Door : Trudie Janssen-Tax


‘In de Gelderlander van 7 februari 1995 heeft onze pap zijn oorlogsverhaal verteld. Met behulp van dat verhaal kan ik zijn oorlogsherinneringen vertellen’.

Onze Pap is geboren op 11 oktober 1913 in Cuijk. Hij was de tweede telg en oudste zoon uit een gezin van 11 kinderen (5 jongens en 6 meisjes), waarvan er een in de oorlog is omgekomen. In 1925 is het gezin verhuisd naar Malden. Pap moest in 1933 voor zijn dienstplicht naar de Ripperda-kazerne in Haarlem. Hij werd daar ingedeeld bij het korps gemotoriseerde troepen. In 1934 heeft hij als militair de vierdaagse gelopen. Omdat bij hen thuis het paard was gestorven, ging hij eind 1935 samen met zijn broer Engel in Duitsland bij boeren werken. Ze gingen daar geld verdienen om een nieuw paard te kopen. Maar bij pap liep dat anders. In plaats van met een paard kwam hij met een motor terug. Toen de oorlog met Duitsland dreigde, werd hij tijdens de mobilisatie opgeroepen en werd hij in Alverna ingedeeld bij het Regiment Infanterie. Zijn broer Engel ging vervolgens vrijwillig in dienst om bij hem te zijn. Hij moet gezegd hebben ‘ik laot mien bruur toch nie kapot schiete’.

Pap moest tijdens de mobilisatie grootmajoor Bender rijden, die in deze omgeving de mobilisatieposten moest inspecteren. Zo kwam hij onder andere in Milsbeek bij de Driekronen en in de Bloemenstraat en daar leerde hij Mina Thissen (ons mam) kennen, waar hij na de oorlog op 2 oktober 1947 mee is getrouwd.

In de nacht van de inval op 10 mei 1940 moest hij met de grootmajoor op inspectie en kwam hij ondermeer in Groesbeek terecht. Op dat moment was daar nog niets te zien maar bij terugkeer in Alverna werd er medegedeeld dat de inval had plaats gevonden. Met springstoffen werd men naar de brug in Heumen gestuurd om te proberen deze de lucht in te laten vliegen, maar het was al te laat. Wel heeft men nog aan de strijd om de brug deelgenomen. De actie kostte wel een van de maten van Pap het leven. Na de aanval op de brug in Heumen moest hij met luitenant Preumel op verkenning uit naar de brug in Hatert. Alles zat echter al vol Duitsers en ze werden op een gegeven moment dan ook door hen ontdekt en kwamen onder vuur te liggen. De motor van de luitenant werd kapot geschoten en Pap kreeg een granaatsplinter in zijn arm en een schampschot op de duim. Achter op de motor van Pap wisten ze alle twee echter te ontkomen. Via Alverna, Woezik en Beuningen werd er daarna terug getrokken. In Tiel werd er nog een pontonbrug geslagen om de Waal over te komen. Velen deserteerden onderweg maar pap deed dat niet en kwam via Zoelmond en Rhenen in de gevechten op de Grebbeberg terecht. Over de gevechten op de Grebbeberg heeft pap nooit veel verteld, dit was te emotioneel. Ze hebben het daar heel zwaar gehad. Ook pap zijn kameraad Hend de Klein, de schrijver van het boek ‘Als de rogge rijpt’, raakte daar zwaar gewond en werd voor zijn leven blind.

Zelf is pap daar krijgsgevangen genomen en afgevoerd naar Luckenwalde bij Berlijn. Thuis dachten zijn ouders dat hij gesneuveld was, maar ineens kwam er een klompje met de post. Hierin had hij met een zakmes zijn naam en Luckenwalde uitgesneden. Zodoende wisten zijn ouders dat hun zoon nog leefde. Na ongeveer zeven weken kwam hij sterk verzwakt en doodziek door longontsteking weer terug in Nederland. Maar pap overleefde de strijd. Na de oorlog werd pap onderscheiden met het oorlogsherinneringskruis met gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen.

‘Na hun trouwen in 1947 is pap in Milsbeek aan de Zwarteweg gaan wonen. Ook zijn broers Jan en Andre trouwden nog met een Milsbeekse en kwamen in Milsbeek wonen. Martien en Mina, die in 1981 stierf, kregen 3 dochters, Trudie, Bets en Miep. Martien werd een bekende Milsbeker en werd o.a. in 1954 de eerste koning van Schutterij Lambertus, hij stond aan de wieg van de oprichting van de visclub en van schutterij ‘De Milsbeek’, was vaandeldrager van de fanfare en altijd verkleed op het carnaval aanwezig. Maar zijn grootste hobby was het stropen. Vele Milsbekers deden ook op hem een beroep als er wat ‘ongedierte’ opgeruimd moest worden. Hij overleed op 31 december 1998 op 85 jarige leeftijd.’

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - http://www.cultuurbehoudmilsbeek.nl