en een beetje brood. De arme ziel was te geschokt geweest en zo gehaast dat ze niets anders voor me had kunnen vinden om mee te nemen. Terwijl ik onder een heg zat te eten, zag ik een paar vliegtuigen overvliegen.“Niet zoveel als gisteren”, zei ik tot een vrouw die naast me zat. “Nee”, antwoordde ze. “De hel zal wel weer losbreken als we willen gaan slapen. Oh,” geeuwde ze”, ik heb allang geen nacht meer goed geslapen.” “Ik denk dat niemand dat heeft gedaan”, mompelde ik, “maar vannacht zullen we wel goed slapen.” Na een half uur gaven de Duitsers bevel dat we weer aan het werk moesten. Ze bleven naar de lucht kijken. Het was ongewoon rustig. Geen enkel lawaaierig donker vliegtuig bedierf de helderblauwe lucht. Dit was vreemd en we zagen dat de Duitsers zich niet op hun gemak voelden. In de ochtend hadden ze ons opgejaagd om door te gaan met graven; nu begonnen ze zelf ook te graven. “Ik vraag me af hoelang we dit moeten doen’’, dacht ik, terwijl ik naar de blaren op mijn hand keek. “Lieve Heer, wat heb ik gedaan dat ik dit verdien”. Om ongeveer 2 uur leunde ik op de schop om even uit te rusten. Ik deed mijn ogen dicht en begon te dromen. Een zachte stem fluisterde: ‘Ga alsjeblieft niet weg, het is te gevaarlijk, de geallieerden zijn in de buurt. Ik hou zoveel van je, ik kan niet zonder jou leven’. Ik verloor mijn evenwicht en de schop begon heen en weer te bewegen. Ik keek om me heen en het leek of de grond trilde. Iedereen liet zijn schop vallen toen ze ook iets bemerkten. De Duitsers stopten met schreeuwen en in plaats daarvan luisterden ze en bleven naar boven kijken, maar er was niets anders te zien dan een verblindend blauwe lucht. Maar een snel pulserend geluid trilde rondom ons en liet de grond beven. We waren verdoofd door het geluid in de lucht, maar zagen nog steeds niets. Een paar vrouwen begonnen te rennen en schreeuwden om hun mannen, maar de Duitsers hielden hen tegen en gooiden de hulpeloze vrouwen op de grond. Het snelle ritme van het geluid maakte mij ook bang en ik zocht dekking onder de heg waar ik had zitten eten. Ik wist niet wat er ging gebeuren, maar ik voelde me onder de takken en bladeren van de heg beschermd. Toen viel er een grote schaduw over de rivier en het land die veroorzaakt werd door honderden vliegtuigen die de lucht donker kleurden en een geluid maakten alsof het het einde van de wereld was. Toen ze dichterbij kwamen zagen we dat ze zweefvliegtuigen trokken. De loopgraven die wij gegraven hadden werden snel bezet door de bange Duitsers, de anderen moesten ergens anders dekking zoeken. Een paar minuten later gaven de geallieerden een schitterende demonstratie van vliegkunst. Ik kroop onder de heg uit en keek geboeid terwijl honderden en honderden parachutes in de lucht opengingen. Luchtlandingstroepen werden langs de rivieren Maas en Waal neergelaten. Iedereen langs de oever begon te roepen “De geallieerden zijn geland, de oorlog is over!” Sommige Duitsers gooiden hun geweren weg en gingen erop staan dansen. Aanvankelijk leek alles goed te gaan voor de geallieerden. Andere Duitsers geloofden nog steeds in de geheime wapens van Hitler en schreeuwden naar hun dansende kameraden - “Jullie stomme dwazen, de oorlog is nog niet over, we moeten het Vaderland verdedigen.” Toen begonnen vanaf de andere kant van de rivier zware beschietingen. Voor de parachutisten was het een ramp. Of het door een misverstand of God weet wat voor fout was, honderden parachutisten kwamen om voor ze de grond raakten toen ze op twee divisies van net ingezette pantsertroepen stuitten. Tanks begonnen te piepen en kraken op hun rupsbanden, een oorverdovend gebulder van zware geweren en artillerie begon granaten te werpen op de posities van de troepen. Vlagen raketvuur storten zich over de Nederlandse grens. De geallieerden hadden er nauwelijks rekening mee gehouden dat de Duitsers voldoende hersteld zouden zijn om een dergelijke schokkende verrassing te lanceren.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 06 Luchtfoto Maaskemp 31-12-1944Luchtfoto weilanden langs de Maas bij de Maaskemp/ Genneperhuis. Linksboven de Rijksweg met aansluitingen Bloemenstraat en Driekronen; December 1944.

De in de loopgraven verdekt opgestelde Duitse Infanterie, richtte hun pantservuist lanceerinrichtingen op de vijand. Tijdens de hevige gevechten aan de andere kant van de rivier moesten we dekking zoeken omdat zowel de Duitsers als de geallieerden schoten op alles wat bewoog. Ik weet niet meer hoelang ik me verstopt heb onder de heg met mijn gezicht plat op de grond en mijn handen tegen mijn oren. Eindelijk kon ik mezelf niet langer in die positie houden en ik kroop zigzaggend een stukje weg van de heg om rond te kijken. Terwijl ik nauwelijks adem durfde te halen ging ik op mijn knieën zitten en keek naar het hellevuur. Slechts een paar meter van mij af openden de Duitsers het vuur op de bosjes aan de overkant van de rivier. Ik viel plat op mijn gezicht en kroop langzaam terug naar mijn oorspronkelijke schuilplaats en stopte mijn vingers in mijn oren. Plotseling vatte ik moed en kroop langzaam naar een paar bomen. Kogels suisden overal vandaan. Mijn hart ging hysterisch tekeer toen een paar vrouwen me vastpakten en me tussen een rij bomen introkken. Huilend bad ik en voelde dat mijn hart zou barsten.“Laten we hopen en bidden dat we hier heelhuids uitkomen”, zei een van de vrouwen. “We moeten niet in paniek raken en we moeten bij elkaar blijven.’’

We bewogen ons verder tussen de bomen die naar een wei leidde. We kropen dicht over de grond. Soms stopten we even en dan lagen we een paar minuten doodstil. Ik schrok zo van een nieuw salvo geweerschoten dat ik opsprong en als een gek door de wei naar de zandweg begon te rennen. Ik ging rechtsaf en bleef rennen tot ik bij een groter bosje bomen kwam. Ik huilde, hijgde en trilde over mijn hele lichaam tot ik uiteindelijk de boerderij bereikte. “Dank u God”, huilde tante toen ze me in haar armen nam, “je bent veilig. We waren zo ongerust”. Oom sloeg zijn armen om mijn hals. We huilden allebei. Nadat ik me gewassen had en andere kleren aangedaan had, behandelde tante mijn handen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 07 Mogelijk Leida  Kersjes 2Op haar gezicht zag ik een mengeling van opluchting en haat. “Het had erger kunnen zijn”, zei ik, “ik had gedood kunnen worden”. Toen rook ik het aroma van koffie. “Net wat ik nodig heb”, zei ik tegen tante. Terwijl ik kleine slokjes van de koffie nam vertelde ik oom en tante wat er langs de rivier gebeurd was. Terwijl ik druk aan het vertellen was zag ik dat ze hun beste kleren aanhadden. “Waarom hebben jullie die kleren aan?” vroeg ik. “Nou”, zei tante optimistisch, ”sommige mensen in het dorp verspreiden het nieuws dat de geallieerden in Nijmegen, Arnhem, Grave en Oosterbeek en langs de rivier geland zijn en dat we ze moeten inkwartieren”, Dat verklaarde de grote pot koffie, hun kleding en de mooi gedekte tafel. Het begon donker te worden en met tussenpozen konden we het schieten horen vanuit het dorp. Vanaf de weg bij de oever van de rivier werd nog steeds heftig geschoten en er waren ontzettend zware explosies te horen. Tante verwachtte nog steeds geallieerde soldaten en was druk in de weer met dekens en kussens om extra bedden te maken.

Tante Leida Kersjes


“Doe geen moeite”, zei oom. “Duitsland mag dan wel met de rug tegen de muur staan, maar Hitlers dienaren vechten nog steeds verbeten door.’’ Die nacht sliep niemand omdat het lawaai van de vliegtuigen en het schieten alsmaar doorging. ’s Nachts dronken we de koffie die een beetje opgewarmd was zelf op. Bij het aanbreken van de dag hoorden we schieten en een tijd lang hoorden we het geluid van vliegtuigen en het geratel van machinegeweren en cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 08  Duitse machinegeweerstelling0009explosies dichterbij komen. Naarmate de morgen vorderde en in de middag kwamen de Duitse tanks en infanterie voorbij de boerderij op weg naar het Reichswald (een uitgestrekt woud dat langs de Nederlands-Duitse grens loopt).Iedereen werd onrustig. Er waren nog geen Amerikanen en Engelsen in zicht, we zagen alleen maar Duitsers en nog meer Duitsers. Een paar boeren kwamen oom opzoeken. De arme mannen waren verbijsterd en in de war door de strijd tussen de Duitsers en de geallieerden. “We zitten er midden tussenin”, zei een van de mannen. “Wat kunnen we doen?” “Hou het hoofd koel”, raadde oom aan, “en doe niets waar je later spijt van zal hebben. Verzet je nu niet tegen de Duitsers, jullie tijd komt nog wel, maar hou je nu rustig.’’

Duitse machinegeweerstelling


Een paar dagen later hoorden we de eerste verhalen over de Operatie ‘Market Garden’. Een moedige boer in de buurt had nog steeds een radio ergens verborgen. Wegens een gebrek aan elektriciteit fietste zijn vrouw tijdens de uitzendingen op een oude fiets die verbonden was met een transformator om het voltage te verhogen. Deze moedige mensen verspreidden persoonlijk het nieuws onder hun vrienden. “Dat zijn onze vrienden, waar oom iedere vrijdag naar toe gaat om naar de radio te luisteren,” fluisterde tante, toen twee mannen naar de boerderij kwamen. Maar deze keer was het weinig hoopgevend nieuws. Ze vertelden, dat Operatie ‘Market Garden’ een opdracht onder bevel van Veldmaarschalk Montgomery was, om de zeer belangrijke bruggen over de rivieren de Maas en de Waal in te nemen. 20.000 Luchtlandingstroepen waren boven Nederland neergelaten met de taak om de stad Arnhem in te nemen en tevens de twee grote bruggen over de rivieren de Maas en de Waal. Volgens het plan had deze Operatie een corridor moeten leggen langs de lijn Eindhoven-Nijmegen-Arnhem om het 2e Britse leger in staat te stellen vanuit België naar het noorden door te stoten naar het centrum van Nederland. Zonder problemen landden de Amerikanen en bezetten Eindhoven waarbij ze twee belangrijke bruggen innamen. Een andere divisie veroverde de brug over de Maas in Grave, maar niet die over de Waal in Nijmegen door hevige Duitse tegenaanvallen. Het was een gedurfde poging om met luchtlandingstroepen de vijand in de flank aan te vallen. Maar de Britse parachutisten vonden de weg naar Arnhem geblokkeerd door sterke Duitse strijdkrachten en konden de brug niet bereiken. Ik begon te huilen toen ik dat slechte nieuws hoorde. “Ik denk niet, dat ik nog ooit thuiskom. Ik moet hier denk ik nog heel lang blijven”, jammerde ik. “Geef de hoop niet op, kind”, zei oom op vaderlijke toon. “De Amerikanen zullen wel iets bedenken, daar zijn ze goed in. Als hun eerste poging niet lukt, zullen ze het opnieuw proberen. Hun activiteiten hebben in ieder geval een hoop consternatie veroorzaakt onder Hitler en zijn mensen.’’

Een paar dagen met hevige gevechten gingen voorbij. Onze vrienden kwamen weer een keer langs. “Dit is de laatste keer dat we nieuws brengen,” zeiden ze. “Het wordt te gevaarlijk. Dag en nacht snuffelen de Duitsers op onze boerderij rond. Mijn vrouw zegt dat we onze plicht gedaan hebben en dat we niet meer kunnen doen. Als ze de radio vinden, vermoorden ze ons allemaal. Tussen twee haakjes,” bromde hij, “het is toch allemaal slecht nieuws. De Britse pogingen om bij Arnhem door de Duitse linies te breken en de brug te bereiken zijn mislukt. Het aantal slachtoffers is hoog. Slechts een vierde van de mannen is ontsnapt. Radio Oranje heeft dat toegegeven. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 09 Mogelijk Lies KersjesOp maandagavond, 25 september, eindigde Operatie ‘Market Garden’ als een volslagen mislukking.’’ Dit verschrikkelijke nieuws sloeg bij ons in als een bom en we werden erg terneergeslagen. Onze hoop om de geallieerden met open armen te ontvangen was weggevaagd. Ik zag dat de blik in mijn ooms ogen veranderde in die van een bezorgd kijkende oude man. Tante liep de kamer uit, ze huilde als een kind en ik zonk in een stoel terwijl al mijn dromen voor mijn ogen vervlogen. Onze vrienden verlieten zachtjes de kamer. Ze hadden dit soort reacties al meer gezien na dit laatste verslag. Later ging ik op zoek naar tante. Ik vond haar in de slaapkamer. Een grote Nederlandse vlag bedekte het bed. “Help me even”, zei ze met trillende stem, “we kunnen hem maar beter weer opbergen en er niet meer aan denken”. Terwijl we de vlag opvouwden bungelden de tranen over onze gezichten.

 
Tante Lies Kersjes

De Duitsers waren zich nu terdege bewust van het zeer grote gevaar dat het Derde Rijk bedreigde en zonden elke man en machine die ze voorhanden hadden naar de linies bij de Maas, de Waal en bij Arnhem. Hitler riskeerde alles om de Duitse grenzen in Nederland te verdedigen. De Bevrijding, zo dichtbij op 17 september, werd gevolgd door weken van eindeloze nachtmerries. Niemand kan beschrijven wat er werkelijk gaande was langs de Maas en Waal frontlinie, want ieder individu heeft zijn eigen pijnlijke verhaal te vertellen. Veel burgers werden onbekende helden, die een onverschrokken rol speelden achter de vijandige linies. Medemensen, die zorgden voor ander mensen, maar nooit genoemd zijn laat staan een medaille hebben gekregen. Dit was echte saamhorigheid. De bakker die tussen de explosies door ons dagelijks brood bakte, totdat zijn bakhuis in vlammen opging. Slagers, die met gevaar voor eigen leven hielpen om het gewonde vee uit het lijden te verlossen en de rompen dan uitbeenden voor menselijke consumptie. Vrijwilligers, die melk, brood en vlees bezorgden bij hongerige, bange mensen die zich in schuilplaatsen en schuren hadden verschanst. Vrouwen die eerste hulp verleenden aan burgers en soldaten. Maar ondanks de angst dat granaten van luchtafweergeschut of kogels van sluipschutters hen konden doden, werd de heldhaftige kameraadschap groter zonder dat ze rekening hielden met de eventuele gevolgen voor henzelf. Iedere volgende dag kwamen meer Duitsers snel naar het slagveld. Tanks, vrachtwagens, zware artillerie en kanonnen. Alle gebouwen, boerderijen en huizen werden volgestopt met Duitse soldaten. Sommigen waren begaan met de burgers, maar de mannen van de Gestapo waren zo gemeen als maar zijn kon. Zij geloofden nog steeds dat de Fuhrer de oorlog zou winnen en probeerden iedereen daarvan te overtuigen. Dagenlang waren tante en ik niet buiten geweest. Maar op een middag waren we dapper genoeg. Het schieten was iets afgenomen en het leek veilig om op de boerderij rond te kijken. We gingen bijna van ons stokje toen we vijf machinegeweren opgesteld zagen in een boog rond de tuin en een aantal tanks. In de stal was een Duitser wanhopig aan het proberen per radio contact te maken. “Hij werkt niet naar behoren,” legde hij uit aan oom die bij hem stond te kijken. “Er zijn hier teveel bomen en bossen, maar ik zal het aan de praat krijgen. ”Voor we weer naar binnen gingen, wees oom plotseling naar de lucht. “Het ziet er naar uit dat er een bloedige strijd gaat beginnen”, zei hij, terwijl we de kleine vlekken aan de horizon groter zagen worden. “De geallieerden laten nog meer voorraden neer voor hun mensen die in de val zitten.” In dreigende stilte ging ik naar binnen en bad voor onze ongelukkige, geallieerden vrienden. Het wemelde nu op de boerderij van Duitse uniformen. Een commandant, die op de boerderij ingekwartierd was, bezette een van de slaapkamers en zijn mannen hadden de stallen en schuren in gebruik. Tot onze verbazing behandelden de Duitsers ons met sympathie en begrip.

Op een avond werd er op de keukendeur geklopt. “Kom binnen”, zei oom. Ik staarde naar de deur terwijl ik me afvroeg wie het kon zijn. De Duitse commandant kwam binnen met een fles Schnaps bij zich. “In hemelsnaam”, zei hij, “kijk niet naar me als een vijand. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 10 Hen Kersjes2Ik haat deze oorlog net zoals jullie, maar ik moet mijn werk doen”. “Jouw walgelijke baan interesseert me voor geen cent’’, bromde oom, “maar u kunt ons vertellen wat er gaat gebeuren.” “Dat weet niemand, de tijd zal het leren”, zuchtte de commandant. “Kom, drink wat met me’’, zei hij tegen oom, “we hebben veel gemeenschappelijk, je moet weten dat ik ook boer ben”. Dan reageerde hij fluisterend: “Praat niet met mijn mannen hierover”. Oom leek aardig opgelucht door deze grootmoedige mededeling en zonder nog een woord dronken ze samen een borrel. Vanaf dat moment begrepen de commandant en oom elkaar vanwege de liefde voor hun land.

 

Oom Hen Kersjes

 


Een paar dagen later gingen oom en ik naar Gennep, de dichtstbijzijnde stad. We zouden bij familie op bezoek gaan. Ze hadden dochters van mijn leeftijd en hadden al eerder gezegd dat als ik kleding nodig had, ik wat van hen kon lenen. Op een avond nadat mijn oom de commandant uitgelegd had dat ik niet zijn dochter maar zijn nichtje was en dat ik bij hen gestrand was en kleding nodig had, schreef de commandant een speciale vrijgeleide om ons door te laten. We gingen met de fiets en bleven op de onverharde weg. Om geen aandacht te trekken reden we apart maar zo hard we konden. We werden een paar keer tegengehouden door Duitse bewakers, maar nadat ze onze brief gelezen hadden lieten ze ons door. We vervolgden onze reis in een warm vriendelijk zonnetje. Gecamoufleerd oorlogstuig bedierf het prachtige groene landschap en ik verwenste het terwijl ik hard op de pedalen duwde. Er gingen zoveel dingen door mijn hoofd die niet bepaald mijn humeur en moreel verbeterden. Binnen veertig minuten waren we bij het huis van onze nicht. Helen huilde toen ze de deur opendeed. “Arm kind”, zei ze, “ik heb zo met je te doen. En hoe is het met je vader en moeder, die moeten zich ook ontzettend ongerust maken. Je moet ze via het Rode Kruis laten weten dat het goed met je gaat.’’ ”Dat zal ik zo spoedig mogelijk doen”, zei ik. Terwijl Helen thee zette, sorteerden haar dochter Anna en ik wat kleren. “Dit is erg lief van je, Anne”, zei ik terwijl ik wat kledingstukken paste. “Ik zal ze als de oorlog voorbij is terugbrengen”. “Neem alsjeblieft wat je wilt”, zei ze met een flauwe glimlach. “Ik kan niet alles meenemen als we weg moeten. Ik ben blij dat ik je kan helpen. Je hebt ook wat warme kleding nodig voor als het winter wordt’.’ “Winter ?”, zuchtte ik, “dan hoop ik toch thuis te zijn.’’ Omdat we tante niet te lang alleen op de boerderij konden laten gingen we kort daarna weer weg. “We moeten gaan,” zei oom, “dank je voor alles, Helen, ik hoop je de volgende keer onder betere omstandigheden te zien.” Ik zag dat ze nog steeds aan het huilen was. “Heb je iets van Jan en Dirk(Helens man en zoon die allebei in Duitsland werkten) gehoord?,” vroeg ik. “Nee,” snikte ze, “niet sinds afgelopen juni, maar ik heb de hoop niet opgegeven dat ze eens thuis zullen komen. ”We namen met tranen in onze ogen en een brok in onze keel afscheid. Op weg naar huis werden we weer tegengehouden door dezelfde Duitse bewakers. “Wat zit er in dat pak?,” vroegen ze, “jullie hadden dat niet bij jullie toen je hier eerder langskwam.” “Kleren,” zei ik, “kijk zelf maar, ik heb ze hard nodig.” Nadat ze overtuigd waren fietsten we verder en kwamen zonder problemen terug op de boerderij. “Godzijdank hebben we een goede tocht gehad,” zei oom, terwijl hij mij een vaderlijk schouderklopje gaf. “Ik ben blij dat we gegaan zijn, je hebt nu tenminste wat meer kleren. Ik moet de commandant bedanken, want zonder zijn pas hadden we dit niet kunnen doen. ”De volgende nacht deden we geen oog dicht omdat wanhopige geallieerden de Duitse doelen langs de linies bombardeerden. We gingen in en uit bed en naar de schuilkelder(een koele kamer voor het bewaren van zuivelproducten). De volgende morgen besloot oom onze bedden naar de schuilkelder te brengen. “Zo kunnen we tenminste blijven waar we zijn,” zei hij.Vanaf die dag was de schuilkelder ons woonvertrek omdat de Duitsers de boerderij hadden veranderd in een mitrailleursnest. Een kanon stond bij de kippenschuur en gecamoufleerde tanks waren nauwelijks zichtbaar in de boomgaard.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 11 Boerderij Kersjes december 1944Luchtfoto omgeving boerderij Kersjes(bij de pijl) december 1944

“Het lijkt wel of we in een vesting wonen,” huilde tante op een ochtend. nadat de Duitsers ook elk raam hadden gebarricadeerd. “We zullen hier nooit meer levend uit komen.” Ik probeerde haar wat op te vrolijken, maar dat lukte niet. “Kijk nu eens rond in mijn huis,” bleef ze maar jammeren, “ik had alles klaar om de geallieerden welkom te heten en nou hebben de Duitser alles gesloopt en geruïneerd.” En ze had gelijk, het was een grote bende. Ik moest een paar tranen wegslikken toen ook ik overvallen werd door een golf van zwaarmoedigheid, maar dat duurde niet lang omdat ik dit gevoel met mijn vechtersmentaliteit overwon. “Kom op, tante,” zei ik, “kop op. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 24 12 De lucht vol parachutesWeet je wat ik ga doen? Ik ga een bad klaarmaken, ik heb dat hard nodig. Wat vind je daarvan?” “Dat is een goed idee,” antwoordde ze, “oom en ik moeten ons ook eens goed wassen.” We brachten de gegalvaniseerde teil naar de schuilplaats en zetten potten en pannen op de kachel voor het warme water. Het kostte oom moeite om het vuur aan te houden. Dit hield ons een tijdje bezig. Nadat we allemaal weer lekker schoon waren, gebruikten we het water om onze kleren in te wassen. Later spoelden we de was verder in de keuken. We hadden onszelf een hoop moeite kunnen besparen, want de was hing dagen buiten. Het was niet veilig om naar buiten te gaan en toen het eindelijk rustig werd troffen we alleen nog maar flarden aan. De Duitsers grepen elke gelegenheid aan om met schieten te beginnen en dit werd prompt door de geallieerden aan de andere kant van de rivier beantwoord. Oom durfde een paar keer naar buiten te gaan om naar het vee te kijken, maar verschillende keren kwam hij erg overstuur terug. “Meer parachutes”, zei hij somber, “meer voorraden, de strijd zal vast hier uitgevochten worden. Wat gaan we doen?”

 

 

 

 

 

Een hemel vol parachutes

 

 

Op een middag kwam de commandant vragen of we naar een uitzending op de Duitse radio wilden luisteren. “De radio doet het nu uitstekend”, zei hij, “en Radio Berlijn heeft een herhaling aangekondigd van een redevoering van een van de veldmaarschalken”. “Dat kunnen we wel doen”, zei oom, “want we hebben niets anders te doen’’ We gingen naar de stal die vol zat met soldaten. Met afschuw luisterden we naar de stem die de soldaten bleef aanmoedigen vol vertrouwen door te vechten. “Soldaten van het Derde Rijk’’, zei de veldmaarschalk, ”ons thuisland, de levens van onze vrouwen en kinderen staan op het spel. Niemand van ons geeft op en blijft zolang hij leeft de Duitse bodem verdedigen. Wie zich zonder strijd terugtrekt is een verrader voor zijn volk. Onze Fuhrer en onze geliefden vertrouwen hun soldaten. Lang leve ons Vaderland en onze geliefde Fuhrer. Heil Hitler.’’ Enkele van de soldaten in de stal werden hysterisch en schreeuwden: ‘Heil Hitler’, andere pinkten hun tranen weg, maar de meeste oudere mannen staarden zwijgend voor zich uit. Zij waren het vechten spuugzat en het enige wat ze wilden was naar huis naar hun families gaan. Die avond kwam de commandant weer bij ons op bezoek. Hij en oom zaten soms urenlang te praten.

De commandant, een boer uit Beieren, behandelde ons uiterst hoffelijk en voorkomend. Ondanks dat hij een Duitser was, een vijand, werd hij een vriend. Hij liet foto’s zien van zijn gezin, zijn ouders en zijn boerderij. Deze beschaafde man was de oorlog in gedreven. “Ik hou van mijn vaderland”, zei hij op een avond, “maar ik ben tegen het Hitlerregime. Maar wat kan ik doen? Als de Gestapo erachter komt dat ik een verrader ben, vermoorden ze mij en mijn familie”, fluisterde hij. Ik keek naar de man van middelbare leeftijd en was verbaasd door wat hij zei. Overdag was hij de typische Duitse commandant, die zijn hielen tegen elkaar klikte en de Nazigroet gaf, maar ’s avonds in de Nederlandse keuken bij het zachte kaarslicht werd hij een toegewijde familieman. Hij was een van deze zeldzame, welopgevoede Duitsers. Een sterke, blonde, goeduitziende man zonder een onvolkomenheid. Zijn grote blauwe ogen wezen op een prettige persoonlijkheid. Ik had medelijden met de man die zijn familie al meer dan twee jaar niet gezien had. “Ik hoop ze met kerstmis te zien”, mompelde hij terwijl hij naar de foto van zijn vrouw en drie kinderen keek. De volgende dagen werd het schieten en bombarderen nog erger en we bleven bijna de hele tijd in de schuilkelder. Gelukkig liet de commandant een Duitse kok wat te eten brengen. Terwijl de felle gevechten dag en nacht doorgingen, bleven de mensen in de schuilkelders bidden. We begonnen de omvang van het dreigende gevaar in te zien en probeerden er mee te leven. Vanwege het risico zagen we niemand behalve de bezorgers. Met gevaar voor eigen leven brachten zij voedsel en berichten van de ene plaats naar de andere. Oom had zich ook als vrijwilliger aangemeld en de verhalen waar hij mee thuiskwam waren ronduit afschuwelijk. Niet ver bij ons vandaan was een meisje, een tiener, doodgeschoten. Ze was erg nieuwsgierig om te zien wat er buiten gaande was en vertoonde zich bij het raam. Ze werd meteen door een kogel van een sluipschutter gedood en haar lichaam lag dagen in de kamer voordat de familie haar in de achtertuin kon begraven. Een andere familie was gestorven toen er een bom op hun huis ontplofte. Een aantal dorpsgenoten was aan stukken gereten toen ze op een landmijn stapten. “Het hele gebied is een verdomd mijnenveld”, verwenste oom. “We hebben een goede beschermengel nodig om ons hier uit te leiden.’’

Overal werden zware verliezen geleden en we vroegen ons af hoelang dit nog zo door kon gaan. Bovendien was de lucht bedorven door de stank van dode paarden en vee. Dit was op zichzelf ook nog een risico van de oorlog omdat vliegen in en uit de karkassen vlogen en zo het gevaar van ziektes verspreidden. Er was geen elektriciteit en veel families hadden geen schoon water. De grootste aanval kwam begin oktober. De geallieerden bleven bombarderen en vochten hard om de restanten van Hitlers Europese Rijk te veroveren, maar de Duitse Pantserdivisie lanceerde een verdedigingsaanval. Toen kwam de fatale dag. Terwijl we ademloos wachtten op eindelijk een beetje rust gaven de Duitser de mensen bevel te evacueren omdat het hele gebied langs de Maas tot ‘niemandsland’ verklaard was. Ik noemde het later ‘onheilsland’. Dit schokkende nieuws ontnam de mensen hun laatste sprankje hoop. Oom ging naar de commandant en vroeg of het waar was. “Ja,” was zijn antwoord”, sommige delen van Noord-Limburg zijn al geëvacueerd door de Duitsers. Niemand, en ik herhaal, niemand zal veilig zijn als hij blijft. Het spijt me dat ik je dit moet zeggen, ik weet zelf hoe erg het is om je land te moeten verlaten.’’ “Ik heb het begrepen’’, zei oom terwijl de twee mannen elkaar recht in de ogen keken. Tante trok helemaal wit weg toen oom ons het verschrikkelijke nieuws vertelde. Deze ramp had ze nooit verwacht. “De boerderij verlaten, nooit”, huilde ze hulpeloos. “Dit is ons leven, dit is onze hoop”. Ik stond daar ook hevig geschokt. Ik kon niets zeggen of bewegen, ik staarde alleen maar naar oom. Hij keek moedeloos, maar zei geen woord, zijn handen waren tot vuisten gebald. Toen, terwijl hij tante troostte die bijna flauwviel, kon hij zich niet langer inhouden. Het was hartverscheurend om te zien hoe ze elkaar vasthielden terwijl de tranen over hun wangen stroomden. Dit was ook voor mij te veel en ik huilde op ooms schouder. Ons laatste sprankje hoop was vervlogen. Later toen de verontwaardiging en het verdriet langzaam wat minder waren geworden, zei oom : “We staan hierin niet alleen. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Het is nog erger voor gezinnen met kleine kinderen. Het zal ons heel veel verdriet doen als we alles achterlaten, maar we zullen terugkomen en weer opnieuw beginnen. De boerderij kan vervangen worden, maar we moeten op ons zelf passen. Het voornaamste is om in leven te blijven.’’

Via Frans Kerkhoff kwamen we in het bezit van een geromantiseerde biografie van Josie van Oosterhout-Kersjes. Toen zij eens in Nederland was heeft Frans met haar de mogelijkheden verkend voor de uitgifte in Nederland van deze biografie maar dat is vooralsnog niet gelukt. Josie is een dochter van Dorus Kersjes, een broer van Hen, Leida, Drieka en Lies die vroeger op de hoek van de plek waar de Onderkant op de Driekronen aansluit woonden. In het begin van de vorige eeuw moet hij naar ‘de mijn’ zijn vertrokken. Kort voor het begin van Market Garden op 17 september 1944 ging Josie, zoals wel vaker, per trein naar haar oom en tantes op de boerderij in Milsbeek op bezoek, ook om wat eten te halen(de namen en gezinsamenstelling zijn door haar onherkenbaar opgenomen). Door de ontwikkelingen in de strijd werd haar terugreis naar huis echter afgesneden en bleef zij noodgedwongen op de boerderij van haar oom Hen en haar tantes Leida, Drieka en Lies in Milsbeek. Ze maakte daar een maand lang de strijd mee. Midden jaren vijftig emigreerde ze naar Australië en zette daar op het einde van de tachtiger jaren haar oorlogservaringen in het Engels in de vorm van een biografie op papier. Josie is inmiddels 85 jaar en heeft nog regelmatig telefonisch contact met haar Milsbeekse vriendin uit die tijd Annie Janssen-Felling. Carla Peeters vertaalde, op ons verzoek, de belevenissen van Josie tijdens haar verblijf in Milsbeek.

   
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 43 Persoonli...15 juni 2018

 Index
Hoofdstuk 43 - Boek "Oorlogsherinneringen" Persoonlijke verhalen van soldaten en veteranen Door : Frank van Duin en Kevin Lemmens ‘In [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Stichting Cultuurbehoud Milsbeek zoekt een assiste...31 jan 2018

De werkzaamheden bestaan uit het actualiseren van en onderhoudswerkzaamheden aan de website www.cultuurbehoudmilsbeek.nl De assistent(e) werkt zelfstandig [ ... ]

Lees meer...
Culthis Radio17 jan 2018

Culthis Radio De uitzending van Culthis Radio van januari 2018 staat weer op YouTube en kunt u beluisteren via deze link: https://youtu.be/FF8vc8cd8mQ Het [ ... ]

Lees meer...
Boekpresentatie ‘de minse op de milsbѐk’11 dec 2017

Zondag 19 november 2017 was voor Stichting Cultuurbehoud Milsbeek een geweldige dag. Velen waren naar het Trefpunt gekomen voor de presentatie van het 1e [ ... ]

Lees meer...
Terugblik Open Monumentendag 201716 okt 2017

Terugblik Open Monumentendag 2017

Ook dit jaar deed Stichting Cultuurbehoud Milsbeek mee aan de Open Monumentendagen (OMD) in het weekend van 9 en 10 september. [ ... ]

Lees meer...
Dorpsblad : Mededelingen Stichting Cultuurbehoud M...16 okt 2017

Geplaatst mededelingen in het dorpsblad 'op de milsbèk' - oktober-november 2017 Mededelingen Stichting Cultuurbehoud Milsbeek Monumentenschildje gemeente [ ... ]

Lees meer...
Struinpad Milsbeek tijdelijk niet begaanbaar12 okt 2017

  Oktober 2017   Struinpad Milsbeek. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat is een deel van het Struinpad tussen de Bloemenkamp en de Maas [ ... ]

Lees meer...
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl