Login Form  

   

Door : Albert van Benthum

Ik ben een van de 10 kinderen van mijn vader Piet van Benthum en mijn moeder Anna v.d. Logt, die een boerderij op de Smelenhof hadden. Op het stamhuis van mijn vader aan de Bloemenstraat woonden mijn al wat bejaarde ongehuwde oom Thei en mijn tante Nel. Mijn oudere broer Wim, die geboren was in 1923, was al voor de oorlog inwonend op de boerderij van mijn oom en tante aan de Bloemenstraat om daar mee te helpen op de boerderij. Mede omdat tante Nel ziek werd, ben ik daar in de oorlogsjaren ook in huis gekomen om de nodige hulp te bieden.

De Maas werd in september de natuurlijke scheiding tussen het reeds bevrijde Noord-Brabant en het nog niet bevrijde Noord-Limburg. De Maas werd door de Tommy’s echter niet overgestoken en de Bloemenstraat werd een verdedigingslinie waar veel Duitse soldaten werden ingekwartierd. Van over de Maas werd vaak het vuur geopend op het nog niet bevrijde Milsbeek. Aan de noordoostkant stokte de bevrijding in Plasmolen/Middelaar. Hier werd een verschrikkelijke strijd gevoerd en Middelaar werd bijna volledig vernield. Milsbeek bleef uiteindelijk door de Duitsers bezet gebied zonder dat er al te veel schade aan de bebouwing werd aangericht. Doordat er ook vanuit Plasmolen vaak granaten richting Milsbeek werden afgevuurd, kwamen de bewoners natuurlijk in groot gevaar. De bewoners van de Bloemenstraat leefden in de kelders en in veel inmiddels in de grond gegraven schuilkelders. Als het af en toe wat rustiger was, waagde men zich naar buiten om b.v. het vee te voeren. De boerderij van mijn oom en tante was (en is) de laatste boerderij voordat men vanuit Milsbeek in Middelaar kwam en was dus dicht bij het front gelegen waar zich na 17 september 1944 de verschrikkelijke strijd heeft afgespeeld.

In de boerderij en de aan de overkant van de weg gelegen schuur van Ome Thei en tante Nel in de Bloemenstraat was er inkwartiering van zeker 50 Duitse soldaten. Er was ook een noodverbandplaats ingericht voor de eerste opvang van de aan het front in Middelaar gewonde soldaten. Tussen de boerderij, die indertijd stond op de plek waar nu nog de voormalige noodwoning staat, en Middelaar lag een onbewoond gebiedje, toen uiteraard nog zonder de huidige Mookerplas. De Duitsers verdedigden zich op het einde van de Bloemenstraat vooral uit het wat hoger gelegen bosje met kreupelhout dat wij toen ‘den Hemdsmouw’ noemden en wat nu wordt aangeduid als Kreupelpad. Hier was een grote bunker met stellingen en het bosje lag vol met loopgraven en schuttersputten waar hier en daar nu nog restanten van zijn te zien. Regelmatig werden er over de Bloemenstraat met karretjes en kruiwagens doden en gewonden vanuit Middelaar afgevoerd. De ingekwartierde soldaten in de boerderij hadden onderdak in de woning, de stallen en in de schuur aan de overzijde van de Bloemenstraat. In de periode van september/oktober 1944 verbleven we steeds meer in de tot schuilkelder omgebouwde kelder, die onder de oude boerderij was gelegen. We durfden nauwelijks nog naar buiten om b.v. het vee te verzorgen.

Begin oktober kwam ook de vluchtelingenstroom uit Middelaar op gang. Het was verschrikkelijk om de mensen te zien die toen door de Bloemenstraat kwamen. Zo vroeg op 3 oktober 1944 de familie Schonhoven uit Middelaar om onderdak. Omdat de schuilkelder al overvol was moesten wij zeggen, dat dit onmogelijk ging. Ook enige soldaten voegden zich bij het op straat verblijvende gezelschap en ook zij vroegen om onderdak in de schuilkelder. Het tafereel was blijkbaar niet onopgemerkt gebleven en men werd bestookt met granaten. Mijn broer Wim werd vervolgens ernstig getroffen. Wim werd door de soldaten nog naar de kelder gebracht en verbonden en kreeg geestelijk hulp van de Duitse aalmoezenier die ook op de boerderij ingekwartierd was. Maar na ongeveer een uur is hij overleden.

De familie Schonhoven vluchtte verder en kreeg vervolgens enige tijd onderdak op de Högt bij de familie Bindels. Na de dood van Wim wilden mijn oom en tante ook niet meer op de plek des onheils blijven en ze zochten met mij onderdak op de boerderij aan de Smelenhof bij mijn vader en moeder. Hier was het toch iets minder gevaarlijk dan in de boerderij aan de Bloemenstraat. Daar verbleven we nog enige tijd in een tot tweede schuilkelder omgebouwde betonnen silo totdat we moesten evacueren. Met de evacuatie kwamen we in Jutphaas terecht. Antoon, Johan en Peter, die als boerenknechten op boerderijen aan de andere kant van de Maas werkten, evacueerden niet mee en waren in het ongewisse waar hun familie was gebleven. Na de bevrijding van Milsbeek , waagden ze zich al snel een keer de Maas over en zagen ze o.a. dat de boerderij aan de Bloemenstraat voor zover ze dat vanaf de weg konden zien, ongeschonden de oorlog doorstaan had. Hoe anders was het echter toen we in mei 1945 zelf terugkeerden. De boerderij was, nadat Milsbeek al was bevrijd geheel afgebrand. Van het puin werd naast de oude boerderij een noodbehuizing gebouwd en een noodstal van stro. Nadat in 1948 via de wederopbouw een nieuwe boerderij was gebouwd, heeft onze noodwoning nog tijdelijk voor Wim Verhoeven, Gerrit Hubers en Adrie Tax als huisvesting gediend.

‘Albert van Benthum keerde na de oorlog weer terug naar de boerderij aan de Bloemenstraat en ging daar weer wonen bij zijn oom Thei en tante Nel. In 1948 werd in het kader van de wederopbouw wat meer in zuidelijke richting een mooie nieuwe boerderij gebouwd. Albert trouwde in 1958 met zijn inmiddels in 1994 overleden Marie Olieslagers en woont nog steeds op dit mooie plekje aan de Maas.’

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - http://www.cultuurbehoudmilsbeek.nl