Door : Riet Noij-Theunissen

Toen de Tweede Wereld-oorlog al een paar jaar was afgelopen, hebben we in onze familie in 1949 nog een angstige gebeurtenis meegemaakt. De grens met Duitsland was na de oorlog gesloten en het was in die tijd verboden om in het Reichswald te komen.

Er was in Milsbeek natuurlijk aan van alles nog gebrek, ook aan brandhout want de kachel moest in de wintermaanden wel branden. In het totaal vernielde bos was natuurlijk brandhout genoeg voorhanden. Zo hadden ome Piet (Konings) en naar ik meen Gerrit Arts, ‘Gert van Ties’, zoals wij hem noemden, de hele dag onder aan het Reichswald geploegd. Ze zullen ongetwijfeld de grensbewakers op dat moment niet hebben gezien. Daarom werd er, voordat er naar huis werd gegaan, wat hout in het Reichswald, aan de andere kant van de Grensweg, gesprokkeld. Ome Piet moet nog een paar passen hebben gezet om op Nederland gebied te komen. Maar door een schot te lossen, noodzaakten de grensbewakers hem stil te staan. Gerrit Arts moet op die manier nog net de dans ontsprongen zijn. Ome Piet kwam die avond niet thuis en ook zijn hond Tommie niet. Die moet zijn baas zijn gevolgd en pas de volgende dag thuis zijn gekomen. Ome Piet bleek in Kleef te zijn overgedragen aan de Engelsen. Ik herinner me nog goed, hoe het bericht bij ons binnenkwam. Tante Graadje en tante Mientje kwamen huilend bij ons op de dorsdeel bij mijn vader en moeder aan. ‘‘Onze Piet zit in de gevangenis”, kwam er huilend uit. Dat was natuurlijk verschrikkelijk beangstigend voor de zussen van mijn moeder. Het was ook onrechtvaardig voor een eenvoudige man, die geen vlieg kwaad deed en zo goed mogelijk voor het huishouden probeerde te zorgen. Het bericht haalde onder het kopje ‘om een paar dorre takjes hout..‘ de krant.

Ome Piet had ook nog pech. Hij werd blijkbaar op donderdag opgepakt, terwijl de Engelse rechter iedere woensdag zitting had. Ook had hij nog de pech, dat de Engelse rechter vervolgens nog een week met vakantie naar Engeland ging. Aan de Nederlandse consul in Kleef werd een brief geschreven, met het verzoek, om zich met het geval te gaan bemoeien. Die wendde zich tot de Duitse instanties met het verzoek om mee te delen welke ‘misdaad’ ome Piet wel had begaan. Ome Piet bleek door de Duitsers beschuldigd te worden van ongeoorloofde grensoverschrijding en diefstal van hout. Zo op papier lijkt het misschien heel wat, maar in werkelijkheid was het geval zo futiel, dat ieder woord daarover eigenlijk te veel was. Dat vonden de Duitse instanties vervolgens toch ook wel en lieten blijken niet gecharmeerd te zijn van de dienstijver van de ‘zollbeambten’. Ze gaven aan, dat naar hun mening, na behandeling van de zaak voor de rechter, van een vrijheidsberoving geen sprake meer zou kunnen zijn. Er werd aan meegewerkt om de zaak met spoed in Krefeld te behandelen en Ome Piet kon weer naar huis. De pech die ome Piet had, dat hij door de vakantie van de rechter een week langer in ‘het bekende vakantiehuis in Bedburg Hau’ had moe-ten blijven, haalde toen vervolgens nog een keer de krant. Later konden ome Piet en mijn tantes er om lachen, maar in 1949 niet.

‘Rietje Theunissen is de enige dochter van Tön Theunissen (de Kuut) en zijn tweede echtgenote Nel Konings. Hij hertrouwde, nadat zijn eerste echtgenote tijdens de oorlog was overleden. Dochter Rietje werd tijdens de evacuatieperiode geboren en trouwde met Sjaak Noij uit Gennep. In 1984 keerden ze terug naar Milsbeek en gingen ze samen op de oude stek aan de Langstraat wonen. Piet de Kunning was overigens niet de enige, die na de oorlog problemen heeft gehad met het halen van hout in het Reichswald. Dat was overigens iets, dat een jarenlange voorgeschiedenis had. De inwoners van Milsbeek moeten vroeger namelijk het recht van beweiding en het halen van hout in het Reichswald hebben gehad. En houtverkopen in het Reichswald werden ook altijd in de gemeente Ottersum aangekondigd. Zelfs tijdens de bezettingstijd moet het nog een tijd lang mogelijk zijn geweest, om er hout te sprokkelen. Later werd de grens gesloten en ook na de oorlog was het niet meer mogelijk om ’s avonds na de werkzaamheden op het land brandhout als retourvracht mee te nemen.’

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - https://cultuurbehoudmilsbeek.nl