Kruimelpad

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 21 Midden in het front

INDEX

Hoofdstuk 21 - Boek "Oorlogsherinneringen"

Midden in het front

Door : Door Toon Ehren (op basis van brief 4 februari 1945)

‘Het zal je uitermate verwonderen, een brief van mij te ontvangen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 1 Toon EhrenJe had me natuurlijk allang in het bevrijde gebied gewaand, maar jammer genoeg bevind ik mij daar niet. Omdat ik echter niet alles ineens vertellen kan, zal ik beginnen bij het begin.’

Toon Ehren, de schrijver van de brief

‘Eerst zij echter nog gezegd, dat deze brief eveneens bestemd is voor de families Spil, ter Ellen en Tervoort. Bovendien wil je wel de groeten doen aan de kapelaans Duijvesteijn en Groot. In het begin van de maand September hebben wij de terugtocht aanschouwd van het Duitse leger uit Noord-Frankrijk en België. Dagenlang heeft ons huis staan daveren. Onafgebroken rijen van alle mogelijke oorlogstuig zijn voorbijgekomen. En dag in, dag uit, steeds weer de aanvallen van de Engelse en Amerikaanse jagers. Trouwens, dat weet je nog wel, want ik heb je toen nog geschreven, nietwaar. Eindelijk begon het te minderen. Toen werden hier in de omgeving (Plasmolen, Milsbeek, Middelaar, Mook) overal Duitse soldaten ingekwartierd. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 2 Marietje EhrenWij hebben er gelukkig geen gehad, maar mijn moeder had er twintig. Gezegd moet echter zijn, dat het nette lui waren en ze heeft er geen last van gehad. In mijn moeders huis was de helft van de soldaten uit Polen afkomstig en die waren zo anti-Duits als het maar zijn kon. Behalve soldaten werden ook in ieder dorp grote contingenten van de Duitse Arbeidsdienst ondergebracht. Verder ook nog grote groepen van oudere Duitse burgers, want die arbeidsdienst-mannen en die Duitse burgers moesten dagelijks van ’s morgens tot ’s avonds graven aan de Oostelijke Maasoever.

Moeder Marietje Ehren voor haar woning aan de Zwarteweg

Ook de gewone verschijnselen van mannen vorderen en fietsen afpikken waren aan de orde van de dag. Paarden, karren en oudere voertuigen waren evenmin veilig. Mij hebben ze niet te pakken gekregen en mijn iets ook niet. Trouwens, aan de Plasmolen viel de drukte nog mee. In Gennep echter was het zo erg, dat de Duitsers ook alle vrouwen beneden 50 jaar aan het graven hadden gezet. Alles onder leiding van de S.A. Overal werd gegraven; in de tuinen en weilanden, op de akkers en dwars door wegen en paden; Je hebt nooit zoiets gezien. En ’n drukte op de wegen. En ’n geloop en gedonder van soldaten! Verschrikkelijk! En steeds maar weer de jagers in de lucht. De scholen in Nijmegen waren gesloten geworden, toen de berichten van de snelle opmars in België dagelijks de gemoederen in beweging bracht. Breda bezet! Maastricht bezet! Ze zijn Sittard al gepasseerd! Morgen of overmorgen zijn ze hier! Och, wat zijn we teleurgesteld! Het zou allemaal heel anders lopen, en heel wat ongunstiger... Op Zondag 17 September waren Liza en ik te laat voor de mis in onze eigen parochie Middelaar en daarom gingen we naar Milsbeek, waar de mis een half uur later was. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 3 Holleweg onverhardOm half elf begon me daar boven de bossen van ’t Reichswald, -dus op 1 km afstand– een bombardement, dat horen en zien verging. Steeds maar weer kwamen de vliegende forten aanvliegen, laag en in groepen van zes. Boven Milsbeek zag je de bommen al losgaan, dan een oorverdovend gegier en daarna de geweldige ontploffingen, zodat alle mensen van angst in elkaar kropen en alle huizen stonden te beven. In ’t begin was je bang en ik heb toen een tijdlang in zo’n dekkingsgat gezeten naast ’t huis, terwijl moeder en Liza in de kelder zaten. Na korten tijd echter was de angst voorbij en toen gingen we op ons dooie gemak de zaak bekijken. Al maar door vielen de bommen, de bomen werden weggeslagen en hoog spatte de aarde op, terwijl minutenlang de rook boven de bomtrechters bleef hangen. Het hele bombardement duurde ongeveer een uur. De meeste bommen vielen daar, waar de weg door ’t bos naar Groesbeek loopt. Je weet wel Truus, we hebben daar gelopen, toen ik je naar de bus in Groesbeek heb gebracht.

De nog onverharde Holleweg die naar alle waarschijnlijkheid wordt bedoeld

Ook in de gehuchten van Groesbeek langs de Duitse grens en in de Duitse dorpen vielen ze. Kranenburg is toen van de aarde weggevaagd. Korten tijd later zijn ook Kleef en Emmerik met de aardbodem gelijkgemaakt. Maar ik zal terugkeren naar mijn verhaal. Het bombardement was dus afgelopen. Onafgebroken echter bleven de jagers in de lucht. We gingen toen wat eten, voor zover dat in die drukte mogelijk was. Omstreeks 2 uur was ’t weer erg druk van de jagers. En toen opeens gebeurde er iets wat we nooit of te nimmer vergeten zullen! Van ’t Westen naar ’t Oosten kwamen hele karavanen van transportvliegtuigen laag aangevlogen, almaar door, zonder ophouden, honderden tegelijk. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 4 Dakotas voor landing parasEn boven Cuyk, Heumen, Malden, Nijmegen, Groesbeek en de bossen van de Plasmolen, daalden duizenden parachutisten. De transporters waren erg laag, want de Amerikaanse parachutes gaan direct open. Boven het Reichswald waren ze hun lasten kwijt en ze keerden om en ze kwamen allemaal laag over de huizen en straten van Milsbeek terug, weer op weg naar Engeland. Steeds weer kwamen er nieuwe, steeds weer was de lucht zwart van de dalende parachutes. Rood, wit, blauw en oranje waren ze gekleurd. Wie deze momenten heeft meegemaakt, vergeet ze zijn hele leven niet meer.


Dakota’s op weg met de para’s

Het is een geweldige sensatie! Aan de Plasmolen hoorden we toen zware ontploffingen en zagen we rookwolken opstijgen. Ik kreeg toen zorg over mijn huis en we gingen daarom langs de Rijksweg terug. Kilometerslange rijen van Duitse burgers en arbeidsmannen kwamen uit Mook en gingen naar Gennep, in de hoop daar nog over de grens te komen. Ook de soldaten trokken terug. De arbeidsmannen droegen allemaal de revolver in de aanslag. Voor de burgers was ’t eigenlijk zielig. Allemaal mensen van 50 tot 60 jaar, met een koffer beladen, angstig en moe, zodat ze bijna niet meer voort konden.cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 5 na 17-9-1944-Nijmeegseweg Goossens-3
Het Duitse leger op de terugtocht op de Nijmeegseweg; Het huis rechts is ‘de Oude Tol’

En steeds maar vooruit, alsof de dood hen op de hielen zat. Aan de Plasmolen gekomen, bleek onze vrees ongegrond, want de ontploffingen en rookwolken kwamen van Duitse vrachtauto’s die ze opgeblazen hadden, alvorens te vertrekken. We kwamen thuis en op ’t balkon stond ik nog even met mijn benedenbuurman te praten over de gebeurtenissen van die dag. Intussen bleven de Duitse burgers steeds maar voorbij trekken in Zuidelijke richting. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 6 fotos Plasmolen 0006Toen opeens zei mijn buurman: “Wat is daar?” Voor dat kleine hotel –je weet Sies, daar naast ons; we hebben daar wel eens wat gebruikt– stonden ineens al deze burgers op de weg stil en hielden allemaal hun handen omhoog.

Het hotelletje van Gommans

Ik liep gauw naar beneden om ook eens te kijken. Op hetzelfde moment kwam er een militaire luxe-wagen uit Mook. Het waren Duitsers. Ze wilden met een geweldige vaart doorrijden, maar ongeveer een dertig meter verder, werden wagen en soldaten doorschoten. De auto reed te pletter tegen een boom. Toen kwam er een wagen uit Mook. Deze stopte, de Duitse officieren grepen hun machinegeweren en vluchtten bij mijn buurman beneden de huiskamer in en stelden daar hun wapens op. Dat ze niet neergeschoten werden, kwam doordat de parachutist, die op de weg stond, niet schieten kon omdat er teveel burgers op de weg stonden. We vluchtten toen zeer snel de kelder in, maar omdat mijn deur open stond, maakten twee van die burgers van de gelegenheid gebruik om ook bij ons in de kelder te vluchten. Ik was daar natuurlijk niet erg van gediend, uit vrees voor moeilijkheden, maar dat viel later mee. De parachutisten richtten toen het vuur op de Duitse officieren, maar die maakten zich na verloop van korten tijd uit de voeten. Het waren angstige momenten, toen ze daar op mekaar aan het schieten waren, en het droge getik van de automatische geweren om en in het huis klonk. De twee Duitsers in de kelder beefden van angst en een van hen begon foto’s, waarop z’n zoon als militair of als arbeidsman stond, te vernietigen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 7 Vermoedelijke woning Toon Ehren 2Ze voelden wel dat ontsnappen niet meer mogelijk was. Na verloop van een half uur hoorde ik iets roepen. Ik verstond het niet, maar ik hoorde wel dat het geen Duits was. De auto van de officieren stond voor ons huis te branden, maar zijzelf hadden kans gezien te ontkomen.

Een van de zogenaamde commiezenhuizen waar Toon Ehren in 1944 waarschijnlijk woonde

Enfin, ik hoorde voor het huis voetstappen en gepraat. Ik kwam de kelder uit en keek eens door het deurvenstertje en jawel hoor, daar stond een Amerikaan met het geweer in de aanslag voor de deur. Ik waagde het toen om naar buiten te gaan en vertelde hem toen in ’t Engels, dat bij mij twee Duitse burgers in de kelder zaten, maar dat ik daar niets mee te maken had. Nou, dat was goed, ik zou ze maar roepen. Bij mijn buurman vandaan kwamen er wel een stuk of tien, die daar ook binnengevlucht waren. Nou, alles kwam naar buiten, we moesten bij elkaar gaan staan. Toen kwam iemand met een oranjeband, een ondergrondse, die later een marechaussee uit Cuyk bleek te zijn. Wij moesten de persoonsbewijzen laten zien en we waren vrij met ongeveer ’n man of vijf. Alle Duitse burgers werden gevangen genomen en naar het grote hotel gebracht.

Het badhotel (groot hotel) in Plasmolen in cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 8 Badhotel Luchtfoto KLM1944 met vijver en zwembad

Tussen de bedrijven door waren er al meer soldaten op de weg gekomen. Uit alle hoeken en gaten kwamen ze. Alle mensen van de Plasmolen kwamen op de been en je kunt begrijpen dat er een zeer feestelijke stemming heerste. Wat het Engels spreken betreft, mag ik zeggen dat het me van het begin af aan ontzaglijk meeviel, ondanks het feit dat het allemaal Amerikanen waren. Nou, ze waren erg royaal met cigaretten. Ik had al gauw ’n heel pakje beet. Verder kregen we chocolade, kauwgom en rolletjes frujetta. Ik was de enige toen, die goed met ze spreken kon en ik heb ’t dus druk gehad. De avond begon te vallen en nadat de soldaten nog een N.S.B.er gevangen genomen hadden, gingen ze zich langzamerhand opstellen langs de weg. Overal kwamen mitrailleurs te staan. Liza en ik wilden toen naar huis gaan, maar de buurman van ons –niet die beneden ons woonde, maar de eigenaar van het hotel naast ons– zei, dat we ook bij hem in de kelder komen konden. Dat hebben we gedaan. We zaten er met 12 man. Gedurende de nacht hebben we op de gebeurtenissen wat gedronken. Er gebeurde niet veel. Maar ’s morgens om vier uur werd er weer gedurende vijf minuten fel geschoten. In de morgen bleek wat het geweest was. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 9 Toon en Liza EhrenEen groep Duitsers was op de fiets uit Mook gekomen, in de veronderstelling dat aan de Plasmolen de weg nog vrij was, maar daar liepen ze in ’t Amerikaanse vuur. De doden lagen op en langs de weg. Het is iets afgrijselijks als je daar de lijken in bloedplassen liggen ziet. Een soldaat heeft van vier tot zeven uur aanhoudend liggen janken als een dier, terwijl wij in de kelder zaten. En aan de overkant van de straat lag er een met een gat in de schedel, waar de hersens uitpuilden. ’t Allerergste was dat ie nog leefde ook. De meeste soldaten die er lagen, waren mensen tussen de vijftig en de zestig jaar! Van een heb ik het soldatenboekje nog ingekeken. Franz Stöber, 52 jaar uit Stein a.d. Donau. Niet alle soldaten waren doodgeschoten. Sommigen bleven liggen en gaven zich toen het licht begon te worden over. Anderen waren het bos ingevlucht, maar in de voormiddag hebben ze die opgespoord. Intussen was het Maandag geworden en gingen Liza en ik weer naar ons eigen huis.

Toon en Liza Ehren- Bexkens op een na-oorlogse foto


In de voormiddag kwam opeens een groep van ongeveer 30 Duitse soldaten en officieren voorbij, allemaal netjes met de handen hoog en onder bewaking van drie Amerikanen, die in iedere hand een revolver hielden. Alles wat in die dagen gevangen genomen is, werd naar Nijmegen gebracht. In de loop van Maandag was het druk op de weg en op de berg van soldaten, die zich langzamerhand begonnen in te graven. Naast ons huis lagen er ook vier. Ik heb toen die dag van alles gekregen: chocolade, biscuits, sigaretten enz. Ja, het waren erg royale lui. In de middaguren was Liza aan ’t eieren bakken en toen stond een Amerikaan achter op ’t platje. Ik heb toen gevraagd of ie met ons mee eten wilde. Nou graag en toen heeft ie met ons meegegeten, wat we natuurlijk erg op prijs stelden. Hij betaalde ook. Hij gaf mij een boekje geld, ik bedoel 7 bankbiljetten met een nietje aan elkaar, tesamen fl. 10. Het was Nederlands invasie-geld. Ik heb het nu nog in mijn zak. Het waren 2 rijksdaalders en 5 gulden. Ze zien er als volgt uit. Ze zijn ongeveer zo groot als onze guldens. In ’t midden staat in een cirkel de koningin. Aan beide kanten daarvan kleinere cirkels met daarin ‘n 1 (of 2 ½, of 10). Verder in de hoeken nog andere cirkels met weer de cijferaanduiding. Verder ’n brede omranding. De achterkant draagt heel groot het Nederlandse Wapen en ’n brede omranding. Aan de voorkant staat nog : Nederland, Muntbiljet, Een gulden, Wettig betaalmiddel. De guldens zijn aan de voorkant rose-rood, de rijksdaalders groen, en de tientjes paars. Aan de achterkant zijn alle biljetten oranje. Ze worden uitgegeven door de American Bankquote Company. De biljetten doen erg dollarachtig aan.

Ik zal de loop van mijn relaas eens onderbreken en ook eens wat zeggen van de soldaten zelf. Dat het allemaal grote kerels zijn, wat men wel eens beweert, is een fabel. Er zijn grote en kleine bij, net als overal. Ze zijn gekleed in ’n overall, die rijk van zakken is voorzien. De kleur is zo tussen geel en bruin, Je weet wel, die stofjassen van ons, maar dan nog wat donkerder khaki. Ze dragen twee helmen, die uit elkaar genomen kunnen worden en die omgeven zijn door een net. In plaats van laarzen dragen ze hoge bruine schoenen. Op de schouder (links) dragen ze daar, waar de mouw begint ’n blauw bandje met rode letters “Airborne” = gedragen, gebracht door de lucht. Dan op de bovenarm ’n blauwe cirkel met twee witte A’s. Aldus: AA = American Army. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 10 Market Garden  soldaatEn daaronder ter grootte van een enveloppe, de vlag der V.S. Het is heel interessant om te zien. Het zijn in ’t algemeen vlotte, spraakzame en joviale lui. Ze leven hoofdzakelijk van chocola en biscuits. Die chocolade-tabletten zijn ongeveer zo groot als bij ons een zilverbon van 2½ gld. En ongeveer 2 cm dik. In die chocolade zijn heel veel voedingstoffen verwerkt; dat staat ook op ’t doosje. Men moet er een half uur over doen om ze op te eten, anders zijn ze te machtig, aldus het opschrift. Ik heb verschillende tabletten gehad, evenals biscuits. De biscuits zijn klein, niet erg smakelijk, maar zeer voedzaam. Een tablet chocolade is genoeg voedsel voor een dag. Verder hebben ze van alles in hun ransel: zeep, scheermesjes, scheerapparaat, cigaretten in overvloed, voetpoeder, tabletten om het drinkwater te reinigen, anti-slaaptabletten, lucifers die rain- en wind-proof zijn, kam, spiegel, chocola, biscuits, verband en wat al niet. Alles is zo verpakt, dat het zo weinig mogelijk plaats in beslag neemt. Als ze naar beneden springen, hebben ze 6 pakjes cigaretten, en verder krijgen ze 2 pakjes per dag. Ik heb nogal wat pakjes gehad. De merken waren hoofdzakelijk: Camel, Dran, Raleigh en Chesterfield. Ik heb uren met ze gepraat: wat voor beroep of ze hadden, waar ze vandaan kwamen. Wat ze dachten van de oorlog, van Hitler, enz. Ze waren erg optimistisch en ze meenden allemaal: ‘In a month the war is over!’ Helaas hebben ze zich vergist. Ook is me in de loop van die week gebleken dat het uitstekende soldaten waren, uiterst kalm en niet in het minst bevreesd.

Een Amerikaanse soldaat



Ja, daar stonden we allemaal van te kijken, zo dood-rustig en onverschrokken als die kerels waren. Ook was er een Noor bij en verder ook een Fries. Die Fries liep op Zondagavond door het bos en tikte toen een vrouw bij ons uit de buurt op de schouder met de woorden: “Nou mevrouwtje, hoe hebben we ‘m dat gelapt?” Er waren soldaten bij die in deze oorlog al 11 keer geland waren en in Normandië en Sicilië waren ze allemaal geweest. Ik heb ook een luitenant gesproken, die aanwezig was geweest bij de strijd om Napels. De toestand voor de bevolking was daar ontzettend geweest. Zo, nu zal ik mijn verhaal weer eens voortzetten. In de namiddag van Maandag 18 Sept. kwam er weer een nieuwe sensatie. Opeens verschenen er weer flink wat vliegtuigen, die allemaal een groot zweefvliegtuig achter zich aan trokken. Opeens gingen de kabels los en langzaam en statig, zonder enig geluid, met grote cirkels daalden ze allemaal achter ons. Je weet wel Sies, daar waar wij toen gewandeld hebben en bramen geplukt . Daar lagen er wel een stuk of 20. De rest lag meer in de richting Groesbeek. De soldaten die eruit kwamen, hebben zich bij de anderen gevoegd en zich in de bossen verspreid. Van Maandag op Dinsdag hebben Liza en ik in onze kelder geslapen en toen ik Dinsdagmorgen in de spiegel keek, kwam ik tot de ontdekking, dat ik een mager en spichtig gezicht cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 11 gliders die op 18 sept die ergens bij de St. Maartensberggekregen had van al de spanning en emotie in de afgelopen 2 dagen. Maar niettemin, we waren welgemoed, dat begrijp je. Dinsdagmiddag gingen we melk halen daar achter ons huis op de berg. Toen zeiden ze dat we wel daar konden eten en ook ’s nachts blijven als we dat veiliger vonden. In de boerderij waren 2 grote kelders en ’t was niet zo aan de grote weg en daarom hebben we dat gedaan, met de bedoeling om Woensdagmorgen weer naar huis te gaan. We zijn toen nog met 5 man naar die zweefvliegtuigen wezen kijken. Het zijn grote kasten, een groot geraamte van staal en omspannen met zeildoek. Een vloer is er eigenlijk niet, het is een rooster van stalen buizen. Als zo’n ‘glider’ op de grond staat, wordt ineens de neus helemaal opengeslagen en een kleine amphibie-auto, die voorin staat, rijdt er uit en de soldaten volgen. Met die ‘jeeps’ wordt de aanvoer van proviand, granaten enz. verzorgd.

Gliders geland op de Maartensberg

De parachutisten hebben de volgende wapens bij zich: dolk, geweer, revolver, handgranaat, automatisch geweer, lichte en zware mitrailleurs en vooral niet te vergeten de granaatwerpers. Zo’n granaatwerper dragen ze in drie gedeelten. Je moet je maar voorstellen ’n dunne kachelpijp, schuin rustend op een metalen plaat: Daar laten ze dan boven de granaten in vallen. Dan volgt beneden een ontsteking en de granaat vliegt er weer uit. De Duitsers hebben die ook. O ja, dat wilde ik ook nog zeggen. De Amerikanen hadden kaarten van een beperkt gebied, b.v. van de Plasmolen en omgeving, waar iedere tuin en ieder huis opstond! In de loop van Dinsdag zijn er nog meer mensen veiligheidshalve naar de boerderij gekomen. We waren tenslotte met 32 man. Nu kan ik niet precies vertellen, wat we de ene dag na de andere beleefden en daarom zal ik het globaal weergeven.

Het bleek, dat de Amerikanen de opdracht hadden niet verder te gaan dan de Plasmolen. Toen de Duitsers eenmaal wisten waar het Amerikaanse front lag, konden zij ook hun front opbouwen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 12 Uitzichttoren P.H.Gommans PlasmolenToen brak het Duitse granaatvuur los, te beginnen op Dinsdagavond. In Milsbeek, Middelaar, Ottersum en Gennep werden de Duitse kanonnen en granaatwerpers opgesteld en de hel brak los. Wat een granaatbeschieting is, kan iemand die het niet meegemaakt heeft, zich niet voorstellen. Talloze projectielen zijn in die dagen weggeschoten naar Cuyk, St. Agatha, Plasmolen, Groesbeek en maar verder. Men hoort het afschieten, dan het gieren, dan de ontploffing. En soms 10 en meer granaten tegelijk. De aarde beeft en dreunt en het hele bos lijkt te kreunen. En dan weer het Amerikaanse tegenvuur! Steeds maar vlakbij Voem! Voem! Voem! Er lijkt geen eind aan te komen. De muren trillen, de vensters rinkelen, de pannen vliegen van het dak. Hoog spat de aarde op en talloze trechters komen in de grond. Zelfs in de kelder kruipt iedereen van angst in mekaar. En men slaakt een zucht van verlichting als het weer eens ophoudt. Want zo’n vuur duurt meestal maar een tot anderhalf uur. Dan kon het soms gebeuren dat er drie tot vier uur niets gehoord werd. Dan kwam men uit de kelder, er werd wat gegeten en aan de deur met de Amerikanen gekletst, die de veldflessen kwamen vullen. Maar ieder ogenblik kon het weer beginnen. En dan weer vliegensvlug de kelder in. In die kelder was het leven verschrikkelijk. Er was een vrouw bij, die al volslagen zenuwziek was en bij iedere granaatinslag opvloog en gilde van angst.

Over de berg heen zagen we dikwijls vlammen en rook opstijgen ten teken dat het onder op de straatweg brandde. Sies, Je weet nog wel die molen achter ons huis op de berg, die brandde het eerst af. Ik meen dat jullie daar een ansichtkaart van hebben.

De ansichtkaart met molen en de uitzichttoren van de familie Gommans

We vroegen wel eens soms hoe het er onder aan de weg uitzag, maar ik merkte wel dat de Amerikanen zelf ook niet meer op de weg kwamen en zich achter ons huis in de loopgraven op de berg schuil hielden. Want intussen was de toestand zo geworden, dat de Duitsers vanuit Milsbeek en Middelaar langzaam maar zeker door bossen en struiken op de Plasmolen aanwerkten. De laatste dagen was de toestand zo, dat langs ons huis en in de omgeving van de boerderij de Amerikanen lagen en ongeveer 100 m. zuidelijk de Duitsers in de bossen. Toen hoorde je ieder ogenblik in de onmiddellijke nabijheid de geweren, de revolvers, en onophoudelijk het geratel van de mitrailleurs. Ten laatste brachten de Amerikanen tanks in de strijd om zich te handhaven. Zo’n tanks, dat is ook iets afgrijselijks. Het onophoudelijke doffe geblaf van de tankkanonnen en het zware geknabbel der tankmitrailleurs, doet je wanneer je ’t voor de eerste keer hoort, de schrik om het lijf slaan. Gelukkig was er eten genoeg op de boerderij en honger hebben we niet geleden.Maar al die tijd hebben we ons niet gewassen of uitgekleed. Een keer ben ik in die week nog buiten de deur geweest, maar toen heeft ons leven aan een zijden draadje gehangen. Ongeveer dertig meter van de boerderij, in de boomgaard, stond een metalen drinkbak voor het vee. Toen het een keer weer een paar uur rustig was, zei de boer tegen mij en een zoon van hem: durven jullie even die drinkbak te halen. Nou vooruit maar. Maar toen we bij die bak waren, hadden de Duitsers blijkbaar iets zien bewegen en openden zij een geweer- en mitrailleurvuur in onze richting. We vielen op de grond en het ratelde maar aldoor. We zochten dekking achter een appelboom en we hoorden de kogels in de stam en de takken slaan. Na een minuut of vijf slopen we als slangen naar de schuurdeur. De laatste 10 m. kon ik het niet meer volhouden en met de moed der wanhoop zette ik het op een lopen. En Dorus mij achterna. Toen we in de schuur waren moesten we weer dekking zoeken, want aan de andere kant konden we er niet uit om in de boerderij te komen, want onophoudelijk bleef het aan ’t schieten. Tot overmaat van ramp brak er toen ook nog een granaatvuur los. De scherven en de kogels vlogen door de pannen en wij lagen daar op de grond, terwijl de stukken van dakpannen en granaatsplinters naar beneden vielen. Ik lag tegen de muur met de kop achter een leeg biervat en die jongen lag achter een hoop hout. Nou, wat ik toen uitgestaan heb, is verschrikkelijk. Ik meen te mogen zeggen, dat we toen de dood in de ogen gezien hebben. Ik lag er met het idee: Het kan nog 5 minuten duren, nog een kwartier misschien, maar zeker is het, dat over een half uur mijn jonge leven afgelopen is. Daarom maar een akte van berouw gebeden en verder: Vaarwel Liza, vaarwel Moeder, vaarwel Plasmolen, nu is het uit. De andere jongen lag te huilen van angst. En toch overleefden we het. De Amerikanen begonnen tenslotte het vuur in de richting van de schuur vreemd te vinden en nadat ze ongeveer wisten waar het vandaan kwam, begonnen zij een aanval. Och wat ging het er toen aan toe! Op een afstand van 100 m. Duitse wapens tegen de Amerikaanse. Dat geknetter, geknal, geblaf en wat al niet, het is iets om krankzinnig van te worden. Gelukkig, na een anderhalf uur was alles weer stil en toen konden we kruipend langs de muur naar buiten naar de zijdeur van de boerderij, waar men intussen radeloos was van angst. Ja, het was me daar een gevaarlijk plekje aan de Plasmolen, het was, wat de Amerikanen noemden ‘a hot spot’, ‘eine winzige Ecke’, zoals de Duitsers zeiden. Misschien hebt U intussen al eens gedacht, waarom we op Woensdag niet naar ons eigen huis teruggingen, maar dat was onmogelijk. Ons huis lag misschien een 60 meter van de boerderij en je kon er werkelijk niet meer naar toe.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 13 na 17-9-1944-Plasmolen-d cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 14 na 17-9-1944-Plasmolen-c cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 15 na 17-9-1944-Plasmolen-b
Foto’s van gevechten in ‘de Plasmolense Hof’ van Ger van Elsen

Dat zou zelfmoord geweest zijn. Enfin, om kort te zijn, op maandag 25 September gebeurde het ergste. Nadat we ruim een week niet vóór of achter, maar in het front gezeten hadden, nadat we er allemaal uitzagen als wildemannen en nadat al een stuk van de boerderij weggeschoten was, openden de Duitsers een vuur uit alle wapens, zo hevig, zo geweldig, en zo moorddadig, dat we er vast van overtuigd waren, dat nu de boerderij er aan zou gaan. En jawel hoor, na ongeveer 10 minuten, hoorden we al het knetteren van ’t stro en ’t hooi op de zolders. In een ommezien stond alles in lichterlaaie. Iedereen stormde in doodsangst naar buiten en daar stonden de Duitse parachutisten om het huis, die als infanterie ingezet werden en schoten als razenden kris kras door de vensters. Gezegd moet worden, dat ze ophielden toen de vrouwen en kinderen naar buiten kwamen. O, het was iets verschrikkelijks. En waar naar toe? Gelukkig loste ook dat zich op. Ongeveer 10 meter van het huis had de boer een tijd geleden een kuil in de grond gegraven, daar balken overheen gelegd, en daar een stromijt opgezet. Door twee gaten kon men er in komen. Daar vluchtte iedereen in. Met 32 man stonden we in die kuil. En voor ons lagen de Duitsers en vlakbij de Amerikanen. En dat schieten, lopen, rennen, nee, het was de hel in werkelijkheid. De Amerikanen gooiden als bezetenen met handgranaten. Dat die stromijt niet in brand is geraakt, is een wonder. Het was wat men noemt een strijd op korte afstand. Intussen stond de boerderij tot de grond toe af te branden. Het was alles bij elkaar zo’n luguber schouwspel, dat het je door merg en been ging. Met het vallen van de duisternis luwde de strijd. Er waren intussen in de kuil ook nog twee kinderen gedoopt, van mensen die al jaren niets meer aan hun plichten gedaan hadden. Ja, in de nood leert een mens bidden. In de loop van de nacht ratelden telkens weer de machinegeweren vlakbij. Om kort te zijn, Dinsdagmorgen moesten we weg. Toen we beneden kwamen, wisten we niet wat we zagen. Practisch de hele Plasmolen was afgebrand of weggeschoten. Behalve mijn huis, dat stond er nog en wel ongeschonden. Ja, het klinkt als een wonder. Ik wil U nu vertellen dat we op 17 September ’s morgens begonnen waren met een noveen, een negendaags gebed, om voor de rampen van de oorlog gespaard te blijven. En temidden van de granaten en het geratel van de machinegeweren hebben we deze noveen volbracht. Trouwens, nu ik juist over bidden spreek, in de kelder van de boerderij, daar is me toen wat afgebeden, toen we in de kuil zaten, bad iedereen hardop. Alles door mekaar, want iedereen zag de dood voor ogen. Maar enfin, we kwamen dus naar beneden en langs mijn huis. Jammer genoeg konden we er niet even ingaan, want de stoet moest doorgaan! Ja, dat was een hard gelag. Maar toch, op dat moment hadden we eigenlijk geen tijd om er aan te denken; langs afgebrande huizen, omgeslagen bomen, kapotgeschoten auto’s en tussen de lijken van Duitsers en Amerikanen door bereikten we de Duitse stellingen.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 16 Kapotte tank Plasmolen cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 17 na 17-9-1944-Plasmolen-a
cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 18 na 17-9-1944-Plasmolen-f cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 19 na 17-9-1944-Plasmolen-g-Sherman in vijver
Na de beschietingen; Van linksboven met de klok mee: Poseren bij een verwoeste tank; de resten van ‘de Plasmolense Hof’; een kapotgeschoten Sherman tank in de gracht en op weg naar de volgende ‘battle’

Die lagen langs de weg met populieren Sies, die van de Plasmolen naar Middelaar loopt. Daags daarna hebben ze vanuit Cuyk op die weg een granaatvuur geopend, dat je in Milsbeek zien kon, dat zelfs de bomen uit de grond geslagen werden. We kwamen dus in Middelaar, waar het hele leven al in de war was, alles lag vol Duitsers, alles werd al geroofd en geplunderd. Je hebt nooit zo’n toestand gezien. In Middelaar zijn die andere mensen gebleven, maar Liza en ik gingen door naar Milsbeek. Nu hebt U misschien al eens gedacht of we niet naar Mook hadden kunnen gaan. Kijk eens, die Dinsdagmorgen niet meer, maar in het begin van die bewuste week hadden we op ons dooie gemak weg kunnen gaan, maar we dachten dat het gebeurd was. Trouwens, we vroegen ook wel eens aan de soldaten of het niet beter was weg te gaan. Nee hoor,: “In a couple of days the big army will be here”. Maar helaas, door de grote nederlaag van Arnhem heeft de ‘big army’ niet kunnen komen. Maar ja, als wij alles van tevoren geweten hadden, ja dan waren we niet gebleven. Maar heus, men laat niet zo gauw zijn spullen in de steek. We kwamen in Milsbeek, maar daar zag ’t er ook raar uit. Talloze granaten waren al in ’t dorp gevallen. Moeder had er al twee op ’t dak gehad en was gevlucht en ondergebracht bij het hoofd der school. Het hele huis was geplunderd. Alles was geroofd, wat ze niet gauw genoeg had kunnen meenemen. Het huis zag er uit als een beestenstal. U zou d’r van walgen als ik ’t duidelijker zou beschrijven. Bij mijn moeder naast, waren de man en twee zoons al door granaten getroffen en gedood. Die mensen waren ook al uit ’t huis gevlucht. Wij zijn toen ondergebracht bij een onderwijzersweduwe.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 20 Plasmolen 1945 a

 
De kapot geschoten heuvelrug in 1945 op de plek waar Toon Ehren woonde. Boven in het midden het inmiddels afgebrande Hotel ‘de Plasmolen’. Onderaan de fotogegevens van ‘The Canadian Army’. Bij de pijl de vermoedelijke woning van Toon Ehren. In de cikel hotel ‘De Plasmolen’

In Milsbeek zijn we gebleven tot 19 oktober. In het dorp wemelde het van soldaten. Er werd geplunderd en geroofd waar maar gelegenheid was. Leegstaande huizen werden gesloopt om het materiaal voor bunkers en stellingen te gebruiken. Vee werd gestolen al naar gelang men het nodig had. Dagelijks gierden en floten de granaten. Iedereen sliep in de kelder. Men kwam nooit uit de kleren. Gewerkt werd er niet meer. Eten was er volop, want men kon voedsel genoeg krijgen. Tussen Milsbeek en Ottersum was er één bakker die nog bakte. Brood was –zoals alles– zonder geld te krijgen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 21 Woning Marietje Ehren1Vlees was er te veel, want iedere dag werden koeien doodgeslagen door de granaten. We hebben in die dagen geweldig gegeten. Geld speelde absoluut geen rol meer. Het was een uitzonderlijk leven. En steeds maar de granaten!! Het kon gebeuren, dat je naar de bakker ging, maar dat je onderweg verrast werd door de Amerikaanse artillerie en de werpers en dat je bij iemand in de kelder vluchten moest, waar je soms meer dan een uur verblijven moest. Overal schoot het, overal kraakte het en vooral bij vochtig weer was het akelig om de bossen van de Plasmolen en het Rijkswoud te horen kreunen. Op ongeveer 8 plaatsen in het dorp stond het Duitse geschut.

De woning van Marietje Ehren (de huidige woning van Johan Emons), gezien vanaf de kruising Langstraat/Kerkstraat


O, dat schieten van die kanonnen! Deuren en vensters stonden te trillen. Steeds weer de jagers boven het dorp! Mitrailleuraanvallen en raketbommen waren dagelijks schering en inslag. Onafgebroken reden de Duitse Rode-Kruiswagens in de richting van de Plasmolen. In Ottersum was het grote pension en klooster “Maria Roepaan” tot lazaret ingericht. In Milsbeek wapperde boven verschillende boerderijen de Rode-Kruisvlag. Dat waren noodverbandplaatsen. Het zag er daar griezelig uit. Bij een boer bij ons zag ik een keer 12 soldaten op een rij dood naast mekaar liggen. Wat was ’t me daar een toestand in het dorp!

Maar het meest hatelijke was het roven en plunderen , bah wat een vuil zooitje was de Wehrmacht. Ja, toen heb ik de Duitsers leren haten. Wij weten wat Duitse frontsoldaten zijn. Het is een gore, brutale, rovende en plunderende bende. Ieder gevoel van fatsoen en beschaving is er uit. Het zijn gewoonweg beestmensen. Je snapt niet, hoe mensen zo kunnen worden. Nee, als ik dan daarmee vergelijk de nette, beschaafde Amerikanen, die klopten als ze binnenkwamen, die vriendelijk en welwillend waren, die geen huis binnengingen, zonder medeweten van de bewoners dan kan ik niet anders dan achting hebben voor deze mensen. Zeker, er liep wel een of andere onderofficier of Feldwebel onder de Duitsers, die zijn gevoel voor fatsoen nog niet verloren had, maar de grote massa was een beestenbende. Hadden we nog maar een dag aan de Plasmolen kunnen blijven; want de volgende dag zijn de Amerikanen weer teruggekomen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 22 Hermann Fallschirmjager Generaal Mendl langs RijkswegDan hadden we naar Mook kunnen gaan. De Plasmolen is sindsdien zo’n beetje niemandsland gebleven, waar geen soldaat zich ongedekt durfde te bewegen. Trouwens, de laatste weken namen de gevechten ook in hevigheid af. De Amerikanen lieten zich niet wegjagen. Wel zijn er nog felle gevechten geweest in Middelaar. Sies, Je kunt je misschien wel die kerkhofmuur om de kerk herinneren, en aan de andere kant was een café. Nou, op een avond lagen de Amerikanen met de tanks op het kerkhof en in het café zaten de Duitsers. En toen tegen mekaar. En ongeveer 30 mensen zaten in de kelder. Je denkt je de situatie maar eens in. ’s Morgens lagen er 52 Duitsers dood en waren de Amerikanen weg.

Duits geschut langs de Rijksweg nabij de kruising Vagevuur/Pastoorsdijk





De restanten van de kerk encultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 21 23 Verwoeste kerk met kerkhofmuren  Middelaar
de kerkhofmuur in Middelaar

Zoals ik zei, namen langzamerhand de gevechten af, maar het storingsvuur van de granaten bleef, en naderhand was het bijna uitsluitend Amerikaans vuur en bijna geen Duits tegenvuur. En laat ik U nu vertellen dat die grote massa Duitsers in bedwang werd gehouden door hoogstens 200 Amerikanen! Een keer heb ik nog een angstig moment meegemaakt. We sliepen in de kelder. Toen wilde ik in de nacht naar de WC en nauwelijks was ik bij de deur, of daar hoorde ik een hele roffel uit de granaatwerpers komen. Ik viel op de grond en de scherven vlogen door de vensters. Zo was dan de toestand! Iedere dag dacht men maar: Zouden morgen de soldaten niet naar het zuiden komen? Maar nee hoor, tot 9 Februari hebben de geallieerden hun front gehandhaafd. Later zijn de Amerikanen vervangen door Canadezen. Dezelfde Amerikaanse divisie, die in het Rijk van Nijmegen is ingezet, is later weer ingezet in de Eifel, toen men het offensief van Von Rundstedt de kop in ging drukken. In die dagen heb ik nog wel eens geprobeerd om aan de Plasmolen te komen. Zonder resultaat. De Duitsers lieten je niet door! Ze waren o zo wantrouwend. Een Rode-Kruiswagen kwam nog wel eens tot aan ons huis, dan bleven ze wachten en floten. Dan kwamen de Amerikanen en tesamen werden de Duitse doden en gewonden binnengebracht. Er werd nog wat gepraat voor zover dat mogelijk was. Er werden cigaretten uitgedeeld en na verloop van een half uur floot een Amerikaanse officier. De Duitsers moesten vertrekken en de Amerikanen trokken weer de bossen in. Zo ging dat daar. Al die weken is mijn huis blijven staan. Ik kon het bij helder weer zien vanaf de Milsbeekse kerktoren, die toevallig niet door de Duitsers in gebruik was, omdat ie te laag naar hun zin was.

Op 19 oktober ’s avonds om half zes kwam het bevel, dat op 20 oktober, om elf uur, de dorpen Middelaar, Milsbeek, Ottersum, Gennep en Heijen ontruimd moesten zijn! Wie daarna nog aangetroffen werd, werd als spion beschouwd en doodgeschoten! En zo is alles toen vertrokken onder militaire geleide. Alles moest vertrekken, jong en oud, rijk en arm, ziek en gezond. Zieken en ouden van dagen werden op karren geladen. Zo trok dan een stoet van ongeveer 10.000 mensen volgens een aangegeven route Duitsland binnen. Een stroom van leed en ellende bewoog zich langs de wegen. Alles trok voort, je zag van alles, voetgangers -die natuurlijk het meest– fietsen, kinderwagens, karren, rijtuigen, bakfietsen, tot zelfs woonwagens toe. Alles gezakt en gepakt! Alles ruim voorzien van grote witte vlaggen, ter beveiliging voor de jagers.’


Toon en Liza.


‘Toon Ehren werd geboren op 3 december 1915 als zoon van Marietje Ehren die aan de Zwarteweg in Milsbeek woonde.Toon werd onderwijzer en was vanaf 1938 achtereenvolgens werkzaam in Amsterdam en Zaandam maar keerde in 1943 terug naar zijn ouderlijk huis in Milsbeek. In februari 1944 huwde hij met Liza Bexkens en vestigde zich toen in Plasmolen waar hij in september 1944 midden in de gevechten terecht kwam en waar dit deel van zijn indertijd geschreven brief over gaat .De brief schreef hij vanuit zijn evacuatieadres in Abcoude aan waarschijnlijk kennissen uit de tijd dat hij in Zaandam woonde. Toen hij in juni 1945 in Plasmolen terugkeerde trof hij zijn huis totaal onbewoonbaar aan en daarom ging hij in Nijmegen wonen. In 1947 vertrok hij naar Curaçao en keerde in 1964 definitief terug en vestigde zich vervolgens weer in Nijmegen waar hij in 1993 overleed.’

   
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Stichting Cultuurbehoud Milsbeek zoekt een assiste...31 jan 2018

De werkzaamheden bestaan uit het actualiseren van en onderhoudswerkzaamheden aan de website www.cultuurbehoudmilsbeek.nl De assistent(e) werkt zelfstandig [ ... ]

Lees meer...
Andere artikelen
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl