Door : Ciska Bouhuis-Kerkhoff

Mijn naam is Ciska Bouhuis-Kerkhoff en ik ben een dochter van Frans Kerkhoff, de Milsbeekse dorpssmid, die indertijd aan de Rijksweg zijn smederij had. Vader en moeder hadden twaalf kinderen, vier jongens en acht meisjes. Ik was de op een na jongste dochter. Frans was de jongste zoon en was anderhalf jaar jonger dan ik. Onze in 1931 geboren zus Nelly was de jongste. Het is logisch dat Frans en ik veel met elkaar op trokken.

Moeder was in 1941 overleden. Frans, mijn jongste broer, ging iedere dag met de stoomtram, waar broer Jan machinist was, naar Nijmegen. Hij zat daar op de ambachtsschool aan de Kronenburgersingel. Hij wilde smid worden en te zijner tijd de smederij van zijn vader overnemen. Mijn zus Willy was getrouwd met Theo Huisman en woonde in de Dominicanenstraat in Nijmegen.

Frans was op een dinsdagmiddag in de Dominicanenstraat gaan lunchen bij mijn zus. Haar man was filmoperateur en Frans kreeg van hem vaak een vrijkaartje voor de bioscoop. Na het afblazen van het eerste luchtalarm, maakte Frans aanstalten om naar school te gaan. Mijn zus wilde hem niet laten gaan, omdat er nog zoveel vliegtuigen in de lucht waren. Maar Frans riep nog naar mijn zus dat hij heel hard zou lopen en dat hem dan niks kon overkomen. Kort daarna vielen de bommen. Vanuit Milsbeek zagen we de zwarte rook boven Nijmegen en we maakten ons meteen zorgen om Frans. Telefonische verbinding, wij hadden in die tijd al telefoon als EHBO-post, konden we niet krijgen en met angst in het hart werd elke stoomtram uit Nijmegen opgewacht. Iedereen had verschrikkelijke verhalen over doden en gewonden en over straten en gebouwen, die in brand stonden. In een van de trams zat Willie van Bergen, die altijd met Frans samen naar school reisde. Hij was helemaal overstuur en kon geen woord uitbrengen toen wij hem aanhielden. De volgende tram werd afgewacht. We spraken elkaar moed in. Hij zou wel ergens aan het helpen zijn en niet weten dat wij ons ongerust maakten. Maar inwendig stonden we doodsangsten uit, vooral toen hij ook niet in de laatste tram zat. Van mijn zus hoorden we daarna dat haar man Theo Huisman direct de stad in gegaan was om overal te zoeken, maar hij had hem niet gevonden. De volgende dag kwam mijn broer Lambert, die in Venray verpleger was, ook naar Nijmegen. Hij heeft Frans in de veilinghal gevonden en geïdentificeerd. Hij zag er verschrikkelijk uit. Op de kist lagen zijn schooltas, zijn schoenen en enkele kledingstukken met een briefje, dat hij op de Kronenburgersingel voor het huis van dokter Peljak was gevonden. Na de identificatie is de kist meteen dichtgeschroefd.

Thuis zei mijn vader steeds maar, dat hij blij was dat moeder dit niet meer had hoeven meemaken, maar ook voor vader en ons allemaal was dit natuurlijk een verschrikkelijke, diep in het leven ingrijpende, gebeurtenis. We kregen het bericht dat we maar met een paar mensen op 26 februari naar de algemene begraafplaats mochten komen. Daar ben ik toen met Lambert naar toe geweest. Vanuit de stoet zag ik voor het eerst de platgegooide stad. Dat waren afschuwelijke beelden. De week na het bombardement is Frans naar Milsbeek overgebracht. Die begrafenis vergeet ik nooit meer. We waren met de familie naar de Rijksweg gelopen om de kist op te wachten en daar stonden alle leerlingen van de ambachtsschool en die van onze cursus voor het middenstandsdiploma, waar ik samen met Frans op zat. Daar hadden we heel veel steun aan.”

‘Cisca was 18 jaar, toen haar broer Frans in 1944 verongelukte bij het bombardement van Nijmegen. Ze is later gehuwd met Driek Bouhuis uit Plasmolen en exploiteerde, tot het moment dat dit aan Frans Cobussen werd verhuurd, het Hotel-Cafe-restaurant Bergzicht in Plasmolen. In 1991 verhuisde ze met haar man Driek naar een bejaardenwoning aan het Kerkpad in Middelaar. Sinds 2009 woont ze in het seniorencomplex ‘De Liebermanhof ‘ in Gennep.’

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - http://www.cultuurbehoudmilsbeek.nl