Kruimelpad

   

Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 43 Persoonlijke verhalen van soldaten en veteranen

 Index

Hoofdstuk 43 - Boek "Oorlogsherinneringen"

Persoonlijke verhalen van soldaten en veteranen

Door : Frank van Duin en Kevin Lemmens

‘In documentaires, films, boeken en op talloze websites wordt de militaire historie en het strijdverloop van de Tweede Wereldoorlog uiteengezet. Over veel lokale en regionale gebeurtenissen is echter weinig te vinden. Persoonlijke belevenissen van soldaten en inwoners tijdens de oorlog worden vaak alleen van generatie op generatie doorgegeven en slechts af en toe gepubliceerd in lokale boeken en tijdschriften. De bewoners van Milsbeek waren tijdens de daadwerkelijke strijd om Milsbeek geëvacueerd. Alleen de soldaten die toen hebben deelgenomen aan de strijd kunnen ons iets vertellen over wat er zich toen heeft afgespeeld in Milsbeek. Slechts enkele van hun verhalen van de strijd in en om Milsbeek zijn bewaard gebleven. Voordat we een impressie geven van een aantal belevenissen van soldaten geven we kort een overzicht van de strijd in en om Milsbeek om de verhalen van de soldaten beter te kunnen plaatsen’.

Op 8 februari 1945 begon Operatie Veritable. Dit was het grote offensief om het Rijnland te veroveren, waardoor de geallieerden een weg konden banen naar de laatste grote natuurlijke verdedigingslinie van Duitsland; de Rijn. De weg van Nijmegen naar Kleef was de belangrijkste weg op de linkerflank van de aanval. De Rijksweg van Mook naar Gennep was essentieel op de rechterflank van Operatie Veritable. De uitvoering van het veiligstellen van deze toevoerweg door Milsbeek was toebedeeld aan de 51ste Highland Divisie. Deze Schotse divisie bestond onder meer uit soldaten van de 5de Black Watch en de 1ste Gordon Highlanders. Deze bataljons hadden de opdracht zo snel mogelijk Milsbeek te bevrijden. Het plan was om een frontale aanval op de Duitse verdediging bij het front in Plasmolen te vermijden en met een omtrekkende beweging via Breedeweg aan te vallen. Op 8 februari, de eerste dag van de aanval veroverde de 5de Black Watch het kerkdorp Breedeweg. In de nacht van 8 op 9 februari volgde het 1ste bataljon van de Gordon Highlanders, onder leiding van Luitenant-Kolonel Martin Lindsay, de Black Watch naar het punt ‘Pyramid Hill’ (de zuidwesthoek van het Reichswald nabij de Diepen). Vanuit dit punt trokken de 1ste Gordon Highlanders door de Kiekberger bossen en veroverden de Rijksweg tussen Milsbeek en Plasmolen. In de middag startte de 5de Black Watch vanaf ‘Pyramid Hill’ de aanval op Milsbeek via het Koningsven in de richting van de Kanonskamp en de Drie Kronen. We hebben voor Milsbeek enkele verhalen bijeengebracht om een indruk te geven van hoe soldaten in 1945 in Milsbeek de strijd beleefden. Deze drie verhalen kunt u hieronder lezen en zijn een selectie uit onze studie naar operatie Veritable, waarover wij in de toekomst meer hopen te schrijven.

Martin Lindsay over de strijd via de Sint Jansberg naar de Geuldert: ‘Na verschillende gevechtsacties op 9 februari 1945 in de Kiekberger bossen, bevindt Martin Lindsay zich in het bos ter hoogte van de villa van Baron van Verschuer op de Sint Jansberg.’

De volgende zet van de 1ste Gordons Highlanders was een gelijktijdige aanval van de C-compagnie en de D-compagnie vanaf het hoger gelegen terrein naar het lagergelegen vlakke terrein. Het doel van de aanval van de D-compagnie was het veroveren van de beboste heuvel ten oosten daarvan. Dit is de heuvel waar vroeger Van Hasselt woonde en nu de witte villa van de familie Benthum staat. Zijn relaas: ‘Ik aanschouwde deze aanval vanaf een geweldige observatiepost op de heuvel ter hoogte van de aanvangspositie van de D-compagnie. Danny Reid commandant van de D-compagnie, rapporteerde dat hij naast de al aanwezige Duitsers in de villa, nog eens zestig Duitsers de villa als toevluchtsoort had zien kiezen, en dat deze druk bezig waren zich in te graven. Samen met een aantal anderen was ik getuige van de grote verliezen die een deel van deze Duitsers opliepen als gevolg van een barrage van onze 25-ponders en 4.2 mortieren, voorafgaand aan de aanval. Het was overweldigend om te zien hoe de mannen van D-compagnie over het open veld richting het bosje sprintten met inkomend vijandig mortiervuur dat steeds net achter hen insloeg. Vanuit de observatiepost konden we zien hoe de Duitsers in kleine groepjes hun toevlucht namen in een achterliggend bos. Dit was een artillerist zijn droom, maar helaas konden we onze artillerie niet bereiken omdat het radioverkeer te druk was. Na het zien van het behalen van de doelen van de D-Compagnie, keerde ik terug naar de commandopost waar ik een briefje vond van de brigadecommandant waarop nog eens werd benadrukt hoe belangrijk het was dat de weg Mook-Gennep tegen de avond open was zodat de ‘Sappers’ zo gauw het donker werd aan het herstel van de weg konden beginnen, waarna het korps de weg kon gebruiken voor de bevoorrading. Ondertussen was ik ongerust over de C-compagnie (zij had als doel het veroveren van ‘De Hel’), omdat ik veel vuurgevechten vanuit die richting hoorde en een aantal gewonden van dat front zag terugkomen welke aangaven dat het daar niet zo goed ging. Ik wilde net bergafwaarts lopen richting de C-Compagnie, toen zojuist Alec Lumsden via de radio liet weten dat ‘De Hel’ was veroverd, maar dat de tegenstand er taai was geweest en er slachtoffers waren gevallen.’

Na deze twee aanvallen stond het aantal Duitse gevangenen op driehonderd voor de 1ste Gordon Highlanders. Voordat de C-compagnie en de D-compagnie aan de aanval begonnen, was de A-compagnie al begonnen aan een omtrekkende beweging om via de rechterflank aan te vallen. Het doel van de A-compagnie was om de versterkte Duitse posities rondom de rijksweg voor de Canadese frontlinie uit te schakelen.‘Na het oversteken van de Rijksweg ter hoogte van ‘De Hel’, bereikte de B-compagnie bebossing, waar ze echter werden verwelkomd door Duits mortiervuur. Hier werd op gereageerd door met luid geschreeuw een bajonetcharge uit te voeren onder leiding van George Morrison.

Bijna direct daarna nam de A-compagnie contact met mij op. Ik had drie uur niks meer van hen gehoord en hoopte het nieuws te ontvangen dat ze de versterkte Duitse posities hadden veroverd en dat ze nu in hun positie aan de Middelaarse kant van de Rijksweg waren. ‘Je kunt je mijn ontzetting voorstellen wanneer ik te horen kreeg dat ze er niet in waren geslaagd de Rijksweg over te steken, omdat ze op felle tegenstand stuitten van de Duitsers. Er lagen flink wat mijnen welke tot slachtoffers hadden geleid en uiteindelijk werden ze tegengehouden door op zijn minst drie strategisch gepositioneerde Spandau machinegeweren. Ik vertelde dat ik zo gauw het donker was vanuit het oosten de versterkte posities zou aanvallen. Toen viel de verbinding weg... Ik had er geen goed gevoel over, maar die positie moest simpelweg veroverd worden. “Vanwege het grote belang van het slagen van deze aanval, besloot Martin Lindsay de aanval zelf te leiden. Onder leiding van Lindsay arriveerde de D-company bij het startpunt van de aanval: “Zo gauw we de startlijn bereikten, bleken we in een hinderlaag te zijn gelopen. Van voor ontvingen we Schmeisser geweervuur en achter ons ontploften een aantal handgranaten. Direct daarna doken vijf of zes Duitsers op aan beide zijden van het pad. Zij moeten hebben geslapen omdat een derde deel van onze groep hen al was gepasseerd. Er ontstond een vuurgevecht van automatisch geweervuur waarmee alle Duitsers neergingen. Het duurde slechts twee seconden en het was een uiterst efficiënt resultaat, want wij hadden slechts één licht gewonde. Maar het enige waar ik op dat moment aan kon denken was: In een valstrik geraakt nog voordat we zijn gestart, dit wordt de bloedigste strijd welke zich ooit heeft voorgedaan.’ De aanval werd voortgezet, maar de structuur van de aanval vervaagde naarmate ze vorderde door de duisternis in de moeilijk begaanbare ‘jungle’: ‘Elke honderd meter kostte ons vijftien minuten, en de verwarring was erg groot. Ik bevond mezelf naast Porter, en beiden zochten we klauterend een weg naar voren; Porter met zijn automatische pistool en ik met mijn kompas. Ik had geen controle meer over de aanval en ik dacht bij mezelf dat het allemaal een afschuwelijke mislukking zou worden. Toen hoorde ik geweervuur en al gauw kwam het nieuws dat we een eerste positie hadden veroverd.’ Na nog een stuk verder te zijn opgerukt kwamen ze onder Spandau mitrailleurvuur en licht mortiervuur te liggen vanuit de loopgraven rondom de huizen. Ondanks de vele ‘flares’ (dit zijn door middel van mortieren afgeschoten lichfakkels hangend aan een parachute) achter de Canadese linies, was het angstaanjagend donker in het bos. Vervolgens verplaatste het geweervuur van de automatische wapens zich naar de onderverdieping van het dichtstbijzijnde huis. Lindsay besloot een frontale aanval uit te voeren met veel kabaal en een overweldigende vuurkracht: ‘Ik zei tegen Danny Reid dat hij alle brenguns op een rij moest stellen om vervolgens een minuut snelvuur te geven en daarna onder luid gebrul en al vurend vanuit stenguns en geweren aan te vallen. Leunend tegen een boom hoorde ik Danny vervolgens de aanval organiseren.

Iedereen was wat angstig met uitzondering van Danny. Ik hoorde hem rennen van peloton naar peloton welke hij in positie bracht en orders gaf. De D-compagnie was gereed voor de aanval. Na een korte schotenwisseling gaven eenenzeventig Duitsers zich over. Met de handen omhoog liepen ze naar de Gordons met het nieuws dat er nu geen Duitsers meer tussen de Gordons en de Canadese linie inzaten. Nog eens tweehonderd Duitse soldaten gaven zich over aan de Canadezen. ”Om te voorkomen dat een ‘te fanatieke’ Canadees de Gordons zou beschieten, terwijl ze de Canadese linies zouden naderen, riep ik twee doedelzakspelers naar voren om het regimentslied te spelen, Cock of the North. De Canadezen beantwoordden dit met het bespelen van hun doedelzakken, zij speelden The March Past. De Canadese linie was niet ver meer. Maar plots was daar een knal, we waren terechtgekomen in een mijnenveld. Het was een open stuk niemandsland van zo’n vijftig meter breed dat tussen de Canadese en de voormalige Duitse linie in lag. Ondanks de helpende hand van de Canadezen die ons met prikstokken door het mijnenveld heen loodsten vielen er aan onze en aan Canadese zijde nog slachtoffers. Onder de slachtoffers was ook Danny Reid, hij was gewond geraakt en werd samen met de andere gewonden geëvacueerd. De D-compagnie verloor op deze tweede dag alle vier haar officieren. Later stelde ik de compagnie in het gelid en marcheerden we terug. Ik was doodmoe en er was geen sprake van een opgewekte stemming toen ik aan de brigade rapporteerde dat de weg Mook-Gennep weg veilig was gesteld.’

Tom Renouf over de verovering van Milsbeek: ‘Op woensdag 7 februari wachtten de mannen van het 5de Bataljon van de Black Watch gespannen af, nadat zij waren ingelicht door de bevelhebbers over het naderende offensief. Onder hen was ook Tom Renouf, een twintigjarige jongeman uit de buurt van Edinburgh, Schotland.’

In de nacht van 7 op 8 februari kwam het bevel om zich met zijn compagnie lopend te begeven naar de aanvalsposities in de bossen bij Groesbeek. Via Breedeweg en Grafwegen trok hij ‘s middags samen met het 5de Battalion Black Watch en het 1ste bataljon Gordon Highlanders, beiden van de 153ste brigade, op richting ‘Pyramid Hill’, het hoogste punt op de stuwwal bij de Diepen in Milsbeek. Tom vertelt hierover: ‘We hadden moeite de beboste helling op te komen, wadend door modder, takken en struikgewas. Ik moest iedere honderd meter dekking zoeken vanwege Duits tegenvuur van Schmeisser en Spandau pistolen en geweren. We schakelden ze uit met handgranaten en Brenguns. De Duitsers waren met minder maar boden desondanks behoorlijke weerstand. Het was bijna avond en inmiddels donker toen we de top bereikten, we groeven ons onmiddellijk in in verdedigingsposities. Het was een verschrikkelijke nacht, we moesten ons uiterst stil houden, mijn maat en ik bleven om de beurt wakker. Hoewel ik erg bang was, had ik problemen om wakker te blijven wanneer het mijn beurt was. Maar bij ieder klein kraakje, ieder brekend takje schrok ik wakker en was ik uiterst op mijn hoede. We hadden het bevel gekregen om niet te vuren als de vijand op ons af zou komen, omdat dat onze positie zou verraden. Vuren mocht alleen als het absoluut nodig was en enkel op het allerlaatste moment. Gedurende de nacht dacht ik overal Duitsers op ons af te zien sluipen en het was niet altijd alleen mijn verbeelding. Af en toe kon ik ze van dichtbij horen praten, dit werd beantwoord met vuur vanuit onze troepen, het geluid dat overbleef was het roepen om hulp. Gelukkig kwam ons bataljon de nacht door zonder slachtoffers...’ De volgende ochtend moest de weg Nijmegen - Gennep, de huidige Rijksweg door Milsbeek, worden veiliggesteld. De Gordon Highlanders vertrokken al vroeg over de Sint Jansberg richting Plasmolen en De Hel. Tom bereidde zich op dat moment voor op de aanval richting de kern van Milsbeek, die ‘s middags zou worden ingezet via de Zwarteweg. Tot 15:00 uur lagen zij in posities aan de voet van het bos in het Koningsven. Tom Renouf vertelt hierover: ‘We zijn blij om dat akelige bos uit te zijn en blijven hier tot vanmiddag. Maar er gaat een nieuwe verschrikking volgen, we moeten zij-aan-zij door het open veld oprukken. Normaal volgen we elkaar op de voet en zoeken we de bescherming van bomen of een greppel.’ Door de geallieerde artillerie troepen werd een rookgordijn neergelegd over de gehele breedte van het front, hierdoor werd de infanterie aanval onzichtbaar gemaakt voor de vijand. Toen de oprukkende mannen van de 5de Black Watch de eerste boerderijen en huizen naderden, kwamen ze echter onder hevig vijandig mitrailleur vuur te liggen. ‘De kogels vlogen ons om de oren en overal om ons heen spatte de modder op van de grond. Mijn natuurlijke reactie was om zo snel mogelijk te gaan liggen, maar we moesten doorrennen. We bleven schieten en waren daardoor in staat om de eerste huizen te bereiken. We kropen dichterbij en ik gooide handgranaten door de ramen.’ Tom en zijn kameraden konden op deze manier de Duitsers in deze boerderij uitschakelen en gevangen nemen. Tijd om op adem te komen was er nauwelijks, want op dezelfde manier moesten ze weer naar de volgende boerderijen oprukken. Ook de huizen in het centrum konden later op de avond worden veiliggesteld en zo werd Milsbeek huis na huis bevrijd. De nacht van 9 op 10 Februari werd door het bataljon van Tom doorgebracht in de huizen van Milsbeek, en hier werden ook de plannen gemaakt voor de aanval op Gennep.

Jeffrey Haward over de tegenstand van de Duitsers op weg naar Kanonskamp in Milsbeek; Jeffrey Haward was officier van een peloton binnen het 1/7 de bataljon van het Middlesex regiment. Hij gaf als sergeant leiding aan zevenentwintig man die samen de taak hadden om met vier zware machinegeweren van het type Vickers, ondersteuning te bieden aan de 5de Black Watch. Met behulp van kleine rupsvoertuigen, zogenaamde ‘Bren Carriers’, konden zij zichzelf en het materieel verplaatsen. Op 8 februari verzamelden ze zich samen met hun kameraden van andere bataljons in onze regio. Een eerste taak was het ondersteunen van de grote artillerie beschieting die in de ochtend plaats vond. Later die dag bereikten de mannen van de 1/7de Middlesex de huizen in Breedeweg en Grafwegen waar zij de nacht doorgebrachten. De volgende dag zou Jeffrey als een van de eerste soldaten vanaf de Holleweg richting Milsbeek trekken. Hij vertelt hierover het volgende: ‘Er werden drie vrijwilligers gevraagd van onze groep, het 10de peleton, om de 5de Black Watch te assisteren tijdens een patrouille. Met in totaal negen man van ons regiment gingen we met mannen van de C-compagnie van de 5de Black Watch vanuit het Reichswald op verkenning. We hadden onder meer twee machinegeweren en twee carriers meegenomen. We reden over een bospad naar beneden, maar de voertuigen trokken al snel vijandig mortiervuur aan, en daarom vervolgden we onze weg verder te voet. We droegen het machinegeweer mee op onze rug, terwijl de anderen ons rugdekking gaven. De vijandige weerstand was hier erg hevig en uiteindelijk vroegen we versterking aan van tanks. Vier tanks schoten te hulp maar konden helaas niet verder het bos door trekken. De Duitsers beschoten de tanks met Panzerfaust raketwerpers en we waren met te weinig mannen om ze te kunnen beschermen.’De tanks die te hulp schoten werden direct uitgeschakeld. Jeffrey Haward en zijn mannen bevonden zich op dat moment in een penibele situatie; ze waren ver voor de eigen linies uitgetrokken en naderden de vijand in en om Milsbeek. Maar ook de terugweg zou gevaarlijk zijn vanwege de nog altijd aanwezige felle tegenstand van de Duitsers in het Reichswald. Jeffrey vertelt verder: ’Samen met Sergeant Frank Dollin bemande ik het ene Vickers machinegeweer, terwijl korporaal Sleath met het andere geweer de vijand op ongeveer tweehonderd meter afstand onder schot hield. Onze groep probeerde de vijand van opzij te benaderen, ik liep nu op ongeveer honderd meter afstand van bebouwing in de richting van de vijand. Op dit punt werd Sergeant Dollin in het hoofd geraakt en viel op de grond Ik probeerde hem nog te helpen maar hij was op slag dood. Een Duits Spandau (MG 42) machinegeweer opende op dit moment het vuur op onze hele groep, ook ik werd geraakt...’ Jeffrey Haward is tijdens deze actie in Milsbeek door de Duitsers beschoten, zijn jack was op meerdere plekken doorboord en verscheurd door kogels, wonder boven wonder was hij niet gewond. Wanneer het vijandelijk vuren tijdelijk stopte, wist hij zelfs het machinegeweer weer te vinden en mee te nemen, samen met zijn mannen, naar een veiliger positie een stuk terug. Er werd gewacht op versterkingen en toen deze arriveerden vervolgden ze hun weg. De echte aanval op Milsbeek startte in de middag, waar ook Jeffrey aan deelnam. Er zouden helaas nog meer slachtoffers vallen, maar het doel van de verkenning en de aanval, het bereiken en veroveren van de weg Gennep-Mook, werd die avond bereikt. Jeffrey Haward verdiende met zijn dappere acties in en om Milsbeek de ‘Military Medal’, een hoge Britse militaire onderscheiding.
 
‘De 27-jarige Frank van Duin is een kleinzoon van Nelly van Duin-Wientjes (zie pag. 120-122) en woont inmiddels in Eindhoven. Daar heeft hij, na zijn afstuderen aan de TU, met enkele studiegenoten een eigen ontwerpbureau opgericht. Kevin is een 26-jarige kleinzoon van Jana Meussen-Derksen (zie pag. 114-116). Hij is afgestudeerd aan de Universiteit in Nijmegen als bedrijfskundige en is werkzaam bij Adviesbureau Cap-Gemini. Hij woont inmiddels in Middelaar. Het zijn Milsbeekse jongens met veel interesse in wat er in de Tweede Wereldoorlog in Milsbeek en omgeving is gebeurd. Franks interesse is ontstaan via de sporen die hij als mountainbiker in de bossen tegenkwam. De interesse van Kevin is vooral gewekt door de verhalen die zijn opa Bertus Meussen altijd vertelde. Beiden hebben inmiddels vele verhalen getraceerd van strijders die in Milsbeek hebben gevochten en hebben het nodige sporenonderzoek gedaan. Voor de eerste keer werkten ze mee aan een publicatie en ze hopen in de toekomst nog meer over hun ervaringen te kunnen publiceren.’

.

TEKST bij bovenstaande foto's :

1 Luitenant-Kolonel Martin Lindsay (1905 - 1981) in 1944, Commandant van de 1ste Gordon Highlanders
2 Alec Lumsden
3 George Morrison
4 Danny Reid
5 Veteraan Martin Lindsay
6 Tom Renouf in 1945
7 Veteraan Tom Renouf in 2011
8 Sergeant Jeffrey Haward in 1945
9 Veteraan Jeffrey Haward (M.M.) in 2010

   
Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp28 juni 2018Heropening Struinpad gedeelte Gebrandekamp

Struinpad weer open

Het struinpad op de Gebrande Kamp is gedurende langere tijd afgesloten geweest. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat moest de route [ ... ]

Lees meer...
Boek "oorlogsherinneringen" hoofdstuk 43 Persoonli...15 juni 2018

 Index
Hoofdstuk 43 - Boek "Oorlogsherinneringen" Persoonlijke verhalen van soldaten en veteranen Door : Frank van Duin en Kevin Lemmens ‘In [ ... ]

Lees meer...
Beleidsplan04 apr 2018

Beleidsplan 2018 Algemeen / Visie:
De stichting vindt cultuurbehoud belangrijk voor de identiteit van de gemeenschap en haar vrienden, vriendinnen en vrijwilligers. [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Jaarverslag04 apr 2018

JAARVERSLAG 2017 Algemeen
In 2017 bestond het bestuur uit:
Ton Frenken: voorzitter, Toos de Gier-Arends: secretaris, Willeke de Haas-Theunissen: penningmeester.
Bestuursleden:
Nelly [ ... ]

Lees meer...
Stichting Cultuurbehoud Milsbeek zoekt een assiste...31 jan 2018

De werkzaamheden bestaan uit het actualiseren van en onderhoudswerkzaamheden aan de website www.cultuurbehoudmilsbeek.nl De assistent(e) werkt zelfstandig [ ... ]

Lees meer...
Culthis Radio17 jan 2018

Culthis Radio De uitzending van Culthis Radio van januari 2018 staat weer op YouTube en kunt u beluisteren via deze link: https://youtu.be/FF8vc8cd8mQ Het [ ... ]

Lees meer...
Boekpresentatie ‘de minse op de milsbѐk’11 dec 2017

Zondag 19 november 2017 was voor Stichting Cultuurbehoud Milsbeek een geweldige dag. Velen waren naar het Trefpunt gekomen voor de presentatie van het 1e [ ... ]

Lees meer...
Terugblik Open Monumentendag 201716 okt 2017

Terugblik Open Monumentendag 2017

Ook dit jaar deed Stichting Cultuurbehoud Milsbeek mee aan de Open Monumentendagen (OMD) in het weekend van 9 en 10 september. [ ... ]

Lees meer...
Dorpsblad : Mededelingen Stichting Cultuurbehoud M...16 okt 2017

Geplaatst mededelingen in het dorpsblad 'op de milsbèk' - oktober-november 2017 Mededelingen Stichting Cultuurbehoud Milsbeek Monumentenschildje gemeente [ ... ]

Lees meer...
Struinpad Milsbeek tijdelijk niet begaanbaar12 okt 2017

  Oktober 2017   Struinpad Milsbeek. Door werkzaamheden van Rijkswaterstaat is een deel van het Struinpad tussen de Bloemenkamp en de Maas [ ... ]

Lees meer...
   
© Powered & Hosting by : YonVie.nl