Op vrijdag 17 september werd er met 46 personen naar Sint Agatha getogen. Op een enkele uitzondering na, werd vanwege de sombere voorspelling op de buien-radar, uiteindelijk niet per fiets vertokken maar per auto.
De weersomstandigheden vielen achteraf erg mee.

We werden in de oude huiskamer van het klooster onthaald met een ontbijtkoek en koffie. De heer Verschuuren vertelde aan de hand van een aantal sheets het verhaal van de geschiedenis van de Kruisheren, die dit jaar het 800-jarig bestaansfeest vieren.

De oorsprong van de Orde van het Heilig Kruis ligt in de paats Hoei bij Luik. Daar legden in 1210 n.l. een aantal kanunniken de kloostergeloften af. De kloosterlingen gingen een wit habijt met een zwart scapulier (een schouderkleed dat onderdeel uitmaakt van het habijt) met daarop een wit kruis dragen. Een van de patroonheiligen is St. Odilia (van Keulen), die volgens de legende met 10.000 maagden de Rijn is afgevaren en omstreeks 400 op verschrikkelijke wijze zou zijn vermoord. Naast gebed en beschouwing verrichtten ze ook pastorale zorg.

In de middeleeuwen bewoonde de orde tientallen kloosters, waaronder het 1371 gestichte klooster in St. Agatha dat door enkele kruisheren naast een bestaande kapel langs de Maas werd gesticht. Tot aan de reformatie nam het grondbezit van het klooster door schenkingen en aankoop gestaag toe. Vanaf de tachtigjarige oorlog werd er echter aan de positie van het klooster getornd. Tijdens de reformatie in de 16e eeuw moesten nagenoeg alle kloosters in het door de protestanten overheerste gebied sluiten, maar door een beschermbrief van Willem van Oranje zelf kon het klooster in St. Agatha open blijven. De gronden, waaronder ook de boerderijen die het bezat, vervielen echter aan de staat der Nederlanden. Het klooster moest vervolgens van de staat gehuurd worden. Toen Koning Willem II in Nederland de kloosters weer toestond om nieuwe leden aan te nemen, waren er nog slechts 4 kruisheren over. Daarna kwam er een nieuwe bloei en gingen de kruisheren ook middelbare scholen beheren en missiewerk verrichten. In 1886 kregen zij ook het eigendom van het kloostercomplex terug. De boerderijen bleven echter eigendom van de staat. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw is het aantal sterk terug gelopen en bleven er wederom slechts een viertal kloosterlingen over.

Het klooster in St. Agatha blijft ondanks alles echter een belangrijke plaats innemen. Tussen 1855 en 1956 was St. Agatha zelfs het moederhuis en tot 1967 het opleidingshuis van de kruisheren en bezat het een middeleeuwse bibliotheek. De bibliotheek omvatte ongeveer 10.000 banden en omvat handschriften die rond 1500 door de kruisheren zijn geschreven en schitterende boeken waarvan de hoofdletters van nieuwe hoofdstukken tot ware kunstwerken werden verheven. Het heeft er ongetwijfeld toe bij gedragen dat in 2006 de Nederlandse kloostergemeenschappen hebben besloten hier het erfgoedcentrum voor het Nederlandse kloosterleven te vestigen en is er een archief- en bibliotheekdepot is gerealiseerd.

Na de inleiding werd er onder leiding van een 3-tal gidsen een rondleiding gehouden in het kloostercomplex dat in de Bloemenstraat in Milsbeek, weliswaar half verscholen achter de maasdijk, nog fraai zichtbaar is. De oude delen zijn met name de kloosterkerk met de pandgangen met de kelders en de kloostermuren met de daarbinnen gelegen tuinen. In de pandgangen waren o.a. de portrettengalerij van de magistergeneraal (internationaal de hoogste overste van de orde) en de gebrandschilderde ramen met hun wapens en hun namen en die van de priors van het klooster te zien.

In de schitterende kloosterkerk waren b..v. de oude grafzerken, o.a. van de bewoners van het huis Middelaar, die begraven liggen in de kerk (de z.g. rijke stinkers) te bezichtigen. Uiteraard werd de tentoonstelling, die bij gelegenheid van het 800-jarig bestaan was ingericht, bekeken.

De middag werd afgesloten met een rondje door de binnen de kloostermuren gelegen kloostertuin, die 3 hectare groot is en een van de best bewaarde in Nederland is. De heer Bardoel van het IVN Cuijk vertelde smakelijk over de bijzondere en oude bomen in deze tuin die vele jaren lang door broeder Piet werden verzorgd, alsmede over de bijzonderheden van deze broeder. De wel heel bijzondere echte “tulpenboom” was uiteraard in dit jaargetijde niet op zijn mooist. Dat is n.l. ongetwijfeld de bloeiperiode, die eind mei/begin juni is. Bij de vijvers en de paden in de breviertuin zijn ook nog enkele oude gebouwtjes, waar onder het pesthuisje, te zien. Er kan overigens in deze tuin het hele jaar door vrij gewandeld worden (ingang via het oude poortgebouw).Het poortgebouw is geopend van half april tot half oktober op de woensdagen, donderdagen, vrijdagen en zondagen van 11-16.00 uur (dit geldt ook voor de kloosterkerk). Hier kan (tegen betaling) dan ook wat genuttigd worden. Er wordt naar gestreefd om ergens in het volgend jaar ook de benedenverdieping voor bezoekers open te stellen.

Met genoegen kunnen we terug kijken op onze tweede excursie en we bevelen ook degenen die de excursie niet mee hebben gemaakt van harte aan om, b.v. als onderdeel van een fietstochtje een bezoekje te brengen aan het klooster met zijn kloostertuin.


Wim Bindels

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - https://cultuurbehoudmilsbeek.nl