Door : Wim Bindels

De Onderkant was na thuiskomst van de evacuatie het toneel van een aantal ernstige ongelukken. We zagen al wat de familie Gerrits bij thuiskomst overkwam en wat er gebeurde op het erf van de familie Franken, waarbij in totaal 7 doden te betreuren waren. Het waren niet de enige ongelukken aan de Onderkant, maar dat zal geen toeval zijn geweest. De indruk bestond namelijk, dat de dienst die verantwoordelijk is geweest, voor het opsporen en verwijderen van het oorlogstuig voordat de evacués veilig naar hun woongebied terug konden keren, haar werk in dit gebied niet goed heeft gedaan. Er zijn, behalve deze twee reeds aangehaalde tragische ongevallen, in elk geval nog drie andere ongevallen bekend waarbij ook nog weer eens twee doden vielen. Het eerste ongeluk deed zich voor aan de andere kant van de Jasperjannebrug, waar het ongeluk met de familie Franken had plaats gevonden. Daar woonde de familie Grutters, den Bèksen Tön. Knillis, de 20-jarige op een na oudste zoon, was in juni 1945 op de huisakker hooi op de wagen aan het laden en reed daarbij op een mijn die ontplofte. Knillis had geluk dat hij op de wagen zat. Daardoor werd hij slechts licht gewond. Hij kreeg een scherf in zijn arm en kon na een week het ziekenhuis weer verlaten. Wel hield hij er zijn leven lang een ‘dove’ hand aan over.

Het eerstvolgende dodelijke slachtoffer viel eind september 1945, in de woning naast het huis van de familie Gerrits, waar op 5 juni al 4 doden te betreuren waren geweest. Het was het huis waar Hannes Derks (Hannes van Griete Cis) en zijn vrouw Marie Derks-Kamps met hun 4 kinderen Dina, Frans, Grada en Doorke woonden.

Dina, de 27 jarige dochter van Hannes en zijn vrouw Marie Kamps, ‘diende’ in de oorlog in Laren bij Hilversum bij een dokter. Na 17 september kon ze niet meer terug naar haar werk en bleef ze thuis. Ze had verkering met Jaap Voss uit Laren die, om de Arbeitseinsatz te ontlopen, ondergedoken was geweest in Overloon. Hij was op de bewuste dag eind september ook bij de familie Derks in huis. Dina was op die avond de bruspot (ketel waarin men veevoer kookte) in het varkenshok achter het huis aan het stoken met hout uit een hoop dat bij de opruimingswerkzaamheden bij elkaar was gegooid. Hierin moet zich oorlogstuig hebben bevonden dat in het vuur tot ontploffing kwam en een vlammenzee veroorzaakte. Dina zat daar midden in. Haar verloofde Jaap en haar broer Frans zijn nog te hulp geschoten waarbij Jaap nog brandwonden in zijn gezicht opliep. Dina was over haar hele lichaam verbrand. Ze werd door Engelse militairen naar het Canisiusziekenhuis in Nijmegen gebracht, maar dat mocht niet meer baten. Na enkele dagen overleed zij daar op 3 oktober 1945.

De familie Derks werd in het jaar erna, in juni 1946, met een nieuwe tegenslag geconfronteerd, toen het huis afbrandde. Er was geen duidelijke oorzaak voor, maar mogelijk heeft ook hier achtergebleven oorlogstuig nog een rol gespeeld. Vader en moeder kregen onderdak bij hun zwager Jan van Benthum aan de Zwarteweg en de kinderen Frans, Grada en Doorke in een keet aan de Zwarteweg die in het kader van de wederopbouw was gebruikt. Op de plaats waar de boerderij had gestaan, werd vervolgens snel een noodwoning gebouwd. Met hulp van burgemeester Janssen kregen Doorke en haar verloofde Antoon Derksen versneld een bouwvergunning voor een nieuwe woning op het perceel, waar het ouderlijk huis had gestaan. De plek waar ze, nadat ze in 1952 waren getrouwd, gingen wonen. Vader en moeder konden bij hen in komen wonen, waardoor ze hun vochtige noodwoning weer konden verlaten.

Een ander ongeluk met dodelijke afloop vond plaats op boerderij ‘De Berkenhoeve’ van de familie De Ruijter aan de Ringbaan. Gertje Franken was bij de aannemer, die met het herstel van de boerderij bezig was, aan het helpen bij het laden van een wagen puin. Uit dat puin was een soort buis apart gegooid. Later wilde Gertje die buis wat schoonmaken, omdat men dacht, die nog te kunnen gebruiken bij het herstel van de versleten uitlaat van de tractor van de familie De Ruijter. Het bleek echter een pantservuist te zijn, waarin aan de binnenkant de lading nog zat en die daarna afging. Gertje werd nog wel naar het ziekenhuis gebracht, maar overleed vervolgens nog dezelfde dag aan de gevolgen van het ongeluk. Moeder Marie Franken verloor na haar man en haar twee zwagers, dus ook nog haar jongste zoontje en bleef alleen met Jan over.

‘Knillis Grutters was nog jarenlang de midvoor van het 1e elftal van de RKVV Milsbeek, ondanks zijn handicap. Later verhuisde hij naar Gennep, waar hij tot aan zijn overlijden bleef wonen. De kranige 86-jarige Doorke Derksen-Derks woont nog steeds zelfstandig aan de Knoot in Milsbeek en is onder andere nog actief als lid van het dameszangkoor. Marie Franken-Vervoort bleef haar verdere leven weduwe. Zij woonde vanaf 1948 tot haar overlijden in 1980 in de Schoolstraat in Milsbeek in de na de oorlog gebouwde woningwetwoningen.’

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - https://cultuurbehoudmilsbeek.nl