Door : Hennie Janssen


Mijn vader Thei Janssen (Thei van Jan), is lid geweest van de NSB (Nationaal Socialistische Beweging), net als zijn vader. Hij kon goed leren en ging in Gennep naar de MULO. Zijn oudere broers verweten hem, dat hij verder mocht leren. Thei was dat op een gegeven moment moe en na 2 jaar ging hij van de MULO af, om als huisschilder te gaan werken.

In 1939 is hij, door zijn vader Jan Janssen gedwongen, lid van de NSB te worden. En Thei deed dat. Hij was toen 19 jaar. Zijn vader zag voor Thei wellicht ontwikkelingsmogelijkheden bij de NSB, omdat Thei zo goed kon leren. Zijn vader betaalde de contributie en in augustus 1940 heeft Thei zijn lidmaatschapsbewijs van de NSB gekregen. Waarom werden veel mensen in die tijd lid van de NSB? Meestal niet uit Duitslandliefde, niet uit Jodenhaat, maar uit hoop, dat de situatie voor de gewone man zou verbeteren. De teleurstelling over de toenmalige politiek was groot. De economische crisis werd niet adequaat bestreden. De boeren kregen steeds minder geld voor hun producten, terwijl de pacht, de akkergrondprijs, het zaaigoed en de kunstmest wel steeds duurder werden. Jan Janssen (Jan den Ezel) was een geëngageerde man, die streefde naar vooruitgang en een betere toekomst. Hij was een van de initiatiefnemers voor een eigen kerk en school in Milsbeek. En hij ging naar het gemeentehuis in Ottersum, omdat kinderen te weinig te eten hadden. De burgemeester zei: “Geef ze maar stenen te eten, dan hebben ze de buik ook vol”.

De NSB leek een realistisch alternatief. Ze propageerde op te komen voor boeren en arbeiders, die het financieel moeilijk hadden en te zorgen voor een nationale gezondheidszorg voor alle mensen. Thei is dus lid geworden. Alle mannelijke leden van de NSB tussen 20 en 40 jaar, moesten zich verplicht laten keuren voor de WA (Weerbaarheids Afdeling). Hij is goedgekeurd en heeft een WA pak gehad, waarin hij in Milsbeek ook gezien is. Dat hij van de WA een muziekinstrument kreeg, zal hem wel aangestaan hebben. Als jongeman was de NSB voor hem een beweging met ideeën; iets abstracts. Maar ervan deel uitmakende, wist hij al snel dat, zoals hij zelf zei, ‘het allemaal niet klopte’. Hij besloot uit te treden en dat zal mogelijk tegen de zin van zijn vader zijn geweest. In maart 1942 stapte hij uit de WA. Vanaf 1942 heeft hij per brief ook zijn lidmaatschap van de NSB opgezegd. Hij heeft dat meerdere malen geprobeerd, maar zijn aanvragen tot uittreding werden door de NSB niet gehonoreerd. Voor het jaar 1943 heeft Thei geen contributie meer betaald en de NSB lidmaatschapskaart geweigerd. De NSB heeft hier akte van gemaakt.

In Vleuten is Thei in het verzet gegaan en heeft hij vrijwillig de gevaarlijke klussen gedaan. Na de oorlog heeft het verzet hem laten onderduiken om aan vervolging te ontkomen. Thei kon moeilijk in de illegaliteit leven en heeft zich na enige weken aangegeven. Hij kreeg huisarrest en moest in Aalsmeer bij een kweker werken. Een overijverige ambtenaar in Noord Limburg wilde hem ordentelijk gestraft zien, daarom is Thei geïnterneerd geweest in de kampen Steijl en Weert. Getuigen uit Milsbeek en pastoor Hoefnagels verklaarden dat Thei nooit iets kwaads had gedaan en dat hij niet gevaarlijk was. En een politieambtenaar van de plaats waar Thei in het verzet zat, heeft schriftelijk voor hem gepleit. De Politieke Recherche schreef de aanklacht: ‘NSB lid o.i.v. zijn vader, niet schuldig aan verraad, dragen van een WA uniform aan het begin van de oorlog, weinig actie uitgevoerd’. Thei is nooit voor een rechtbank verschenen. De Procureur Fiscaal, tegenwoordig Officier van Justitie genoemd, heeft zijn akte ingezien en hem veroordeeld. Thei is in oktober 1946 voorwaardelijk in vrijheid gesteld en in februari 1947 definitief. Zijn moeder wachtte met smart op hem. Opoe, zoals wij haar noemden, had naast haar man, ook haar twee jongste zoons verloren, jongens van 15 en 17 jaar. Maar dat was volgens sommige mensen in Milsbeek niet zo erg; het waren toch maar NSB-ers!

Thei is de rest van zijn leven angstig en onzeker gebleven. Hij wist maar moeilijk zijn eigen plaats in de samenleving te bepalen. Hij schaamde zich. Hij durfde bepaalde dingen niet te doen, omdat hij bang was wat de mensen van hem zouden denken. Zijn lidmaatschap van de NSB, zijn ervaringen in de kampen waar geweld, vernedering en seksueel misbruik door bewakers aan de orde van de dag waren, hebben hem getekend. Hij bleef zich schuldig voelen en toen hij ongeneeslijk ziek werd en wist dat hij ging sterven, zei hij dat hij altijd geweten had, dat het zo zou eindigen.

‘In een boek over oorlog en slachtoffers in Milsbeek kan de NSB niet ontbreken. De NSB’ers van toen zijn gestorven. Nabestaanden weten wellicht niets van het lidmaatschap van hun (groot)ouders. Vanwege de privacy is het correct, dat alleen nabestaanden die het weten, erover berichten. Daarom is gekozen voor deze vorm. In een begeleidend aan mij persoonlijk gericht briefje t.b.v. het artikel ‘Het gruwelijke’, lichtte Hennie mij het NSB-verleden van haar vader en grootvader toe. Hennie heeft daarna het Nationaal Archief in Den Haag geraadpleegd en inzage gehad in het dossier van het CABR (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging) van haar vader Thei. Het artikeltje is gemaakt in en na overleg met haar broer Jan en haar zus Doortje.’

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - http://www.cultuurbehoudmilsbeek.nl