Struinpad  

   

Luchtfoto's  

   

Boek:Oorlogsherinneringen  

   

Schoolfoto's  

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 44 Het Engelse kerkhof(War Cemetery) in Milsbeek

 Index

Hoofdstuk 44 - Boek "Oorlogsherinneringen"

Het Engelse kerkhof(War Cemetery) in Milsbeek

Door : Gerrie Franken

De Britse begraafplaats in Milsbeek stamt uit februari/maart 1945. Vele gewonde soldaten die destijds in de gehavende Milsbeekse kerk zijn verzorgd, zijn er ook omgekomen. Zij zijn achter de kerk begraven. Ook zijn de soldaten van het 3rd Bataljon Irish Guards die op 21 februari 1945 bij Hassum sneuvelden, na de strijd naar de Milsbeek gebracht om door hun kameraden achter de kerk te worden begraven. De gesneuvelde soldaten van de verschillende landen werden ieder op eigen wijze begraven. In totaal liggen er in onze regio 50.420 graven.
 
Na de inval in mei 1940 werden de gesneuvelde Duitse militairen veelal begraven op zogenaamde Ehrenfriedhöfe, waarvan er over Nederland verspreid talrijke waren. Er werden ook veel gesneuvelden teruggebracht naar Duitsland en daarom is het aantal gesneuvelde Duitsers in mei 1940 ook niet meer te achterhalen. Een Ehrenfriedhof was bij ons in de buurt gelegen in Mook. Later werden er ook andere kerkhoven aangelegd, bijvoorbeeld op Groesbeek-Stekkenberg en op de R.K.-begraafplaats in Ottersum. Na de landingen in Groesbeek in september 1944 hadden de Duitsers geen tijd meer om hun gesneuvelden met militaire eer te begraven en kregen deze meestal slechts een veldgraf. Dergelijke veldgraven lagen door heel Nederland verspreid.
 
In het archief van de voormalige gemeente Ottersum is een opgave gevonden van de in Milsbeek na de oorlog gevonden veldgraven van 19 Duitse militairen. Hierop komen de volgende plaatsen voor: Woning C2 J. Koster(1), Woning C5 M. Kersjes(2), Woning C42a A. Kösters(1 ), woning C51 A.M. Wientjes(1), Woning C52 W. Derks(1), woning C5 A. Theunissen(1), woning C5 J. de Bruin(1), woning C65 P. v/d Hoogen(1), woning C92 M. Thissen(1), Molen Jacobs C112(1), woning C115 A. Linders(1), woning C123 J. Laarakkers(2) Woning C137 Wed. P. Maas(1), woning C141 Th. Verhasselt(3), Woning C145 M. Laemers(1). Na de oorlog werden de gesneuvelde Duitsers herbegraven in het Limburgse Ysselsteyn. Dit gebeurde vanaf 1948 tot het midden van de 50er jaren. In Ysselsteyn, het enige Duitse kerkhof in Nederland, werden in totaal 31.524 Duitsers begraven. Er worden nu nog steeds elk jaar tientallen gesneuvelde Duitsers gevonden die dan vervolgens in Ysselsteyn herbegraven worden. De overblijfselen van 239 Duitse militairen zijn van 1948 tot 1976 op verzoek teruggebracht naar hun familie. Het beheer van het kerkhof In Ysselsteyn ligt nu bij de Deutsche Kriegsgräberfürsorge. De Duitse kerkhoven (Kriegsgräberstätte) in de regio liggen, behalve in Ysselsteyn (31.524), in Dönsbruggen (2.381), Weeze (2.004), Bedburg Hau (857), Kleve (69), Goch (161), Uedem (87). Een van de Duitse soldaten die in Milsbeek sneuvelde was Obergefreiter Stefan Tomisser. Hij sneuvelde op 23 september 1944 en was soldaat in de 2. Kompanie/Flak Scheinwerfer Ersatz Abteilung 29. Zijn veldgraf lag samen met dat van een onbekende Duitse soldaat bij de familie Wijnhoven op de St. Jansberg. Tomisser werd in november 1949 herbegraven in Ysselsteyn in graf CU-5-117.

De Amerikanen begroeven hun  gesneuvelde militairen bij voorkeur op temporary cemeteries, tijdelijke kerkhoven. Bij de gevechtstroepen waren ook Graves Registration Units ondergebracht, eenheden die de gesneuvelden verzamelden en op deze tijdelijke kerkhoven, veelal met behulp van Duitse krijgsgevangenen, begroeven. In West-Europa zijn 24 van dergelijke tijdelijke kerkhoven ingericht. Nederland telde er drie, o.a. een in de buurt van Milsbeek, namelijk in Molenhoek bij brouwerij De Raaf.

Bij besluit van de Amerikaanse overheid mochten er geen tijdelijke kerkhoven in Duitsland komen. Maar Generaal Patton -zo eigenwijs als hij was- richtte in Duitsland toch tijdelijke kerkhoven voor zijn gesneuvelde troepen in, o.a in Hochfelden. Na de oorlog kon de familie beslissen of hun dierbaren in Europa begraven zouden blijven of alsnog naar Amerika teruggehaald zouden worden. Meer dan 60% van de gevallen soldaten werd tussen 1948 en 1952 gerepatrieerd. De gesneuvelden die in Europa bleven, werden begraven op nieuw ingerichte kerkhoven die worden beheerd door de ABMC (American Battle Monument Commission). In Nederland is nu nog een Amerikaans kerkhof in Margraten (Zuid-Limburg). Hier liggen 8.301 militairen begraven. Als er nu nog lichamen van Amerikaanse soldaten in veldgraven gevonden worden, dan gaan deze via de Nederlandse “Dienst Identificatie en Berging” naar Hawaii, waar getracht wordt ze te identificeren. De laatste Amerikaan die op Margraten begraven werd, is 2nd Lieutenant Willis Utecht. Hij werd op 16 september 1994 in het Katerbosch te Middelaar gevonden. W. Barker, gesneuveld op 3 oktober 1944 en wiens veldgraf in juni 1977 werd gevonden in Milsbeek, werd herbegraven in februari 1978 op het Amerikaanse oorlogskerkhof in Neuville-en-Condroz, België.

De Britse gesneuvelden werden vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog door heel Nederland begraven. Aanvankelijk waren dit de vele bemanningen van vliegtuigen die in Nederland waren neergestort. De meeste gesneuvelden werden ter plaatse begraven. Na de oorlog werd er een groot aantal kerkhoven ingericht voor gesneuvelde Britten, in Noord-Limburg o.a. in Mook, Groesbeek, het Reichswald en Overloon. Maar er werden ook gesneuvelde soldaten ter plaatse begraven, zoals op het R.K.-kerkhof te Mook en op het R.K.-kerkhof in Ottersum. De Britse gesneuvelden werden meestal begraven in het land waar ze sneuvelden. Na de oorlog werden de gesneuvelde soldaten vanaf diverse plaatsen naar grotere kerkhoven gebracht. Zo werden bijv. soldaten uit Heijen in Mierlo begraven en in Rheinberg vonden soldaten uit Hommersum hun laatste rustplaats. Het beheer van de Britse oorlogskerkhoven ligt bij de CWGC (Commonwealth War Graves Commission). De Britse kerkhoven die in deze omgeving liggen zijn Milsbeek War Cemetery(210), Reichswald Forest War Cemetery (7.654), Mook War Cemetery (332), Jonkerbos War Cemetery (1.543), Groesbeek Canadian War Cemetery (2.610), Venray War Cemetery (692), Overloon War Cemetery (280). De gesneuvelden die vanaf 1945 op het militaire kerkhof in Milsbeek begraven zijn, zijn afkomstig uit o.a. Gennep (35), Hassum (33), Mook (21), Ottersum (5), Hommersum en Goch, Duitsland (elk 1). 22 gesneuvelden komen uit Milsbeek en van 92 gesneuvelden is niet duidelijk waar ze vandaan komen. Per divisie zijn de gesneuvelden: 46 man van de 51st Highland Infantry Division, 64 van de 52nd Lowland Infantry Division , 44 van de Guards Armoured Division, 3 van de 79th Armoured Division en 53 van verschillende onderdelen waaronder één gesneuvelde van de Airforce.

De gesneuvelden per maand zijn:
 
22 in september 1944,
8 in oktober 1944,
149 in februari 1945,
25 in maart 1945
en 6 in april 1945.

Op 21 februari 1945 sneuvelden 34 soldaten van de Irish Guards bij Hassum op één enkele dag. Wat betreft de aanleg van het kerkhof in Milsbeek werd op 31 oktober 1945 aan Leenders Tuinarchitectuur te Tegelen gevraagd een kostenbegroting te maken voor het aanleggen van een kerkhof waar circa 150 Engelse soldaten begraven konden worden.

In november 1945 vond er vervolgens een overleg plaats tussen de burgemeester van de gemeente Ottersum en tuinarchitect Venhorst om de Engelse begraafplaats van beplanting te voorzien, ‘zodat deze een behoorlijk aanzien krijgt’. In de toelichting deelt de burgemeester mee dat het rijk jaarlijks een bedrag van ƒl 5,- per graf voor onderhoud vergoedt, waaruit de aanlegkosten betaald kunnen worden.

In december 1945 werden de bomen, planten en bloemen voor de aanleg begroot op ƒ 610,-. Op 11 januari 1946 wordt van de firma Leenders een aanbieding ontvangen ‘voor den aanleg van het ‘geallieerde kerkhof ’ te Milsbeek. De aanleg wordt overeenkomstig deze aanbieding gegund. In verband hiermede wordt nog besloten ‘den grond, welke voor dit kerkhof noodig is, aan te koopen’. Den pastoor te Milsbeek zal worden gevraagd de nodige onderhandelingen te voeren, te weten met Kobus Peters(Kobus van Nölleke), ‘van wien ook grond moet worden aangekocht’ en op de hoek van de Schoolstraat en de kanonskamp woont.

In april 1946 wordt vervolgens aan de Combinatie Aannemers Gennep - Ottersum (CAGO) opdracht gegeven om een stroomlaag te metselen op een bestaande fundering van de geallieerde begraafplaats te Milsbeek volgens aanwijzingen van de gemeenteopzichter. Zonder bijlevering van materialen en zonder voegwerk was de prijs ƒl 1,05 per strekkende meter. In verband met nog op de graven aan te brengen beplanting moet het metselwerk ten spoedigste, in ieder geval dezelfde week nog, beginnen. Op 29 april 1946 wordt meegedeeld dat de beplanting kan worden aangebracht en dat het op prijs wordt gesteld dat de aanleg op zaterdag 4 mei a.s. geheel gereed is ‘zulks in verband met den bevrijdingsherdenkdag’. In die periode speelde ook nog een kwestie van het herbegraven van acht militairen die op het R.K. kerkhof in Ottersum liggen. In het gemeentearchief is er correspondentie van 3 mei 1946 waarin staat dat de gemeente geen toestemming krijgt van de Engelse autoriteiten om de acht graven op het R.K.-kerkhof in Ottersum over te brengen naar het militaire kerkhof in Milsbeek. De begrafenis op het kerkhof in Ottersum had plaatsgevonden zonder dat het kerkbestuur hiervan op de hoogte was gebracht. Op 13 mei 1946 meldt de waarnemend burgemeester van Ottersum per brief aan de Minister van Binnenlandse Zaken dat het militaire kerkhof in Milsbeek 217 graven omvat. Maart 1947 wordt er naar het Ministerie van Oorlog een rekening van ƒl 2.937,46 voor materialen, werkzaamheden en beplanting van het kerkhof gestuurd.

In de raadsvergadering van december 1948 wordt de begraafplaats verkocht aan de Staat der Nederlanden. Het betreft dan een perceel van 8,92 are van de gemeente en 0,19 are van de R.K. Kerk. In februari 1954 schrijft burgemeester Janssen een brief aan de Imperial War Graves Commission in Brussel over de gemeente, de oorlogsgraven in de buurt en de gevechten die er tijdens de oorlog plaatsgevonden hebben. Verder schrijft hij dat er ieder jaar op 4 mei een stille tocht gehouden wordt naar de Britse militaire begraafplaats te Milsbeek en dat hier jaarlijks honderden belangstellenden aan deelnemen. Er worden dan door kinderen op elk graf bloemen gelegd en de burgemeester legt namens het gemeentebestuur een krans bij het grote kruisbeeld.

De inrichting van het kerkhof is twee keer ingrijpend veranderd. In 1946-1947 werden de houten kruizen vervangen door ijzeren kruizen. Deze ijzeren kruizen werden in de jaren 1954-1955 weer vervangen door grafstenen. Op elk Brits oorlogskerkhof staat een marmeren zuil met daarin een register met de namen van alle soldaten, die op het betreffende kerkhof begraven zijn. In dezelfde zuil ligt ook een gastenboek waarin zowel nabestaanden als bezoekers een woordje kunnen schrijven.

Iedere grafsteen op een militair kerkhof wordt anno 2011 gesierd met een regimentsembleem van de eenheid waaronder de desbetreffende soldaat diende. Op Milsbeek Cemetery zijn er ca. 40 verschillende emblemen in de grafstenen gebeiteld met daaronder vermeld de bijbehorende eenheden. Op het kerkhof in Milsbeek zijn de volgende emblemen te zien: Gordon Highlanders, The Black Watch, Irish Guards, The Buffs, R.A.C., The King’s Own Scottish Borderers, Royal Engineers, The Border Regiment, Royal Artillery, The Royal Scots Fusiliers, Recce Corps, The Highland Light Infantry, R.A.C., Welsh Guards, The Derbyshire Yeomanry, The Argyll and Sutherland Highlanders, Royal Marines, York and Lancaster Regiment, The Cameronians, Royal Corps of Signals, The Royal Northumberland Fusiliers, Coldstream Guards, R.A.M.C., The King’s Own Royal Regiment, Herfordshire Yeomanry, Royal Signals, R.A.S.C., The King’s Shropshire Light Infantry, The Essex Regiment, The Wiltshire Regiment, The Royal Warkwickshire Regiment, The Somerset Light Infantry, The Seaforth Highlanders, The Worcestershire Regiment, Army Catering Corps, The Middlesex Regiment en The Duke of Wellington’s Regiment. Naast regimentsemblemen kan men op grafstenen ook andere informatie over de gesneuvelden aantreffen, bijvoorbeeld een kruis of een Davidster. Dit zijn symbolen voor het geloof van de soldaat. Op de grafsteen waar een Joodse soldaat begraven ligt, vindt men vaak losse stenen bovenop de grafsteen. Er worden namelijk geen bloemen gebracht naar een Joods graf. De stenen worden door bezoekers op de grafsteen gelegd en zijn een tastbaar symbool van de liefde voor de gestorvene. Het verwijderen van steentjes is een schending van het graf. Onderaan de grafsteen is er nog ruimte voor persoonlijke teksten van nabestaanden.

In mei 1957 werd de begraafplaats bezocht door de Gouverneur van Limburg en de Hertog van Gloucester. De burgemeester van Ottersum meldt in het kader van de voorbereiding hiervan in een brief aan de commissaris der Koningin van de provincie Limburg dat er 210 Engelse militairen begraven liggen op het militaire kerkhof te Milsbeek. Alle namen zijn, op een na, bekend. Verder meldt hij dat er jaarlijks een stille tocht naar de begraafplaats gehouden wordt. Door de commissaris der Koningin wordt meegedeeld dat de Hertog van Gloucester op 16 mei 1957 om 10.45 uur een bezoek zal brengen aan de begraafplaats in Milsbeek en dat hij om 11.00 uur zal vertrekken naar het militaire kerkhof in het Reichswald. In een vervolgbrief van de burgemeester schrijft hij dat hij de commissaris der Koningin geen foto’s kan verschaffen van de herdenking maar dat er uitgebreide informatie heeft gestaan in o.a. de Gelderlander Pers, de Maasbode Pers en de Limburgia Pers.

Vele nabestaanden van de overledenen hebben in de loop der tijd het kerkhof in Milsbeek bezocht en daardoor ontstonden er ook soms contacten tussen de nabestaanden en inwoners van Milsbeek. Een van de kontakten was die tussen de familie Krebbers en een zekere Miss Curley. Marie Peters-Krebbers en Joep Krebbers vervulden jarenlang het kosterschap in de Milsbeekse kerk en beiden hadden er tegenover in de Kerkstraat een winkel. Zo maakten ze kennis met die mevrouw Curley die elk jaar bij gelegenheid van de dodenherdenking trouw het graf van haar in maart 1945 gestorven zoon Leo, en dat van een in februari 1945 overleden zoon van een kennis (Sj. Torr), bezocht. Het groeide uit tot een echte vriendschapsband tussen de twee families.

Iemand die zich vanuit Gennep op een bijzondere wijze inzet voor de ontvangst en de opvang van de veteranen is Han van Arensbergen . Han kreeg het herdenken van de oorlogsslachtoffers van zijn moeder als het ware met de paplepel ingegoten. Al op jonge leeftijd kwam hij met zijn moeder naar het Engelse kerkhof in Milsbeek en vele veteranen hebben in de loop der jaren al een beroep op hem gedaan voor de opvang en begeleiding tijdens hun bezoeken aan hun overleden zoons of kennissen. Ook heeft hij al jarenlang een belangrijk aandeel in de organisatie van de herdenkingen.

Nog altijd worden in Milsbeek elk jaar de oorlogsslachtoffers in Milsbeek herdacht. Dat gebeurt niet meer in de vorm van een Stille Tocht vanuit Gennep en Ottersum naar Milsbeek. De herdenking vindt in Gennep en Milsbeek gescheiden plaats. In Gennep vindt deze plaats bij het beeld van de barmhartige Samaritaan bij de Niersbrug. In Milsbeek gebeurt dat in de vorm van een dienst in de R.K. kerk en vervolgens met het leggen van een krans bij het monument van de burgerslachtoffers op de hoek van de Kerkstraat/ Langstraat en op het ‘Engelse’ kerkhof. De Ceremonie wordt opgeluisterd door het Gilde en met het ten gehore brengen van de Last Post. Om de 5 jaar wordt er ook landelijk nog extra aandacht aan gegeven. De laatste keer was dat in 2010. In dat jaar kreeg o.a. het bezoek van Donald Beales, de zoon van Major Beales die in het verhaal van Adriaan de Winter een aantal keren voorkomt extra aandacht. Ook hij ligt op het kerkhof in Milsbeek begraven naast zijn runner private Smith, die ook op 12 februari 1945 sneuvelde in Gennep. Ze stonden samen in een huisdeur in Gennep, toen Smith terugging naar de D Company. Smith zei tegen Beales: “Sir, ik zie u over 20 minuten.” Private Smith sneuvelde exact 20 minuten later dan Beales. Zijn zoon Donald kwam tijdens de herdenking op 4 mei op bezoek in Milsbeek en legde een krans bij het graf van zijn vader.

Tot slot wil ik nog een persoonlijk verhaal van mijn vader vertellen. “In 1947 kregen we bij ons ouderlijk huis aan de Kamperweg in Heijen bezoek van de Engelse familie Ashton uit Morecambe (man en vrouw). Hun gids en tolk was ’n zekere Van den Berg van de Plasmolen, die zichzelf en de beide Engelsen aan ons voorstelde. Vader, moeder en ik stonden met hen in de buurt van de strôje-hut op ons erf geruime tijd te praten en Van den Berg maakte ons duidelijk waar het om ging, n.l. de Engelse man en vrouw wilden graag weten waar hun zoon J. Ashton gesneuveld was. Met zijn ouders had de zoon vóór zijn vertrek uit Engeland naar het Europese Front afgesproken, dat hij, overal waar hij kwam, zijn naam op ’n muur, boom of iets dergelijks zou schrijven. We konden de familie niet helpen en zeiden, dat we de naam J.A. nergens gezien hadden en evenmin zijn graf of het moet zijn dat hij met 4 anderen bij Schoofs op de Belt begraven is geweest. Afijn, de plek waar Sephton (een ander Engelse soldaat) begraven lag wezen we hen aan en ik meen, dat alle Engelsen toen al opgegraven waren. Bij hun vertrek gaf de Engelsman ons zijn visite-kaartje en een foto van het graf van hun zoon, die begraven ligt op het Engelse kerkhof ‘British Cemetery’ te Milsbeek. Op de achterkant van het kaartje heeft hij het legernummer van zijn zoon met ’n potlood neergeschreven: 2721176. Op de achterkant van de foto staat het volgende: 2721176 SGT Ashton Irish Guards, Milsbeek. Een dag later zochten mijn vader en ik naar de naam en ontdekten hoog op de stam van de peppel (populierboom), die vlak bij ons huis stond, de letters J.A. aan de kant van het karschop, zeer waarschijnlijk de naam van de zoon van Ashton. Omdat Van den Berg geen adres had achtergelaten konden we hem niet bereiken. Dit is mijn verhaal van één van onze bevrijders!’’

‘Via de inmiddels overleden Theodoor Derks van de Rijksweg werd ik er indertijd op geattendeerd, dat zijn schoonzoon Gerrie Franken (gehuwd met Gerda) veel informatie had over oorlogsgraven waaronder het oorlogskerkhof in Milsbeek. Via de gebeurtenis van zijn vader die hij in het verhaal heeft omschreven en zijn diensttijd is hij zich voor de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder vliegtuigcrashes en oorlogsgraven gaan interesseren. In 2000, 2005 en 2010 heeft hij mee gewerkt aan de in Gennep gehouden tentoonstellingen. Verder is hij lid van de Groesbeek Airborne Vrienden, die al jarenlang veteranen ontvangen en herdenkingstochten houden. Hij is lid van de Historische Commissie van het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek. Naast co-auteur van twee boeken heeft Gerrie ook meegewerkt aan diverse publicaties over de Tweede Wereldoorlog in Nederland, Duitsland en Engeland. In dit verhaal zijn ook de gegevens verwerkt die door mij gevonden zijn in het archief van de voormalige gemeente Ottersum.’

.

 

TEKST bij bovenstaande foto's :

1:Graf Stefan Tomisser in Ysselsteyn2:Het inmiddels opgeheven tijdelijke kerkhof, dat achter de voormalige brouwerij De Raaf in Molenhoek lag
3:Graf van W. Barker in Neuville-en-Condroz
4:Tekening van het plan voor de aanleg
5:Kobus van Nölleke, die na terugkomst van de evacuatie achter zijn huis een begraafplaats op de huisakker aantrof
6:Foto uit 1947 met de aangelegde graven
7:De stille tocht in de Kerkstraat
8:De nieuwe inrichting vanaf 1955, met links de woning van Kobus van Nölleke, op de hoek van de Schoolstraat en de Kanonskamp,
9:Het Cemetery Register, waarin het ‘Vistors book’
10 11 12:Enkele van de regimentsemblemen die op de grafstenen staan: v.l.n.r.: The Black Watch, Irish Guards en The Gordon Highlanders
13 14:Twee van de vele door familieleden opgegeven teksten onder op de grafstenen
15:Dr. F. Houben, de toenmalige gouverneur van Limburg
16:De Hertog van Gloucester
17:Cor Krebbers-Achterberg met Miss Curley bij het graf van haar zoon
18:Een nog jonge Han van Arensbergen in 1947 bij het graf van één van de oorlogsslachtoffers, met op de achtergrond de Langstraat
19:Zoon Donald Beales legt in 2010 een z.g. Poppy bij het graf van Major Beales, Company Commander Co D, 5th Black Watch Battalion, gesneuveld op 12 februari 1945 te Gennep, herbegraven op Milsbeek War Cemetery graf II.D.3.
20 21:Rechts: Het St. Lambertusgilde luistert elk jaar trouw de herdenkings-plechtigheid op. Onder: Het huidige War Cemetery
22: Graf van Sergeant John Ashton, gesneuveld op 21 februari 1945 te Gennep, 3rd Bn, Irish Guards, 32nd Infantry Brigade, Guards Armoured Division, begraven te Gennep, Groene Kruisstraat en herbegraven op Milsbeek War Cemetery graf II.B.4.

   
Excursie stichting cultuurbehoudmilsbeek 6 en 13 o...04 nov 2018

58 personen hadden zich aangemeld voor de jaarlijkse excursie voor vrienden, vriendinnen, vrijwilligers en hun partner/introducé. Omdat we niet allen tegelijk [ ... ]

Lees meer...
Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 44 Het Engel...24 okt 2018

 Index
Hoofdstuk 44 - Boek "Oorlogsherinneringen" Het Engelse kerkhof(War Cemetery) in Milsbeek Door : Gerrie Franken De Britse begraafplaats in [ ... ]

Lees meer...
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Andere artikelen
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl