Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 05 Hens Holthuysen, strijder op de Grebbeberg

Gemaakt op maandag 16 maart 2015 00:50

Index

Hoofdstuk 5 - Boek "Oorlogsherinneringen"

Hens Holthuysen, strijder op de Grebbeberg

Door : Theo Holthuysen

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 1 Hens Holthuysen in 1933Mijn vader Hens Holthuysen, geboren op 21 april 1913, werd in 1939 opgeroepen om het land te verdedigen. Eigenlijk heette mijn vader Gerrit, maar bijna niemand kende hem onder die naam. Hens Holthuysen was tijdens de mobilisatie in 1939 nog geen Milsbekenaar. Hij woonde, samen met zijn op het Milsbeekse gedeelte van de St. Jansberg geboren Truus Janssen en zijn twee oudste kinderen, in Groesbeek, aan het Binnenveld. Hij was in Mook werkzaam op de kalkzandsteenfabriek. In 1933 heeft hij voor zijn nummer gediend als Huzaar van Bureel te paard in een kazerne in Deventer. In Augustus 1939 werd hij tijdens de mobilisatie opgeroepen en ingekwartierd in Barneveld bij het 8e Regiment Wielrijders.

  Hens Holthuysen als huzaar in 1933 

De nacht van de inval moest Hens vanuit Barneveld met de fiets al vroeg naar het front. Hij moest een stelling in Stroe verdedigen die van hout en zoden was opgebouwd en die deel uitmaakte van de bekende Grebbelinie. Er werd vervolgens teruggetrokken naar Amersfoort, waar men achter een waterlinie zou komen te zitten. Maar het water bleef uit. Vervolgens werd men weer naar Achterveld gestuurd. Hier raakte men in de strijd verwikkeld. Met zijn kameraad Janssen was hij “voorste ruiter“ op de fiets. Dat betekende dat hij zo’n 100 à 150 meter voor de rest uit op verkenning moest. Zijn kameraad was de eerste die sneuvelde. Ook Hens vlogen de kogels links en rechts om de oren, maar hij bleef ongedeerd. Het was al snel duidelijk dat de strijd ongelijk was. De Duitsers hadden zwaar geschut en de Nederlanders alleen maar mitrailleurs en handgranaten. Ook de strijd in man tot man gevechten was ongelijk. De Duitsers gooiden hun handgranaten met behulp van een speciale stok wel zo’n 20 meter verder dan de Nederlanders. Het was een kansloze strijd. Van de 150 man vielen er 42.

 

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 2 Theo op bezoek Achterveld B Theo Holthuysen met kinderen op bezoek 
 bij het monument in Achterberg 

Pap leverde de zwaarste strijd, hoe luguber het ook moge klinken, op het kerkhof in Achterveld. Hij wist zich op een gegeven moment achter een grafsteen op het kerkhof te verschuilen. Zeven van zijn kameraden werden daar krijgsgevangen gemaakt. Terwijl de rest van de Duitsers verder trok, werden zij met een SS-er achtergelaten. Pap zag van uit zijn schuilplaats, dat deze in koelen bloede de eersten fusilleerde. Hij redde vervolgens het leven van de anderen door ‘de mof’ onschadelijk te maken en maakte zich vervolgens uit de voeten. Een dag voor de capitulatie op 14 mei 1940 werd hij alsnog krijgsgevangene gemaakt. Met anderen in colonne lopend door Arnhem, heeft pap nog geprobeerd te cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 3 Oorlogskruis Holthuijsen Bontsnappen. Dat deed hij door snel door de mensen te glippen en zich te verstoppen in een winkel achter de toonbank. Maar hij werd gevonden en werd met veel geweld weer de colonne ingestuurd. “Ik heb geluk gehad, dat er zoveel omstanders aanwezig waren, anders had ik dit avontuur waarschijnlijk niet overleefd”, zei hij altijd. Hij werd afgevoerd naar Sachsenhausen in Duitsland. Het leven in een krijgsgevangenkamp was zwaar. Pap kreeg er een snee brood per dag en een gekookt koolblad met water. Hij moest gedurende zijn 7 weken krijgsgevangenkamp 35 kg van zijn oorspronkelijke gewicht van 100 kilo prijsgeven. Op 8 juli heeft hij samen met een kameraad uit Nijmegen een vluchtpoging ondernomen. Die is wonder boven wonder gelukt, het kamp was ruim 300 kilometer van de Nederlandse grens verwijderd en zij hebben zich vooral ‘s nachts verplaatst. Zij gingen van boerderij naar boerderij en kregen onderweg van de boeren wel hier en daar wat te eten. Het waren op het platteland tenslotte ook niet allemaal Hitler aanhangers. Zo is pap heel erg vermagerd weer thuis gekomen bij mam en hun twee kinderen, Hennie (1936) en Theo (1939). Na de oorlog ontving hij het mobilisatie oorlogskruis. Het bestaat uit twee gekruiste dolken en een helm aan de voorzijde. Aan de achterzijde staat de inscriptie ‘Den Vaderland Getrouwe ‘.

 Het mobilisatie oorlogskruis 

Op 7 februari 1995 werd in de Maas- en Niersbode een artikel aan zijn belevenissen gewijd. Pap heeft eigenlijk haast nooit meer over die periode in zijn leven gesproken. Wij hebben toen in de krant meer gelezen over pap, dan hij zelf ooit aan ons heeft verteld. Op zondag 17 september 1944 openden de geallieerden de aanval op de Waalbrug bij Nijmegen en de Rijnbrug bij Arnhem. In die tijd stonden er op het Milsbeekse gedeelte van de St. Jansberg, de Laote genaamd, 3 boerderijen en de villa van de familie Van Verschuer. Op die plek zat men in feite op de eerste rang om het hele schouwspel gade te kunnen slaan. Zondagmorgen vroeg kwamen de bommenwerpers langs het Reichswald en boven Groesbeek. De geallieerden probeerden de Duitse stellingen uit te schakelen om wat veiliger te kunnen landen in dit gebied. Overal verspreid vielen de bommen en granaten. De scherven vlogen door de ramen tot onder de kachel. Iedereen ging de kelder in waar het veilig leek.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 4 route vanaf de Holleweg naar Milsbeek in 1944

Het open gebied tussen de Holleweg en de eerste huizen in 1944. Bij de zwarte pijl de boerderij van Kühn aan de Zwarteweg, nu bewoond door Nick en Manuela van der Valk

Op meerdere foto’s in dit boek zijn witte puntjes en kronkelende lijnen te zien. Achtereenvolgens betreffen dit granaatinslagen (in de cirkel) en loopgraven (bij de witte pijl)

Later werd het rustiger en kwamen er andere vliegtuigen. Sommigen waren voorzien van gliders, die aan dikke nylon touwen werden voortgetrokken en boven de St. Jansberg werden losgekoppeld. Gliders waren zweefvliegtuigen met daarin materieel en ook manschappen. Uit andere vliegtuigen, Dakota’s en transportvliegtuigen sprongen honderden parachutisten. De Amerikanen kwamen ook neer op de landerijen tussen de St. Jansberg en Groesbeek. Zij hadden daar alleen twee stromijten en hun eigen Gliders als beschutting. De Duitsers zaten in het bos en ook rondom ons huis op St. Jansberg 5. Dat was het derde huis vanaf de Holleweg. Er werd over en weer flink geschoten. Vele Duitsers lagen gewond en kermend van de pijn in onze boerderij, die als noodhospitaal was ingericht. Hoe mijn vader het gedaan heeft weet ik niet, maar hij had al heel vlug chocolade en smeerkaas gekregen van de Amerikanen, die zich bij onze stromijten hadden ingegraven. Maar daar blijven, zo midden tussen twee linies op de St.Jansberg, kon onmogelijk. De volgende dag zouden wij door het bos naar Milsbeek vertrekken. Maar onder aan de bosrand aangekomen, werden er opnieuw rondcirkelende vliegtuigen waargenomen. Omdat het in die tijd een groot open veld was voordat je bij de eerste huizenrij langs de Zwarteweg kwam, werd de tocht alsnog gestaakt. Dus maar weer terug naar boven en maar weer de kelder in. De volgende dag is het toch gelukt om de kern van Milsbeek te bereiken. Wij zijn in Milsbeek opgevangen bij de gebroeders Van den Hoogen. Hier mochten wij in de pottenbakkersoven slapen. Er werd een flinke laag stro in gedaan. Vervolgens met de hele familie erin gekropen. Pap en Mam, de 3 kinderen Hennie (8 jaar), Theo (5 jaar) en Martien (3 jaar) en grootvader Dorus Janssen (de Mug). Martien moet niet verward worden met de Martien die men nu in Milsbeek kent. Het was mijn gehandicapte jongere broertje, die tijdens de evacuatie is overleden. Het was krap in die oude oven, maar wel redelijk veilig.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 5 familie Holthuijsen omstreeks 1944 B


















Het gezin Holthuysen, vlnr moeder Truus, Martien, Hennie, schoonvader Dorus Janssen, Theo en Hens

Een paar dagen nadat wij in Milsbeek waren opgevangen, is Pap met Gerrit Derks nog een keer naar de St.Jansberg gegaan om wat kleding en huisraad op te halen. Op een lange ladder hadden zij, zoveel spullen zij konden dragen, opgeladen en zo gingen ze weer terug naar Milsbeek. Op de Zwarteweg aangekomen, werden zij vanaf de St. Jansberg onder vuur genomen. De kogels vlogen hen om de oren. Door greppels en schuttersputjes als bescherming te gebruiken zijn zij met hun vrachtje toch weer veilig bij de gebroeders Van den Hoogen aangekomen. Op de pottenbakkerij was het overigens ook niet altijd veilig, want soms vielen daar ook granaten. Ook werd er soms gewaarschuwd voor razzia’s. De Duitsers probeerden zoveel mogelijk werkkrachten te vinden om loopgraven en dergelijke te graven. Alle mannen en jongens, die groot en sterk genoeg waren, moesten zich dan verstoppen om hieraan te ontkomen. Hiervoor hadden ze grote stapels takkenbossen die nodig waren om de oven mee te stoken, zodanig tegen de muur opgestapeld en gerangschikt dat er in het midden een schuilplaats ontstond. Hier moest men zich in dekens gerold soms vele uren schuil houden, tot het sein veilig werd gegeven. Wij, de familie Holthuysen, zijn daar ongeveer 3 weken geweest. Martien, die gedeeltelijk verlamd was, kon daar helaas niet blijven. Hij is toen opgenomen in de verpleegafdeling van Maria-Oord in Gennep. Wij hebben hem daarna nooit meer gezien.

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 7 Evacuatieadres fam HolthuysenEr waren daar in die pottenbakkerij nog meer mensen. Behalve de familie Van den Hoogen was dat de familie van Grad Derks van Rijksweg 111, die tegenover de pottenbakkerij woonde. De familie Derks was uit hun huis gezet omdat de Duitsers dit in gebruik hadden genomen, Er mocht alleen nog worden gekookt voor de groep mensen die in en rond de pottenfabriek leefde, omdat het anders de mogelijkheden in de keuken van de gebroeders te boven ging. Wij zijn tussen 10 en 20 oktober via de bekende route over Duitsland geëvacueerd en zijn in Jutphaas terecht gekomen. Dat was op een boerderij aan de Nedereindseweg, bij de familie Van Schaik.

Evacuatieadres familie Holthuysen in Jutphaas

cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 6 MartienHolth
cultuurbehoud milsbeek boek oorlogsherinneringen 05 8 Grafje Martien
We zijn daar heel goed opgevangen en kregen goed te eten. Pap kon daar goed helpen op de boerderij en mam met de huishouding en het eten koken. Elke dag zaten daar zo’n 18 mensen te eten. Dat was de familie Van Schaik, vier personen van ons gezin -opa was ergens anders in Jutphaas geplaatst- en nog wat wisselende mensen, die er dagelijks aan de deur kwamen vragen om wat te eten. Zolang pap en mam geleefd hebben, hebben zij altijd goede contacten onderhouden met de familie Van Schaik. Mijn broertje Martien, die dus achter was gebleven in het Maria Oord te Gennep, is pas veel later, op 21 of 23 december 1944, met de nonnen geëvacueerd. Het was toen heel koud. Martien, die minder weerstand had dan andere kinderen, heeft tijdens die barre tocht een longontsteking opgelopen. Hij is hieraan op 2 februari 1945 in Enschede in het ziekenhuis overleden en daar ook begraven. Wij hebben dit pas vernomen, maanden na de bevrijding, via een brief van zuster Claudiane van het Norbertus Ziekenhuis uit Enschede. Pas in november 1945 hebben we een overlijdensprentje met een foto kunnen krijgen.

 

Het in de oorlogsjaren overleden zoontje
Martien en zijn grafje in Enschedé

‘In 1942 werd Hens Holthuysen boer op een van de pachtboerderijen op De Laote van baron Van Verschuer. Die boerderij was tot die tijd gepacht door zijn schoonvader Dorus Janssen (de Mug). Hij werd na de oorlog actief in het Milsbeekse verenigingsleven. Hij was ook 13 jaar raadslid, waarvan 9 jaar tevens wethouder. Rond 1960 bouwde hij op een perceel grond onder aan de Holleweg een tweetal kippenhokken met een bedrijfswoning, om op eigen grond een kippenbedrijf te starten. Zoon Theo ging hier wonen en via een loketje in de muur begon hij hier in 1968 met de verkoop van ijs. In de loop van de jaren is dit uitgebreid tot ‘Eethuis De Diepen’.