openmonumentendag 2015 blue 8openmonumentendag 2015 blue 8 afficheScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5509ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5514ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5525ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5530ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5536ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5539ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5551ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5555ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5555 DSCN0953ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5555 DSCN0955ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5555 DSCN0959ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5555 DSCN0960ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5558ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5567ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5568ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5569ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5570ScbM open monumentendag 8 9 2012 m IMG 5573thumb openmonumentendag 2015 blue 8thumb openmonumentendag 2015 blue 8 affiche 

De deelname van onze stichting aan de Open Monumentendag op 8 september is, gesteund door de bijzonder fraaie weeromstandigheden tijdens deze najaarsdagen, een succes geworden. Voor de 3 wandelingen op de St. Jansberg met de van radio en TV bekende Frans Kapteijns hadden zich vooraf 70 deelnemers aangemeld. Met goedkeuring van de excursieleider sloten zich met hier nog van het vertrekpunt nog enkele tientallen aan. De eerste groep die vertrok telde zo ruim 45 deelnemers en in totaal is het aantal deelnemers op 100 personen uit gekomen.

 

Ook de gezamenlijk met Natuurmonumenten, eethuis “De Diepen’, het IVN en de stichting Veritable op 8 en 9 september georganiseerde activiteiten in Eethuis De Diepen zijn geslaagd te noemen. In totaal ongeveer 400 personen bezochten op deze beide dagen de tentoonstellingen van onze stichting, het IVN en de stichting Veritable en de kraam van Natuurmonumenten op het parkeerterrein. Velen genoten van de fototentoonstelling in ook permanent met foto’s van “De Alde Milsbèk “aangeklede “historische zaal van eethuis “De Diepen”.

 

Ook het likeurtje St. Jansberg bleek een gouden greep. Velen genoten van het gratis proefje en in de loop van de 2e dag was de voorraad die in “De Diepen”aanwezig was, geheel uitverkocht en konden er alleen nog potentiële kopers worden genoteerd. Daags er na is de verkoop bij drankenhandel Tacken gestart en in de loop van volgende week zullen de flessen ook weer bij “De Diepen” te koop zijn. Behalve voor eigen consumptie is het voor dorpsgenoten een leuk cadeautje waar goed mee voor de dag gekomen kan worden op een receptie of bij een visite.

 

Met dank aan de de Rabo-bank, de gemeente Gennep, Natuurmonumenten, de vrijwilligers van de Stichting Veritable, het IVN en de verkeersbrigadiers van de wandelvereniging, kunnen we terug zien op enkele geslaagde dagen. Uiteraard ook dank aan onze eigen vrijwilligers, die waren gerekruteerd uit de Historische werkgroep van onze stichting, en die bij het voormalige herenhuis en bij de foto-expositie beschikbaar waren voor “tekst en uitleg”. De informatie die hiervoor speciaal voor deze gebeurtenis op schrift was gesteld t.b.v. onze vrijwilligers treft u hieronder aan. Deze is grotendeels gebaseerd op de inhoud van het boek “De alde Milsbèk”, alsmede op de onderzoekgegevens die door Henk Jaspers inmiddels zijn aangeleverd aan Natuurmonumenten en Probos t.b.v het t.z.t. uit te geven boek over de St. Jansberg.

 

Wim Bindels

 

Info over de St. Jansberg

 

De St. Jansberg is een onderdeel van de heuvelrug tussen Groesbeek en Milsbeek. Deze is een overblijfsel is van de laatste grote ijstijd ongeveer 100.000 tot 200.000 jaar voor Christus.

 

De hoogste punten op de St. Jansberg, de Maartensberg, de Kloosterberg en de Kiekberg liggen ongeveer zo’n 50 à 60 meter hoger dan het aanliggende voormalige veengebied aan de voet van de heuvelrug.

 

In de 18e eeuw behoorde de St. Jansberg als Försterij “Sint Johannisberg , evenals “Das Siebenthal” tot het Kleefse Reichswald en viel het onder Pruisisch beheer.

 

Na het Pruisisch bestuur is kwam de Franse tijd. Van 1794 tot 1817 was Caspar Boulanger garderforestier

 

In 1817, toen de definitieve grensscheiding tussen het Verenigd Koninkrijk en Pruisen plaatsvond, kwam het landgoed op Nederlands grondgebied te liggen.

 

De Koninklijke woud- en turfgebieden maken dan deel uit van de gemeente Ottersum en waren eigendom van de Domeinen. De boswachterswoning werd sedert 1819 bewoond door een “plantagebeheerder”, een zekere Grad Montenberg.

 

In 1826 wordt het boswachtershuis met ruim 240 bunder grond verkocht aan Adrianus van Riemsdijk, agent van de Rijkskassier en handelaar in onder andere hout. In Groesbeek exploiteerde hij onder meer een steenfabriek en een turfgraverij.

 

In 1840 trouwde zijn dochter Anna met Barthold van Verschuer. Dit echtpaar werd in 1863 bewoner van het landgoed en in dat jaar werd er een vergunning verleend voor de bouw van het herenhuis.

 

In 1899 wordt het landgoed “St. Jansberg”, het koffiehuis en pension “De Plasmolen en de villa “Molendal”, toen groot ruim 558 ha., verkocht aan zoon Adriaan D. van Verschuer. Hij gaat er met zijn echtgenote en 11 kinderen permanent wonen.

 

Het landgoed groeide uit tot een waar lusthof en omvatte naast het herenhuis , een boerderij met schuren en koetshuis, een siertuin, een grote ommuurde moestuin (benedentuin ), een tuin met boomgaard (boventuin) , een waterkelder onder het herenhuis en onder de moestuin, alsmede een onder het koetshuis gelegen ijskelder.

 

Vanuit Milsbeek waren er twee wegen die naar het complex leidden. Dat waren de Helweg op de grens van Milsbeek en Plasmolen, alsmede via de Laote de op de grens van Nederrland en Duitsland gelegen Holleweg.

 

Op de boerderij boerden in de vorige eeuw aanvankelijk Wienand Wijhoven (de spitse) en later Wienand Wienhofen (de gele). De bijnamen waren nodig om alle Wijnhovens in de omgeving een beetje uit elkaar te kunnen houden.

 

Ook een aantal pachtboerderijen behoorden tot het landgoed en verder waren er nog boeren die enkele percelen in pacht hadden.

Vier van de pachtboerderijen lagen op het Milsbeekse deel, dat ook wel “De Bergse Laote” werd genoemd. Dat waren Willem Wijnhofen (de Zwarte en vader van Hent), Leendert Wijnhoven (de vader van Lindert) en Dorus Janssen (de Mug en schoonvader van Hens Holthuysen).

 

De 4e boerderij was de “St. Jansberghof” van Jan den Haon . Het was de fraaiste en stond het dichtst bij het herenhuis. Ze is in 1920 afgebrand, weer herbouwd maar in 1945 door het oorlogsgeweld weer verloren gegaan . Vele jaren werden er vroeger kastanjes geraapt in het gat van “Jan den Haon”.

 

Op het Groesbeekse deel behoorden de boerderijen op de Grafwegen van Janssen (’t Hof), Hubers en Gieteman, en op de St. Maartensberg die van Arts, Koster en Peereboom tot het landgoed . In het Zevendal tenslotte waren dat de boerderijen van Wijnhoven, van Lent en Wienhoven.

 

Het herenhuis, waar de Duitsers na Market Garden hun hoofdkwartier hadden, werd in 1945 verwoest. Alleen de boerderij en het koetshuis stonden nog grotendeels overeind.

 

Na de oorlog zijn deze gebouwen nog een tijd lang bewoond door achtereenvolgens Wienand Wienhofen ( later door zijn weduwe met de kinderen Annie en Doorke) en daarna nog door Leendert en Nel Wijnhoven.

 

Hierna zijn ze nog gebruikt voor de boerderijen van Holthuysen en Koster gebruikt als machineberging. In de tijd dat Milsbekenaar Joep Krebbers in vijftiger jaren van de vorige eeuw zelf nog ijs maakte, bewaarde hij zijn wekelijkse productie nog in deze ijskelder.

 

Tot het landgoed behoorden ook “De Drie vijvers” en een theehuis ( pagode) die een prachtig overzicht moet hebben geboden op het dorp Milsbeek.

 

De vijvers moeten ooit onooglijke poelen zijn geweest die uit een bron ontstonden. In Milsbeek zouden ze heel vroeger wel de Bergse put zijn genoemd. Als onderdeel van het landgoed door “de Verschuers” werden ze later omgebouwd tot nuttige en sierlijke smaakvolle vijvers.

 

De bovenste vijver was bestemd voor de drinkwatervoorziening. Het water werd van hier uit aanvankelijk door paardenkrachten, vervolgens door een stoompomp en tenslotte na 1920 door een dieselpomp via een vijzel 1 a 2 keer per week naar de drinkwaterkelders in het herenhuis, de tuin en de dichtstbijzijnde boerderij gepompt.

 

De pomp moet ook dienst gedaan hebben om de fonteinen tot leven te brengen. De oorlog heeft ook hier zijn vernietigende werk gedaan.

 

De middelste vijver werd gebruikt voor het verduurzamen van het hout. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw was hij hiervoor nog gebruikt. Na de oorlog werd uit toeristisch oogpunt nog een rustiek houten bruggetje gebouwd dat een aantal later echter weer werd afgebroken.

 

De onderste vijver, hier was het water het minste koud en had de functie van badvijver. Langs de Buizenweg was hier een goede afscherming met prikkeldraad aanwezig om nieuwsgierigen te weren. Er stond ook een badhuisje met een beweegbare vloer. Men kon er achter vanaf de landzijde in en aan de voorzijde aan de waterzijde te water.

 

Het overtollige water kwam terecht in de Diepen en werd na de ontginning van De Diepen via de Teelebeek naar de Maas afgevoerd.

 

Tussen de Helweg en de St. Maartensweg ligt verder het natuurlijk bronnengebied van de Hellekuil. Op de hoogte van 31 boven NAP kwelt hier het water via een twaalftal sprongen uit de aardlagen en via de Helbeek en het overbekende beekje aan de voet van de heuvelrug richting Plasmolen.

 

Via de molenvijver diende het en weer dient het weer voor de aandrijving van de watermolen (de bovenste molen) en vroeger ook nog voor de aan de overkant van de Rijksweg gelegen onderste molen.

 

De kinderen van Otto en Daan woonden nog lang in Plasmolen, resp. op de Kiekberg en in het Molendal. Ook enkele van hun kinderen wonen nog op grond van het voormalige landgoed. Julia, een dochter van Daan woont op de St. Jansberg. Emma, een dochter van Otto woont in het molenaarshuis in Plasmolen. Frans, ook een zoon van Otto, woonde in het Zevendal . Hij was nog wethouder in Mook en is enkele jaren geleden overleden.

 

In 1972 is een groot deel van het voormalige landgoed aangekocht door de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. De vereniging is nadien begonnen met het omvormen van het productiebos tot een meer natuurlijk bos. Veel kastanjes en Amerikaanse eiken zijn vervolgens gekapt.

 

In de zeventiger jaren zijn de gebouwen die de oorlog hadden overleefd door Natuurmonumenten gesloopt en is het terrein geëgaliseerd. De ijskelder onder het koetshuis is gespaard en dient nu als onderkomen voor een vleermuizenkolonie.

 

Van de siertuin heeft een nog een van de 3 sequoia’s en een enkele lindeboom het exotenbeleid van Natuurmonumenten overleefd. Van de voormalige benedentuin zijn nog veel sporen in de vorm van muurtjes te zien.

 

Een vijftal jaren geleden heeft de stichting Cultuurbehoud Milsbeek bij de vereniging Natuurmonumenten aandacht gevraagd voor het behoud van de restanten van dit voormalige landgoed. Deze is inmiddels begonnen met het weer zichtbaar maken van de restanten van de benedentuin.

 

Ook bestaan er plannen om de vijvers op te schonen en in samenwerking met de stichting Probos wordt momenteel gewerkt aan de uitgifte van de geschiedenis van het landgoed boekvorm.

 

september 2012

 

Wim Bindels

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - https://cultuurbehoudmilsbeek.nl