Struinpad  

   

Luchtfoto's  

   

Boek:Oorlogsherinneringen  

   

Schoolfoto's  

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 19 De herinneringen van Piet Lamers

Index

Hoofdstuk 19 - Boek "Oorlogsherinneringen"

De herinneringen van Piet Lamers

Door : Piet Lamers

Begin mei 1940 was hier in het Reichswald al van alles aan de hand. De mensen zeiden tegen elkaar ‘Wat zal dat toch allemaal zijn, dat gerommel met kettingen en zoiets en een hoop gepraat en zo?’. Maar in die tijd was hier alles afgezet langs de grens en kon je niet gaan kijken vanwege de prikkeldraadversperringen. Achteraf bleek dat allemaal te maken te hebben met de inval van 10 mei 1940. ’s Morgens om 5.00 uur kwam de inval van de Duitsers, ze kwamen allemaal vanuit het Duitse Reichswald. Voorop liep een soldaat die net over de grens woonde in het huis waar nu café Merlijn is. Die wist hier de weg net zo goed als wij. Van hogerhand had de gemeente op wegen, die van het Duits kwamen, versperringen aan moeten brengen. Dat was zo op de Zwarteweg, waar nu restaurant ‘de Diepen’ is. Op de brug van de sloot werden grote betonnen buizen gezet vol beton en daar spoorstaven in, zodat er geen doorgang meer was. Die stonden ook nog op de Zwarteweg over de sloot waar nu Tinus Janssen woont. Dat vonden de Duitsers niet zo erg want alles moest lopen en de kanonnen en dergelijke werden door twee paarden getrokken. Vanaf het Reichswald ging een gedeelte rechtsaf tot ongeveer ‘De Drie Vijvers’ en vervolgens links af en dan de brug over naar de Milsbeek. Een ander gedeelte ging naar Plasmolen en omgeving. Onder aan de Holleweg ging ook een gedeelte linksaf waar weer een duikerbrug was, richting Gennep. Vooral in de loop van 1944 gingen de Amerikaanse en Engelse vliegtuigen bombarderen in Duitsland. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 1 Mini flack 0015Dat was om de fabrieken waar oorlogstuig, wapens, vliegtuigen, munitie, voertuigen en dergelijke werden gemaakt, te vernietigen, zodat de Duitsers vertraging opliepen met de aanvoer van de spullen naar het front. Bij ons boven Milsbeek was de aan- en afvliegroute. Dat was altijd ’s avonds of ’s nachts en dan wisten de mensen hier, dat ze in de schuilkelders moesten gaan. De Duitsers hadden overal zoeklichten opgesteld. Dat waren heel grote schijnwerpers die de vliegtuigen opzochten in de lucht. Wanneer ze dan een Engels of Amerikaans toestel in het licht hadden, waren de Duitse aanvalsjagers er zo bij, om het vliegtuig aan te schieten met flakafweergeschut, zodat het in brand vloog en naar beneden stortte.


Miniflak


Als de Engelse of Amerikaanse vliegtuigen bij zo’n beschieting nog bommen bij zich hadden, lieten ze die bommen vallen, waardoor ze lichter werden en meer konden bewegen om weg te komen. Zo zijn in Milsbeek herhaaldelijk bommen terechtgekomen. De boeren hadden meestal een grote stevige kelder in de schuur. De gewone burgers bouwden een kelder in de tuin. Men groef een gat van 1,5 meter diep en 2 tot 2,5 meter breed. De zijkanten werden afgezet met planken tegen het instorten en het dak werd van planken met daarop takkenbossen gemaakt. Dan werd er een grote hoop zand op gegooid, zodat het veilig was voor de scherven van de bommen. Daar zaten wij dan als het weer nodig was. Op 6 Juni 1944 landden Engelse en Amerikaanse militairen in Normandië. Door zware tegenstand van de Duitsers zijn er toen aan beide zijden heel veel soldaten gesneuveld. Die gevechten hebben nogal lang geduurd. Op den duur trokken de Duitsers zich terug, om zich hier in de omgeving weer te verzamelen, want de Duitsers waren bang dat ze ook hun land aan zouden vallen. Op 17 September 1944 om 10.00 uur gingen de Engelse en Amerikaanse vliegtuigen hier de grens bombarderen, vanaf Kranenburg tot en met hier onder aan de Holleweg. Er stond geen boom meer waar nog een tak aan zat, alleen nog wat kale stammen. Dat deden ze, omdat er zich hier nogal wat Duitse militairen ophielden die ingezet moesten worden bij Arnhem. Tijdens dat bombardement aan de grens was hier in Milsbeek net de Hoogmis bezig. De kerk stond te schudden. Halverwege zei de pastoor: “Ik hou er mee op, want ik weet niet wat er gebeurt’’. Wij gingen naar huis en de Duitse militairen waren langs de Kerkstraat en Langstraat allemaal schuttersputjes aan het graven. Thuis hebben we wat gegeten.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 2 operatie Market Garden duizenden Parachutisten landen bij cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 3 Glider Ven zeldeheide
De lucht bij Milsbeek vol met parachutes De in Ven-Zelderheide gelande Glider

Die middag rond 1 uur, half 2, landden verderop in Groesbeek Amerikaanse en Engelse parachutisten. Ze werden aangevoerd met grote vliegtuigen met aan een lange kabel een zweefvlieger als aanhanger. Die kabel werd losgemaakt, de zweefvlieger landde, cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 4 Frans Verheijenhet vliegtuig loste de parachutisten en vloog weer weg. In de zweefvlieger bevonden zich jeeps, motoren, munitie en licht geschut. De hele lucht boven Groesbeek was vol parachutes. Dat was vanuit Milsbeek een prachtig gezicht om te zien. Maar omdat hier nog veel Duitsers waren, konden de Engelse en Amerikaanse soldaten ‘de berg’ niet over komen en werd Milsbeek nog niet bevrijd. Er werd vaak met kanonnen en dergelijke heen en weer geschoten. Het werd erg onveilig in ons dorp en dat kostte een aantal inwoners in ons dorp het leven. Uiteindelijk kwamen de Engelsen en Amerikanen niet verder dan in Mook tot aan het viaduct. Een dag na de landing in Groesbeek op 18 september was ik met een paar jongens van Hoenselaar in de wei bij de Koningsvenweg. Tegen de avond zagen wij daar opeens Engelse militairen aan komen. Zij liepen allemaal achter elkaar. Voorop liep een man met een militaire jas aan en een oranje band om zijn arm en een geweer bij zich. Hij had 9 militairen opgehaald in Aaldonk. Twee zwevers waren uit de koers geraakt en hij bracht die soldaten weer terug bij anderen die in Groesbeek geland waren. Later hoorden wij dat die man een Gennepenaar was, een zekere Verheijen, die bij het verzet zat. Het was de vader van Willeke Verheijen, die later met Willy Berns uit Milsbeek is getrouwd en nu in het Sprokkelveld woont.

 

Verzetsstrijder Frans Verheijen

Omdat er steeds granaten vanuit Groesbeek kwamen, was het hier levensgevaarlijk. De vader van Jan Hoenselaar kwam bij ons en zei tegen mijn vader: ‘‘Kom maar allemaal bij ons in de kelder onder de schuur, die is beter dan dat gat bij jullie’’. Van 17 september tot 19 oktober 1944 hebben wij met 27 personen dag en nacht in die kelder gezeten, onder andere Köbus Muus (Goossens) met zijn vrouw en de oude vrouw Könings en Dientje. Piet en Antoon ‘de Kunning’ bleven thuis. Op de vloer lag stro en ieder moest zelf maar voor dekens zorgen. Het brood moesten wij halen bij bakker Thijssen aan de Rijksweg. De andere drie bakkerijen waren gesloten, want die waren al zwaar beschadigd. Dan gingen wij met 3 man tussen het granaatvuur door naar bakker Thijssen met 2 zakken bij ons. In die zakken ging het brood en dan maar weer op huis aan. Bij bakker Thijssen was het veel rustiger dan bij ons aan de Langstraat. Het ergste was het tot aan de Zwarteweg. Verderop richting Ottersum was het veel rustiger, wij zaten net in de vuurlinie. Voor het warm eten zorgden vrouw Hoenselaar en mijn moeder. Wij mochten ook zo weinig mogelijk buiten komen, want dat was levensgevaarlijk. Zo gauw er een stel bij elkaar stond, werd er direct al een granaat vanaf Groesbeek afgevuurd. In de schuur en op de stal bij Hoenselaar sliepen ook nog altijd zo’n 70 Duitse soldaten.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 5 Knecht Karel van Bergen met zoon Piet Thijssen
Zoon Piet Thijssen (rechts) met knecht
Karel van Bergen in 1940 met de bakfiets zelf op stap
Als die een beetje opgeknapt en uitgerust waren, moesten ze weer naar de frontlinie aan de Maas. Vanaf de Langstraat de Rijksweg over en dan door het Achterbroek. Tot aan de Maas lag het vol met loopgraven. Als de Duitse soldaten daags na de frontgevechten terugkwamen, waren er van de 70 meestal nog 5 of 6 over. Als je die zag werd je er bang van, helemaal onder de modder en het vuil. De anderen waren allemaal gewond of gedood. Na een paar dagen kwamen er weer andere soldaten bij en dat was telkens hetzelfde. Aan de Zwarteweg in Milsbeek, in de bocht waar de Ringbaan begint, woonden vroeger en in de oorlog nog ‘de kinderen Arts’, twee broers en twee ongetrouwde zussen. Het was een grote boerderij met een flinke schuur. Daar hadden de Duitsers een hospitaal ingericht om de gewonden en de zieken te verzorgen. Achter de schuur bij Arts hadden de Duitsers een heel groot wit zeil neergelegd met een groot rood kruis er op. Dat was om de beschietingen van de Amerikanen en Engelsen te voorkomen. De dode Duitse soldaten werden aangevoerd met kar en paard en werden daar gewoon opgestapeld. Als er heel veel lagen, werden ze met een vrachtwagen afgevoerd naar een massagraf. Volgens de media zijn er bij de bevrijding van Nijmegen en omstreken 25.000 Engelsen en Amerikanen en 60.000 Duitsers gesneuveld. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 6  Familie Jan Lamers LangstraatOp 19 oktober 1944 om 8.00 uur ’s morgens, kwam een Duitse officier vertellen dat wij en heel Milsbeek om 12.00 uur allemaal weg moesten zijn. Mijn vader sprak goed Duits, hij had vroeger veel gewerkt in de kolenmijnen in Duitsland en later bij de boeren. Hij probeerde nog wat aan de toestand te veranderen, maar dat hielp niks. Allemaal moesten we weg, het evacueren ging beginnen.

 

 

Het gezin van Jan en Nel Lamers begin jaren vijftig; staand vlnr: Piet, Nellie, Leen (echtgenote van Huub), Coat, Huub, Jan, Frans van Duin(gehuwd met Coat) en Antoon. Zittend: Jan van Duin en Door met hun kinderen Harrie en Nellie en moeder Nel met vader Jan

 

 

Wij zijn met een kruiwagen met het een en ander erop naar Piet Nas in Aaldonk gegaan, want daar werkte een broer van mij. Maar twee dagen later moest daar ook alles weg. Toen hadden wij geluk want Nas had een kar en paard en zodoende kon het spul wat wij bij ons hadden bij hem op de kar. Hoenselaar was van plan om nog wat te blijven om de een of andere reden, maar dat duurde niet lang. Rond 12.00 uur moest hij toch vertrekken. Hij ging naar een kennis, Jaspers in ’t Ven. Wij wisten pas in april 1945 dat ze in Ouderkerk aan de Amstel zaten. Wij moesten allemaal lopen, een paar oude mensen mochten op de kar zitten, zodoende hadden wij geluk. Van de gezinnen die geen oude mensen of kleine kinderen op de karren hadden zitten, werden paarden en karren afgenomen en de spullen van hen gingen dan van de een naar de ander. Zo ging het naar de grens in Grünewald en vandaar te voet naar Goch. Daar hebben we overnacht in een school. De volgende dag ging het naar Rees aan de Rijn. Daar hebben we bij een boer in de schuur geslapen op wat stro. ’s Morgens ging het met een veerpont de Rijn over en daarna zijn we naar Gendringen gelopen. Tijdens die tocht hadden we er mensen bij die witte doeken aan een stok gemaakt hadden om te laten zien dat wij vluchtelingen waren zodat wij niet beschoten zouden worden door Engelse en Amerikaanse vliegtuigen. Duitse soldaten op paarden begeleidden ons tot de grens. Vanuit Gendringen hadden wij geluk. De boer bij wie wij in de schuur geslapen hadden, bracht ons ’s morgens met een kar en paard naar Doesburg. ’s Nachts werd er weer geslapen in een grote houtloods op wat stro en met de kleren aan. Dat waren wij niet alleen, we waren met honderden andere mensen. ’s Morgens kregen we wat droog brood en maar weer verder, lopend van Doesburg naar Ede. Daar hebben we geslapen in een grote timmerfabriek op stro, tussen de machines in. Van Ede ging het naar Zeist waar we weer in een school op stro sliepen. Van Zeist uit werd de groep opgedeeld. Wij kwamen met boer Nas en nog meer mensen uit Ottersum in Kockengen, de hoek van Spengen, een klein gehuchtje dat aan de Amstel ligt, aan de overkant van Wilnis.

 

 

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 7 Jan van den HoogenDe familie Van den Hoogen uit het Rozenbroek met hun zonen Jan, Wim en Tinus was daar ook geëvacueerd evenals Caot van Dijck met de hele familie. Zij hadden een heel jong paard voor de kar en de mannen moesten met z’n tweeën om de beurt het paard mee helpen trekken. Aan weerskanten van de kar zat een touw met aan het eind een riem. Zo hebben ze dat gedaan van het begin van de verre tocht tot op de plaats van bestemming. Op de kar zaten vader en moeder Van den Hoogen en Coat van Dijck met nog wat kleren en zo. Jan van den Hoogen, die door oorlogsgeweld al zijn Mookse vriendin had verloren, zat daar bij de ondergrondse.

 

 

Jan van den Hoogen

 
In de weilanden bij Kockengen werd spul voor het verzet gedropt. Van de parachutes hebben wij toen alles achter de rug was, nog blouses gehad. De vrouw van de boer waar wij zaten had die voor ons gemaakt. Veel Milsbeekse mensen kwamen bij ons in de buurt terecht, zoals in Breukelen, Maarssen, Vleuten, Haarzuilens, De Meern, Wilnis en Werkhoven. Wij zijn wij bijna acht maanden bij de boer in Kockengen geweest. We hebben het daar heel goed gehad. Mijn vader en ik hielpen de boer mee met het werken. Wij zijn daar niks tekort gekomen. Toen wij een tijdje thuis waren, kregen wij nog een koe van die boer zoals meer mensen uit Ottersum. cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 19 8 Gepoetste stenen erf Hoenselaar met op achtergrond woningDe koeien kwamen in Gennep bij de loswal per boot aan. Mei 1945 was de oorlog voorbij maar wij mochten pas half juni terug naar Milsbeek. Hoe wij precies zijn thuisgekomen weet ik niet meer. Ik weet nog wel dat wij in Tiel in de buurt van de jamfabriek overnacht hebben. Toen wij thuis kwamen bleken er een paar gaten in het dak van het huis te zijn. Alles werd een beetje hersteld, zodanig dat het binnen maar droog was.

 

De boerderij van Jan en Nel Lamers’ gefotografeerd vanaf het erf van Hoenselaar, waar men al aan het ‘stenen poetsen’ is 

 

‘Piet werkte na de oorlog tot 1951 op de boerderij van Kühn. Hij hielp daar mee aan de wederopbouw van de grootste boerderij van Milsbeek. Daarna volgde hij zijn vader op als wegkantonnier bij de gemeente Ottersum. Hij promoveerde tot voorwerker en werd een bekende Milsbeker, die zich vooral in de carnavalsvereniging en bij de voetbalclub verdienstelijk heeft gemaakt.’

   
Excursie stichting cultuurbehoudmilsbeek 6 en 13 o...04 nov 2018

58 personen hadden zich aangemeld voor de jaarlijkse excursie voor vrienden, vriendinnen, vrijwilligers en hun partner/introducé. Omdat we niet allen tegelijk [ ... ]

Lees meer...
Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 44 Het Engel...24 okt 2018

 Index
Hoofdstuk 44 - Boek "Oorlogsherinneringen" Het Engelse kerkhof(War Cemetery) in Milsbeek Door : Gerrie Franken De Britse begraafplaats in [ ... ]

Lees meer...
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Andere artikelen
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl