Struinpad  

   

Luchtfoto's  

   

Boek:Oorlogsherinneringen  

   

Schoolfoto's  

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 20 Een dankbare herinnering van Dora Hoenselaar

Index

Hoofdstuk 20 - Boek "Oorlogsherinneringen"

Een dankbare herinnering van Dora Hoenselaar

Door : Dora Hoenselaar

In mei 1940 vielen de Duitsers ons land binnen. In Milsbeek kwamen ze vanuit het Reichswald de grens over. Er waren in Milsbeek wel wat hindernissen opgeworpen, maar die werden door de Duitsers met hun zware materieel vernield en zo trokken ze verder Holland in. Het gezin Hoenselaar bestond in 1940 uit onze ouders met tien kinderen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 1 Willie Hoenselaar bij ingang kelderIn de oorlogstijd zijn vervolgens Piet en Ria geboren en Elly is later tijdens de evacuatie in maart 1945 in Mijdrecht geboren. In september 1944 barstte het geweld in Milsbeek los. We dachten dat de bevrijding op komst was, maar niks was minder waar. Milsbeek werd frontgebied en er kwamen bunkers en stellingen die de Duitsers bouwden om de Engelsen en Amerikanen tegen te houden. De Duitse soldaten werden overal bij de mensen in huizen en schuren ondergebracht. De bewoners gingen toen schuilkelders bouwen om zich te beschutten tegen de gevechten van de Amerikanen en de Engelsen vanaf Mook en Groesbeek tegen de Duitsers die in Milsbeek zaten. Ook van over de Maas vanuit Brabant kwam vuur. Bij ons thuis hadden we in de schuur een grote kelder met ijzeren balken, waar we met vader en moeder en toen al twaalf kinderen, vooral ‘s nachts verbleven.


Willie voor de toegang tot de (schuil)kelder zoals die er

na de oorlog, na afbraak van de vernielde schuur, uitzag

De strijd tegen de Duitsers vond voornamelijk overdag plaats. Maar toch moest vader met de drie oudste jongens naar het veld om voer voor het vee te halen. ‘s Morgens en ‘s avonds werden de koeien gemolken. Vaak moesten ze vluchten omdat de granaten van alle kanten overvlogen. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 2 Omgeving boerderij Hoenselaar31-12-1944-4071De schuur lag vol met soldaten en op een nacht ontplofte er een granaat vlak voor het luik van de schuilkelder. Gelukkig had vader de dag ervoor pakken stro voor het luik gelegd zodat de scherven niet binnendrongen. In deze kelder zat niet alleen ons gezin maar ook onze overbuurman Jan Lamers met zijn vrouw en zeven kinderen. Als het even rustig was gingen mijn oudste zus Corry en ik met moeder de keuken in om eten klaar te maken. Dat brachten we dan naar de kelder. Buurvrouw Nel Lamers ging dan met haar Koat ook naar huis om tussen de aanvallen door iets te doen. Door het over en weer vuurgevecht was het weer snel hollen naar de kelder. De bommenwerpers raasden met een vaart over Milsbeek en de Duitse soldaten kropen vaak in de loopgraven die door de jonge jongens waren graven. In de schuur lagen wel vijftig soldaten en de kamers in het woonhuis zaten ook vol.

Langstraat december 1944, bij de pijl de boerderij van Hoenselaar

Op een gegeven moment werd de toestand zo erg dat de burgermeester de dorpelingen aanraadde weg te trekken en te vluchten. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 3 vader en moeder Hoenselaar met Dora Jan en Corrie voor de oIedereen vertrok maar vader wilde niet weg, want de stal stond vol vee en de varkens en de kippen hadden hun verzorging nodig. Hij zei ook: “Waar moeten we met dit grote gezin naar toe?” De pastoor van de parochie kwam vader waarschuwen en zei: “Hoenselaar, als u hier blijft, sterven jullie allemaal! De Engelsen en Amerikanen willen de Duitsers verdrijven en verslaan’’. Toen heb ik vader met mijn moeder echt zien huilen op de stal. Daarna moesten we de kleren pakken die we nodig hadden en wat eten voor onderweg. Vader spande het paard dat een veulen van iets meer dan een jaar oud had (een jaarling) voor de wagen. Moeder en de jongsten (Piet en Ria) mochten op de wagen en wij moesten lopen. We gingen de eerste nacht tot het volgende dorp en we bleven overnachten bij de familie Jaspers (Piet den Uul). Dat waren kennissen want moeder was net als mevrouw Jaspers afkomstig uit Mook.


Vader en moeder Hoenselaar met Dora, Jan en Corrie

 

We kregen daar al te horen dat we de volgende dag verder moesten trekken over Duitsland om dan weer via ‘s Heerenberg terug in Holland te komen om zo naar het westen te trekken. We zagen van alle kanten paarden en wagens met mensen er op en er naast, sommigen op de fiets of met een trekkar vol met spullen. De vliegtuigen vlogen over ons heen. In Duitsland aan de grens stonden de soldaten om ons zo vlug mogelijk aan de andere kant van de grens te krijgen, Holland weer in. Naast het paard liep het veulen dat bij het ingaan van Duitsland niet was opgevallen. Later was hen blijkbaar toch doorgegeven dat er een familie was met een veulen dat in beslag genomen moest worden. Toen we in ‘s Heerenberg aan de grens kwamen stonden er wachters die wisten dat ze het veulen moesten afnemen. Ze zagen vader met het hele gezin en zeiden: “Man, vlug, wegwezen”. Vader gaf het paard een tik en was de grens over. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 4 Elly HoenselaarNa de hele dag doorreizen en vaak onderweg langs de huizen om eten bedelen, kwamen we in Velp aan waar we in een school werden opgevangen. Daar lag het al vol met mensen op stro, met hun hele hebben en houwen. We kregen daar brood en de kleine kinderen pap of melk. We hadden met ons gezin een klaslokaal alleen. Men zag dat we met een groot gezin waren en dat moeder in verwachting was, alle overgebleven pap werd aan ons gegeven. Daar moesten we tien dagen blijven om daarna verder te trekken naar het westen, richting Utrecht. Velen gingen met de trein. Deze werd onderweg echter veelvuldig beschoten waarbij enkelen overleden. In Utrecht hebben we nog een nacht met velen bij elkaar in een school geslapen. Daar kregen we brood en stevige soep zodat we de volgende dag verder konden gaan. Wij maar lopen omdat de kleintjes met vader en moeder op de wagen bleven. We kwamen in Mijdrecht aan in een school waar we eerst gewassen werden. De haren werden met lotion ingesmeerd tegen de luizen. Daarna kregen we een doek om. Toen kregen we eten en werd ons gezegd in welk gezin we zouden worden ondergebracht. Vader en moeder kwamen met Ria, Piet, Harry en Theo bij boer Kranenburg. Albert, Willie, Martien en Michaël bij boer Treur. Corrie, Jan, Gerrit en ik (Dora) werden bij boer Van Schaijk in Wilnis ondergebracht. De drie boeren woonden vlak bij elkaar. De jongens hadden het daar heel goed bij boer Treur. Ook in Wilnis hadden we het met zijn vieren erg goed. Maar vader en moeder hadden het slecht getroffen. De familie Kranenburg moesten niets van kinderen hebben. Toen moeder moest bevallen moest ze weg. Ze kwam bij de Zusters in Mijdrecht waar ze bevallen is van mijn jongste zus Elly, dat was 25 maart 1945. Aangezien er geen andere familie was werd ik haar peettante en broer Albert werd peetoom.

 

Zus Elly in haar 2e levensjaar

De Duitsers die nog in het noorden van het land zaten wilden in die streek alles onder water laten lopen met als gevolg dat de evacués daar eerst moesten vertrekken. Dus werden we naar Ouderkerk aan de Amstel gebracht. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 5 Familie Hoenselaar bij Schrama 0001Daar kwamen we bij boer Piet Schrama die op een boerderij woonde naast zijn ouders, maar niet getrouwd was. We mochten van het hele huis gebruik maken want hij sliep bij zijn ouders. Het was een fijne man, die Piet. Vader en de drie oudste hielpen op de boerderij en moeder, Corrie en ik deden het werk in huis en we pasten op de kleinsten. Piet vond het heel grappig dat er elke avond een rijtje klompen naast de deur stond. De Hoenselaars waren dit gewend. Piet wilde later ook een groot gezin. Rondom was het een en al water en nog eens water wat wij niet gewend waren. We wisten het niet, maar Piet Schrama was bij de ondergrondse en was vaak weg. Ondergrondsen waren mensen die in het geheim meewerkten met de Engelsen en Amerikanen zodat ze wisten waar de Duitsers en de verraders zaten. Piet bracht vaak wit brood en vlees en groente in blik mee dat hij van de soldaten kreeg. Want hij had verteld dat hij een grote familie in huis had opgenomen. Tegen vader zei boer Piet: “Hoenselaar, je houdt iedere dag voor je gezin tien liter melk achter voordat het geleverd wordt.” Hij wilde niet dat vader betaalde en zei: “Dat komt later wel,” maar ook later wilde hij er niets van horen als vader er over praatte. We zijn bij Piet Schrama geweest vanaf eind mei tot half juni 1945.


De familie Hoenselaar (3e generatie) bij Piet Schrama

Tenslotte was Holland bevrijd en mochten we naar huis. We hadden in die tijd geen contact meer gehad met de familie van vader en moeder, dus wisten we niets van hoe of wat er gebeurd was in Milsbeek, ons dorp. Er was van het Rode Kruis doorgegeven dat ze ons niet naar Milsbeek mochten sturen, maar naar Malden, waar de familie ons zou opvangen. Er kwam een Rode Kruiswagen in Ouderkerk bij Piet Schrama om moeder met negen kinderen op te halen en vader zou met de vier oudste jongens met paard en wagen nakomen. Tijdens ons verblijf in Ouderkerk is het moederpaard overleden, gelukkig hadden ze van tevoren het jonge paard zover getraind dat ze dus met de wagen terug konden. Toen we tegen de avond met de Rode Kruiswagen in Malden, want daar woonde een broer van moeder en twee zusters van vader, aankwamen huilden onze ooms en tantes. Ze hadden van alles geprobeerd om contact met ons te krijgen maar dat was niet gelukt. We werden tijdelijk bij de familie ondergebracht want vader zou pas daags erna aankomen. De ooms en tantes waren al in Milsbeek gaan kijken en durfden toen we aankwamen niet te vertellen dat alles vernield was. Ze wachtten tot vader de dag erna zou komen. Toen vader aankwam zei hij: “We kunnen vanavond nog wel naar Milsbeek gaan, we willen graag terug”. De ooms en tantes hebben vader en moeder in een kamer geroepen zodat wij het niet hoorden. Hen werd verteld dat alles weg was op een klein kippenhokje na, waar geen deur of raam meer in zat. Dat was voor hen wel de grootste klap. Toen onze ouders verteld werd dat er verschillende Milsbekenaren waren verongelukt, omdat zij op landmijnen waren gestapt die overal verstopt lagen, besloten ze de kinderen voorlopig maar in Malden te laten. Vader zou daags erna eerst met ooms en neven naar Milsbeek gaan om te kijken hoe het nu moest. De neven vertelden later aan ons hoe het was toen vader alles in puin zag liggen. De hele boerderij, alles was weg. Hij was op zijn knieën gezakt en had hard zitten huilen. De mensen uit de buurt die al eerder terug waren gekomen hadden vader getroost en gezegd: “Hoenselaar, wij bouwen Milsbeek weer op, want we zitten allemaal in dezelfde rommel”. De ooms en neven besloten om samen het kippenhok wat op te knappen, zodat vader met moeder, Jan, Willie, Corrie, Ria en Elly hier in konden wonen. Een paar oudere neven zouden iedere dag naar Milsbeek komen om mee de puinhopen op te ruimen. Maar dat moest voorzichtig gebeuren omdat er misschien mijnen zouden liggen, dus gingen ze allen naar Malden terug. Vader vertelde aan moeder hoe het er uitzag en zei:”Morgen gaan we met paard en wagen en dan vertrouwen we er op dat we er samen weer iets van kunnen maken”. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 6  Het eerste onderdak na de evacuatieZe hadden niets om op te slapen, maar de ooms en tantes zorgden voor bedden en beddengoed, een tafel en enkele stoelen. Daags erna vertrokken ze met paard en wagen en de nodige hulpmiddelen naar Milsbeek. De neven die iedere dag op en neer reisden, brachten eten en drinken mee. Intussen was er ook in Milsbeek een soort stichting opgericht die voor de getroffenen kleding en voedsel uitdeelde. Voorlopig werd een kippenhok tot onderkomen omgebouwd.



 

Het tot tijdelijke woning verbouwde kippenhok met de voetballende tweeling Harrie en Theo

Na een half jaar werden er noodwoningen gebouwd door de staat. Eerst de grote gezinnen en daarom kwam de familie Hoenselaar al snel aan de beurt. Er was een woonkamer, een klein keukentje en vier kleine slaapkamers waarin enkele stapelbedden stonden en toen mochten wij allemaal weer terug naar onze ouders in Milsbeek. Het was voor onze ouders een feest om weer met zijn allen bij elkaar te zijn. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 7 kerkmeester HoenselaarEen aantal gingen naar school en degenen die niet meer naar school hoefden, hielpen vader en moeder om alles weer aan de gang te krijgen. Zo werd er, alhoewel het verboden was, door de Milsbekers soms hout gehaald in het totaal vernielde Reichswald dat dichtbij ons land in ‘t Ven lag. Mijn broers Jan, Willie, Martien, Michaèl en Gerrit werden zo op een keer aangehouden door de commiezen en in het commiezenhuis net over de grens vastgezet met een commies met geweer in de aanslag er voor. Van daaruit moesten ze naar Kranenburg lopen. Martien, Michaèl en Gerrit kwamen weer vrij omdat ze nog te jong waren. Willie moest een jaar de jeugdgevangenis in en Jan, mijn oudste broer die toen 18 jaar oud was, moest 2 maanden de gevangenis in en zag de gevangenismuren in Krefeld, Bedburg en Anrath. Ja, wat onze ouders niet allemaal hebben moeten meemaken en hebben opgebracht in al die jaren, is gewoon niet te beschrijven. Omdat er dertien kinderen waren, was de zorg groot. Na enkele jaren werd met gelden van de regering aan de herbouw van de boerderijen begonnen, ook die van ons. Onderhand waren er al jongens bij anderen gaan werken om de boel draaiende te houden. De nieuwe boerderij werd gebouwd door de CAGO Toen de eerste steen werd gelegd was er reden voor een feestje. De ‘eerste steen’ die zich naast de voordeur bevindt bevat de tekst ‘Deze steen is gelegd het 3e jaar na de uitdrijving op 19 oktober 1947 door Corry Hoenselaar’.

Vader Wim Hoenselaar

 

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 8 Eerste steen legging nieuweboerderij Hoenselaar 19 oktober

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met het gezin samen op de foto tijdens het leggen van ‘de eerste steen’ voor de nieuwe boerderij. Een mijlpaal en een groepsfoto mocht natuurlijk niet ontbreken; Achter: Willie, Albert, Jan, Dora, Corrie, Moeder Door, vader Wim, uitvoerder van de Cago, Martien en Gerrit; vooraan: Harrie, Theo, Ria, Elly en Piet



cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 20 9 Schrama 0002Wij zijn er dankbaar voor hoe we in en na de oorlogsjaren zijn geholpen en in het bijzonder voor wat Piet Schrama heeft gedaan. Daarom is de vriendschap van de oudsten van ons die alles hebben meegemaakt blijven bestaan. Piet Schrama was voor ons een lieve en behulpzame man en dat blijft in ons hart. De Heer heeft ons allen heel veel leed bespaard, alleen al het gegeven dat iedereen de oorlog heeft overleefd, want vele families zijn kinderen verloren in die tijd.

De familie Hoenselaar op de Zilveren bruiloft van Piet Schrama

 

 

 


‘Dora was het 3e kind van Wim en Door Hoenselaar. Ze werd geboren op 10 december 1929 en toen men in 1944 moest evacueren was ze dus 15 jaar oud. Vader Wim Hoenselaar was in Milsbeek sinds de oprichting van de parochie lid van het kerkbestuur en stelde nadat de herbouwde boerderij gereed was, de noodwoning in 1948 beschikbaar voor de plannen van pastoor Reintjes om voor de Milsbeekse kleuters een eigen bewaarschool te stichten. Dochter Dora werd de eerste kleuterjuf in Milsbeek maar het was haar wens om naar de Missie te gaan. Ze trad daarom in 1953 als zuster Michaëla toe tot de Passionistinnen in Mook en vertrok een aantal jaren later naar de Missie in Brazilië. Sinds 2004 woont ze in de Libermannhof van de Paters van de Heilige geest in Gennep. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan een verhaal dat Dora een aantal jaren geleden schreef aan de weduwe van de inmiddels overleden Piet Schrama.’

   
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Stichting Cultuurbehoud Milsbeek zoekt een assiste...31 jan 2018

De werkzaamheden bestaan uit het actualiseren van en onderhoudswerkzaamheden aan de website www.cultuurbehoudmilsbeek.nl De assistent(e) werkt zelfstandig [ ... ]

Lees meer...
Andere artikelen
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl