Door : Wim Bindels

Op uitnodiging van Milsbeek Vooruit werd eind 1949 door een aantal inwoners van Milsbeek het initiatief genomen, om een monument op te richten voor de Milsbeekse oorlogslachtoffers. In de Maas- en Niersbode van 27 mei 1950 is te lezen, dat op uitnodiging van Milsbeek Vooruit van diverse ‘mannelijke en vrouwelijke verenigingen’, enkele bestuursleden in het patronaat aanwezig waren. Door voorzitter Joep Krebbers werd het plan uiteengezet, om in Milsbeek te komen tot een waardig oorlogsmonument in de vorm van een groot kruis. Dit zou geplaatst moeten worden op het driehoekspleintje op het punt van samenkomst van de de Kerkstraat en de Langstraat. Het zou een blijvende herinnering moeten zijn voor de Milsbeekse burgers, die tijdens de oorlog het leven lieten. Het zou moeten bestaan uit een kruisbeeld, dat door en voor ‘de Milsbeek’ zou worden geplaatst. De namen van de slachtoffers zouden moeten worden vermeld op het voetstuk van het kruisbeeld. De aanwezige bestuursleden van de verenigingen werd om hun medewerking gevraagd en die werd ‘naar vermogen’ toegezegd. De eerste giften waren blijkbaar al binnen en het bestuur van de fanfare bood het comité de gelegenheid, om tijdens twee te houden dansavonden, te collecteren en versnaperingen te verkopen.

In de krant van 7 juli is vervolgens te lezen, dat er een huis-aan-huis collecte is gehouden met medewerking van de fanfare Crescendo, op een door Johan Emons gratis beschikbaar gestelde, wagen. Ze had een bedrag van f 303,27 opgebracht en “Het was een genot geweest om de stoet te volgen, niet alleen vanwege de uitstekende stemming der muzikanten en collectanten, maar vooral ook van de spontane gulheid en hartelijkheid van de bevolking van Milsbeek”. Ook staat erin te lezen, dat de arbeiders op de steenfabriek, met medewerking van de directie, gratis handgevormde stenen zullen maken en leveren en dat op de Milsbeekse metselaars een beroep zal worden gedaan, om ze gratis te verwerken.

Op 17 november van dat jaar valt in de krant te lezen, dat de ingezonden tekeningen inmiddels de nodige commissies waren gepasseerd en dat het comité bijeen was geweest met een zekere heer Van der Horst, die de plannen voor het kruisbeeld-monument had ontvouwd. Nadat hem de opdracht was toegezegd, beloofde hij, van het monument een prachtwerk te maken. De dag van de onthulling werd zelfs al besproken. Dit zou Pasen 1951 worden. Maar het zou toch nog wat langer duren en het comité zou nog vele problemen moeten overwinnen. Het duurde uiteindelijk nog 5 jaar voordat het idee van een oorlogsmonument uiteindelijk kon worden gerealiseerd. De procedures die gevolgd moesten worden via gemeente, provincie en bisdom zorgden voor vertraging. De reeds genoemde Van der Horst uit Middelaar en de Milsbeekse kunstenaar Jan Koenen waren aanvankelijk de gegadigden voor het kunstwerk dat op het kruis moest komen. Na tussenkomst van de burgemeester van Ottersum en de Provinciale Commissie voor oorlogs- en gedenktekens in Maasticht, werd het uiteindelijk de Maastrichtse beeldhouwer Francois Gast, die de opdracht in de wacht sleepte. Ook de namen op de plaquettes zullen ongetwijfeld aanleiding hebben gegeven tot discussie. Op een oorspronkelijke lijst, die in het parochieel archief is gevonden, komen ook de twee kinderen voor van Harrie Hoesen en Riek Janssen, die beiden door militaire voertuigen waren overreden, maar niet de naam van Kees de Bruin uit Werkhoven. Bijzonder is ook dat de Maas- en Niersbode maar 20 namen vermeld en niet 21 (Han Gerrits-Basten ontbreekt).

Op 4 mei 1955 kon uiteindelijk het monument onthuld worden en dat moet gebeurd zijn in de aanwezigheid van wel bijna alle inwoners van Milsbeek. De burgemeester sprak bij de onthulling de hoop uit, “Dat de bevolking het in ere zou houden, ook, door het niet voorbij te lopen, zonder een groet te brengen.” De totale kosten bedroegen uiteindelijk f 650,--. Het financiële gat, dat er blijkbaar nog was, werd uiteindelijk achteraf, bij raadsbesluit van de gemeente Ottersum van 14 november 1955, gedicht.Het monument had een mooi opvallend plaatsje op het driehoekpleintje waar de Kerkstraat en de Langstraat bij elkaar kwamen. Als gevolg van het toenemende gemotoriseerde verkeer in ons dorp en de daaruit voortvloeiende verkeersonveiligheid moest het Monumentje echter weer verplaatst worden. Er moest verhuisd worden en dat leidde weer tot nieuwe discussies.
Er werd voorgesteld om het bij het in 1968 nieuw gerealiseerde gemeenschapshuis te herplaatsen. Maar het voorstel werd verworpen, omdat het afbreuk zou doen aan de zelfstandigheid van het monument. Uiteindelijk krijgt het een nieuwe plaats dicht bij de plek waar het oorspronkelijk stond, maar weggedrukt op een minder opvallende plek. Het nieuwe fundament van het kruis wordt vervaardigd middels simpel metselwerk. Het corpus wordt slachtoffer van de verplaatsing en keert niet meer terug op het kruis. De beide plaquettes, waarop de namen van de slachtoffers in alfabetische volgorde zijn gebeiteld, worden in de verkeerde volgorde ingemetseld. Het monument verliest dan ook veel van haar glans, die de initiatiefnemers van die tijd voor ogen stond. Het is dan ook duidelijk te zien, dat de betrokkenheid minder is geworden.

Nog erger was de erbarmelijke staat van onderhoud, waarin het monumentje langzamerhand ging ver-keren. Het metselwerk was gescheurd, de namen op de plaquettes waren deels onleesbaar geworden. Ook de aangebrachte beplanting zag er niet meer uit; de heesters en de hagen rondom onttrokken het monument soms bijna volledig aan het zicht. De plantenbakken voor de eenjarige bloemen en de kokers met de plaquetten met de namen werden door onkruid overwoekerd. Het zou een plek moeten zijn, waar de burgerslachtoffers in ere werden gehouden, maar het werd een bron van ergernis voor veel inwoners. Toen in het jaar van het 75-jarig bestaan van de parochie Milsbeek de stichting Cultuurbehoud werd opgericht, bereikte de stichting van diverse zijden het verzoek “om eens iets aan het oorlogsmonument te doen”. Er werd een plan gemaakt om met behulp van vrijwilligers het monument te restaureren. In april ontving men van de gemeente Gennep bericht, dat zij de geraamde resterende kosten voor het herstel (uiteindelijk ongeveer € 2500,--) voor haar rekening wilde nemen. Het metselwerk werd gerestaureerd, de vakken voor de eenjarige bloemen afgedekt en onderhoudsvrij gemaakt. Ze werden o.a. omgevormd met scherven natuursteen, die het verscheurde levensgeluk van de slachtoffers symboliseren. Ook het kruis kreeg een opknapbeurt. In overleg met de stichting Kruisen en Kapellen werd een nieuw corpus op het kruis aangebracht. Ook de plaquettes met de namen van de slachtoffers werden leesbaar gemaakt. Tenslotte werd de beplanting rondom gerenoveerd en is een voorziening getroffen voor het onderhoud. Op 4 mei 2007 werd met de zegen van Pastoor Schols het gerestaureerde monument weer een waardige plaats om de burgeroorlogslachtoffers uit Milsbeek te herdenken.

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - https://cultuurbehoudmilsbeek.nl