Struinpad  

   

Luchtfoto's  

   

Boek:Oorlogsherinneringen  

   

Schoolfoto's  

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 18 De oorlog en de familie Derks

 

Index

Hoofdstuk 18 - Boek "Oorlogsherinneringen"

De oorlog en de familie Derks

Door : Wim Derks

Geboren in 1933 heb ik, als kind van 7 jaar, de bezetting van Nederland in 1940 door het Duitse leger meegemaakt, niet wetend wat het allemaal teweeg zou brengen. In de latere jaren was het voor mij en voor de andere kinderen een spannende tijd. Voor onze vaders en moeders was het heel zorgelijk en ze beleefden moeilijke tijden. Vooral de laatste 3 oorlogsjaren werd het steeds erger. Voor voedsel en kleren werden bonnen uitgereikt. In het begin viel het allemaal nog wel mee, maar later niet meer. Vooral voedselbonnen werden steeds minder uitgegeven. Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 1 Grad Derks grad van CisDat kwam doordat het Duitse leger van Hitler te veel hooi op de vork had genomen, waardoor de economie van Duitsland in elkaar zakte. Dat gebeurde vooral toen andere landen zoals Amerika, Engeland, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Rusland zich verenigden. Tijdens bombardementen werden alle grote steden in Duitsland platgegooid, vooral daar waar oorlogstuig werd gemaakt, zoals tanks, vliegtuigen en munitie. Helaas gebeurde het ook dat sommige bommen verkeerd terecht kwamen. Zo gebeurde het ook, dat de eerste bommen die in Milsbeek vielen, op ons bouwland terecht kwamen. Daar was mijn vader niet blij mee. Niet alleen omdat er twee grote gaten van 3 meter diep en 20 meter breed ontstonden. Nog erger was dat er tientallen nieuwsgierigen kwamen kijken en de gewassen platliepen. Zo naïef als ik was, vroeg ik ook nog eens aan alle kijkers een dubbeltje. Na de oorlog werd er ook nog een blindganger ontdekt. Vader sleepte de bommen helemaal naar de Rijksweg en gooide ze onderaan het talud, zonder ook maar te weten hoe gevaarlijk die dingen waren. “Het hoort niet op mijn land thuis”, zei hij.

 

 

 

 

 

 

Grad Derks (Grad van Cis)

Voor ons als kinderen was het een sensatie. Vooral ’s nachts als er luchtgevechten waren. Dat was nog eens een mooi schouwspel. Overal schijnwerpers op zoek naar vliegtuigen. Het gebeurde wel eens dat er een vliegtuig geraakt werd en dan naar beneden stortte. Zo is er een keer in de Plasmolen, in het Zevendal, eentje neergestort. Dat heeft er wel een week gelegen, zodat iedereen het kon bekijken. Het Duitse afweergeschut had het vliegtuig naar beneden gehaald. De Engelse piloot hing nog in de bomen. Die hadden ze doodgeschoten. Het werd steeds drukker in de lucht met de bommenwerpers, nu ook overdag. De Duitse troepen werden flink onder vuur genomen. Het is ook wel eens gebeurd dat de bommen verkeerd terecht kwamen. Zo is Nijmegen gebombardeerd, terwijl de bommen eigenlijk bedoeld waren voor de stad Kleef. Er waren toen veel doden te betreuren. Frans Kerkhoff, een buurjongen van ons, 17 jaar oud, is daarbij omgekomen. Ik was inmiddels elf jaar en zat in de zesde klas. In die tijd ging je nog in april over naar de hogere klas en niet, zoals nu, vlak voor de grote vakantie. De school werd in juni 1944 door het Duitse leger gevorderd om onderdak te bieden aan de Hitlerjugend. Dat waren jongens van 14, 15 jaar die werden gedwongen om aan het front te gaan vechten. Maar zover kwam het niet. Op 17 september 1944, zondagsmorgens, kwamen er honderden bommenwerpers overvliegen om in Duitsland alles plat te gooien. ’s Middags was de landing in Groesbeek, de lucht was zwart van de transportvliegtuigen. Dat was een prachtig schouwspel. Duizenden parachutisten kwamen naar beneden en landden op Klein Amerika, in Groesbeek. De meeste soldaten kwamen uit Engeland, Amerika en Canada. Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 2 Zicht op Heikantseweg 1945Zij kwamen ons bevrijden van de Duitsers, maar helaas pakte dat voorlopig nog anders uit. De Duitsers die op de zondag waren gevlucht, kwamen een paar dagen later weer terug. Hierdoor ontstond er een frontlinie tussen Mook en Milsbeek. In Mook lagen de Engelse soldaten en in Milsbeek de Duitsers. Daartussen lag Middelaar. Veel Middelaarse mensen vluchtten naar Mook. Dat liep niet altijd goed af. Meerdere mensen werden door de Duitsers opgepakt en afgevoerd naar Kleef. Het dorp werd bijna geheel platgeschoten. Een half jaar lang werd er in de loopgraven oorlog gevoerd, vooral ’s nachts. Het was dan één en al vuurwerk in de lucht.


Vooral Middelaar had veel te lijden van de gevechten en werd bijna compleet weggevaagd, zoals hier op de Heikantseweg te zien is

Half oktober 1944 moesten wij evacueren. Het hele gebied werd frontlinie met overal loopgraven, schuttersputten en mijnenvelden. We konden niet veel meenemen. Mijn vader had de kruiwagen volgepakt. Wie een paard had kon wel wat meer meenemen, maar in het dorp waren nog maar enkele paarden. Veel paarden waren omgekomen door granaatscherven of ze waren gevorderd door de Duitsers om kanonnen en ander oorlogsmateriaal te vervoeren om zodoende brandstof te besparen voor onder andere de zware tanks. De brandstof raakte bij de Duitsers op door de vele bombardementen op de oliedepots. Wij waren met twee gezinnen, moeder had ook de zorg voor mijn nichtjes Dina en Dora(2 en 4 jaar oud) van oom Jan(van Schaijk) en tante Laura. Omdat mijn tante moest bevallen was zij, voordat we gingen evacueren, door mijn broer Frans ’s nachts op de kruiwagen naar het ziekenhuisje van de zusters in Gennep gebracht. Het bracht geen geluk, want het kind, een jongetje, werd dood geboren. Enkele dagen later moesten wij vertrekken. Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 3 Huub Rutten 0004Zo vertrok mijn vader met de kruiwagen met de gedachte na een paar weken weer thuis te kunnen zijn. Maar die paar weken werden 7 maanden!! Wij moesten lopend naar Goch. De koeien van de Milsbeekse boeren en keuters liepen al in de weilanden vlak aan de grens. Ze werden allemaal geslacht als voedsel voor het Duitse leger, want de oorlog was nog lang niet afgelopen. En dat kregen wij ook in de gaten. Wat onze bestemming was, wist niemand. In Goch hebben we een nacht geslapen. Vanaf daar gingen we door naar Kalkar voor twee overnachtingen in een school. Toen ging de reis verder naar Rees. Daar gingen we met de pont de Rijn over richting Emmerich. Daar werd weer overnacht en de volgende dag met de trein naar `s Heerenberg. Dat enige stuk hoefden we dus niet te lopen. Er deed zich nog een triest ongeval voor waarbij één van onze dorpsgenoten, Huub Rutten, onder de trein kwam en zijn been verloor.

 

Huub Rutten

In ‘s Heerenberg hebben we twee nachten geslapen in een kasteel. Dat was wat, als jongen van 11 jaar, al die stenen trappen in het gebouw. We lagen wel met 10 man op de grond. Van daaruit gingen we richting Ede, weer lopend. In Ede aangekomen werden we ondergebracht in een protestantse kerk. De WC was buiten, gemaakt van gresbuizen, in een lange rij in de grond. Vanuit Ede gingen we door naar Veenendaal. Ook hier weer overnachten in een school. Maar niemand wist nog onze eindbestemming. De volgende dag ging de ‘reis’ door naar Zeist. Onderweg werden enkele jongens en mannen opgepakt en naar een kamp gebracht. Van daaruit moesten ze naar Arnhem om stellingen te graven. In Zeist zijn we een paar dagen gebleven. Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 4 Evacuatie fam Derks Landgoed BeerschotenHier kregen mijn ouders eindelijk het bericht dat De Bilt hun eindbestemming was.Aldaar zouden ze de adressen krijgen van de mensen die ons onderdak moesten geven. We kwamen in De Bilt aan in Hotel Pol. Hier moesten we enkele dagen blijven want we werden allemaal ontluisd. Het was inmiddels 1 november geworden. We waren met z’n negenen. Mijn broer Frans was met de familie Siebers geëvacueerd naar het bij Utrecht gelegen Werkhoven. Leo, die boerenknecht was bij Van Bergen in Ottersum (Piet van Koos) evacueerde met dit gezin naar Wilnis. Tante Laura vertrok later vanuit het hospitaaltje van de zusters uit Gennep naar Groningen. Wij kwamen terecht op Beerschoten.

 

Landgoed Beerschoten


Beerschoten was een landgoed van 129 hectare bos en landbouwgrond. Er was een heel groot herenhuis met wel 40 kamers, vol met Duitse soldaten. Een grote laan met hoge beukenbomen kwam uit bij het herenhuis. Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 5 Evacuatie fam. Derks stroomhuisje 003 2Deze laan stond vol met oorlogsmateriaal, tanks, kanonnen, vrachtwagens en zelfs 6 V-1`s. Spiksplinternieuw! Gelukkig hebben ze die niet kunnen gebruiken, want er was geen brandstof meer. Op het landgoed stonden 3 boerderijen, een machinefabriek die stil lag en een landhuis waar de freule woonde, van wie het landgoed was. Ze heette mevrouw Steengracht van Oostkapelle. Ik weet nog dat we er elke dag een liter melk moesten gaan brengen. Er was verder nog een boswachtershuis en een koetshuis, maar er waren ook arbeiderswoningen, het ‘spinnenweb’. Zo waren ze ook gebouwd: allemaal in een ronding en aan elkaar gemetseld. Aan de voorkant van het landgoed stond een stroomhuisje (transformator). Omdat vader er een hekel aan had om in het huis van de evacuatie-familie naar het toilet te gaan werd het door hem vaak gebruikt ‘om er uit de boks te gaan’.

 

 

 

Het stroomhuisje

Wij kwamen terecht bij de familie Van Amerongen. Het was een gezin dat bestond uit moeder, twee dochters en een zoon. Ze beheerden als pachter een pracht van een boerderij. De kinderen waren allemaal vrijgezel en ze wisten helemaal niets van onze situatie. Ze dachten: er komen een paar mensen om te slapen, maar wat keken ze raar op toen mijn vader en moeder met 9 man aan kwamen kruien. Ze dachten dat we zwervers waren en zo zullen we er ook wel uit gezien hebben. We hadden ons immers ook al 2 weken niet gewassen en de kleren die we aan hadden droegen we ook al 14 dagen. Toen wij ons allemaal verschoond hadden, mochten we in de voorkamer koffie komen drinken. Dat was een lekker kopje, klein beetje sterk met veel melk. Ze geloofden hun oren niet toen mijn vader vertelde dat wij helemaal van Noord Limburg via Duitsland naar De Bilt waren gelopen. Zo geloofden ook niet dat het daar écht oorlog was en dat er iedere dag mensen sneuvelden, zowel Duitse als Engelse soldaten en ook inwoners. Het maakte veel indruk op hen en het al was laat geworden. We moesten nog een slaapplaats zoeken. Mijn moeder en zusje Dora konden in een bed slapen. Voor ons werd het de pinkenstal (wij noemen dat hier een kalverenstal) die met dekens in orde werd gebracht. Wij lagen lekker zacht in het stro met paardendekens over ons heen, met z`n zevenen en mijn vader bij de ingang als hoofdman. Een meter verder stonden 8 koeien dus als er iemand van ons op moest om te plassen dan was de WC dichtbij. We gingen dan maar achter de koeien staan.

Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 6 Vooraan Grad en Nel Derks-van Schaijk en achter Frans The


De familie Derks op de foto (kort na de oorlog) vlnr Frans, Theodoor, Wim, Dora, Gerrit (met foto van Leo die toen in Indië was), Albert en vooraan vader Grad en moeder Nel

 

 

 

 

 

Mijn broer Gerrit en mijn broer Albert, die op een andere plek was geëvacueerd, moesten na enige tijd naar Duitsland voor de arbeitseinzats. Voordat wij naar huis terug konden keren werden we ook nog herenigd met mijn broers Albert en Gerrit. Zij hadden weten te ontvluchten en waren helemaal te voet vanuit Duitsland naar De Bilt komen lopen. Tot onze grote verrassing kwamen ze ineens de laan ingelopen. Albert totaal uitgeput op de rug van Gerrit. Na enige maanden had Jan-ome van het Rode kruis het adres gekregen waar tante Laura zat en was ook dit gezin weer herenigd en werd het in een ander gebouwtje, een soort zomerhuisje, ondergebracht.


Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 7 Fotos Wim Derks 0001Ome Jan en Tante Laura op een naoorlogse foto met hun dochters Dora en Dina

Voor mij was het een prachtige vakantie. Zo zat ik de hele dag bij Dirk, de zoon van de familie Van Amerongen, op de kar achter het paard ofwel op het land of in de bossen om takkenbossen weg te brengen naar de bakkers in De Bilt. Toen brak de hongerwinter uit en was er geen eten meer. De familie Van Amerongen had maar net genoeg aardappelen voor zichzelf, want alles wat ze verbouwden werd geregistreerd en wij moesten bij de gaarkeuken eten halen. Dat werd elke week slechter en minder. Op het laatst was het water met een koolblad erin en een sneetje brood voor overdag. Meer was er niet! Zo ging ik een keer met m`n moeder lopend naar Werkhoven. Daar zat mijn oudste broer Frans bij de familie Siebers van de Potkuilen. Onderweg zei ik tegen mijn moeder toen we langs een boerderij kwamen: “Zal ik eens naar een boterham gaan vragen?’’ Eerst wilde ze dat niet hebben, maar uiteindelijk voelde ze zelf ook de honger en zei toen: “Probeer het maar, maar wel heel vriendelijk vragen hoor’’. Zo klopte ik bij een boerderij aan. De boerin kwam aan de deur en vroeg wat ik moest. Heel nederig vroeg ik alstublieft om een boterham en zei toen: ‘‘Ik heb zo’n honger, breng er maar 2 mee’’ en klats ging de deur dicht. Ik heb het nooit meer gedaan. Wel kan ik mij nog herinneren dat we in Werkhoven heerlijk gegeten hebben. Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 8 voedseldroppingDe boer zei alleen: ‘‘De volgende keer moet je maar niet meer op zondag komen’’. Zij waren protestant. Wist ik veel wat dit voor hen betekende. Iedere week kwam de schillenboer uit Zeist. Hij haalde schillen op bij de burgers in Zeist en die kwam hij brengen bij de familie Van Amerongen voor de koeien. Hij was nog niet weg of ik zat met mijn handen tussen de schillen, zoekend naar appelschillen en at ze dan meteen op. Verschillende keren heb ik een schilmesje ertussenuit gehaald. Dat was dan weer een geluk voor de koeien. Onbegrijpelijk dat we geen buikkramp gekregen hebben. De laatste maand voor de capitulatie werden er voedselpakketten gedropt. Die werden dan door het Rode Kruis verdeeld en zo kregen we toch wat te eten binnen.


Voedseldropping

Het einde van de oorlog kwam op 5 mei. De Tommy`s waren er al en de Duitsers hadden niks meer te zeggen. Op de stal lag een hele mooie verrekijker. Ik had die vlug verstopt en had met Dirk een dealtje gemaakt: als hij er nog stond kreeg hij de verrekijker en ik zijn mondharmonica. Maar de Duitse soldaat kwam terug en vroeg naar zijn verrekijker. Ik heb toen maar gezegd dat ik hem in de stal ergens had zien staan. Ik was veel te bang om niets te zeggen. Op 10 mei waren we weer thuis in Milsbeek en wij waren een van de eerste evacués die terugkeerden . Dat ging wel stiekem in een dichte Engelse vrachtwagen, want tot aan de Waal was het voor de burgers nog niet vrijgegeven. Het dorp had veel geleden van de oorlog. Heel veel huizen waren zodanig vernield dat er niet meer in gewoond kon worden. In de kerk zat een groot gat. De school had geen pannen meer en de ruiten waren gesneuveld. Ook ons huis aan de Rijksweg had veel schade, de rogge groeide in de kamer. In 1946 gingen we pas weer echt naar school en ik kwam meteen in de achtste klas, terwijl ik eigenlijk twee jaar geen school had gezien. Cultuurbehoud Milsbeek - Cultuurbehoud Milsbeek - cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 18 9a Aanbieding klok Henk Jacobs bij 25 jarig huwelijksfeestDiWij spraken lange tijd niet over Duitsers maar over Moffen. De tijd heeft het respect voor de Duitser wel weer doen terugkeren en zo moet het ook. Rest mij nog te melden dat wij met ons gastgezin in De Bilt nog steeds contact hebben. Dirk is later getrouwd met ene Hennie. Wij zijn indertijd nog op het 40-jarig huwelijksfeest geweest. Zijn zussen Neel en Rie zijn altijd vrijgezel gebleven. Alleen Hennie, de vrouw van Dirk, leeft nu nog, ze is 94 jaar, maar ze weet nog alles!

 

 

 

Op het 40-jarig huwelijksfeest bij Dirk en Hennie van Amerongen houdt Gerrit het cadeau, in de vorm van een Milsbeekse keramische klok, omhoog

 

‘Wim Derks trouwde na de oorlog met Marietje Derksen uit Ven-Zelderheide en woont anno 2011 aan de Oudebaan. Hun kinderen Maja, Petra en Frank wonen nog allemaal in Milsbeek. Vorig jaar werd Wim door zijn kleindochter Brechje gevraagd om te helpen bij een lezing over de oorlog op school. Helaas was er, doordat het verhaal van Adriaan de Winter uitliep, geen tijd meer over voor haar verhaal. Vader Frank haalde vervolgens zijn vader over om het verhaal samen met hem op papier te zetten voor het boek Oorlogsherinneringen Milsbeek.’

   
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Stichting Cultuurbehoud Milsbeek zoekt een assiste...31 jan 2018

De werkzaamheden bestaan uit het actualiseren van en onderhoudswerkzaamheden aan de website www.cultuurbehoudmilsbeek.nl De assistent(e) werkt zelfstandig [ ... ]

Lees meer...
Andere artikelen
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl