Door : Nelly Keukens

In het verlengde van de tentoonstelling en de uitgave van het boek ‘Boerelѐѐve op de Milsbѐk’, had SCM een excursie georganiseerd naar het Nationaal Veeteelt Museum in Beers. Dit museum bevindt zich in het gebouw van de voormalige Vereniging voor Kunstmatige Inseminatie ‘Land van Cuijk’ en geeft een goed beeld van de technische ontwikkelingen op het gebied van de veeteelt, spermawinning, kunstmatige inseminatie, nieuwe voortplantingstechnieken en biotechnologie. Er is een permanente expositie van objecten en instrumenten die dienst deden bij het verkrijgen en insemineren van sperma van diverse dieren.

Dit jaarlijkse uitstapje liep bij de voorinschrijvingen wat stroef, maar op de dag zelf waren ca. 30 personen aanwezig om een erg interessante middag mee te maken zoals later bleek. Bij binnenkomst werden we hartelijk welkom geheten door de manager en vrijwilligers van het museum. Onder het genot van een kopje koffie of thee en krentenbrood met spijs, werden we geïnformeerd over de geschiedenis van het museum. Na dit historisch overzicht gingen we in twee groepen onder leiding van de vrijwilligers dierenarts Gert Veldhorst en Laborant/KI-inseminator Bart van der Steen (deskundige gidsen) naar een viertal zalen waar we het verhaal van mens en dier te horen en te zien kregen en waar we werden geïnformeerd over de bloempjes en de bijtjes, of anders gezegd over de dekking en de paring bij dieren. Waarom mensen dieren houden, hoe mensen dieren fokken, hoe het klonen van dieren in zijn werk gaat, het enthousiasme van de beide gidsen maakte het voor ons allemaal inzichtelijk.

De rondleiding.
We lopen de Centrale Hal in, met als blikvanger het geprepareerde hoofd van Fokstier Prins 2 op een prominente plaats. Met trots wordt er door beide gidsen gesproken over deze stamvader uit de fokkerij van het roodbonte Maas-, Rijn- en IJsselvee. Prins 2 speelde een belangrijke rol bij de Vereniging voor Kunstmatige Inseminatie in het Brabantse dorp Beers. Deze stier heeft ruim 800.000 nakomelingen gekregen.
Aan de hand van – soms eeuwenoude – voorwerpen, prenten en geschriften, wordt een inzicht getoond, in de ontwikkeling en de geschiedenis van de veehouderij, veeteeltwetenschap en kunstmatige inseminatie. Wat ook heel mooi is: waardevolle materialen zijn behouden gebleven in het Museum. Zo is er een microscoop uit 1930 die nog is gebruikt door dierenarts Moons, de eerste directeur van het voormalige ki-station in Beers. Ook een replica is er te bewonderen van de primitieve microscoop die Anthony van Leeuwenhoek in de 17e eeuw gebruikte en waarmee hij als eerste (zijn eigen) spermacellen waarnam. Een wel heel bijzondere blikvanger in de hal is de ‘Toren der Kampioenen’. Hierin bevinden zich de geprepareerde hoofden/koppen van diverse beroemde dekstieren, zoals de Skalsummer Sunny Boy, Celsius en Jabot. Een aantal studies van koeienschilder Jan de Haas en enkele schilderwerken van de beroemde kunstenares Marleen Felius zijn te bewonderen. Zo hangt er ook een portret van een Hollandse bok van Anton Mauve. Het museum heeft in bruikleen een grote privécollectie antiquarische boeken over veeteelt, fokboeken, documenten, notulenboeken van verenigingen, inschrijvingsbewijzen, stamboeken, foto’s, films etc.

Vol enthousiasme worden we door Bart uitgenodigd om mee naar boven te gaan. Vanaf de eerste verdieping kunnen we een kijkje nemen in de ‘Dekstal’ voor stieren - ter lering en vermaak! Een film laat ons zien dat men tegenwoordig niet meer met de stier naar de koe of met de beer naar de zeug hoeft, want via KI kan voortplanting ook geschieden. Deze techniek is van enorme betekenis geweest en is dat nog steeds voor de snelheid waarmee veeverbetering tot stand komt. Niet alleen bij koeien en varkens, maar ook bij paarden, schapen, geiten en zelfs bij kippen en bijen. En in het originele laboratorium van het oude ki-station legt Bart ons op enthousiaste wijze - en heel duidelijk met liefde voor het vak – uit hoe mensen dieren kunnen ‘maken’. Diverse gebruiksvoorwerpen, apparaten en machines die een inseminator vroeger en nu voor zijn werk nodig had/heeft en instrumenten die nodig zijn voor het winnen, verwerken, conserveren, bewaren en distribueren van sperma, liggen en staan er tentoongespreid o.a. een kunstschede voor hengsten, voor konijnen en de kunstschede voor varkens met de bijnaam ‘spermaorgel’, stikstofcontainers voor het invriezen van sperma in rietjes, een operatiebed voor schapen en geiten, een toestel waarmee men sperma kon scheiden (zo kon je kiezen voor een mannetje of vrouwtje), inseminatiepipetten, foetussen op sterk water, verwarmingstoestel voor het ontdooien van spermarietjes… te veel om op te noemen. Sommige van deze apparaten en machines kunnen nog in werking worden getoond. Het enthousiasme van Bart werkt aanstekelijk! De groep toont veel belangstelling voor het KI-gebeuren, maar iemand vraagt zich wel hardop af of het dier dit wel zo fijn vindt en wat als hij geen zin heeft!? Het antwoord hierop moet ik u schuldig blijven…. Onder een microscoop mogen we levende spermacellen observeren. In het laboratorium is ook informatie te vinden over moderne voortplantingstechnieken zoals embryotransplantatie, in vitro fertilisatie en klonen.
Voor het fokken van koeien en varkens in de vlees- en melkindustrie wordt bijna uitsluitend met kunstmatige inseminatie gewerkt. Slechts weinig bedrijven houden zelf mannelijke dieren. Speciale bedrijven zijn gericht op het houden van stieren en beren met zeer goede kwaliteiten; deze bedrijven zorgen dan voor de kunstmatige inseminatie bij veel boerderijen. Ook in de paardenfokkerij, pluimveefokkerij en bijenhouderij wordt kunstmatige inseminatie veelvuldig toegepast. Voordelen van kunstmatige inseminatie zijn onder meer, dat de kans op overdracht van seksueel overdraagbare ziekten verminderd wordt, dat men het sperma van goede fokdieren bovendien kan verdunnen (en hierdoor meer vrouwelijke dieren kan bevruchten) en dat er geen geografische belemmeringen meer zijn om aan het sperma van een goed fokdier te komen. Bovendien kan sperma ingevroren worden zodat zelfs na het overlijden van het dier nog sperma beschikbaar blijft.
Het station in Beers is nog steeds in gebruik voor de stalling en spermawinning van hoogwaardig fokmateriaal van CRV (de marktleider en toonaangevende coöperatie op het gebied van de rundveeverbetering in Nederland).

Gert komt ons halen voor een biologieles. We lopen naar de zaal waar informatie gegeven wordt over de anatomie en voortplanting van de verschillende dieren. In de groep is een gevoel merkbaar van gezonde spanning en nieuwsgierigheid zoals vroeger in de ‘schoolbanken’ tijdens een les in seksuele voorlichting. Op aanschouwelijke wijze wordt de natuurlijke manier van paren in beeld gebracht. Er hangt een grote poster met daarop een zaadcel die een eicel binnendringt (mooie opname). Getoond worden middelen voor bronstopwekking en drachtigheidscontrole. Er liggen instrumenten – herkenbaar voor velen van ons - voor inwendig onderzoek van de geslachtsorganen en middelen en instrumenten die dierenartsen ter beschikking staan/stonden om de voortplanting in goede banen te leiden of te verhinderen of hulp kunnen bieden bij de bevalling zoals het toestel van Bargeboer. Het gebruik hiervan is nu verboden, want er ging nogal eens iets fout. Mooi om te zien zijn de geprepareerde vruchten en foetussen in de verschillende stadia van de dracht. Er is een rariteitenkabinet met een aantal geprepareerde misvormingen die bij landbouwhuisdieren kunnen voorkomen. De boerenzonen en dochters onder ons weten vaak de juiste antwoorden te geven op de gestelde vragen (in dit museum, dat door vele nationaliteiten bezocht wordt, hebben wij als Milsbeek een goed figuur geslagen).

We lopen via de Centrale Hal naar een andere zaal. Daarin bevindt zich een overzicht van de Nederlandse en de geïmporteerde gespecialiseerde rundveerassen. Bijzonder is dat het museum beschikt over de zogeheten (Amerikaanse) True Types van de ideale Holstein-Frisian koe en stier uit 1923. Gert legt ons een en ander haarfijn uit. In vitrines worden identificatiemiddelen en registratiemethoden - vooral voor runderen en varkens - getoond. Attributen van de melkcontrole zijn er te zien zoals: een driepoot met een unster, een melkemmer met monsterschepje, centrifuges voor bepaling van het vetgehalte in de melk te meten etc. Zelfs een verrijdbare onderzoekstafel om biggen te testen op stressgevoeligheid is aanwezig. Voordat we er erg in hebben is de tijd om en komt er een einde aan een ’boeiende’ en leerzame rondleiding. We worden uitgenodigd voor een drankje en een bezoek aan het museumwinkeltje met leuke ‘hebbedingetjes’. Zo kunnen we alles goed laten bezinken.

Tijdens de ‘borrel’ worden Gert en Bart door voorzitter Martien Holthuysen bedankt voor hun levendige uitleg en leuke middag. Als cadeau overhandigt hij het boek ‘Boerenlѐѐve op de Milsbѐk’. Dit wordt hooglijk gewaardeerd door de gidsen.

Met deze excursie naar de binnenlanden van Brabant heeft SCM getoond niet alleen in Milsbeek, maar ook buiten de provincie Limburg een leuk stukje cultuur opgespoord te hebben.

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - http://www.cultuurbehoudmilsbeek.nl