Familiegeschiedenis Janssen en Jansen

Gemaakt op zaterdag 04 april 2015 19:21

Auteur Hennie Janssen 

Jans(s)en, een achternaam
Janssen / Jansen is een patroniem; een achternaam die is afgeleid van een voornaam, in dit geval Jan. In de Niederrhein, het geografische gebied tussen Rijn en Maas vanaf Midden-Limburg tot boven Noord-Limburg is Jans(s)en de meest voorkomende naam. Dit gebied heeft eenzelfde geschiedenis en de achternamen hebben veel overeenkomsten. Jans(s)en komt in Duitsland verder weinig voor en in het Nederland is Janssen de meest voorkomende naam in het gebied van Venlo tot Nijmegen.
In de 17e eeuw wordt de Niederrhein sterk beïnvloed door Nederland. Holland beleeft een rijke tijd door de handel van de V.O.C., de Gouden Eeuw. Jan en Janssen klinkt 'Hollands' en straalt zo iets van die Gouden Eeuw uit. Jan als voornaam wordt een mode naam in de Niederrhein, met als gevolg dat toen achternamen verplicht werden, er veel Janssen's kwamen. Janssen in alle vormen is een naam die typisch is voor katholieke gebieden in de Niederrhein. Janƒsen (een korte en een lange s) is ook in Nederland van de 18e eeuw en later een gangbare schrijfwijze. In de Niederrhein is Jansƒen dat nog steeds. Janssen met dubbel ss hoort in de Niederrhein thuis. In Limburg is de variant met twee ss het meest voorkomend. In Milsbeek komt de naam Jans(s)en zoveel voor dat iemand die aan de toenmalige hofkapel werd voorgesteld en steeds weer de achternaam Janssen hoorde als hij een lid van de kapel de hand gaf, dacht dat het een flauwe grap was en ophield met voorstellen onder het motto; 'Stik toch mit ollie Janssens!'
Wim Janssen (van Bart), Thij Janssen (van Bart), Piet Janssen (dikke Piet), Antoon Janssen (Achterbroek), Piet Jansen (van Tinus van Well), Thei Janssen (van Jan)

Janssen – Jansen, een familiegeschiedenis

Jan Janssen junior werd in 1784 in Middelaar geboren als zoon van Johannes Janssen senior en Gerrarda (Gerretje) de Haan, weduwe van Theodorus Lamers, allen afkomstig uit Groesbeek. Jan senior was cultivateur, frans voor landbouwer. Hij pachtte de boerderij 'Sint Jansberg', waarvan huis en plaats (grond rond het huis) in Middelaar (Limburg) lagen en schuur, erf, bouwland en weilanden in Groesbeek (Gelderland). De Franse volkstelling van 1801 geeft als adres Middelaar 63 aan. Jan Janssen senior, zijn vrouw Gerrarda de Haan, hun zoon Jan junior, hun kleine zoon Derk en Margaretha Janssen, een zus van Jan senior woonden op Middelaar 63. Het huis met plaats lag aan het eind van het pad dat vanuit de Plasmolen omhoog loopt naar de Sint Maartensberg (Groesbeek).

Huis en plaats stonden boven op de Sint Maartensberg. Schuur en erf lagen, vanuit Plasmolen gezien richting Groesbeek, daarachter met akkergronden en weilanden. Middelaar 63, waar het gezin woonde, was dus in feite Plasmolen, wat behoorde bij de parochie Middelaar. Nog altijd ligt daar een boerderij en nog steeds staat het huis in Plasmolen en de rest ligt in Groesbeek.

Jan junior, op zijn huwelijksakte ook Jean genoemd vanwege de Franse overheersing, trouwde in 1806 met Anna Maria Hoenzelaers uit Milsbeek. Zij was een dochter van Bartholomeus Hoenzelaers en Maria Selessen. Als een Hoenselaars kwam ze van de boerderij 'Hermsenhof' in de Achterbroek (thans eigendom van de zonen van Koen Berns).

Handtekeningen op de huwelijksakte van Jan Janssen en Anna Maria Hoenzelaers

Jan en Anna Maria woonden in Plasmolen op de pachtboerderij Sint Jansberg bij de ouders van Jan. Ze kregen één zoon, Bartholomeus geboren op 13 september 1807. Moeder Anna Maria stierf, 22 jaar oud, op 9 januari 1808 in Middelaar.
Weduwnaar Jan trouwde nadien met Elisabeth Berns uit Groesbeek. Ze kregen 5 kinderen, waarvan er twee de volwassen leeftijd behaalden. Elisabeth stierf, 40 jaar oud, in 1823 in Plasmolen, na de geboorte van hun jongste zoons, een tweeling, die allebei slechts enkele weken leefden.

Ergens tussen 1826 en 1829 verhuisde Jan junior, weduwnaar, naar Milsbeek. Hij woonde bij de volkstelling van 1829 in Milsbeek. Als beroep staat landbouwer vermeld en bij hem woonde zijn zoon Bart uit het 1e huwelijk, 22 jaar oud en van beroep landarbeider en zijn dochters uit zijn 2e huwelijk: Anna Maria 15 jaar, arbeidster en Johanna 11 jaar, arbeidster. Ze woonden op de boerderij met grond aan het Rozenbroek, daar waar het Rozenbroek later aansloot aan de Rijksweg: de boerderij waar nadien de gebroeders van den Hoogen woonden.
Bij Jan Janssen staat vermeld 'gezegd fijnen boer' op de kadasterkaarten van 1811-1832 . Ook op de gezinskaart 1850-1862 wordt hij als 'finne boer' omschreven. Jan stierf op 22 september 1850 op deze boerderij.

Zijn zoon Bart Janssen huwde in 1839 Theodora (Door) Jansen. Door was een dochter van Rigardus Jansen uit Milsbeek en Elisabeth Roelofs uit Wyler.

         

Handtekeningen op de huwelijksakte van Bart Janssen en Theodora Jansen

Haar ouders, Rigardus (Riek) en Elisabeth woonden in Milsbeek aan de Zwarteweg, daar waar café de Zwarteweg staat. Ze kregen zeven kinderen, behalve Door trouwde ook nog haar broer Driekus.
Driekus (Rieke Driekus) huwde in 1850 met Anna Peters uit Groesbeek en het echtpaar kreeg 10 kinderen, waaronder dochter Dina en zoon Jan. Dochter Dina huwde met Cis Koenen, wiens zoon Gerrit Koenen en zijn vrouw Marie Hubbers de ouders werden van Dineke, Door, Frans, Anneke, Jan, Gerrit en Bep Koenen.
Zoon Jan, de Rieke Jan (kleinzoon van Riek Jansen) trouwde met Maria Jacobs, een zus van Gradje de Mölder. Hun zoon Driekus heette in de volksmond 'Driekus van de Rieke Jan'.

Bart en Door boerden voort aan de hoek Rozenbroek – Rijksweg en kregen acht kinderen. Vijf van hun kinderen stierven jong, één bleef vrijgezel en twee trouwden, dochter Marie en zoon Cobus.
Marie trouwde met Willem van den Hoogen. Hij woonde op de boerderij aan de Rijksweg, waar later Thei ten Haaf boerde. Hij was een buurjongen van Marie. Willem trouwde 1868 in bij Bart Janssen met Bartboers Marie. Ze kregen vijf kinderen, waarvan er drie jong stierven. Zoon Dorus trouwde in bij 'van Well' met Leen Janssen. Dochter Elisabeth huwde Grad Hubbers (zoon van Mathis Hubbers en Gertruida Lamers). Hoogstwaarschijnlijk gingen zij later in Groesbeek wonen. Bartboers Marie, stierf in 1882 op 42 jarige leeftijd. Willem van den Hoogen trouwde een tweede maal met Kaat Derks, die tegenover de Rozenbroek op 'de Koat' woonde. Zoon Piet uit het 2e huwelijk van Willem, bleef op de boerderij wonen met zijn vrouw Christina Maria Arts. De boerderij van Piet van den Hoogen werd in 1952 afgebroken. In de toen nieuw gebouwde boerderij hebben nog jarenlang zijn vrijgezellen zonen Wim, Jan en Tinus van den Hoogen gewoond.

Jacobus Janssen, Bartboer Cobus – Cobus de slechter, is 1875 getrouwd met Geertruida (Trui) Tunnissen , een dochter van Jan Tunnissen en Johanna Jansen.
Trui woonde met haar ouders tussen de Oude Baan en de Rijksweg, tegenover het Wèvershuus'. Haar broer Bertus werd de vader van de in Milsbeek wonende
Theunissen's: Jan Theunissen (dochter Mia en zoon Antoon) en Tön Theunissen (zonen Lambert, Teun en Marinus en dochter Riet).

Bartboer Cobus Jacobus Jansen Geertruida Tunnissen
handtekening Jacobus Jansen   

Bartboer Cobus (Jacobus Janssen) en Trui (Geertruida) Tunnissen
Geertruida kon niet schrijven; oudste dochters in het gezin kregen vaak weinig scholing,
omdat ze al snel in het groeiende huishouden moesten meehelpen.

Cobus was, naast boer, slager. Hij slachtte bij mensen thuis, zoals dat toen gebruikelijk was. Iedereen had minstens een varken dat elk jaar vetgemest en geslacht werd en zo het gezin van spek, balkenbrij, worsten, bloedworst en schinken voorzag. De producten werden gepekeld, de schinken in de schoorsteen gerookt en menig karbonade naar de pastoor gebracht.
Bart Janssen, de vader van Cobus, had in 1845 van de Gemeente de hoek grond (noord van Langstraat en Rozenbroek tot aan de Leigraaf) gekocht en ontgonnen. Cobus bouwde er in 1877 een boerderij, de 'Hof van Limburg' waar hij met zijn vrouw en gezin ging wonen. Bartboer Cobus en Trui kregen 10 kinderen. Hun oudste dochter Elisabeth stierf toen ze 21 jaar is. Zoon Bartholomeus werd 9 maanden. De volgende zoon werd weer Bartholomeus (Bart) genoemd. Volgen dochter Johanna (Han), zoon Johannes (Jan), zoon Richardus die 1 jaar werd, wederom een zoon Richardus (Riek), dochter Anna Maria (Marie), dochter Anna en zoon Jacobus (Cobus).

De dochters van Cobus en Trui; Anna, Marie en Han
Anna is 18 jaar of ouder, want zij heeft al oorbellen.
De andere twee zijn 21 jaar of ouder, want zij hebben ook een ketting.

Dochter Han, huwde Bênt Mulders. Ze hadden een slagerij in de Kerkstraat in Mook, die door hun dochters Door en Truus werd voortgezet. Dochter Truus bracht met haar Volkswagen Kever bij menig huishouden in de omgeving het bestelde vlees aan huis.
Dochter Marie, trouwde Jaap Mulders, een broer van Bênt. Jaap en Marie woonden op boerderij 'de Kop' in Middelaar. Tevens hadden ze een veerpont in de Maas om voetgangers en fietsers over te zetten van de Kop naar St. Agatha, waar een weg vanuit de veerstoep naar het klooster van de Kruisheren en het dorp leidt. De veerdienst werd in 1968 opgeheven en het pont uit de vaart genomen. Jan, Marie en hun kinderen worden 'van de Kop' genoemd.
Dochter Anna en haar man Grad de Bruin woonden met hun kinderen in Groesbeek, in Breedeweg . Zoon Cobus, de jongste zoon van Cobus en Trui, bleef vrijgezel.

Zoon Bart van Bartboer Cobus trouwde Elisabeth, Betje Welberts, een dochter van Hendrikus Welberts en Petronella Tonen uit Milsbeek. Zij woonden met hun gezin in een boerderij aan het begin van de Onderkant, eerste huis links vanaf Milsbeek. De straat werd 'de Straot' genoemd en Bart dus Bart uit de Straot. Bart was tevens huisslager, dat had hij overgenomen van zijn vader. Zijn nakomelingen heten in Milsbeek - van Bart. Jaap van Bart trouwt Jo Toonen uit Middelaar, Thij van Bart huwt An Peters uit Groesbeek en Wim van Bart Annie Felling uit Milsbeek. Zoon Thij bleef in het de boerderij aan de Onderkant wonen.

Zoon Riek van Bartboer Cobus woonde met zijn vrouw Netje Beltermans uit Ulft op de boerderij 'Hof van Limburg'. Zij boerden voort op de boerderij van vader Cobus. Hun nakomelingen heten op de Milsbeek – van Riek. Cobus van Riek woonde met zijn gezin aan het verlengde staatje van de Rozenbroek dat op de Rijksweg uitkomt. Het gezin is naar het 'Zuiden' verhuisd vanwege werkgelegenheid. Het boerderijtje is halverwege de jaren zestig aangestookt als oefening voor de brandweer.
Antoon van Riek bleef boeren op het 'Hof van Limburg', samen met zijn vrouw Mia Jansen. Toen het boeren gedaan was, bouwden Antoon en Mia een nieuw huis voor de boerderij en de boerderij werd verbouwd tot een dubbel woonhuis, waar hun beide zonen wonen.
Thei van Riek was getrouwd met Cornelia van de Loo, een zus van pastoor van de Loo. Het huwelijk eindigde in een scheiding. Thei deelde daarna zijn leven met Betty Linders totdat hij stierf in Gennep.
Bernard van Riek en zijn vrouw Tonia Jansen woonden met hun twee dochters in de Rozenbroek.
Tonia, de vrouw van Bernard en Mia, de vrouw van Antoon, zijn dochters van Toon Janssen en zijn vrouw Petronella Dinnissen uit de Achterbroek. Hun broer Antoon Janssen heeft de ouderlijke boerderij voortgezet.
Jan van Riek woonde met zijn vrouw Mietie Meeuwsen in een bungalow aan het Rozenbroek. Mietie woont daar nog steeds.

         

Zoon Jan van Bartboer Cobus, Jan van Cobus de Slechter, trouwde in 1906 met Door Rutten. Door was een dochter van Dien Voss uit Middelaar en Gradus Rutten uit Milsbeek.

Gradus en Dien boerden aan de Onderkant, vanaf het dorp gezien op het stukje grond vóór de oude boerderij van Frans Koenen. Als jong koppel zochten Gradus en Dien hun geluk in het Ruhrgebied. Ze trokken naar de wijk Schalke in Gelsenkirche, waar hun eerste vier kinderen zijn geboren. Gradus werkte in de mijn en hun inkomen was aanzienlijk beter dan wat het zwoegen op een doorsnee boerderijtje in Milsbeek opbracht. Het werken in Duitse mijnen werd goed betaald. Echter zoon Koen bleek doof te zijn en toen hij leerplichtig werd, moesten ze terug naar Nederland, zodat Koen in Sint Michelsgestel intern naar het doveninstituut kon. Ze kochten bovengenoemd boerderijtje in Milsbeek en Koen leerde een vak op het doveninstituut, schoenmaker. Dat beoefende hij in een huis met werkplaats aan de Zwarteweg, waar later de familie Aangenent woonde. Koen werd huishoudelijk verzorgd door zijn nicht Gon Winkels, een dochter van Anna Rutten (zus van Gradus) en Johann Winkels. Koen en Gon verhuisden op latere leeftijd naar Pfalzdorf, waar Gon vandaan kwam.

Dien Voss had 13 zwangerschappen, waarvan 6 kinderen levenloos geboren werden. Eén dochter werd maar 9 jaar. Zoon Gerhard, dochter Nel en zoon Matthias kozen alle drie voor een Duitse partner en woonden over de grens.
Naast d'n dove Koen en Door bleef zoon Lambert in Nederland wonen. Hij trouwde met Christina Cuijpers, dochter van Christiaan Cuijpers en Geertruida Lamers. Lambert was eerst klerk der secretarie in de gemeente Ottersum en later gemeentesecretaris in Mook, waar hij met vrouw en kinderen ook woonde.
Door Rutten, ook wel Door van Dien Voss genoemd, was een nicht van Grad Voss van het winkeltje op de Zwarteweg. De vader van Grad Voss was een broer van Dien Voss.

Jan Janssen Door Rutten
Jan Janssen Door Rutten

Jan van Cobus de slechter of Jan van Bartboer Cobus was ingetrouwd bij Gradus Rutten en Dien Voss met dochter Door en werd daarom ook wel Jan van Dien Voss genoemd. Jan kocht 24.08.1907 van zijn schoonvader Gradus Rutten huis, stal en erf, bouwland en heide van drie hectaren, één aren en zestig centiaren voor f 1300,-.

In 1919 brandde het huis af en Jan leende 01.11.1919 f 3000,- van de Boerenleenbank om van Hen Driessen het huis hoek Zwarteweg / Langstraat te kopen. Van de afgebikte stenen van het verbrande huis werd de koestal bij het huis aan de Zwarteweg gebouwd. Zoon Thei was hun eerste kind dat op de Zwarteweg geboren werd op 23 september 1920.

                          Het huis aan de Zwarteweg, met nog twee voordeuren

Na de eerste 7 kinderen had Door drie zwangerschappen waarbij ze vroegtijdig het kind verloor. Het waren alle drie meisjes. De dokter had haar gezegd dat ze nooit meer een levend kind op de wereld zou zetten. Echter zoon Thei was de eerste in een rij van 5 zonen die alsnog het wereldlicht zagen.

                                       Zonen Ties, Lambert, Jan, Bernard, Thei

Om de inkomsten voor het onderhoud van de kinderschare van 12 kinderen te verhogen, heeft Jan in de voorkamers van het huis aan de Zwarteweg een bierhuis uitgebaat, waar zondags na de hoogmis een biertje gedronken, gebiljart en gekaart kon worden.

De kinderen groeiden op en er werd getrouwd. Truus met Sjaak Jacobs, een zoon van Gradje de Mölder. Ze woonden bij de bakkerij en winkel aan de Rijksweg. Jaap met Door Horsten uit Middelaar en zij gingen wonen aan de Zwarteweg in de na de oorlog nieuwgebouwde huizen. Anna met Grad Wannet woonden aan de Langstraat, waar na de oorlog ook woonhuizen gebouwd waren. Thei met Corrie Eijkmans woonden ook in de nieuw huizen aan de Langstraat. Jan met Mia Theunissen bewoonden het voorhuis van het ouderlijke huis aan de Zwarteweg.

Jan en Door met hun 12 kinderen, waarvan er 3 al een partner hebben; 
Zoons Riek, Jaap, Grad, dochters Truus met Sjaak Jacobs, Nel met Toon Vervoort,
Anna, Dien met Piet Vervoort en dochtertje Grada, zoons Bernard, Ties bij Door op schoot,
Lambert bij Jan(vader), Jan(zoon) en vooraan zoon Thei met de hond
.

De dochters Dien en Nel kozen allebei een Vervoort. Dien voor Piet Vervoort en Nel voor Toon Vervoort. Het waren broers van Frans Vervoort die met zijn vrouw Tieleke op de plek van het ouderlijk huis aan de Kanonskamp bleef wonen. De beide echtparen Vervoort-Janssen trokken naar Geleen voor werkgelegenheid in de mijnen. Zonen Grad en Riek gingen dezelfde weg en vonden hun vrouw in het Zuiden. De beide jongste zonen Lambert 17 jaar en Ties 15 jaar waren door oorlogsgeweld gestorven, net als hun vader Jan op 23 september 1944.

Na de oorlog waren in Milsbeek veel woningen dermate gehavend, dat wonen er in slechts provisorisch ging of helemaal niet. Ook de inboedel was weg en om de schade daarvan vergoed te krijgen, werd een rapport van expertise der molestschade als gevolg van oorlogshandelingen e.a. opgesteld door een Expertise Bureau uit Boxmeer. Het betrof de huishoudelijke inboedel. Daaronder vielen ook de kleding en het linnengoed.

Uit het rapport, opgemaakt omtrent vooroorlogse bezittingen van de familie van Jan Janssen en Door Rutten, is goed te zien wat zoal in een huishouden aanwezig was. Uit het protocol, dat na de oorlog gemaakt is over zoon Thei, staat beschreven dat zijn ouders met de opbrengsten van hun boerderij een redelijk bestaan hadden. Dat wat in hun huishouden aanwezig was, is wellicht een doorsnede voor Milsbeekse mensen die toen ook een redelijk bestaan hadden.

Qua kleding had elke persoon van het gezin voldoende voor zomer en winter, regenkleding en kleding voor de 'zondag'. Linnengoed: lakens en slopen, handdoeken, theedoeken en zakdoeken.
Als meubels: kasten, tafels, stoelen, leunstoelen en bloementafeltjes. Schilderijen, pijpenrek en krantenhanger aan de muur. Heiligenbeelden op hoekschappen en natuurlijk in elk vertrek een kruisbeeld aan de muur. Tweepersoonsledikanten met spiralen en kapokmatrassen in de slaapkamers.
Het eerste ledikant gekocht in 1918 voor de echtelijke slaapkamer ter vervanging van de strozak, waarop vroeger geslapen werd. De strozakken voor de kinderen werden in 1925, 1930 en 1933 vervangen voor ledikanten met matrassen. In elke slaapkamer stond een wasstel.
Naast het porselein voor dagelijks gebruik, was er een koffie en een thee servies. Bestek was 24 delig. Het fornuis uit 1922 werd aangevuld met een gasstel met fles, er was een broodmachine en een worstmachine. Een naaimachine werd 1933 gekocht, een elektrisch strijkijzer in 1938 en een radio en een elektrische wasmachine in 1939.

Uit de inboedel van het voormalig bierhuis blijkt dat het geen groot bierhuis geweest kan zijn. Naast het buffet en kapstok stonden er 4 tafels, 12 stoelen en 2 banken en er waren 4 asbakken. Op elke tafel één. Een bierhuis had geen vergunning om sterke drank te schenken. Borrelglaasjes staan niet op de lijst. Wel 50 bierglazen, 24 portglazen en 12 wijnglazen. Een glas port werd, gezien het aantal aanwezige glazen, meer gedronken dan wijn hoogstwaarschijnlijke uit het Duitse Rijn-Moeselgebied.

Nadat Milsbeek weer enigszins hersteld was van de oorlogsschade, veranderde ook in de familie Janssen een en ander. Jan en Mia met zoon Johan verhuisden naar de Rijksweg toen de boerderij van Mia's ouders (Jan Theunissen en Stien Derksen, de Wèver) door de wederopbouw was herbouwd. Thei en Corrie met dochter Hennie verruilden hun woning aan de Langstraat voor het ouderlijke huis aan de Zwarteweg, waar moeder Door nog alleen met zoon Bernard woonde. Thei kocht het ouderlijk huis en zijn moeder is bij het gezin in blijven wonen totdat ze stierf. Broer Bernard woonde ook in bij het gezin van Thei en Corrie. Klein Bernardje, zoals hij genoemd werd. Klein is hij gebleven, omdat hij als baby en als jong kind veel gekwakkeld heeft met zijn gezondheid en tot twee maal toe van de dood weer om gehaald is, zoals zijn moeder Door dat zei.

Van de oorspronkelijke familiehuizen worden er nog twee door nazaten van Jan Janssen junior bewoond. De zonen van Antoon van Riek bewonen de oude boerderij 'Hof van Limburg' en een dochter van Thij van Bart woont aan de Onderkant in het huis van haar grootvader Bart van Bartboer Cobus.
Johan en Kitty Janssen wonen in de wederopgebouwde ouderlijk boerderij van hun moeder Mia Theunissen, die ze verbouwd hebben tot twee woningen.

schema 600px

Bronnen;
o JANS(S)EN vom Niederrhein, die Erfolgsgeschichte eines Namens
   Georg Cornelissen – Boss-Verlag Kleve 2. Auflage 2012
o Boek de Alde Milsbèk
o Volkstellingen van 1801 en 1829
o Gezinskaarten 1850-1862
o Teun Theunissen