Door:  Paul Thissen

Een boek over de venen bij Milsbeek en ‘t Ven
Vorig jaar op 27 maart heb ik een voordracht gehouden op de historische avond van Cultuurbehoud Milsbeek. Toen kondigde ik een boek aan over de venen die bij Milsbeek en ’t Ven lagen, met onder andere De Diepen en het Koningsven. Over de bodem en hoogteverschillen, over turfwinning en waterhuishouding, over ontginning tot bos en landbouwgrond, over de ruilverkaveling Ottersum en over de natuur vroeger en nu. Voor het boek werk ik samen met biologen, redacteuren en amateurhistorici uit de streek (Wim Bindels afkomstig uit Milsbeek en Henk Jaspers afkomstig uit Ottersum). Zelf ben ik historisch-geograaf. Samen met Henk Jaspers schrijf ik de historische bijdragen.
Met de Stichting Cultuurbehoud Milsbeek heb ik afgesproken om, tot het boek uitkomt, om de paar maanden een kleine bijdrage te leveren. Niet letterlijk uit het boek, maar gebaseerd op informatie die daarvoor al is verzameld.  We verwachten dat het boek in de lente van 2016 zal verschijnen. Dit is de eerste bijdrage, ze gaat over het bezoek dat een plantendeskundige meer dan 100 jaar geleden aan het Koningsven bracht.

‘’t wijde wilde veen’
In 1907 bezocht de botanicus (plantendeskundige) Delsman uit het westen van het land het Koningsven. Dat lag op de plek waar nu Eethuis de Diepen staat aan de Zwarteweg en van daar in een strook naar het oosten tegen het Reichswald aan. De weg die nu Koningsvennen heet was de zuidgrens. In die tijd was het Koningsven heel bekend onder  botanici omdat er zoveel zeldzame planten voorkwamen. Delsman was verrukt over het

landschap dat hij er aantrof. Een stukje uit zijn verslag: ‘’t Is een woest romantisch landschap, dat eindelooze heel in de verte wegblauwende woud, van de heuvelen afdalend naar de vlakte en daar geleidelijk door laaghout overgaand in ’t wijde wilde veen. Geen menschelijke woning is er te zien, alleen heel in de dampige verte is ’t of zich aan den vagen boschrand een torenspitsje op doet. ’t Is Kessel, dat reeds een flink stuk Duitschland in ligt.  … ’t beste was, maar kousen en schoenen uit te trekken en blootvoets ’t veen in te gaan…, nu eens diep wegzakkend in het veenmos, dan weer door ’t ondiepe water; en ook wel eens over de prikkelige veenbes, waar je voorzichtig loopen moest.’
Het moeras bestond uit uitgeveende gronden. De mensen uit Milsbeek hadden er eeuwenlang turf gestoken.

cultuurbehoud milsbeek 1 het koningsven

Het Koningsven of De Geuldert?
Delsman deed een foto bij zijn verslag, met een getekende sierlijst van sierlijke bladeren. De foto is denk ik, niet van het eigenlijke Koningsven, maar van een moeras aan de andere kant van de Zwarteweg: de Geuldert. Want er was bij mijn weten in 1907 geen ander stuk moeras waar je vanaf een naar verhouding hoog standpunt (de stuwwal)  overheen kon kijken naar bebouwing, zoals op de foto. Ik denk dat de bebouwing aan de Schildersweg in de Plasmolen stond. Delsman spreekt zich trouwens tegen: in de tekst staat dat er geen woning is te zien, maar de foto toont wel een woning.
Opvallend is dat Delsman geen melding maakt van de enorme ontginning van dit soort moerasgronden die in deze jaren bezig was. Theodor Jaeger had in het jaar 1902 300 hectare moeras van de gemeente Ottersum gepacht. Dat lag bij ’t Ven (Ottersumse Turfven) en bij Milsbeek (Rosenbroek, De Diepen, zuid van Koningsvennenweg).  Binnen enkele jaren ontgon hij het grootste deel. Later waren de 150 bunder die bij Milsbeek lagen, van Kuhn. Heel wat mensen uit Milsbeek hebben bij de ontginning en op het landbouwbedrijf gewerkt.
De plaatsbepaling van oude foto’s is vaker twijfelachtig. Zo is de foto met opschrift ‘Boschrand Reichswald bij Hotel de Plasmolen’  denk ik maar voor de helft waar. Wel Reichswald maar niet bij hotel De Plasmolen.

Voor wie dit leest
Wie dit leest en vermoedt dat de foto’s ergens anders zijn genomen dan ik vermoed, of wie nog mooie verhalen kent  over  het Koningsven: dat hoor ik graag.  

Emailadres:     Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Telefoonnr:     06 52 12 19 63

cultuurbehoud milsbeek 2 het koningsven bosrand reichswald

Bronnen
-    Delsman jr., H.C. 1907. Om den Plasmolen. De Levende Natuur 12, p. 44-47
-    Collectie Frans van Kuppeveld (foto’ Boschrand Reichswald bij Hotel de Plasmolen’)

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 1 Scan0014Met toestemming wordt het artikel hieronder geplaatst.
 
bronvermelding - auteurs : Marlies Lamers en Martijn Cobussen

 

Het jaar 2014 stond in onze regio voor een belangrijk deel in het teken van 70 jaar bevrijding. Met vele groot- en kleinschalige activiteiten werd stil gestaan bij de militaire acties waarmee het destijds allemaal begon, maar ook de ooggetuigen uit die tijd speelden een belangrijke rol. Dit jaar kijken we in het kerstnummer van Sportvizier terug naar die periode met de hulp van vier echte Milsbekenaars. We besteden aandacht aan de oorlogsjaren, kijken naar de jaren daarna, maar staan natuurlijk ook stil bij de rol die sport en spel in die jaren hadden.

Onze gesprekken hadden we met Nellie van Duin - Wientjes, Jana Meusen-Derksen, Wim Derks en Cor Gerrits. Alle vier geboren en getogen in Milsbeek en vol met bijzondere, levendige maar ook aangrijpende verhalen over de oorlogstijd en de jaren daarna. Zij zullen zichzelf eerst kort voorstellen, waarna we uitgebreid stil zullen staan bij hun herinneringen.

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 2 Cor Gerrits 2
Cor Gerrits

Cor: in ben in '34 geboren in Milsbeek en heb ook altijd hier gewoond.

Jana: ik ben geboren in 1932, maar had toen al een oudere broer Antoon (1925) en zus Mia (1927). Vlak voor de oorlog kregen mijn ouders nog een tweeling, waarvan Annie ten Haaf er één is. Tijdens de oorlog woonden we op de hoek Heiveld/Teelebeek, en Nellie woonde ook op het Heiveld. Dat was precies tegenover elkaar, terwijl er in die straat toen maar een huis of vier stond.

Wim: ik ben in '33 in Milsbeek geboren en ben hier ook altijd gebleven ondanks korte uitstapjes naar Nijmegen en de periode tussen 1950 en 1953 toen ik in Zuid-Limburg in de mijn gewerkt heb. Net als Jan Rutten, Marinus Arts, Theo Wijnhoven en Wim Pik overigens. In het weekend kwam je af en toe terug naar Milsbeek, behalve als je ploegendienst had. Dat werken onder in die mijn maakte me trouwens niet veel uit, maar daar wonen vond ik maar niks. Na mijn school ben ik direct bij de Olde Kruik gaan werken, want verder leren was er in die tijd niet bij.

Nellie: Ik ben geboren in '27, maar was een echte nakomeling want mijn jongste broer was toen al 15. Ik heb zelfs een tijd gedacht dat ik het enige kind was, want mijn broers waren al aan het werk en later ook uit huis. Eén van de mijn broers is 78 geworden en stief in 1990, en mijn andere broer is 80 geworden. Ik ben geboren in het witte huis tegenover de Dörpel, maar in '30 hebben we een huis op het huidige Heiveld gekocht voor 3.000 gulden. Eén van de oud-inwoners van dat huis wilde vertrekken naar de USA, dus moest er direct 1.000 gulden betaald worden zodat hij zijn kindsdeel kon krijgen.

Dit was in de regio een jaar vol met herinneringen aan 70 jaar bevrijding. Voor jullie ook?

Nellie: Mijn kleinzoon in Gennep was erg druk bezig met de herdenkingen. Hij had contact met Engelse militairen en met Groesbeek. Zelf ben ik in Groesbeek nog naar de landing van enkele parachutisten geweest. De laatste vier, die niet bekend waren gemaakt. We zaten tussen de maisvelden en ik heb ze nog zien springen. Ze kwamen zo dichtbij dat een van onze kleinkinderen nog zei "Oma, ga maar aan de kant want anders valt hij op je!"

Jana: Ik ben op de Biesselt gaan kijken - daar zijn ze vroeger ook geland. Tijdens de oorlog zelf hebben Nellie en ik het ook samen van dichtbij meegemaakt. Onze families hebben nog vier weken in een schuurtje gezeten. Ik was 8 jaar toen in 1940 de oorlog uitbrak en op een

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 3 Heiveld vanuit de lucht tijdens de Oorlog
Heiveld vanuit de lucht tijdens de Oorlog

gegeven moment heeft mijn moeder toen kou gevat. Er was nog geen penicilline, want dat kwam pas na de oorlog. Op de 8e dag kwam Pastoor Hoefnagels toen bij ons thuis en werd haar temperatuur opgemeten, ik vergeet het nooit meer. "Jullie mogen je moeder houden," zei hij, "de koorts is omgeslagen". Maar de dag erna is ze gestorven...

Hoe hebben jullie als kinderen en tieners de oorlogsjaren beleefd?

Jana: In '42 kwamen er bommenwerpers overvliegen, en wij zaten in de schuilkelder bij Nellie omdat Duitse militairen ons huis hadden overgenomen. Ik werd als klein meisje naar binnen geduwd om even snel een spel - mens erger je niet - te pakken, waar de gespannen Duitsers erg van schrokken. Toen we iets later weer thuis waren vielen er granaten op ons huis, op een van de  slaapkamers terwijl daar toen niemand was. Mijn zus Mia zei nog, "onze lieve heer heeft het goed met ons voor," een dag later is Mia gestorven door de granaten.

Zij werkte namelijk bij meester Hendriks, het hoofd van de school, in het gezin. Ze ging die dag "de Milsbeek op", maar is op de hoek van de Zwarteweg en de Langstraat door een granaat getroffen en hoorde met vier anderen bij de eerste doden in Milsbeek tijdens de oorlog. "Mia is er nog niet", zei mijn vader nog - en vlak daarna kwam Pastoor Hoefnagels er aan fietsen met de rozenkrans.

Cor: Van de oorlog merkten we bij ons thuis niet zo veel. Je zag Duitsers, maar daar was je aan gewend. Op het einde kwam de frontlinie richting Middelaar en Mook en toen kwamen de granaten ook. Bij de evacuatie richting de provincie Utrecht had je pas door dat het echt oorlog was en bij terugkomst was er niks meer. Er was veel kapot, opgeslagen in schuilkelders of weggehaald. Iedereen had schade, van gaten in muren tot huizen die helemaal in puin lagen.

Nellie: We hadden in de oorlog genoeg te eten omdat we zelf aardappels en dergelijke konden verbouwen, maar er was geen luxe. Voor de oorlog was er al wel veel armoede, en losten we veel dingen op binnen de gemeenschap. Zo hadden we geen merkjes meer voor onze jonge varkens, en die varkens werden dan 'met de handen dicht' verkocht aan een van de buren die nog wel merkjes had - om ze vervolgens op latere leeftijd op diezelfde manier terug te kopen.

We hadden in die tijd ook Wim van Tinus van Wel bij ons ondergedoken zitten, want die werd gezocht door de Duitsers om te gaan werken in Duitsland. 's Avonds ging hij dan altijd weer weg, en moeder zei dan wel eens tegen hem "zeg toch 's waar je zit, want ik ben zo bezorgd".

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 4 Jana Meusen Derksen

Jana Meusen-Derksen

Jana: Ook wij hadden onderduikers, op zolder. De ladder was dan de hele dag weg, en 's avonds ineens weer terug zodat de onderduikers konden eten. We hadden 'Adriaan' uit Rotterdam op zolder, die bij de krant werkte. Ik herinner me ook nog een Joodse man met een echte knickerbocker broek zoals je die toen had. Die onderduikers zaten op de zolder bij het stro, en kregen 's morgens brood op een bord. En wat ik zo bijzonder vond... je hoorde ze niet! De hele dag lang niet, en je zei er ook niks over. Op het einde mocht ik ook geen vriendinnen meer meenemen naar huis omdat het anders misschien uit zou kunnen komen.

's Avonds laat kwamen Pastoor Hoefnagels en Pater Verheijen op het raam kloppen, en dan werden de onderduikers weer van de ene naar de andere locatie gebracht. Als kinderen hoorden we er niks van, want we moesten naar achter - maar je zei er natuurlijk ook niks over.

Nellie: Wij hadden twee onderduikers uit Nijmegen. Huug van Loosbroek, die eigenlijk 'de Groot' bleek te heten, zat bij ons ondergedoken tijdens de landing. Net als Nol Holleman, maar die ging snel weer naar Ottersum want Huug maakte hem - zoals hij dat zei - "knoatergek". Dat was vooral omdat Huug zo bang was, maar hij heeft desondanks nog wel een vlot gemaakt waarmee hij via de Waal naar Nijmegen is afgezakt om naar zijn meisje te gaan. De verkering was echter snel voorbij, want zijn meisje was er met een Canadees vandoor gegaan!

Cor: Net voordat het front in de oorlog hier kwam zaten we het met hele gezin in de silo bij Van Benthum. Naar school gingen we al niet meer, maar je moest toch af en toe naar huis of naar de bakker. Het was een beroerde tijd, zeker voor kinderen, want je zat de hele dag in die silo. Voor de Duitsers waren we niet bang - de angst kwam pas na de landing toen de Engelsen kwamen. In alle huizen zaten immers Duitsers, dus daar waren we aan gewend.

Wim: ik zat in de oven bij vd Hoogen, en ik weet nog dat het huis van Harry Theunissen toen het hospitaal was. Op een gegeven moment gingen de Engelsen terug schieten en dat was funest voor ons. Het front was in Middelaar, dus de meeste gewonden kwamen daar vandaan. In de stal lagen de Duitsers, en in het donker ben ik nog een keer over een dode Duitser heen gestruikeld.

Cor: Er kwamen niet veel Duitsers terug van het front. In Milsbeek zelf is toen niet veel gevochten, en pas na de bevrijding zagen we dat alles kapot was. Je zag ook tekenen van fanatieke Duitsers, die leuzen als "Kampf bis zum Zieg!" op het huis hadden geschreven, terwijl er bij Wim Thissen op het huis iets stond als "liever dood dan slaaf". Maar zo fanatiek waren ze echt niet allemaal, want die jongens van 17 en 18 waren zelf ook erg bang. Logisch.

Wim: De Hitlerjugend soldaten van 13 en 14 jaar lagen op het laatst in de basisschool. Die moesten komen vechten, terwijl wij vooral schik hadden omdat we niet naar school hoefden. Ik zou toen naar de 6e klas gaan maar hoefde ineens helemaal niet meer naar school. Daar heb ik eigenlijk nog steeds last van, want van de 5e klas ging ik meteen naar de 8e klas.

Cor: We hebben nooit Engels of Frans gehad, en dat was beter geweest dan de Catechismus uit je hoofd leren...

Jana: Milsbeek lag destijds inderdaad bij de linie. Overdag zagen we de Duitsers, 's avonds heel stiekem de Engelsen. Het was dus ook gespannen, wat ik merkte toen ik van de schuilkelder even naar huis ging. Het rog was nog niet gedorst, dus tegen een rokende militair zei ik dat hij op moest passen dat de rog niet in brand vloog. Maar die dreigde meteen met een geweer! Rond het Heiveld vielen ook regelmatig bommen, en die plekken werden op het land telkens snel afgezet. Soms vielen ze zo dichtbij dat we zelfs granaatscherven in huis hadden.

Nellie: Bij ons in de stal was de gaarkeuken van de

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 6 Nelly van Duin Wientjes 1
Nelly van Duin-Wientjes

Duitsers. Ze kookten daar, en gingen regelmatig koeien halen uit het "niemandsland" om ze te slachten. Dat niemandsland was het gebied tussen het Heiveld en het bos, waar dus ook koeien stonden. De meeste van die bezetters waren overigens niet te beroerd. We kregen veel vlees van ze, en ze stonden zelfs te huilen toen we moesten evacueren. Ze zorgden er voor dat ons vee ongemoeid bleef zo lang ze er waren, en we aten ook met ze mee. Riefkoek, erwtensoep, vlees, enzovoorts.

Hoeveel ruimte er is in zo'n tijd voor ontspanning, sport en spel?

Nellie: Sport en spel was er vooral op school. We speelden 'vangertje' en kaatsballen, liepen op stelten en sprongen met een springtouw.  De dagen kregen we wel om op die manier! In het laatste schooljaar zaten er militairen in het schoolgebouw en was er geen school meer.

Jana: Naast die spellen op school was er in de winter ook het schaatsen, met ijzers die je onder je klompen kon binden. Het lint ging wel vaak kapot, en je moest er ook zakdoeken tussen doen want anders deed het pijn aan de enkels. Ik ben trouwens in Werkhoven (waar veel Milsbeekse mensen geëvacueerd zaten) ook nog naar school geweest, maar de Milsbekers konden ze maar moeilijk verstaan omdat ze plat praatten! De onderwijzer noemde me "Milsbeek", omdat ze mijn naam niet kon onthouden. Doordat we een tijd niet naar school konden werd het voor mij wel steeds lastiger. Ik vond het op de speelplaats fijn, maar in de klas werd het moeilijk om mee te komen.

Cor: In de oorlog ging het voetbal gewoon door, net als de school. De voetbalclub was ook de enige vereniging, maar waar het veld nu ligt daar mocht je niet komen. Daar 'aan het Wald' was een verboden strook, terwijl er aan de Rijksweg gewoon gevoetbald werd. Tegen Brakkenstein, Groesbeekse Boys, DVSG, Achilles en Rood/Wit - en een wedstrijd in Nijmegen voetballen was altijd mooi.

Na school gingen we achter de school voetballen, net als vóór schooltijd en vaak ook halverwege de schooldag. Dat deden we op de plek waar nu de gymzaal staat, met een aantal tollen die we met een touwtje tot een bal bij elkaar hadden gebonden. We hadden niks anders, dus dan schopten we daar maar tegenaan. De meisjes bleven wel vaak op het schoolplein en speelden dan een soort trefbal.

Wim: Tussen de middag gingen we snel thuis eten en dan weer terug naar school om te voetballen vóór de les. Op de klompen natuurlijk, die vaak kapot gingen. "Hedde wer gevoetbald?" kreeg je dan te horen. Jan Rutten was een harde, als die zijn klompen kapot had ging hij gewoon op blote voeten verder spelen. Tijdens het voetballen bij de club droeg je schoenen met stalen neuzen en stalen noppen.

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 5 Milsbeek 1 van na de oorlog eind jaren 40

Milsbeek 1 van na de oorlog (eind jaren 40)

Staand vlnr: Wim Derks, Leo Noy, Lambert Franken, Cor Groenen, Piet Peters,
Cor Gerrits, Theo Derks
Zittend vlnr: Harry Janssen, Gerrit Wouters, Harry van Bergen, Jan Noy

Cor: Gym op school was vooral bokspringen. In een rij krom staan, over iedereen heen springen en dan weer krom staan. Voetballen deden we niet tijdens de gymles, ook niet als we buiten gym hadden. Dan was het weer bokspringen, of oefeningen. Het gymlokaal was het patronaat, waar nu de fanfare oefent en waar destijds wat toestellen stonden.

Hoe zag de voetbalclub er tijdens en na de oorlog uit?

Wim: Voor de oorlog was het Juliana Milsbeek, en er was zelfs een clublied. "Hup, hup, Juliana. 1, 2, 3, ga nooit verloren!", zoiets was het. Op last van de Duitsers moest de naam veranderd worden, en toen werd het RKSV Milsbeek. De pastoor was geestelijk adviseur, en ook aanwezig bij alle jaarvergaderingen.

De club zelf is in 1928 opgericht door Spikman in de Bloemenstraat, en het veld lag ergens tussen Bloemenstraat en Smelenhof, tegenover de vuilnisbelt.

Cor: Waar Emons nu ligt, achter Albo, daar was op een gegeven moment het voetbalveld. Vanaf het veld naar de kerk stond er destijds ook helemaal niks aan gebouwen. Er stond bij het veld wel een oude bus van de Maasbuurt dus je kon je wel omkleden, maar douchen was er niet bij. De dag vóór de opening van het veld zat er nog een flinke verhoging in het veld, die we 's avonds met de schop nog hebben weggehaald. Daarna deed de burgemeester de opening, en toen werd er voor het eerst tegen een bal aangetrapt. Maatje 7, met zo'n grote veter er in.

Ten tijde van de heropening in '60-'61 was Jan Franken van de Drie Kronenstraat de voorzitter. Thei van Schaijk was ook altijd de hele zondag met de voetballers op stap, nadat hij eerst om half 9 naar de kerk was geweest.

Wim: Ik weet niet precies wanneer ik lid ben geworden, maar ik heb veel gevoetbald bij De Pelikaan in de Aaldonk, een voetbalvereniging die later is opgegaan in het huidige Achates uit Ottersum. Als 11 jarige ging ik vaak bij onze Frans voor op de fiets over een weg vol kuilen die kant op. Ik kon bij aankomst niet meer staan van de pijn, en toen moest ik nog gaan voetballen!

Cor: Ik was 10 jaar, of eigenlijk pas 9, toen ik lid werd. Momenteel ben ik dan ook het enige lid dat al 70 jaar lid van de voetbalclub is. In die tijd had je geen jeugdafdeling en werd er weinig georganiseerd

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 7 Voetbal burgemeester 1
Cor Gerrits en burgemeester Janssen van Ottersum

voor de jeugd. Als je oud genoeg was deed je mee in het 3e elftal, vaak onder het motto "als we maar een elftal bij elkaar hebben". Het 1e en 2e team bestond uit oudere spelers, en met drie elftallen had je het wel zo'n beetje gehad in die tijd. Die drie teams speelden wel een echte competitie, terwijl de jeugd hun wedstrijden wat meer zelf moest organiseren zoals de veteranen dat nu ook doen. Het 1e elftal speelde in de afdeling Nijmegen, dus vooral tegen clubs uit Nijmegen en Groesbeek. In het seizoen '53-'54 werden we kampioen, en pas daarna gingen we over naar de KNVB - in de afdeling Maasbuurt.

Naar uitwedstrijden gingen we altijd op de fiets, met een biezenkoffertje als voetbaltas. Je kon ook niet via de Holleweg, want dat was een verboden strook waar je door de oorlog niet mocht komen. Dus we gingen via de Helweg en Plasmolen omhoog richting Groesbeek, over een weg die toen niet werd bijgehouden zoals nu. Had het geregend, dan was het één en al modder. Om je schoon te maken had je misschien bij het veld een pomp in de wei met een aluminium bakje om je te wassen. Een douche, geen denken aan.

In Middelaar moest je vanaf de stal van Hermsen aan de Heikant altijd een heel eind lopen naar het voetbalveld, wat lag op de plek van het huidige trapveldje naast de parkeerplaats voor de brug. Pater Verheijen organiseerde toen ook het 'missietoernooi aan de maas'. In het weiland bij Bus, waar de koeien net uit waren. Wat ik ook nooit meer zal vergeten is dat ze daar schrikdraad hadden. Niemand kende het nog, en Theo maakte daardoor de vergissing om er tegen aan te plassen.

Wat deed je als jongen wanneer er niet gevoetbald werd?

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 8 Wim Derks 2
Wim Derks

Cor: We hadden als de school uit was meer zelfgemaakte dingen. Pijl en boog, karbiet schieten, tollen, bandelen (met een wiel) of een katapult maken. En vliegeren, waarbij we zelf met latjes en krantenpapier een vlieger maakten. Knikkeren deden we ook, met zelf gemaakte knikkers van klei. Glazen knikkers had je ook wel, en die noemden we "ballies". Pothinkelen schiet me trouwens ook nog te binnen, waarbij je liep op bloempotten op hun kop met daaraan een touw - iets dat je ook met een blik kon doen.

Wim: Dammen deden we ook wel, en kaarten...

Maar uiteindelijk konden jullie niet in Milsbeek blijven, want de oorlog kwam dichtbij...

Jana: Toen zijn Nellie en ik geëvacueerd met beide gezinnen en kwamen we in Werkhoven bij Bunnik terecht. Een lange tocht, met een overnachting in Goch waar alle jongeren bij elkaar in de kelder sliepen. De reis ging verder via Kalkar en daarna de Rijn over. Er kwam ook nog een vliegtuig laag over vliegen, wat er voor zorgde dat de paarden overstuur raakten zodat we de hele weg zelf moesten lopen. Wat ik ook nog weet is dat we met de tram naar Doetinchem gingen. Huub Rutten is daar toen uit gevallen en is zo zijn been verloren.

Uiteindelijk kwamen we in Werkhoven en daar werkten we gewoon mee op de boerderij. Daarnaast hebben we ook schik gehad, bijvoorbeeld met een van de kleindochters daar. Zelfs vandaag de dag hebben we nog contact met de mensen daar, en elk jaar komen in februari de kinderen van destijds uit Werkhoven nog op bezoek. Met het bestuur van Cultuurbehoud Milsbeek hebben we ook nog een bezoek aan Werkhoven gebracht en daar met zijn allen gegeten.

Nellie: Veel tijd voor ontspanning was er niet in die tijd, er moest gewerkt worden. Piepers schillen, schoffelen, op het veld werken, met de paarden... het was na school even snel een boterham eten en dan aan het werk. Iedereen werkte mee met het wassen van de ramen en de koeienstal, of het plukken van groen. We hadden het niet slecht, en ik denk wel eens 'ik leefde liever toen dan nu'. Haat was er niet, niemand had luxe - en bonen, sla, appels peren en kersen waren er genoeg. De oorlog was akelig, maar we hebben het goed gehad.

Hoe was het om terug te keren in Milsbeek?

Cor: Zoals ik al aangaf was er veel kapot gegaan. Er was veel weg, en eigenlijk had iedereen schade. Het voetbal werd na de oorlog langzamerhand weer opgepakt, maar dat heeft wel een paar jaar geduurd. Je moest immers ook de spullen hebben om aan de gang te kunnen. Ze hadden al niet veel, maar toen hadden ze als voetbalclub helemaal niks meer.

Nellie: Na de oorlog was ons huis weg. Er is toen een hut in de tuin getimmerd tot de noodwoning klaar was. We hebben toen een tijd in het varkenshok gewoond... en dat is nu een bed & breakfast!

cultuurbehoud milsbeek sport vizier 70 jaar bevrijding 9 Voetbal burgemeester 2

Heropening veld aan de Rijksweg:

Staand vlnr: Jan Franken (destijds voorzitter), Antoon Dinnessen,
Herman (d’n tuinman) Janssen, Theo Derks, Cor Groenen,
Piet Peters, Jan Noy, Thei van Schaijk (destijds secretaris)

Zittend vlnr: Harry Voss, Gerrit Jacobs, Cor Gerrits,
Harry van Bergen, Willy Janssen, Willy Brouwers

Op de weg terug naar Milsbeek zijn we met ons gezin nog een nacht in Dodewaard gebleven. Ik ben op een gegeven moment vooruit gefietst vanaf de Waalbrug, maar zag dat ons huis helemaal in elkaar lag. Het huis van onze Herman tegenover de Dörpel stond er nog wel.

Jana: Ook ons huis lag plat. Ik begon te huilen, waarop mijn vader zei "ja kiend, da komt allemaal weer goed, maar da andere nie". Hij had het natuurlijk over mijn zus Mia...

We sluiten altijd af met een kerstwens. Wat is die van jullie?

Wim: Dat we gezond mogen blijven

Cor: Dat ten eerste! Ik hoop daarnaast op een sporthal. Dat is voor iedereen belangrijk. Voor de jeugd vooral, maar ook voor de ouderen. Het zou ook voor de veteranen veel makkelijker zijn.

Nellie: Ook ik hoop dat we gezond mogen blijven en vrede mogen houden

Jana: Gezamenlijk kerst vieren en veel aan elkaar kunnen hebben binnen de gemeenschap. Ik wens alle mensen een goed kerstfeest en een goed nieuwjaar. En sport brengt ook vaak vrede...

Door: Wim Bindels

cultuurbehoud milsbeek - boerderij de kroon 00Op een van de oudste en fraaiste woningen in de Bloemenstraat en Milsbeek is het jaartal 1739 op de voorgevel te lezen. Het gebied maakte in die tijd nog deel uit van het Hertogdom Kleef en viel onder de soevereiniteit van de Koning van Pruisen. Het Kleefse kadaster (1731/1832) leert ons dat op deze plaats al eerder sprake was van een boerderij. De boerderij was in die tijd eigendom van de Erben Peter Krohn en was 11 morgen 111 roeden groot. Een morgen was 8.867,2 m2 en een roede 14,78 m2. Het grootste deel van dit eigendom was in de directe omgeving van de boerderij gelegen. Naast de boerderij lag het “ackerland” en aan de overzijde van de Bloemenstraat langs de Niers de weilanden. Enkele kleinere percelen “ackerland” lagen zuidelijker langs de Bloemenstraat (de zaale) en in het Kampveld. Uit de Kleefse Kadasterkaart blijkt dat van de toenmalige wegenstructuur anno 2014 niet zo veel meer te herkennen valt. Wat de bebouwing in de directe omgeving van de boerderij “De Kroon” (1) betreft was er alleen bewoning op de plaatsen waar in de vorige eeuw de boerderijtjes van v. Dijck (2), Verhasselt (3), Thissen (4) en v. Benthum (5) gevestigd waren. Alhoewel er ook andere theorieën zijn ( De naam zou zijn afgeleid van het kroonvormige verdedigingswerk van het Genneperhuis) is het m.i. waarschijnlijker dat de naam “De Kroon” van de toenmalige eigenaar Peter Krohn zal zijn afgeleid. Ten tijde van de Kleefse kadasterkaart was de boerderij “De Drie Kronen” nog niet aanwezig. Deze naam is mogelijk vervolgens gekozen ter onderscheiding van de oudere boerderij “De Kroon”.

Het huidige kerkbestuur van de drie parochies heeft een eerder gemaakte afspraak tussen onze stichting en het toenmalige kerkbestuur van Milsbeek bekrachtigd dat de pastorie, kerk en het kerkhof op de gemeentelijke monumentenlijst zal komen.
Dit betekent voor Milsbeek dat er aan de buitenzijde van deze gebouwen geen veranderingen mogen worden aangebracht, die de uitstraling van de gebouwen wezenlijk zal veranderen. Hier zijn wij als stichting natuurlijk erg blij mee.

Een zaak waar wij minder blij van worden (maar niet veel aan kunnen doen) is de verdere verloedering van enkele karakteristieke boerderijtjes. Door inzet van onze stichting en met hulp van de gemeente is het voor de eigenaren mogelijk om van deze boerderijtjes weer woningen te maken.
Helaas zijn enkele van de huidige eigenaren thans niet bereid om aan de door ons en gemeente gestelde uitgangspunten te voldoen. Dit behelst o.a. herbouw op dezelfde plek en handhaving van de uitstraling van de woning. Wij hopen dat het in de toekomst toch tot herbouw van deze boerderijtjes gaat komen en dat ons dorpsgezicht hierdoor verder zal verfraaien.

Op zondag 4 januari is er een uitzending van het programma Culthis op NIMA radio. In dit programma zal onze stichting ruim aan het woord komen over vele zaken die wij gedaan hebben en onderwerpen die wij in de toekomst aan de orde willen stellen.
Aan u een oproep om te luisteren op zondag 4 januari om 20.00 uur.

Onze stichting bestaat bijna 10 jaar en dat betekent dat er wel eens bestuurswisselingen zijn. Na een periode van 8,5 jaar neemt Cees van de Ven afscheid van ons bestuur. Cees heeft zich steeds met hart en ziel ingezet voor onze stichting. Hij hield zich vooral bezig met zaken op het gebied van foto en film. Tevens was hij de tekenaar van diverse uitingen van onze stichting in boeken en voor tentoonstellingen. Ook het ontwerp van het etiket van de St. Jansberglikeur is van zijn hand.
Wij danken Cees voor zijn inzet voor onze stichting. Wij hebben het geluk dat hij als vrijwilliger diverse werkzaamheden blijft verrichten.  
Teun Theunissen treedt op 1 januari 2015 officieel toe tot het bestuur en binnen het bestuur worden de taken herverdeeld. Wij wensen Teun veel succes met zijn werkzaamheden voor onze stichting en voor de inwoners van Milsbeek.     

Noteer in uw agenda :
Donderdag 26 maart 2015, 19.30 uur Historische avond in het Trefpunt.
Zondag 8 november 2015: viering van het 10-jarig jubileum van onze stichting in het Trefpunt.

Inmiddels heeft onze stichting bijna 150 vriendinnen/vrienden.
Als u de 150ste bent, ontvangt u een leuke verrassing!!

Wij wensen onze vrienden, dorpsgenoten en alle anderen
Fijne Kerstdagen en een Gezond 2015.              

Tijdens de laatste vergadering van 2014 hebben wij afscheid genomen van Cees van de Ven als bestuurslid van Stichting Cultuurbehoud Milsbeek.
8,5 jaar heeft hij zich steeds met volle overgave ingezet voor de stichting.
Zaken waar Cees zich vooral mee bezig heeft gehouden:

  • Filmen voor de stichting
  • Film- en fotobewerking voor de historische avonden
  • Ontwerpen van de omslagen van de uitgegeven boeken van de stichting
  • Tekeningen maken voor diverse kaartjes. Het ontwerp van het etiket voor de St. Jansberglikeur is ook van zijn hand.
  • Taalcorrectie toepassen voor/van stukken van de stichting.
  • Het beheren van de website (voordat John van de Ven dit van hem overnam)
  • Beheer digitaal archief
  • Registreren en fotograferen van graven op de Rooms Katholieke Begraafplaats.
  • De voorzitter afremmen als die weer nieuwe plannen wilde ontwikkelen en diens plaats innemen als hij verhinderd was

Cees was en is veelzijdig en op allerlei fronten inzetbaar. Gelukkig heeft hij toegezegd dat hij alle lopende zaken zal afhandelen en dat hij als vrijwilliger actief wil blijven voor Stichting Cultuurbehoud Milsbeek.

Cees bedankt daarvoor, maar vooral onze welgemeende dank voor je tomeloze inzet al die jaren, voor alle werkzaamheden die jij als bestuurslid hebt verricht.
Geniet, in goede gezondheid, samen met Nellie van je vrije tijd!

Deze wandelfolder is ongeveer in het jaar 2014 uitgegeven.
Echter in der loop ter tijd is het één en ander gewijzgd van deze route.
o.a. door gewijzigde of vervallen wegen.

Dus deze wandelroute is niet actueel.

 

 

 

Download GPX-bestand : Navigatie tbv route en/of track Wandelfolder 2014 Rondje Milsbeek

76 vrienden van de stichting hadden zich aangemeld voor de excursie naar het museum van bakker Harrie Arts op 11 oktober jl. Een record aantal deelnemers. Deze konden niet allemaal tegelijk mee. Althans niet in het museum! Na overleg werd een tweede datum afgesproken: 18 oktober. Beide keren werden we hartelijk ontvangen door bakker Harrie en kregen we koffie of thee aangeboden met verschillende soorten gebak erbij. Die we allemaal moesten proeven, want, “het zijn maar kleine stukjes”, zei Harrie. Tijdens dit gezellig samenzijn hield hij zijn verhaal, doorspekt met leuke anekdotes.
Sinds bakker Harrie Arts te Ottersum in de bakkerij een stapje terug heeft gedaan heeft hij zich volledig gestort op zijn grote passie: het bakkerij Museum. Hier heeft hij een uitgebreide verzameling van bakkerijmachines en gereedschappen verzameld. Maar er is ook een compleet ingerichte oude winkel en bakkerij. Graag laat hij dit alles zien en vertelt er smeuïg en enthousiast over.
Arts Bakkers bakt ze bruin al meer dan 60 jaar.
De grondlegger van de bakkerij was wijlen Thei Arts, de vader van Harrie, die in 1945 de bakkerij van Sjef Heldens huurde met wie hij compagnon werd. Thei ventte het brood met paard en kar tot aan Plasmolen toe, terwijl zijn vrouw Bets in Ven-Zelderheide handel dreef. Na de verkoop van de bakkerij en Sjef Heldens verhuizing naar het huidige Heldro-IJs bedrijf in 1950, streken Thei en Bets neer aan de Ottersumse St. Janstraat. Hier zijn de bakkerij en winkel nu nog gevestigd. De modernisering ging ook aan Bakkerij Arts niet voorbij. Paard en kar en transportfiets maakten plaats voor de elektro-kar, waarmee jarenlang de bestellingen werden rondgebracht.
Harrie trad in vaders voetsporen en leerde het bakkersvak gedurende 3 jaren op “LTS de Hamert” te Wellerlooi. Op 15-jarige leeftijd kwam Harrie thuis in dienst en werd 6 jaar later medefirmant van vader Thei. Samen streden Thei en Harrie jarenlang met succes in vakwedstrijden om de Limburgse en Nederlandse kampioenschappen. Vader en zoon legden samen beslag op 8 Limburgse en 6 Nederlandse titels. Dit heeft geleid in een assortiment van meer dan 150 soorten brood en banket. De naam wordt dan ook “Kwaliteits Bakkerij Arts”
In 1980 deden Thei en Bets een stapje terug en runnen Harrie en zijn vrouw Ine de zaak zelfstandig. In 1982 werd een nieuwe bakkerij in gebruik genomen. Het familie bedrijf groeit uit tot een groot kleinbedrijf met Harrie en Ine als echte gezichten van de zaak.
Daarnaast openden Harrie en Ine 2 filialen in Gennep: in Winkelcentrum de Duivenakker (1986) en in de Clarenshof aan de Zandstraat (1994). Sinds 2002 leveren ze in Nijmegen bij bakkerij “de Korenschoof” aan de Steenbokstraat in Nijmegen dagelijks het gehele assortiment brood en banket.
Anno 2009 is de derde generatie Arts actief in de bakkerij. In 1996 treed Sjoerd Arts toe tot het bedrijf als Vennoot. Een jaar later komt zijn partner Mieke Schmitz ook bij het bedrijf.
Ook Jop Arts ( jongste zoon van Ine en Harrie) sluit zich aan bij het team. Het bedrijf heeft nu meer dan 35 medewerkers in de productie en verkoop. Harrie en Ine nemen met een gerust hart wat meer afstand van het bedrijf. Een nieuwe huisstijl wordt eind 2008 gepresenteerd met de naam: Arts Bakkers van Hier.  
Na deze uitleg konden we (in 2 groepen) het museum en de chocoladeafdeling gaan bezichtigen en verkennen. Wat een verrassing…zoveel te zien…we keken onze ogen uit! En ook hier kwam Harrie ons verrassen met zijn verhalen… als we hem niet gestopt hadden dan was hij nu nog aan het woord!

 

Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbIMG 0563Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050312Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050328Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050337Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050344Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050353Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050378Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050403Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbP1050408Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1856Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1881Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1882Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1883Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1891Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1895Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1902Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1908Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1909Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1919Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1930Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1938Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1950Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1955Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1977Excursie naar Bakkerij Museum Arts Ottersum TabbSAM 1979

•    Door onze Stichting is deelgenomen aan de Milsbeek- en Open Monumentendag op 13 september 2014. Het was een zeer geslaagde dag, mede dankzij het mooie weer en de inzet van onze vrijwilligers. Het leverde ons ook een paar nieuwe vrienden op. Over een mogelijk volgende Milsbeekdag zijn nog geen nadere afspraken gemaakt.
•    In totaal hebben 76 personen op 11 en 18 oktober deelgenomen aan de excursie naar Het Bakkerij Museum van bakker Harrie Arts te Ottersum.
•    De wandelroute ‘Rondje Milsbeek’ zal binnenkort met GPS gegevens op onze website www.cultuurbehoudmilsbeek.nl worden geplaatst.
•    Op zaterdag 7 februari 2015 herdenken we 70 jaar bevrijding van ons dorp. De Stichting zal hier ook haar medewerking aan verlenen.
•    De historische avond is vastgesteld op 26 maart 2015. Mochten er verenigingen en/of bedrijven zijn, die in 2015 een jubileum vieren en samen met onze Stichting een op de historie gerichte bijdrage willen leveren, dan kunnen zij zich in verbinding stellen met ons secretariaat:  Heiveld 53, 6596 BW Milsbeek. E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
•    Op 8 november 2015 vieren we het 10-jarig bestaan van Stichting Cultuurbehoud Milsbeek. Dit zal samen met onze vrienden en anderen gebeuren in het Trefpunt te Milsbeek. Wij houden u hierover op de hoogte.
•    Er zijn plannen om op de website Liefde voor Limburg alle activiteiten te melden uit onze regio. Hiervoor is een werkgroep in oprichting.
•    Het likeurtje St. Jansberg is nog steeds verkrijgbaar bij eethuis ‘De Diepen’ in Milsbeek en slijterij Rob Takken in Gennep.

Deel 3  van 3

Evacuatieperiode in Achttienhoven en de Terugtocht van de Familie Peters Oudedijk 2 Milsbeek.

Toen we eind oktober 1944  door Grietje Lam ontdekt werden bij de wasserij Gruno in Achttienhoven konden we snel neerstrijken in één kamer met noodbedden op de vloer. De volgende ochtend zaten we met 17 mensen, groot tot heel klein rondom een immens grote tafel. Liesbeth, (12 jaar)naar later bleek, had voor allen de boterhammen gesmeerd. Het was buiten hartstikke koud en regen en windvlagen waren niet van de lucht, Ook binnen aan tafel leek het koud en stil. We waren bedrukt want vader was er niet meer bij. Diezelfde dag werden boven de koeienstal twee bedden, waarschijnlijk van de knechten, in orde gemaakt, Onder lagen takkenbossen en daarop stro. Weer daar bovenop lag een soort dikke molton deken en daarop kwamen de dekens. Mijn broers Gijs Cor en ik hadden één bed dat leek op een alkoof en naast ons hetzelfde met mijn oudste zus Marie en Martha. Moeder en Ida mochten in de  kamer waar we de eerste opvang hadden, blijven slapen.

Ida in de kinderwagen en moeder in een tweepersoons bed. Direct moest de huisarts komen want Ida, 9 maanden jong, hield geen eten binnen. Huisarts Broere uit Achttienhoven kwam en nam meteen maatregelen. Hij praatte met Moe (Lam) en zei dat ze de baby rijstewater moest geven. Hij wist goed dat er gehamsterd was. Al snel ging het met Ida veel beter.
Altijd werd er gebeden vóór en na het eten. Alleen`s avonds was de oudste zoon Willem aan tafel. De rest van het etmaal zat hij in zijn eentje verborgen op de zolder in de schuur achter heel veel pakken stro. Daar kwamen we pas veel later achter.
We wisten niet dat er nog een onderduiker was en kregen die ook niet te zien.
Na enkele dagen was het Allerheiligen. Met z”n vieren gingen Marie, Henk en Gijs en
Cor te voet op weg naar Maarssen op weg  naar een R.K. kerk. Weer rotweer.
Waar vader was gebleven wisten we niets van. Het Rode Kruis was op zoek en we moesten geduld hebben. Het waren ook voor de Rode Kruis - mederwerkers heel hectische toestanden omdat alles in één keer door elkaar gegooid werd.
Iedere zondagmorgen gingen we naar een rk kerkdienst die in een soort gemeenschapshuis werd gehouden. Na een maand mocht ik misdienaar worden. Wie daar schuld aan heeft gehad weet ik niet. Een misdienaar, Jantje van Rooijen  op de Gageldijk in Westbroek was al een ervaren misdienaar, en die heeft mij toen het een en ander bijgebracht. In november 1944 begon het flink te vriezen, het begin van een lange koude Hongerwinter. Alle sloten in de poldesr waren bevroren. Zoon Adriaan Lam en ik gingen samen veel op de schaats. Later bleek dit voordelen te hebben. Er waren geregeld razzia’s. Dan vluchten alle mannen vanaf 16 tot 60 jaar de polder in. Het verschil in hoogte  tussen het maaiveld en het ijs was miniem. De mannen vluchten dan naar de dwars-sloten in de polder en bleven op het ijs liggen
Op de dijk, waaraan alle boerderijen gelegen waren, gingen de bezetters huis voor huis op zoek naar de mannen in de leeftijd van 16 t/m 60 jaar.  Als kinderen wisten wij wanneer ze bij bepaalde boerderijen geweest waren en dan gingen wij op de schaats de polder in om de verkleumde mensen te waarschuwen waar ze veilig naar toe konden gaan. Ook bracht ik blaadjes van het verzet rond. Jongen van 13 jaar met korte broek die valt niet op. Van twee mannen kreeg ik later hiervoor een zilveren dasspeld en een zilveren rijksdaalder. Toen droeg ik nog geen stropdas voor die speld. Inmiddels was bekend geworden dat vader bij Arnhem  loopgraven voor de bezetter aan het graven was. Dit bericht kwam via het Rode Kruis. De winter was toen heel koud maar wij hebben geen kou geleden omdat we in de stal  boven koeien lekker warm lagen. Honger hebben we ook niet geleden.
Vlak voor de kerst waren we op de sloot aan de dijk – de hoofdstraat -  van Achttienhoven op het ijs aan het schaatsen.  En…………………..ineens zagen we drie mannen met wandelstokken aankomen en ja hoor vader was erbij.Wij gauw moeder en alle anderen gewaarschuwd. Vader, Wim van Schaijk, een oom van nu mijn vrouw Fien,  en Herman de” Petjes´, Thiessen, waren met z’n drieën, van Arnhem naar Achttienhoven gewandeld. Van vreugde werd er gehuild. Vader was er weer bij..
Wim en Herman gingen al snel door richting Westbroek, waar ook hun familie wachtte. Na de Kerst zou vader terug moeten ! Dus mooi niet.
Vooral ’s nachts kwamen er steeds meer V-2’s overvliegen, richting Londen en Antwerpen. Daar was ik heel erg ban voor omdat er in Milsbeek bij Manus Laracker , onze buurman, toen al een V1 gevallen was. Boven Achttienhoven-Westbroek waren het geen V.1 s meer maar allemaal V-2 s. Toen ik hoorde dat er een V 2 bij Diemen gevallen was bij familie van onze Boer Lam en waar een familielid verongelukt was, toen werd de angst alleen maar groter. Op een nacht  ergens in januari 1945 moest  mijn zus van 6 jaar,  naar de WC . Zij stapte toen  naast de trap en viel op de stenen  vloer voor de voerbak van de koeien..   Alles in repen roer. De tussendeur van de stal naar het woonhuis konden we eerst niet open krijgen. Die was vanuit het woon huis afgegrendeld   Eindelijk kwam er hulp. De dokter gehaald midden in de nacht.
 Hersenschudding. Dat kon er nog wel bij nadat ze onderweg in Scherpenzeel al zo ongelukkig op het wegdek terechtgekomen was doordat een Duitse wagen de kar van Jan Spikmans aanreed. Bij boer Lam werd een varken geslacht en toen dacht ik, was grootmoeder Franken  maar hier. (de grootmoede van Fien) Dan kregen we lekkere `prullekes` van bloedworst of leverworst. Dat waren piepkleine lever- of bloedworstjes. We wisten in ieder geval allemaal dat we wat lekkers op de boterham kregen. In die tijd kwam een oud buurmeisje van ons uit Milsbeek   bij boer Lam aan de zijdeur. Toevallig deed ik open. Oh, wat was die mager en ellendig om te zien. Ze vroeg aan mij om een boterham. Dat kon niet want dan moest moe Lam ingeschakeld worden. Dus ging ik als een dief stiekem naar de kelder greep daar wat van het gesneden gekookte spek van het pas geslachte varken en gaf het haar. Wat was dat vlug naar binnen. Zij leek half verwilderd toen ze aan het schrokken was.
De varkensblaas mochten we hebben om mee te spelen. We waren in de schuur, ik ving de blaas en rende naar buiten. Daar ging ik onderuit in de natte sneeuw. Met mijn rechterarm ving ik me op. De arm boog niet naar binnen maar naar buiten. Naar dokter Broere die met geweld de arm in de juiste stand terug duwde. Daarna naar het ziekenhuis in Utecht aan de Catharijnesingel bij het station. Alles lopen.
Moeder en ik liepen van Achttienhoven naar  Utrecht. Via de Achterwetering kwamen we bij de weg van Hilversum naar Utrecht.  Langs de spoorlijn via Fort Blauwkapel  ging het naar het centrum van Utrecht. Daar werd de arm in het gips gezet. Op de terugweg kwamen we weer langs de spoorlijn en ja hoor, vlak bij de Achterwetering waar we af moesten slaan, dus weg van de spoorlijn, kwamen twee spitfires .Die beschoten met hun geschut de spoorlijn. We doken een schuttersputje in, half vol water. O hemel, mijn arm met gips. Viel mee. Na zes weken weer terug en weer moest de arm opnieuw in het gips. Bij het verwijderen van het gips ging men met een schaar vanaf de pols tot aan de elleboog door mijn vel!  De arm was niet in orde en moest opnieuw in het gips. Ik had geleerd. Toen het gips hard was heb ik eerst mijn handen vrij gepeuterd en vlak bij de oksel ook wat weggehaald van het gips.  Al vrij vlug kon ik weer helpen met melken. Van de 24 koeien kon ik er zes melken, dat is vier meer dan bij ons thuis., want we hadden er maar twee.
Half januari was er weer een razzia. De twee oudste zonen van de boer Willem en Kees vluchtten door de polder richting De Hollandse Rading, naar familie. Omdat zij de hele dag wegbleven, gingen Grietje de oudste dochter van Lam die hoogzwanger was, en ik samen op zoek naar Willem en Kees, dwars door het weiland. Onderweg ging Grietje onderuit. Weer een zorg erbij. Zij was heel stil. Bij de familie aangekomen in De Hollandse Rading bleken de mannen er niet meer te zijn.Binnen in bommenwerperWij weer terug . De broers waren al thuis. De val van Grietje had gelukkig geen nare gevolgen. In februari was er de zoveelste razzia. De bezetter moest zoveel mogelijk arbeidskrachten zien te vangen voor allerlei oorlogsdoeleinden. Deze keer was
buurman Jan Lensink, 32j jong en vader van vier kinderen, er ook bij. Hij  sloeg op de vlucht Hij rende de struiken in  Dat was in Westbroek. De Duitsers schoten hem op de vlucht dood.  ‘s-Avonds laat werd buurman Jan bij ons, dus bij boer Lam in de schuur gebracht. Daar is hij toen opgebaard. Na enkele dagen werd hij  in Vleuten begraven. De familie Lensink was namelijk het enige katholieke gezin in Achttinehoven en daar was geen katholieke kerk.
Begin maart werd besloten door pa Lam in overleg met mijn vader, dat er met paard en wagen aardappelen gehaald moesten worden in de buurt van de Gelderse IJssel.
Bij ons in Achttienhoven  waren de meeste aardappelen in de grond door water aangetast en keken grijsblauw. Vader met nog een andere man uit  Achttienhoven gingen samen op pad. Dit was begin maart ’45. Op de terugweg in de buurt van Barneveld werd vader en de andere man met paard en wagen van de weg gehaald. SS ers  renden heen en weer en vader en zijn metgezel moesten tegen de muur gaan staan. Een vuurpeloton kwam aangerend. In al die drukte kwam een hoge Duitse Officier naar buiten en begon te schreeuwen tegen de SS.ers.
Al de geweren gingen neer en vader was weer gered. Ze konden hun weg richting Achttienhoven vervolgen.. Wat was er gebeurd? Er was een aanslag op Rauter gepleegd bij de Woeste Hoeve bij Apeldoorn. Rauter was de leider van de  SS in Nederland. (Daar,bij de Woeste Hoeve zijn toen 117 mensen geëxecuteerd )
Toen vader en bijrijder  bij de Achterwetering , gemeente Maartensdijk, aankwamen werden zij door een familie van Doorn gewaarschuwd om niet verder te gaan want in Achttienhoven-Westbroek  was weer een razzia aan de gang  Wellicht vanwege de aanslag. De oudste dochter van de familie van Doorn, Riek werkte bij de weduwe Lensink sinds Jan doodgeschoten was. Beide families hadden nog een geheime telefoon.Weduwe Lensink, die tegenover boer Lam woonde, kwam vertellen dat vader en bijrijder  bleven overnachten in de Achterwetering. Nog maar 3 km van huis. Paard en wagen waren bij een boer daar ondergebracht. De volgende dag kwamen de  twee voermannen aan met de aardappelen.
8 April ’45 was onze jongste broer Cor jarig. Bij Kees Stam. de buurman van boer Lam, hadden ze een nest met jonge honden en Cor die nog al eens een keer daar was om met  de jongens van Kees Corstanje te spelen, kreeg een jong hondje na heel veel overleg met de familie Lam en Peters. Zij hadden zelf al een grote herder Bello. Het hondje moest dan maar achter de boerderij in de karschop achter een grote hoop kaf gaan wonen. Hij werd Nero genoemd.  
In die tijd trouwde Grietje Lam en wij mochten allemaal mee naar de grote Nederlands Hervormde Kerk in Westbroek. Allemaal in koetsen,  de getuigen voorop. Dit waren de oudste broer Willem en de vriendin van de bruid. In de kerk hoorden we een dominee en er werden heel veel psalmen gezongen. Ook werden heel veel foto´s gemaakt Een ervan is de foto van de familie Peters, Oudedijk 2 Milsbeek.
Deze foto staat in het boek Oorlogsherinneringen Milsbeek.
Intussen ging het landleven door. Honger hebben wij nooit geleden. Bij Boer Stam naast ons moest gedorst worden. Adriaan Lam en ik gingen meehelpen. Wij zaten heel hoog in schelf en gooiden de garven naar beneden. Opeens ontdekten we een oud nest met eendeneieren. Kees Corstanje  die beneden de garven opraapte en naar de dorsmachine binnen moest brengen kreeg twee van die rotte eieren vlak voor zijn voeten gesmeten. Wat was die kwaad vanwege de stank. Zijn hoofd werd rood en dik. Adriaan en ik zaten veilig. In april werden voedseltransporten door vliegtuigen afgeworpen, een gift van het Zweedse Rode Kruis. Op zondag werd achter de kerk in Westbroek wittebrood uitgedeeld. Marie, mijn oudste zus stond ook in de rij en werd door moe Lam na hun kerkdienst uit de rij gehaald. Marie gaf niet bij en er kwam een fikse ruzie thuis vooral tussen mijn vader en moe Lam. Helaas. Nog diezelfde dag zijn we naar de weduwe Lensink verhuisd. Daar lagen we hutjemudje bij elkaar. Toch bleef ik alleen nog wel contact houden met de familie Lam. Geen bezwaar van mijn ouders. Later zijn de contacten weer hersteld en duren nu nog voort. Kort daarna kwam de bevrijding. Wij allemaal de straat op. De berichten sijpelde door dat de overgave in Wageningen was getekend. Dat was 5 mei 1945.
Meteen ging de ondergrondse de Duitse soldaten in Westbroek ontwapenen. Wat de ondergrondse niet wist was dat de Duitsers nog telefonisch contact  hadden met het hoofdcommando van hun in Maartensdijk. Deze kwamen met gevechtswagens via Achterwetering en Achttienhoven richting Westbroek. Wij dachten dat het de bevrijders waren en renden hen tegemoet. Ineens bleek aan de dreigende houding van de soldaten die aan weerskanten van de weg liepen met hun geweer in de aanslag, dat het de Duitsers nog waren. Daarna hoorden we urenlang schieten in  de buurt van de kerk en het postkantoor waar het hoofdcommando van de ondergrondse  zaten. De bevrijding was getekend en het resultaat was nog 13 doden in Westbroek. Palingvisser Dirk de Graaf had zijn beide zoons verloren.
Na enkele dagen is vader naar het Gemeentehuis in Hiversum gegaan en verteld dat hij bij Rijkswaterstaat werkte. Hij vroeg en kreeg een machtiging om huiswaarts te keren. We moesten wel 150 oorlogsguldens betalen voor een boer met platte wagen. Die was heel snel geladen want we kwamen en gingen met handbagage en de kinderwagen van Ida. Er was wel één levend wezen bijgekomen… Nero

DE TERUGKEER KON BEGINNEN.
De platte wagen bracht ons tot Wageningen en daar hield het op. Dus liften. Al heel snel stopte er een wagen waar Nederlandse soldaten op zaten. Die was van de Prinses Irene Brigade. Zij hebben ons in Oosterbeek afgezet vlak bij het politiebureau en daar konden we meteen overnachten. Familie Peters in de cel.
De volgende morgen zijn we richting Arnhem gelopen en moesten we Nero om beurten dragen. Hij was nog te klein voor zo´n lange tocht. Bij Arnhem kregen we weer een lift van een militaire wagen maar ik weet niet meer van welk onderdeel deze militairen waren. Ze hebben ons na diverse aanhoudingen onderweg door controleposten op de Sint Annastraat in Nijmegen neergezet.
En toen………..  Lopen, richting  Molenhoek Wat was er door het oorlogsgeweld een hoop kapot geschoten langs de weg.  Eindelijk…..eindelijk     Molenhoek  Ome Grad   Ome Toon - Ouderlijk huis van Tien Peters.(mijn vader) Veel huilen, veel praten veel vragen en dan ?  Verdelen over de Familie, Marie naar peettante in Malden, Henk te voet naar  Nederasselt.  Oom Eduard Peters zou mij met de fiets achterop komen tot aan de plaats van bestemming. Direct nadat ik Heumen doorgelopen was kreeg ik een steen tegen mijn hoofd  bij de eerste boerderij rechts richting Overasselt. Toen ik door mijn oom ingehaald werd vlak bij Nederasselt schrok hij van het bloed op mijn gezicht en hoofd. Bij Ome Jan en Tante Ton in Nederasselt aangekomen weer een nieuwe en lange huilpartij en vragen en nog eens vragen. Gijs bleef bij vader en moeder samen met Ida, Toen de kinderwagen het erf opreed bij Ome Grad, zakte hij door een wiel.  Het is volbracht!  Cor ging naar Ome Hend Peters in Heumen en nam Nero mee. Martha stak de weg over en kwam bij Ome Chris Peters aan de Molenhoek terecht. Nog niemand had Milsbeek bereikt.  Vanaf  de landing 18 september 1944 tot augustus 1945 hadden wij kinderen geen onderwijs meer gehad. Eerlijk gezegd misten wij het ook niet.

Deel 2  van 3


Henk Peters was in 1940 negen jaar oud. De familie Peters verpachtte in 1951 hun boerderijtje aan tuinder Sjef van den Bercken en vertrok naar Meijel maar keerde na afloop van het pachtcontract weer in Milsbeek terug. Henk volgde de Sociale Academie in Tilburg en trouwde met Fien Franken. Hij woont momenteel in Leende maar heeft altijd een band met zijn geboortedorp gehouden. In 2004 heeft hij geheel
op eigen initiatief zijn oorlogsherinneringen op papier gezet en heeft deze aan ons  beschikbaar gesteld. Zijn herinneringen zijn geknipt en worden in een paar delen op de website geplaatst. De verhalen zijn ook opgenomen in het uitverkochte boek “OORLOGHERINNERINGEN MILSBEEK”. Zijn verhaal over de lange, barre (evacuatie)tocht volgt later. De penseeltekeningen zijn van Jan Koenen

Inval en bezetting op de Oudedijk
Door Henk Peters

Op 19 oktober 1944 was het zover. We hadden alleen maar handbagage en de kinderwagen waar mijn jongste zusje van negen maanden in lag. Omdat enkele dagen voor het vertrek de SS geprobeerd had ons varken te vorderen ging moeder naar de Duitse commandant die nog steeds de commandopost in de slaapkamer van vader en moeder hadden.  Er werd geschreeuwd tegen elkaar maar het varken bleef in de stal. Nog diezelfde avond kwam buurman Herman, die huis-slachter was, het varken slachten.
 
Omdat we thuis een heel grote schouw hadden, werden de hammen en zijden spek daar in gehangen en gingen de blikken platen er weer voor. Zo op het eerste oog kon niemand zien dat daar een deel van het geslachte varken hing. Daags voor het vertrek was er grote activiteit  bij de familie Peters. Iedereen liep iedereen in de weg. Ik ben toen naar het kippenhok gegaan en in mijn eentje heb ik daar op de knieën zitten huilen. Komen wij hier ooit nog terug? Toen we op de bewuste negentiende oktober moesten vertrekken hadden vader en moeder de holle bodem van de kinderwagen  vol geladen met ham en spek. Dit was ons gezamenlijk vervoermiddel. 19 oktober 1944 was het startsein voor een lange maar ook barre tocht. Een groot gedeelte van Milsbeek moest weg uit de frontlinie. Rond 10 uur in de morgen gingen we met zijn allen op weg via de Oudedijk naar de Onderkant en daarna naar de brug bij grootmoeder Franken (grutmoet). Dat straatje heette toen Jasperjannebrugstraat en de brug over de Kroonbeek heet nu nog de Jasperjannebrug. Toen wij bij Driekus Peters (van Nölleke) uit de Zandberg aankwamen zag ik allerlei dingen tegelijk. Nel, de vrouw van Driekus, had een geit bij zich en die hadden ze aan de kruiwagen vastgemaakt. Ondanks alle ellende kon deze volslanke vrouw nog heerlijk  lachen.

 Misschien wel van de zenuwen! Wij hadden een kinderwagen, zij een kruiwagen. Daar zat wel iets meer op dan in een kinderwagen. De familie De Ruyter van de Berkenhoeve had twee paarden ingespannen. Een voor de sjees, waar de oude  moeder De Ruyter in zat en een paard voor de kar, goed volgeladen. Het paard en de sjees werden door de bezetters in beslag genomen. Ook zag ik daar de vader en moeder van mijn klasgenoot en schoolvriend Theo Mooser. Vader Mooser had ook een kruiwagen, maar daar zat geen geit aan vastgebonden. Aan de kruiwagen zat wel een heel erg mopperende man. Ja, zo was hij nou eenmaal. Misschien was de kruiwagen ook wel een tikkeltje te vol geladen en de vader van Theo was een zwaar astmapatiënt. Omdat ik heel lang met Theo bevriend ben geweest  wist ik dat de vader van Theo na de oorlog geen last meer had van astma totdat hij weer flink aankwam in gewicht. Langzaam zette de stoet, die inmiddels veel groter geworden was, zich richting Aaldonk in beweging. We werden begeleid door een Duitse militair op een fries paard. Dat paard zal wel de Nederlandse nationaliteit hebben gehad.  Overigens was de soldaat op het paard altijd heel vriendelijk tegen ons,  net zoals de Duitse soldaten die bij ons in het achterste gedeelte van het huis gelegerd waren. Heel gewone mannen die moesten! Vanaf Milsbeek gingen we via Kroefsen Hen naar Aaldonk en daarna via  Ven-Zelderheide naar de grensovergang bij de Hekkens. Vlak voor de grens liepen heel veel koeien en ander vee bijeengedreven in een wei. Onze koeien, ons vee, ik zag het  maar wist niet hoe ik er verder over moest gaan denken. Kort nadat we de Nederlands-Duitse grens overgestoken waren begon het flink te regenen en te onweren. We waren in de kortste keren zeiknat. Iemand van ons duwde de kinderwagen met mijn zusje Ida. Moeder en ik liepen gearmd, of beter gezegd elkaar vasthoudend, te janken in dat rotweer.
 
Langzaam naderden we met zijn allen Goch. Verschillende bewoners van Milsbeek zagen over de grens ook weer familieleden. Het was een droef weerzien. In Goch werden we naar een school  geleid en daar konden we de eerste nacht van onze evacuatie doorbrengen. Het was er in ieder geval warm en zo konden we onze kleding drogen. Alles moet daar redelijk goed geregeld zijn geweest anders had ik het misschien wel opgemerkt. Hoe we daar geslapen hebben weet ik niet meer. We hebben in ieder geval de kleren niet uit gedaan. Van verstrekte dekens of iets van dien aard kan ik me ook niets herinneren. We hadden toen van Milsbeek naar Goch al ongeveer 20 kilometer afgelegd. De tweede dag gingen we van Goch naar Kalkar, enkele kilometers voor de Rijn. Enkele wat grotere jongelui gingen het prikkeldraad over met een pannetje in de hand achter de koeien aan. Ze probeerden wat melk te vangen want er waren ook hele kleine kinderen bij ons. Ondanks alle ellende konden we toch, zij het met moeite een lachje opbrengen. Toen we in Kalkar aankwamen werden we naar een heel groot gebouw gebracht. Het was een soort gemeenschapshuis.
 
Voor was een heel groot podium en achter, tegen een blinde muur een piepklein balkonnetje met een heel steile wenteltrap naar boven. Groot genoeg voor 4 personen om te kunnen liggen. Ons buurmeisje Miem Kusters had samen met haar vrijer, zoals we dat toen noemden, snel bezit genomen van die hoge plek met nog twee andere personen van ongeveer gelijke leeftijd. Volgens mij en mijn leeftijdgenootjes gingen die daar scharrelen. Wat we de tweede dag gegeten hebben weet ik niet meer. Wel weet ik dat heel veel van ons  diarree hadden. Met een rotvaart schoten we dan naar buiten naar een  moestuin achter dat grote gebouw. Aan de tomaten die nog aan de stengels hingen konden we zien dat we niet de eersten waren. Toen we met zijn allen eenmaal lagen, gekleed en wel, begon vooraan in de zaal vlak tegen het podium aan een herrie tussen Marie van Sjang Mans de schoenmaker , oftewel Marie Fen, en de familie Gietemans die zich boven op het podium letterlijk en figuurlijk hadden genesteld. Marie, moeder van een stuk of acht kinderen, had de boterhammen voor de volgende dag gesmeerd, maar nog niet ingepakt. De familie Gieteman had ook opa bij zich. Als kinderen wisten wij toen al dat Gradje Gieteman aan het “verkindsen’ was. Gradje had hoge nood en had zijn plasser in de aanslag, richting de boterhammen. Marie krijste steeds harder en toen kwam Friette Grad, de eierhandelaar uit Milsbeek zich met de zaak bemoeien. Eigenlijk heette hij Gerrit Peeters. Omdat hij lid van de Partij was, mocht hij van de Duitsers zich een beetje als leider van de armzalige troep opwerpen. Hij riep Bernard Gieteman, vader van een gezin van  naar ik meen  vier kinderen, tot de orde. Hij schreeuwde toen: “ Bernard, als jij niet voor die-en ouwe kunt zorgen dan zal ik het wel eens doen”.  Moeder  Gieteman  was een stadse juffrouw uit Den Haag. Die zat er bij en keek er naar. Zij kon toch niet tegen die dorpelingen op. Bernard lette verder beter op opa Gradje en de rust was terug. De afstand Goch – Kalkar  die wij de tweede dag af hadden gelegd was 13 km. De derde dag gingen we weer op pad, nadat iedereen, ook de boeren die paard en wagen bij zich hadden, zich verzameld had. Dat  gedoe met paard en wagen, het verzorgen van de dieren  en zo, daar weet ik niets van. Het voetvolk werd het eerst opgehokt, ook het eerste naar buiten en daarna wachten totdat de mensen met paard en wagen zich bij ons aan- sloten. Tot aan de Rijn was het maar enkele kilometers. De dag begon voor sommigen goed. Toen de stoet langs een mooi burgermoestuintje kwam, stapten een paar van de opgeschoten jongelui over de draad en kwamen met worteltjes terug. Of wij nou wel of geen wortel kregen, het was voor allemaal een opsteker. De eigenaar van het tuintje ging tekeer maar als antwoord kreeg hij te horen dat wij alles kwijt waren. Kort daarna kwamen vliegtuigen de karavaan vluchtelingen aanvallen. Zij doken vlak voor de Rijn, waar we stonden te wachten voor de oversteek, op ons neer. Een meisje van Jacobs van de Panoven, vlak bij ons, werd door een kogel in de rug getroffen. Zij was toen 18 jaar en werd voor haar verdere leven tot een rolstoel veroordeeld. De beschieting was maar heel kort en vanaf dat moment  moesten alle boerenkarren een witte vlag of kussensloop aan een stok op de kar hijsen. We hebben geen last meer van beschietingen gehad. Nadat we heel, heel langzaam de Rijn overgezet werden,  ging het richting Rees. Daar konden we al zien dat de vliegtuigen hun werk gedaan hadden. Van Rees gingen we richting Emmerich vlak aan de Nederlands-Duitse grens. We moesten om Emmerich heen want  de stad zelf moest zwaar getroffen zijn. Vanuit de verte konden we wel wat hoge gebouwen zien, die beschadigd waren door bombardementen. De weg waarover wij moesten gaan was door en door slecht met heel diepe karrensporen en modderig door de regenval van de laatste dagen. Ja, en nu komt mevrouw Gieteman door de bocht. Hun kar schudde en wiebelde verschrikkelijk, net als alle andere karren natuurlijk. Maar zij had kennelijk thuis haar servies op de kar geladen!  Want ze schreeuwde tegen haar man Bernard over dat servies, dat niet mocht verongelukken. Deze dagtocht was een heel lange en zeer vermoeiende tocht. Als dertienjarige jongen kun je heel wat hebben, maar dit was wel erg veel. Om maar niet te spreken over  wat de  veel jongere tochtgenoten te verduren hadden. Als het echt niet meer ging, werd er gewisseld met diegenen die op een kar zaten en wij mochten dan ook een tijdje meerijden. Ik denk de meesten van ons niet wisten waar we heen gingen. Oh, wat waren we blij dat we de grens overgingen en in ’s-Heerenberg IN NEDERLAND aankwamen. Weer een beetje thuis, omdat we met zijn allen dachten dat we afgevoerd zouden worden. In ’s-Heerenberg werden we ingekwartierd in een kasteel . We zijn daar meen ik twee dagen blijven overnachten. Als ik me niet vergis, mochten er een paar van onze familie bij particulieren gaan eten. Zeker weet ik, dat  een laantje bij het kasteel Nachtegaallaantje heette. De afstand van Kalkar naar ’s-Heerenberg die we die dag af- gelegd hadden is 31 km. De vierde dagtocht ging van ’s-Heerenberg naar Doesburg. Voor de eerste keer werd de stoet opgesplitst in voetgangers en mensen met paard en wagen. De voetgangers werden in goederenwagons gepakt. Niks stoelen maar ook niet door de modder lopen. Opeens kwam de trein met een schok tot stilstand. Een wagon was ontspoord. Geschreeuw van schrik en angst. Ja, er waren gewonden. Gelukkig geen doden. Een ernstig gewonde was Huub Rutten, een zoon van Toon Rutten die naast de R.K. kerk woonde. Toon werd in Milsbeek met de bijnaam Toon Karroeng genoemd. Helaas moest Huub een been tot boven zijn knie missen. Na lang wachten in Doesburg kwamen de karren weer bij ons. Vandaar ging het richting Velp, om te overnachten. Maar voordat we daar waren zagen we langs de weg allerlei kapot oorlogsmateriaal liggen en ook nog kadavers van drie paarden. We kwamen in Arnhem langs een buitenwijk waar mijn vader van deur naar deur ging om voor een beetje melk met suiker te bedelen voor zijn jongste dochter van negen maanden. Die was er zo slecht aan toe, dat alles wat ze binnen kreeg er vrij vlug weer uitkwam. In Velp aangekomen werden we onder gebracht in een of ander gek gebouw. We kregen daar kapucijners te eten. Die hadden ze waarschijnlijk op het fornuis gezet toen ze ons aan zagen komen. De dagen in Velp waren steeds goed gevuld. Na het eten meteen naar bed. In dat gekke gebouw lagen we waarschijnlijk in een soort magazijn. Zelf heb ik daar in een rek geslapen. Het gekke is dat ik steeds weer niet weet hoe mijn zussen, mijn broers en mijn ouders de nacht doorgebracht hebben. De afstand van ’s-Heerenberg naar Velp is 41 km. Vanuit Velp zijn we weer gezamenlijk op weg gegaan. Voetgangers, karren en paarden, alles was weer bijeen. Ik weet dat we in Ede zijn geweest en daar overnacht hebben. Dat is alles. Verder heb ik daar geen enkele herinnering meer aan. De afstand van Velp naar Ede is 27 km. Vanaf Ede  zijn we weer gezamenlijk verder gegaan, richting Woudenberg.  Het leek een dag te worden waarop niks bijzonders gebeurde. Mijn zus van zes jaar zat op de kar van Jan Spikmans. Op die kar zat ook Door van Hen Franken, die hoogzwanger was. Dat kon ik als dertienjarige ook zien. Samen met mijn buurjongen Wiel Kusters en nog een paar andere leeftijdgenootjes waren we appelen aan het rapen, ja rapen en niet plukken.  Dat was in Scherpenzeel. Opeens een lawaai van kraken en remmen en gillen. Ja hoor, raak! De kar van Jan Spikmans werd aangereden door een Duitse legerwagen. Door Franken lag op de weg te kreunen, maar ook mijn zus Martha van zes jaar lag op de grond. Zij was naar beneden gekwakt en lag met haar hals precies voor het karwiel. Wim van Schaijk die langs de kar liep, greep, naar ik even later hoorde, mijn zus bij haar benen en trok haar voor het karwiel weg. Gelukkig voor ons allemaal had Jan Spikmans, zij het met veel moeite, zijn paard stevig bij de teugel. Er bleek een burry gebroken te zijn. Na dit ongeval moest de stoet  toch verder. Jan Spikmans met zijn gehavende kar en mijn moeder vanwege mijn zus die niet meer kon lopen, bleven achter. Haar enkel was zwaar gekneusd en haar boventanden waren ontzet. Zelf bleef ik ook bij hen en vader ging met de rest verder. Na een hele tijd oponthoud kwamen twee dames van het  Rode Kruis ons op weg helpen. Zij kwamen met twee fietsen. De een had  een karretje achter haar fiets. In dat karretje ging mijn moeder, met Martha op haar schoot, zitten. Ik zat bij de  andere vrijwilligster achter op de fiets. Langzaam gingen  we richting Woudenberg. We kwamen bij een heel grote boerderij  aan waar de anderen zich al in het stro genesteld hadden. De koeien liepen nog in de wei en daarom mochten wij op hun plaatsen in de stal liggen. Al met al werd het er niet beter op. Zorg om de jongste van negen maanden en zorg om de op een na jongste na de aanrijding in Scherpenzeel.  Zij moest steeds gedragen worden. We kregen wel eten en drinken en vooral lekker warm eten daar op de boerderij in Woudenberg. De afstand die we die dag afgelegd hadden is  22 km. De zevende dagtocht was die van Woudenberg naar Zeist. Alles ging gewoon door. We waren niet anders meer gewend. De een duwde de kinderwagen, de ander droeg mijn zus, maar niet lang. Gelukkig kon ze op een kar meeliften. Wel waren we blij dat we in Zeist aankwamen. We zaten in een lekkere warme school en daar bleven we een paar dagen. In Zeist gingen we al gauw op verkenning uit. Er stond daar een oude fiets en om beurten verkenden we de omgeving. De pret was van korte duur. De moffen kwamen de school binnenvallen en alle mannen moesten mee. Ook mijn vader die toen 44 jaar was. Ze gingen tot 65 jaar. Heel veel bekenden van ons moesten mee. Ze werden met zijn allen bijeen gejaagd in Het Kamp van Zeist. Daar vonden Wiel Kusters en ik hen achter een afrastering. Wij terug naar de school en de anderen verteld waar we de mannen gevonden hadden. Mijn vader was daar samen met Wim van Schaijk, Albert Derks, Piet Kusters, Piet Vervoort, Herman Thissen (de Pètjes) ,  Willy Peters, Hubert Franken en nog veel meer van onze mensen. We stonden daar met een heel stel van onze vluchtelingen-karavaan. Mina van Schaijk-Franken was daar  ook bij. Haar man Wim was er, maar ook een of twee van haar broers. Tegen het gaas aan gedrukt vroeg zij aan een dorpsgenoot die bij de SS was, om afscheid van haar man te mogen nemen. Het antwoord was: “Aan het Oostfront sterven er zoveel zonder afscheid te nemen”.  Na twee dagen werden we verder gebracht  vanuit  Zeist  naar allerlei bestemmingen. Er gingen groepen naar Werkhoven, Vleuten, Maarssen en mijn familie ging naar Westbroek. Hoe we daar gekomen zijn weet ik niet meer. Te voet, met een wagen, ik weet het niet. Wat ik wel weet was dat we in Westbroek achter de kerk in een soort gemeenschapshuis lekker warm onthaald werden. Daar was de burgemeester en die moest ons een plaats bezorgen bij zijn dorpsgenoten.

Vader was er niet meer bij en moeder met haar kroost, vier redelijk mobiel en twee kneusjes, een in de kinderwagen en de ander gedragen, kwam vlak bij de kerk bij een zekere familie Brauwer terecht. Het regende dat het goot en het was venijnig koud. Bij aankomst werd ons verzocht de klompen buiten te laten. Wij kwamen in de voorkamer – een soort pronkkamer – terecht en daar werd een pak stro door de eigenaar in een hoek van de kamer gegooid. We konden daar gaan liggen.  Veel erger nog was  dat de boer  met hamer en spijkers  de deur naar het achtergedeelte van het huis heel demonstratief dichtspijkerde. We stonden en zaten er versteend naar te kijken. Moeder zei tegen ons dat we bij elkaar moesten blijven en dat zij even terugging naar de burgemeester.

In de kortste keren waren we weer terug in de lekkere warme ruimte achter de kerk. De klompen hadden bij Brauwer in de drup gestaan. Dus natte voeten moesten we maar op de koop toe nemen. Vandaar werden we in Achttienhoven  in een wasserij ondergebracht. Lekker warm daar en we kregen echte erwtensoep. Hoe we van Westbroek naar de wasserij in Achttienhoven gekomen zijn weet ik niet meer. Maar, en nu komt het, daar was een jonge vrouw  die  kennelijk had gehoord van al onze ellende: een moeder alleen met zes sukkels. Opeens hoorde ik haar zeggen dat ze eens met haar pa zou gaan praten en niet lang daarna kwam ze terug. Haar naam was Grietje Lam. ‘’ Het is goed ‘’, had pa gezegd en na een paar honderd meter lopen, die konden er ook nog wel bij, kwamen we aan bij de familie Lam.  Juffrouw, zoals moeder steeds door de familie Lam aangesproken werd, kon met haar zes kinderen neerstrijken op wat noodbedden, maar zonder vader. Onze ellende en het verdriet van de afgelopen lange tocht, maar ook de bange tijd gedurende vier weken onder spervuur, meestal in de schuilkelder, is nauwelijks te meten of weer te geven.  Vader werd, nadat het adres via het Rode Kruis was achterhaald,  samen met Wim van Schaijk en Herman Thissen  kort voor Kerstmis vrijgelaten. Ze hadden moeten beloven dat ze na de feestdagen weer terug zouden komen om verder te gaan met het graven van loopgraven. Maar die belofte werd niet nagekomen.

Wallen op de Milsbèk

Tijdens mijn zoektocht op internet naar oude landkaarten vond ik op de site van het Rijksmuseum een kaart van het Genneperhuis en omgeving, in 1645 getekend door C.J.Visscher. De kaart toont de verdedigingswerken die het leger van Frederik Hendrik opwierp tijdens de belegering van het Genneperhuis. Een deel van die verdedigingswerken lag in Milsbeek. Aan de hand van de kaart van Visscher en andere oude kaarten en op basis van eigen waarnemingen tijdens mijn jeugd en in de huidige tijd heb ik onderzocht in hoeverre de plaats van de verdedigingswerken in en om Milsbeek nog te zien is. Hierna volgt mijn interpretatie van de gevonden informatie.  Hierbij heb ik gebruik gemaakt van kaarten van de website van het Rijksmuseum, het boek "Gennep aan de ketting", oude topografische en kadastrale kaarten en informatie van streekhistoricus Henk Jaspers.

Teun Theunissen

 

De tachtigjarige oorlog

Ongeveer vierhonderd jaar geleden woedde in "De Bourgondische Nederlanden" de Tachtigjarige Oorlog. De Bourgondische Nederlanden omvatten globaal gezien het huidige Nederland, België en Luxemburg. De Tachtigjarige Oorlog begon in 1568 als opstand van overwegend Protestante Nederlandse edelen tegen de hard optredende hertog Alva. Deze was door de Katholieke Spaanse koning Filips II aangesteld als landvoogd om het protestantisme te onderdrukken en De Nederlanden onder de Spaanse duim te houden.

In de loop van De Tachtigjarige Oorlog hadden de Genneperhuis provincies
boven de grote rivieren zich als "Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden" afgesplitst waarna deze vaak de "Staatsen" genoemd werden. De Republiek stond in 1641 onder leiding van prins Frederik Hendrik. De zuidelijke Nederlanden bleven onder Spaanse heerschappij.

Het gebied van de huidige gemeente Gennep en het dorp Oeffelt behoorde nooit tot De Bourgondische Nederlanden maar viel onder het Hertogdom Cleve en later onder Brandenburg en Pruisen. Dit geldt ook voor het Genneperhuis, maar desondanks werd dit meerdere keren bezet door Spaanse of Staatse troepen.

In 1635 bezetten Spaanse troepen onder leiding van de Ierse kolonel Preston het Genneperhuis. Zij bouwden de burcht verder uit met onder andere het "kroonwerk" bij de Milsbeekse Bloemenstraat.

 

Circumvallatielinie

In 1641 wilde Frederik Hendrik het Genneperhuis veroveren om vrije doorgang te hebben naar de door Spanje bezette steden Venlo en Roermond. Op 9 juni 1641 arriveerde hij met een strijdmacht van ongeveer 20.000 man bij het Genneperhuis en begon dit te omsingelen. Rondom, op een afstand van ongeveer twee kilometer en buiten het bereik van de Spaanse kanonnen op het Genneperhuis, werden kampementen opgericht. Bij het Middelaars Huis en de huidige Paesplas bouwde de genie scheepsbruggen over de Maas. Bij het Middelaars Huis werden ook de schepen gelost die vanuit het noorden materieel, kruit en levensmiddelen aanvoerden.

Frederik Hendrik moest zelf bedacht zijn op aanvallen van buiten door Spaanse troepen die zich onder andere bij Venlo ophielden. Daarom wierpen zijn troepen wallen op in combinatie met grachten. Bij belangrijke toegangswegen werden extra versterkingen aangelegd. Het totaal van alle verdedigingswerken wordt een "circumvallatielinie" genoemd. De linie om het Genneperhuis had een totale lengte van ongeveer 20 km en lag vanaf de Maas bij het Middelaars Huis via Milsbeek, Ottersum, Gennepse Hei, bij de Paesplas de Maas over, met een boog om Oeffelt naar St.Agatha weer tot de Maas tegenover het Middelaars Huis.

  Kaart Visscher

Op de Milsbeek liep de linie grofweg van de Heikant bij Middelaar via het Achterbroek, de Langstraat en de Onderkant naar de Kroef. Bij de toegangswegen Heikant en Zwarteweg waren extra versterkingen gebouwd.

Kort na het beleg heeft C.J.Visscher een kaart gemaakt van de circum­vallatielinie rondom het Genneperhuis. Op basis van deze kaart en andere oude kaarten is de plaats van de belangrijkste elementen van de linie te herleiden, waarvan delen ook nu nog in het landschap herkenbaar zijn. De bijgaande bewerkte topografische kaart toont de door mij veronderstelde loop van de linie op de Milsbeek. Duidelijk is dat de troepen van Frederik Hendrik dankbaar gebruik gemaakt hebben van de plaatselijke natuurlijke omstandig­heden.

  Kaart linie Milsbeek

 

Heiblok en Vliegop Heiblok en Vliegop

Komend vanuit Middelaar is het eerste opvallende nog herkenbare verdedigingswerk het Heiblok. Dit ligt ten noorden van de Heikant-Bloemenstraat aan weerszijden van de Pastoorsdijk en daarmee gedeeltelijk op Middelaars grondgebied. Het Heiblok was een vlak gemaakt en omwald perceel van ongeveer 500 bij 180 meter. De omwalling bestond voor een deel uit de aanwezige rivierduinen. Het westelijke deel van het vlakke gedeelte is vanaf de huidige Heikant zichtbaar achter de huizen, het oostelijke vlakke deel is herkenbaar tussen de Bosschebrugstraat en de Vliegop. Op het Heiblok waren de troepen van Graaf Hendrik gelegerd.

Wat verder richting Milsbeek aan de oostkant van de Pastoors­dijk ligt de Vliegop. Dit is een langgerekt rivierduin en als enkele zigzag wallen aangegeven op de kaart van Visscher. Vanaf de Vliegop hadden de troepen een goed overzicht over de hei en de siepen richting Plasmolen en De Hel. Ten zuidoosten van de Vliegop had de legereenheid van "Brienen" haar kamp gemaakt.

 

Oudebaan en Langstraat

We verplaatsen ons nu een kilometer verder naar het oosten, naar een punt tussen de Oudebaan en de Langstraat, ongeveer op de hoek Distelstraat-Kamilleweg. De Kleefse kadasterkaart van 1732 toont hier midden op de hei een huis op een vreemd gevormd hoekig erf. De vorm en plaats van de noordhoek van het perceel komen overeen met een hoekpunt dat is aangegeven op de kaart van Visscher. De kaart geeft aan dat hier een kanon stond. Vanaf dit punt hadden de soldaten een goed overzicht en schootsveld over het gebied van de noordelijke Oudebaan en de Langstraat. Ook in de vijftiger jaren was dit gebied hoger gelegen dan de omgeving. Mogelijk is door het aanwezige kanon de naam "Kanonskamp" ontstaan.

Wanneer je op de Kleefse Achterbroek kadasterkaart de linker noordrand van het hiervoor genoemde perceel volgt richting Achterbroek, zie je daar vanaf de Oudebaan een veldweg getekend. In de zestiger jaren was deze veldweg nog helemaal aanwezig en ook nu nog is vanaf het Achterbroek een deel ervan zichtbaar. En: langs de hele zuidrand van deze veldweg bevindt zich een met eiken begroeide "wal" van enkele tientallen centimeters hoog.

Terug naar het vreemd gevormde erf tussen Oudebaan en Langstraat. Als je de rechter noordrand zou kunnen volgen richting Zwarteweg, zou je bij café D'n Dörpel uitkomen op de Langstraat. Vanaf D'n Dörpel gaat de Langstraat met een flauwe S-bocht naar de Zwarteweg. Ten noorden van de oostelijke bocht hiervan staat al een eeuw een huis, op een in de jaren zestig nog duidelijk te onderscheiden verhoogd driehoekig perceel. Precies op de plaats waar de kaart van Visscher een naar het noorden gerichte ravelijn (hoekig verdedigings­werk) in de wal aangeeft.

Van de Kerkstraat tot aan de Zwarteweg lag ten noorden van de Langstraat tot in de jaren zestig een laag gelegen weiland, vroeger bekend als de Snepse Siep. Op de kaart van Visscher is deze aangegeven als moeras. Dit deel van de Langstraat was in 1641 waarschijnlijk een deel van de omwalling waarbij de Snepse Siep fungeerde als gracht.

  Kanonskamp

 

Onderkant

Als we vanaf de Langstraat de Zwarteweg oversteken gaan we rechtdoor de Onderkant op. Nog steeds ligt de Onderkant tussen een hoger gebied ten zuidwesten ervan en een laag gelegen gebied ten noordoosten ervan. Het lage deel was vroeger moerassig, zoals getekend op de kaart van Visscher. Tussen de Onderkant en de rivierduinen halverwege de huidige Rijksweg heeft Visscher het kamp van de Graaf van Hoorn getekend, "leggende op een hooghte". Als je op oude kaarten de loop van de Onderkant, de vorm van percelen en de rivierduin en de onderlinge verhoudingen bekijkt, lijkt het erop dat dit kamp heeft gelegen in de weilanden achter nu Onderkant 5, 5a en 7.

De linie volgt ongeveer de Onderkant tot over de Kroonbeek die op de kaart van Visscher is aangegeven als "Milsse Beeck". Aan de overkant daarvan is duidelijk een versterking getekend op de plaats waar al minstens 300 jaar de "Beekse Boerderij" bestaat.

 

Ebbenkamp Ebbenkamp

Terug naar de Zwarteweg. De kaart van Visscher toont hier een groot naar het noorden gericht verdedigingswerk ten oosten van en parallel aan de Zwarteweg. De noord- en oostrand zijn op de Kleefse kadasterkaart van 1732 getekend als heuvels en aangegeven als "Ocksen berge". Ook nu nog is de oostelijke rivierduin duidelijk aanwezig waarbij een recht ravelijn te herkennen is. De noordelijke duin bij de Ringbaan is afgevlakt als gevolg van meer dan tweehonderd jaar landbouw. Het perceel waar de troepen zich ophielden werd later bekend als de "Ebbenkamp", zo genoemd naar de ontginners ervan.

Het gebied ten westen van het meest noordelijke deel van het verdedigingswerk, nu het oostelijke Heiveld, werd vroeger aangeduid als "An den Bock". Mogelijk zijn "bock" en "ocks" verbasteringen van het woord blok als bij "Heiblok" en "Bloksberg" (op de Gennepse Hei). Het woord "blok" werd en wordt in militair jargon gebruikt voor een versperring.

Het blok bij de Zwarteweg heeft goed gefunctioneerd. Op de 20e juni 1641 vielen de Spanjaarden hier namelijk vanaf de St.Jansberg de troepen van de graaf van Horn aan. Deze sloegen de aanval echter resoluut af. De Spanjaarden trokken zich terug naar het Cleefse Cranenburgh.

 

Tot slot

Nadat het Genneperhuis was veroverd verlieten de meeste Staatse troepen de streek waarbij ze hun materieel meenamen. De verdedigingswerken van de intervallatielinie zijn echter grotendeels blijven liggen. Later bouwden verscheidene Milsbekenaren op de hoger gelegen delen hun huisjes en gebruikte men de wallen als pad of weg omdat daar minder hinder was van hoog water.

Sommige delen van de linie zijn ook nu nog in het landschap te herkennen. Neem op een mooie dag eens de tijd voor een wandeling over de Milsbeek langs de nog zichtbare overblijfselen ervan.

 

Gezinskaarten van de bevolking van Milsbeek van de jaren : 1862 tm 1869

Wat zijn gezinskaarten ?

De Gezinskaarten maken deel uit van het archief van de gemeente Ottersumse Bevolkingsregister.
Vanaf 1850 is in de gemeente Ottersum de gehele bevolking geregistreerd.
Op deze site zijn alleen de kaarten te vinden zoals men dat toen noemde het gehucht op de Milsbek
In het Bevolkingsregister zijn van iedereen die in de gemeente Ottersum woont de volgende gegevens genoteerd: naam, geboortedatum, woonadres, plaats in het gezinsverband, beroep, godsdienst, verhuizingen en overlijdensdatum.
Alle wijzigingen in de gegevens, bijvoorbeeld bij verhuizingen, werden nauwkeurig bijgehouden. In eerste instantie zijn de gegevens geschreven in dikke boekbanden.
Na 5 of 10 jaar werd een nieuwe serie gestart wanneer de boeken vol waren.

Klik hierop om naar de GEZINSBLADEN te gaan

 

Voorbeeld :

 

Voorbeeld gezinsblad

Gezinskaarten van de bevolking van Milsbeek van de jaren : 1850 tm 1862

Wat zijn gezinskaarten ?

De Gezinskaarten maken deel uit van het archief van de gemeente Ottersumse Bevolkingsregister.
Vanaf 1850 is in de gemeente Ottersum de gehele bevolking geregistreerd.
Op deze site zijn alleen de kaarten te vinden zoals men dat toen noemde het gehucht op de Milsbek
In het Bevolkingsregister zijn van iedereen die in de gemeente Ottersum woont de volgende gegevens genoteerd: naam, geboortedatum, woonadres, plaats in het gezinsverband, beroep, godsdienst, verhuizingen en overlijdensdatum.
Alle wijzigingen in de gegevens, bijvoorbeeld bij verhuizingen, werden nauwkeurig bijgehouden. In eerste instantie zijn de gegevens geschreven in dikke boekbanden.
Na 5 of 10 jaar werd een nieuwe serie gestart wanneer de boeken vol waren.

Klik hierop om naar de GEZINSBLADEN te gaan

 

Voorbeeld :

 

Voorbeeld gezinsblad

Deel 1  van 3


Henk Peters was in 1940 negen jaar oud. De familie Peters verpachtte in 1951 hun boerderijtje aan tuinder Sjef van den Bercken en vertrok naar Meijel maar keerde na afloop van het pachtcontract weer in Milsbeek terug. Henk volgde de Sociale Academie in Tilburg en trouwde met Fien Franken. Hij woont momenteel in Leende maar heeft altijd een band met zijn geboortedorp gehouden. In 2004 heeft hij geheel
op eigen initiatief zijn oorlogsherinneringen op papier gezet en heeft deze aan ons  beschikbaar gesteld. Zijn herinneringen zijn geknipt en worden in een paar delen op de website geplaatst. De verhalen zijn ook opgenomen in het uitverkochte boek “OORLOGHERINNERINGEN MILSBEEK”. Zijn verhaal over de lange, barre (evacuatie)tocht volgt later. De penseeltekeningen zijn van Jan Koenen

Inval en bezetting op de Oudedijk
Door Henk Peters

De inval was op 10 mei 1940. Rond 5 uur `s morgens stond ik samen met mijn vader en moeder buiten naar de lucht te staren. De Duitsers waren Nederland binnengevallen. De buurman, Herman Laracker, kwam al snel naar ons toegelopen. Ja hoor, wat we al zo lang verwacht hadden was een feit.
De Duitsers kwamen met veel machtsvertoon in de lucht naar het westen gevlogen.
We tuurden geregeld naar de Maasbrug in Gennep of die nog over de Maas lag. Daar was vader alles aan gelegen want hij werkte bij Rijkswaterstaat als kantonnier en had het gebied van Sambeek tot Grave. Omdat de mobilisatie afgekondigd, was mocht mijn vader niet meer bij de brug in de buurt komen. Daar lagen allemaal Nederlandse soldaten, in loopgraven en kazematten, die er nu nog steeds als stille getuigen staan. Aan de brug waren springstoffen bevestigd om de zaak op te blazen. Er gebeurde niets. De soldaten hadden grind in plaats van munitie in de kisten. Dit hebben we achteraf gehoord. Bij de grensovergang Hekkens van Duitsland naar Ven-Zelderheide, Ottersum en Milsbeek hing als een baken een heel grote ballon in de vorm van een zeppelin in de lucht. Deze moest als baken voor de vliegtuigen dienen. Schoolgaan was er de eerste dagen niet bij, maar hier werd al gauw een einde aan gemaakt. Het dagelijks gebeuren nam zijn eigen plaats weer in. In feite merkten we niet echt veel van de Duitse bezetting en ook de soldaten zagen we nauwelijks. Later bleek dat alles sluipenderwijs gebeurde. Milsbeek fluisterde volop. Ook kleine potjes hebben oren, vooral als de grote mensen in bedekte termen gingen spreken, waren we een en al oor. Veel namen van mensen in Milsbeek en hun gezinnen werden aangeduid als NSB’ers en in een aantal gezinnen was een zoon, die bij de SS was. Een van hen is naar het oostfront gestuurd en nooit meer in Milsbeek teruggekeerd. De inwoners van Milsbeek begonnen elkaar te wantrouwen. De bonkaarten werden ingevoerd en moeder was er als de kippen bij om uit te tellen hoeveel we voor acht monden en mondjes konden kopen en hoe lang de kaart geldig was. Over papieren rompslomp gesproken!! Echte honger hebben we geen van allen in Milsbeek geleden. De meeste inwoners hadden wel een klein gedoetje, oftewel een keuterboerderijtje. De mensen uit de stad, vooral Nijmegen, gingen de boer op en werden vaak op de meest misselijke manier afgezet. Zo kwam er veel zwart geld binnen. De middenstand, zoals bijvoorbeeld de bakker, vroeg de hongerlijdende stadsmens abnormaal hoge prijzen voor brood en boter. Zonder distributiebonnen natuurlijk. Ook alle andere eetbare artikelen gingen duur van de hand. De grote en kleine boeren brachten zo af en toe op de fiets, driewieler, handkar of boerenkar graan naar de molenaar in Milsbeek, Ottersum of  Ven-Zelderheide. Daar kon men dan weer wat mee doen, gift, gebruik of misbruik? Dat hing voornamelijk van het karakter van de eigenaar af. Intussen kregen de schoolkinderen af en toe een sinaasappel op school. De twee juffen en de twee meesters stonden erbij en alles werd eerlijk verdeeld. In diezelfde tijd kregen we als schoolkinderen een opdracht om onder toezicht van leraar of lerares beukenootjes te gaan rapen bij de Plasmolen. We moesten wel alles inleveren. Tussen 1941 en 1944 kregen we geen echte koffiebonen meer te zien en met de thee was het al precies eender. Ook daar was weer een antwoord op. Rogge, ja rogge. Die werd door moeder in de koekenpan op het fornuis gezet. Het begon door het hele huis te stinken. Eenmaal bruin ging het de koffiemolen in. Ja, met veel fantasie rook en proefde je koffie. En dan de thee! Ook daar had de afgezant van Hitler iets op gevonden. Tegen de herfst werd de kinderen opgedragen theeblaadjes te gaan knippen lees: -blaadjes van braamstruiken-. Deze blaadjes werden in zakken (die waren er wel genoeg) verzameld en moesten thuis in zon en wind wat drogen. Daarna konden we de voorraad gedroogde blaadjes inleveren op een verzamelpunt in Milsbeek. Een beetje vocht erover en het gewicht was iets gunstiger voor de jonge oogsters. Eigenlijk leefden we als jeugd vrij onbezorgd. Vader en moeder vingen de klappen wel voor ons op. Wat die allemaal doorstaan hebben met hun angsten en zorgen werd niet aan ons zessen meegedeeld. Mijn oudste zus Marie ging in 1943 naar de huishoudschool in Nijmegen. Deze school was gelegen aan de Groesbeekseweg. Intussen waren de kontakten van een lerares van de huishoudschool, een zekere mejuffrouw Kalkman en mijn ouders vrij geregeld te noemen. Mej. Kalkman had mooi bestek en leverde dat maar al te graag in voor boter, melk en een stukje van het varken.
Zij werd wel eens uitgenodigd om mee te eten “ wat de pot schaft”. Ze was een vrolijk en gelukkig mens als ze bij ons was. Ik herinner me haar als een heel deftige dame. Rechtop en niet bang. Een andere zorg was echter het gedrag van mijn zus. Zij had op het station in Nijmegen een -zoals ze het tegenwoordig noemen- een hangplek gevonden. Daarom hadden mijn vader en moeder mej. Kalkman gevraagd om mijn zus zolang op de school te houden totdat de tram op de St. Annastraat in Nijmegen naar Milsbeek vertrok. Zo is het ook gebeurd en ze bleef op school . Op 22 februari 1944 werd Nijmegen, men zegt per vergissing, gebombardeerd.
Op die dag was mijn vader werkzaam aan de Maas in Grave. Ook daar was over een afstand van maar 12 km het bombardement van Nijmegen duidelijk doorgedrongen. Het was een hectische dag. Door de verschrikkelijke bommenregen op Nijmegen dwarrelden in Grave bij de brug en sluis allerlei papieren neer, uit Nijmegen afkomstig. Toen vader thuis kwam op de fiets van Grave via Mook naar Milsbeek omstreeks 6 uur, was Marie er nog niet. De familie Peters zat in zak en as. Toen konden vader en moeder hun zorgen voor ons niet meer verborgen houden. Telkens weer op de fiets naar de tramhalte in Milsbeek of naar de Drie Kronen, een tramhalte tussen Milsbeek en Ottersum, maar geen Marie. Rond tien uur ’s avonds kwam er wat verkeer van Nijmegen naar Gennep en ja hoor, ze was er bij. Goed dat ze geluisterd had naar mej. Kalkman. Vrij kort daarna hoorden we van twee nichtjes van ons, die allebei in Nijmegen werkten, wat voor een verschrikkelijke taferelen zich daar hadden afgespeeld. Op de St. Annastraat hadden ze over de lijken heen moeten stappen om maar niet meer verder te praten over al datgene dat daar omheen te zien was. Het station was totaal plat gesmeten. Frans Kerkhof overleefde het bombardement van Nijmegen niet. In 1944 gebeurde er nog iets dat je niet snel vergeet. Iedereen lag in bed, alleen Ida, de jongste lag in de kinderwagen, bij vader en moeder in de slaapkamer. Normaal stond de kap van de wagen altijd omlaag. Dit
keer niet en maar gelukkig ook. Opeens een geweldige dreun, klap, gedonder, eigenlijk niet te omschrijven. Met z’n allen begonnen we te gillen en te schreeuwen. Op dat moment wisten mijn vader en moeder dat hun kroost nog leefde. De deur van de slaapkamer van mijn ouders tussen het nieuwe gedeelte van het huis en oude gedeelte, was ontzet. Met nogal wat geweld wist vader de deur open te krijgen. Ongeveer 200 meter voor ons huis was een vliegende bom, een V-1 ingeslagen.  Van slapen kwam niet veel voor de oudsten. Bij daglicht zagen we dat de ravage enorm was. De voorgevel van ons huis was vanuit de nok tot aan de fundering totaal
gescheurd en de ruiten waren door de luchtdruk naar binnen gedrukt. Dank zij de opstaande kap van de kinderwagen had Ida, een baby van toen 7 maanden geen enkele glassplinter over zich heen gekregen. Dakpannen lagen door de luchtdruk
in golven op het dak en de rest lag op de grond. Het leek of ons huis een permanent gehad had. Er was een enorm gat geslagen en er waren later 78 karren zand nodig om het weer dicht te maken. Omdat we een molestverzekering hadden kregen we iets vergoed en dat heette oorlogsschadeherstel. Bij buurman Herman Laracker was de dienstmeid gewond door glasscherven. Verder had niemand een schrammetje. De V1 was ongeveer 200 meter voor het huis van Herman ingeslagen. Herman
(weduwnaar) lag met zijn twee dochtertjes Nel en Bertha in dezelfde slaapkamer aan die zijde waar de bom gevallen was. Ongeveer 50 cm boven het bed van buurman was een grote scherf naar binnen gedrongen. Het gat in de muur had zeker een doorsnee van 20 cm. Deze scherf was achter het bed van de twee kinderen tegen de muur tot stilstand gekomen en omlaag gevallen. Dit was een gloeiend stuk monster. Iedereen had geluk gehad. Dit was een zwarte zaterdag. Op zondag kwam het ramptoerisme op gang. Grote drommen mensen uit de wijde omgeving kwamen de
ramp overzien. Samen met mijn kameraadjes, de buurjongens Tön en Wiel Kusters gingen we aan de slag. Met een bord met opschrift hoe erg het allemaal was, een tafeltje en een paar diepe borden, een stoeltje en een droevig gezicht en de inzameling was begonnen. We haalden een dikke drieduizend (oorlogs)guldens
op, die we op het opkamertje bij de familie Kusters op de vloer uitgespreid hadden. Daar werd ‘de buit’ verdeeld, en in drie gelijke porties weer uitgedeeld aan de familie Laracker, de familie Kusters en de familie Peters. Wij hadden tenslotte ook al het werk gedaan. Mijn vader bleef zijn hoofd maar schudden. Een miezerige 1000 gulden tegenover de echte schade die we allen geleden hadden, betekende eigenlijk niets. De milde medelijdende gevers hadden alleen papiergeld. Alles ging geruisloos. Het was allemaal nog maar een voorbode van de verschrikkingen die Milsbeek daarna te wachten zouden staan. Op zondag 17 september 1944 waren wij, de groteren, naar de hoogmis gegaan. Tijdens de kerkdienst begon het ineens te donderen bij heldere hemel. Pastoor Hoefnagels zei dat we rustig moesten blijven. Maar de eerste bommen waren al op de Milsbeek gevallen op de St. Janberg en bij de Diepen. Via de Potkuilen gingen we naar huis. Onderweg zagen we heel veel vliegtuigen in de lucht en ook parachutisten. We waren allemaal van slag. Binnen blijven was er niet bij. Vlak tegenover ons huis aan de andere kant van de weg lag in de wei van Kusters een heel dik lang touw. Later bleek dat de geallieerden de zweefvliegtuigen met dit touw aan de vliegtuigen gekoppeld hadden, op sleeptouw genomen dus. Bijna alles speelde zich af in de lucht. Er kwamen ook pamfletten naar beneden vallen met Duitse tekst. Ook viel er veel zilverpapier in stroken naar beneden en later kwamen we er achter dat dit zilverpapier een stoorzender was tegen de vijandelijke radar. Richting Reichswald vlak bij de Zuid-Nederlandse grens zagen we een vreemde tank, die richting Plasmolen-Middelaar ging. Daar kwam helaas gedurende vele maanden de frontlinie te liggen. Opeens zagen we richting Reichswald van ons huis uit gezien een geheel andere tank dan we totnogtoe gezien hadden. Deze was zandkleurig en die van de Duitsers waren groen-grijs. Het bleek er eentje van de geallieerden te zijn. Deze tank ging langzaam naar het noorden, richting Plasmolen-Middelaar. Tot dan was dit alles, wat we van de bevrijders op het land te zien hadden gekregen. Milsbeek was net een mierenhoop geworden. Hele horden Duitse soldaten, meestal gewapend met schoppen gingen richting Reichswald. Daar werd meteen begonnen met loopgraven te maken en tankvallen.
Voor die tankvallen hadden de Duitsers tankmijnen gelegd. Die tankvallen hadden ze voor de Kroonbeek gelegd. Inmiddels was Milsbeek veranderd in een groot afweerpark. Bij ons thuis stonden kanonnen richting Plasmolen en ook bij buurman Laracker en zijn zus Marie Kersten en richting Driessen aan de onderkant. Onder de
bomen daar stonden dezelfde vuile granaatwerpers. Als bij ons in de buurt de Duitsers een granaatsalvo afvuurden naar de kant van de geallieerden, in Plasmolen, Middelaar, Mook en Groesbeek, dan renden we ons met zijn allen verrot om in de schuilkelder te komen. Direct na de luchtlanding (Market Garden; weet ik nu pas) hadden ze bij de buren, de familie Kersten, een schuilkelder. Die hadden wij toen nog niet. Toen het luchtalarm afging renden we met zijn allen naar de familie Kersten door onze wei voor het huis. De sloot in de wei stond vol water en mijn oudste zus die een van de kleinere kinderen droeg, plonsde in de sloot. We kwamen toch veilig aan bij de buren. Daar was de hele schuilkelder voor driekwart gevuld met angstige buren die het ook niet meer zagen zitten. Een dochter van de buren lag heel erg dicht tegen haar vriend aan. Het was ene Jan. Voor iemand van dertien jaar was dit natuurlijk opletten. In diezelfde nacht dat we vluchtten, werd er een zware bommenwerper van de geallieerden neergehaald. Die kwam in het Groesbeekse terecht aan de Breedeweg. Van de bezetters mochten we daar een kijkje gaan nemen. Dat was hun triomf. Er lagen drie lijken naast het toestel. Als jongen van 13 jaar maakt dit wel een beetje indruk. Van de reacties van mijn ouders en broers en zussen kan ik mij helemaal niets meer herinneren. Wellicht was ik teveel met mezelf bezig. Toen we zelf een schuilkelder hadden, gingen we iedere nacht daar in slapen en als er overdag luchtalarm werd gegeven waren we er als de kippen bij om ondergronds te gaan. De Duitsers hadden inmiddels de slaapkamer van vader en moeder ingepikt en daar hun commandopost geïnstalleerd. We leefden niet naast elkaar, maar met elkaar, ook de ongeveer 14 militairen die bij ons op de ‘deel’ (het achterste gedeelte van een kleine boerderij) lagen. Zij lagen daar op stro. Ons stro! Ook die jonge militairen hadden het moeilijk. Eentje stond er te janken omdat hij al 6 weken geen post meer van zijn familie had ontvangen. Via de radio had hij gehoord dat Keulen was gebombardeerd. Daar kwam hij vandaan. Op een middag liepen er verschillende Duitse soldaten rond het huis en in een keer was het gedonder aan de gang. Vliegtuigen van de geallieerden hadden ontdekt dat er een concentratie van Duitse militairen in ons huis moest zijn. Meteen werd er een aanval ingezet. Wij meteen als een haas de kelder in. Direct daarna gingen we overal rondneuzen. En ja hoor, er was vlak bij huis in het gras iets aan het smeulen of roken. Henk meteen wroeten en ja, succes! Een scherf van de beschieting, maar die was gloeiend heet; ‘‘auw!’’ We lagen nu ongeveer twee weken in de frontlinie. Iedere dag gebeurde er wel wat anders. Ook eten halen hoorde erbij. Op een middag had moeder mij distributiebonnen gegeven en samen met twee buurjongens gingen wij op weg naar bakker Thijssen om brood en stroop (siroop) te halen. Ik had een soort sisaltas meegekregen met een lege weckfles waar de stroop in moest. In de bakkerij, waar het lekker warm was, stonden we met een man of veertien op zijn beurt te wachten, toen er een luchtaanval kwam. De scherven floten om onze oren. Iedereen duiken. Een scherf was binnengedrongen en mijn klasgenoot Wim Siebers kwam goed weg. Hij lag naast een meeltrog en daar viel een gloeiende scherf naar beneden. Iedereen had weer eens een engeltje op zijn schouder. Op de terugweg naar huis van de Rijksweg, waar de bakkerij lag, naar de Oudedijk gingen we via de “zandberg” (tussen de Rijksweg en de Onderkant). In de zandberg hadden de Duitsers heel wat afweergeschut, vlammenwerpers en kanonnen opgesteld, die 36 granaten tegelijk konden afvuren. Op een gegeven moment moesten we met zijn vieren plat. Granaatscherven vlogen om ons heen. Met ons vieren vluchtten we naar grootmoeder Franken. Inmiddels was er een korenhoop in brand gevlogen. Vlak daarbij had ik mijn tas met brood en de weckfles met stroop laten liggen toen ik richting schuilkelder van oma Franken vluchtte. Toen het wat rustiger werd ging de jongste zoon van oma Franken, Hubert, op zoek naar mijn tas. Hij bracht ze wel mee terug, maar de stroop was voor de helft uit de weckfles over het brood en in de tas gedropen. Op een gegeven moment was het weer luchtalarm en wij de kelder in. Vader was op weg van Kusters naar onze schuilkelder en An Kusters was bij hem. Granaatscherven vlogen in het rond en vlak voor de schuilkelder bij ons in de moestuin sloeg een granaatscherf in tussen mijn vader en An (zij is later bij de familie Gerrits aan de Onderkant door oorlogstuig verongelukt). Een datum kan ik mij niet herinneren, maar in oktober 1944 was er een vliegtuig van de geallieerden neergeschoten en er hadden parachutisten in de lucht gehangen. Dit was gezien door een stel SS’ers die een mitrailleursnest hadden bij het huis van Hannes Maas in de Potkuilen. Met hun verrekijkers hadden ze gezien dat soldaten bij ons naar binnen gevlucht waren. Het waren geen parachutisten, maar twee Poolse soldaten, Stefan Rozmus en een zekere Paul, die in het Duitse leger ingelijfd waren en die de vlucht hadden genomen. Zij vroegen aan mijn vader om burgerkleding. Die heeft hij inderdaad gegeven. Het waren twee oude overalls. Direct daarna zijn ze gevlucht richting Panoven. Zij wisten waar de SS’ers hun stelling hadden en in de schaduw van ons huis gingen zij, zoals gezegd, door de Kroonbeek richting Panoven.
Direct daarna kwamen de SS`sers bij ons de schuilkelder binnenvallen en moesten mijn vader en ik mee het huis in. Daar werden we voor de koeien tegen de muur gezet en een revolver werd op onze borst gericht. Doodzenuwachtig. Wij wisselden geen woord met elkaar. Waarom? De andere SS’er was naar boven naar de hooizolder gegaan en heeft toen met zijn bajonet overal in het hooi geprikt; niks gevonden, terwijl mijn vader en ik daar de uniformen van de Poolse deserteurs verstopt hadden. De sukkel had niets gevonden, maar nog diezelfde nacht heeft ons fornuis gebrand. De militaire uniformen van die twee Poolse mannen hebben we op laten smeulen en het metaal, de knopen gespen en zo meer zijn de volgende dag in de grond verstopt. Wij zijn goed weggekomen en de Polen ook. Moeder en kinderen in doodsangst om wat er met vader en mij zou gebeuren. Later vertelde moeder dat ze met z’n allen hardop hadden liggen en zitten te bidden tot Maria. Ook heeft mijn zus Marie een keer een jongeman, gekleed in een soutane (pastoorstoog), naar Ottersum gebracht. Het moet iemand zijn geweest die zich in de Milsbeekse kerk
had schuil gehouden maar Vader en moeder wilden er niets over vertellen en mijn zus kan ik er niets meer over vragen omdat zij in 2000 overleden is. Met z’n allen waren we al redelijk goed afgericht. Luchtalarm, vliegtuiggeronk in de lucht en hups meteen richting schuilkelder. Afweergeschut over en weer. Vooral als er vliegtuigen in de lucht waren en beschoten werden door de Duitsers door Flach-geschut, dan moesten we bijzonder vlug in dekking gaan anders was het te laat. Twee dagen voor de 6e verjaardag van mijn zus Martha kwamen de Duitsers aanzeggen dat we ons gereed moesten maken om te vertrekken. Waarheen werd ons niet gezegd. De volgende dag kwamen de soldaten overal het vee vorderen, vooral de koeien en
de paarden en natuurlijk ook de kalveren.

Nieuwsbulletin Stichting Cultuurbehoud Milsbeek

De Open Monumentendag van 2014 vindt plaats in het weekend van 13 en 14 september. Het thema is Op reis. Daarmee zal de aandacht uitgaan naar alle soorten van vervoer en transport, zowel van mensen als van goederen, die door de eeuwen heen op reis gingen, via het water, het spoor, de weg en de lucht. Dat betekent ook dat de middelen zelf, historische schepen, treinen, auto's en vliegtuigen, oftewel het mobiele erfgoed, een grote rol zullen spelen, naast de gebouwen, die te maken hebben met vervoer en met reizen; stationsgebouwen, historische scheepswerven, pakhuizen, tramremises, benzinestations, tolhuizen, herbergen en nog veel meer. Aanleiding voor het thema is, dat er voor 2014 een themajaar over mobiel erfgoed is uitgeroepen, vanuit de Stichting Mobiele Collectie Nederland.

De stichting heeft toegezegd hieraan ook haar medewerking te willen verlenen. In de Jacobsladder, dit in overleg met het pottenbakkersmuseum, zal een kleine ruimte worden ingericht over het transport. Er komen foto’s te hangen van oude transportmiddelen uit Milsbeek zoals: bakkersfiets, vrachtauto’s etc.

Radio NIMA zal 1 maal per maand een uitzending over cultuur gaan verzorgen.
Mevrouw Ineke Wagelmans heeft namens onze stichting zitting genomen in de redactieraad van dit maandelijks cultureel radioprogramma.

Werkhovens Historisch café
Een aantal personen, waaronder enkele bestuursleden van de stichting, gaan 22 maart a.s. naar de presentatie van ‘Werkhovense verhalen’. Henk Peters houdt daar een lezing over de aldaar geëvacueerde Milsbeekse gezinnen. De stichting zal voor de presentatie foto’s met teksten aanleveren en een filmopname maken, die te zijner tijd e.v. vertoond kan worden.
De middag wordt gehouden in ‘Het Kwartier’, Achterdijk 8, te Werkhoven. Tijd: van 14.00 tot 17.00 uur. De zaal is open vanaf 13.30 uur.

Historische avond
Ook dit jaar organiseert Stichting Cultuurbehoud Milsbeek voor haar vrienden en belangstellenden een historische avond op donderdag 27 maart a.s. in het Trefpunt.

Nieuw boek Limburgse Oorlogsmonumenten.
In het kader van ’70 jaar bevrijding’ heeft mevrouw Mien Kessels-van Rijswijck uit Merselo een (naslag)boek uitgeven met daarin informatie over 541 oorlogsmonumenten, plaquettes, die zich bevinden in 33 Limburgse gemeenten, welke toegelicht worden met geschiedenis en beschrijving.

Er komen 4 monumenten uit Milsbeek voor in het boek: Brits Ereveld, houten kruis voor de gevallenen, monument voor Grad, Chris en Huub Franken, wapenschilden aan de Zwarteweg (4 pagina’s). Voor prijsopgave, bestellen of informatie bel 0478-546290 of mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Door : Wim Bindels

Via de VARA ontving onze stichting om een ons onbekende reden een uitnodiging met een delegatie een uitzending van Pauw en Witteman bij te wonen.
Op 4 februari jl. werd vervolgens met een afvaardiging van 4 personen (Leny Franken, Nelly Keukens, Willeke de Haas en ondergetekende) naar Amsterdam afgereisd.
De uitzendingen blijken plaats te vinden vanuit een prachtig gerestaureerd cultuurhistorisch gebouw, n.l. de Westergasfabriek aan de Pazzanistraat.
Hierin is een media-café gevestigd met op de verdieping een T.V studio.

Na enig loop- en zoekwerk vanaf de parkeergarage in donker Amsterdam werd uiteindelijk de studio gevonden.
Na een controle van onze identiteitspapieren en de tickets moesten we nog een half uurtje in het cafeetje wachten, voordat we onze plaatsen in de studio mochten nemen.
We kregen een plaatsje achter de hals over kop uit Egypte gevluchte journaliste Rena Netjes en ruimtevaarder Wubbo Ockels toegewezen.
Het was een leuke avond, waarbij naast Rena Netjes vooral het verhaal van ‘de Iceman’ centraal stond en heel bijzonder was en is. Het uur vloog voorbij.
Vroeg in de morgen konden we de terugreis naar Milsbeek aanvaarden.
De uitnodiging om daarna nog een paar uurtjes in het Media-café gezellig samen te zijn lieten we maar voor wat hij was.

Om half 3 thuis gekomen konden we via ‘uitzending gemist’ zien, dat we herhaaldelijk in beeld waren geweest. Later bleek ons, dat dit vele Milsbekers niet was ontgaan.
Zelf hadden we geen fototoestel mee genomen, maar via een vanaf het scherm gemaakte foto kunnen we de lezers van onze site toch een opname tonen.
We zien terug op een leuke avond in een mooi cultuurhistorisch gebouw in het Amsterdamse.

Door : Nelly Keukens

Na afloop van de bestuursvergadering d.d. 7 februari 2014 heeft Wim Bindels - medeoprichter van Stichting Cultuurbehoud Milsbeek (in 2005) na bijna 9 jaar actief te zijn geweest als bestuurslid – waarvan 7 jaar als secretaris – zijn taken overgedragen.
In de meeste door onze stichting ter hand genomen activiteiten heeft Wim een rol gespeeld. Hij kwam vaak met nieuwe ideeën, was een doorzetter om iets te verwezenlijken en - niet onbelangrijk - wist de weg om zaken in gang te zetten. We denken hierbij o.a. aan het behoud van oude, waardevolle gebouwen in ons dorp en het onderzoek door het MAB (Monumentenadviesbureau).Helaas heeft het nog niet altijd geleid tot het door hem gehoopte resultaat; met name de steenfabriek, de molenromp en de monumentale gebouwen. Maar de stichting zal zich blijven inzetten om daar verder mee te komen.

De belangrijkste zaken, waar Wim zich met hart en ziel voor heeft ingezet, zijn toch wel geweest de uitgiften van diverse boeken door onze stichting:
- 75 jaar parochie en school
- Oorlogsherinneringen in Milsbeek
- Het Boerelѐѐve op de Milsbeek
Daarin is hij steeds de man geweest, die zaken heeft verzameld, opgeschreven, foto’s en kaartmateriaal verzorgd en tevens alle activiteiten, die de uitgave van een boek noodzakelijk maken, heeft uitgevoerd.
Bij het ontstaan van het dorpsblad ‘Op de Milsbѐk’, is Wim actief betrokken geweest en hij heeft gezorgd, dat ook in de pers onze stichting steeds op een positieve wijze werd uitgedragen middels artikelen in diverse bladen in deze regio.

In zijn dankwoord zei Martien Holthuysen: ‘We vinden het jammer Wim, dat je ons bestuur gaat verlaten, maar we prijzen ons gelukkig dat je nog actief wil blijven als vrijwilliger en ondersteuner van werkgroepen binnen onze stichting. Het zou heel zonde zijn als jouw kennis over de families en de geschiedenis van Milsbeek totaal uit de stichting zou verdwijnen. Wim van harte bedankt voor het vele werk en je inzet al die jaren. Alle goeds voor de toekomst en veel gezondheid toegewenst.’

Nieuwsbulletin Stichting Cultuurbehoud Milsbeek 

Door : Wim Bindels

Het beleidsplan van de stichting is op 11 december 2013 vastgesteld. Het plan is in te zien op onze website www.Cultuurbehoudmilsbeek.nl.

In de vergadering van 10 januari jl. is vervolgens het jaarverslag over 2013 vastgesteld. Ook dit is in te zien op de genoemde website.

De historische avond 2014 zal plaatsvinden op donderdag 27 maart . Er zal o.a. aandacht worden besteed aan het 70-jarig bestaansfeest van het Milsbeekse transportbedrijf Emons, de ontginning van het Koningsven en De Diepen en er zal een lezing zijn over het dialect in onze streek. In de eerstvolgende editie zullen hier nadere mededelingen over worden gedaan.

Het door onze stichting indertijd gelanceerde voorstel voor een boek over het Koningsven wordt waarschijnlijk toch nog in overleg met de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten via een andere uitgever in de loop van dit jaar gerealiseerd.

Henk Peters, o.a. de schrijver van enkele mooie artikelen in het boek Oorlogsherinneringen Milsbeek, is bereid gevonden medewerking te verlenen aan een verhaal in het magazine ‘Werkhovense verhalen’  over de aldaar geëvacueerde (een12-tal) Milsbeekse gezinnen.

De presentatie daarvan zal op 22 maart  a.s. via een georganiseerd ‘Werkhovens Historisch café’ plaatsvinden. Ook geïnteresseerde Milsbekers zijn hier welkom. Vanwege de beperkte ruimte wel graag vooraf melden bij het secretariaat  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. of telefoon 0485-518205. 

In de Jacobsladder is , zoals vorige keer reeds aangekondigd, door onze stichting deel genomen aan het kleimeppen voor het op de rotonde te plaatsen kunstwerk ‘Stone Hands’. Een verslag met fotorapportage is te lezen op onze website.

In overleg met de eigenaren van het theehuisje aan de Bloemenstraat heeft het hier indertijd door onze stichting geplaatste  informatiebord langs ’Het rondje Milsbeek’, een nieuwe plek gekregen. Het staat nu nabij de zitgelegenheid voor de bezoekers van dit theehuisje.

Met ingang van 1 maart zal ik terug treden als bestuurslid. Als vrijwilliger zal ik de realisering van een aantal lopende projecten en mogelijk ook voor in de toekomst nog op te starten projecten, blijven verzorgen. Nelly Keukens zal in de toekomst mijn taken op het gebied van de public relations over nemen en o.a. deze rubriek verzorgen.

Door : Wim Bindels

Jan van den Hoogen, een van de oprichters van Stichting Cultuurbehoud Milsbeek, is per 1 januari jl. terug getreden als bestuurslid.

Jan was is een van de drie oprichters van onze stichting. Die oprichting was in feite het verlengstuk van het comité, dat was gevormd t.b.v. de viering van het 75-jarig bestaan van parochie Milsbeek. Hij was toen lid en penningmeester van het kerkbestuur en ook lid van het comité, dat in 2005 werd gevraagd om de viering van dit jubileum te organiseren. Bij dat jubileum werd door het comité o.a. geld ingezameld voor een cadeau aan de kerk en Milsbeekse gemeenschap in de vorm van het herstel van het kapotte uurwerk en de verlichting van de toren van de RK kerk.
Jan was een van de drie leden. De andere waren Martien Holthuysen en ondergetekende, die vonden dat een blijvende aandacht voor de Milsbeekse cultuurgoederen noodzakelijk zou zijn.

In mei 2005 richtten zij bij het notariskantoor in Gennep de Stichting Cultuurbehoud Milsbeek op en bekleedden in de eerste aanleg de functies voorzitter, secretaris en penningmeester. “Ik zal dat penningmeesterschap dan ook wel op me nemen” waren de woorden, die Jan toen sprak. En zo werd Jan naast bestuurslid de eerste penningmeester van Stichting Cultuurbehoud Milsbeek.

Vorig jaar heeft Jan, die binnenkort 73 wordt, afscheid genomen als lid van het Kerkbestuur en het penningmeesterschap hiervan. Hij kondigde toen aan dit ook te willen gaan doen als bestuurslid en penningmeester van onze stichting. Wij en de Milsbeekse gemeenschap zijn Jan dank verschuldigd voor het vele werk, dat hij ten behoeve van onze stichting en de Milsbeekse gemeenschap heeft gedaan.

De Koninklijke Onderscheiding, die hem in 2010 werd verleend, was dan ook zeker op zijn plaats. Ondanks zijn terug treden als lid en penningmeester van het kerkbestuur, is hij binnen de R.K. kerk nog steeds actief. Hij administreert er nog steeds de financiële zaken en doet het administratieve beheer van het kerkhof. Ook Stichting Cultuurbehoud Milsbeek mag in de toekomst nog een beroep op hem blijven doen als vrijwilliger.

Maar het belangrijkste is wel, dat Jan met zijn Ria nog lang van zijn ‘pensioen’ kan blijven genieten in het mooie dorpje Milsbeek.

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - https://cultuurbehoudmilsbeek.nl